Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:4297

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-04-2014
Datum publicatie
14-05-2014
Zaaknummer
15/710114-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; integrale vrijspraak ten aanzien van ontucht plegen met twee minderjarige meisjes; niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat het tenlastegelegde heeft plaatsgevonden, immers betreffen het slechts de verklaringen van twee minderjarige meisjes die elkaar heel goed kennen, zodat niet kan worden uitgesloten dat zij elkaar hebben beïnvloed en daarnaast betreffen de beide aangiftes van de moeders van de slachtoffers slechts verklaringen die uit één en dezelfde bron komen, namelijk de minderjarige meisjes.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/710114-13 (P)

Uitspraakdatum: 15 april 2014

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

1 april 2014 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. van Eck en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. H.J.G. Dudink, advocaat te Beverwijk, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

primair

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 augustus 2011 tot en met 29 februari 2012 te Beverwijk, in elk geval (telkens) in Nederland, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [minderjarige slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]), al dan niet zijnde een aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande (telkens) uit het een en/of meermalen:

- likken over/op de rug en/of de buik van die [minderjarige slachtoffer 1] en/of

- wrijven en/of knijpen en/of betasten en/of aanraken over/van/in de bil(len) en/of de vagina van die [minderjarige slachtoffer 1], en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit het een en/of

meermalen:

- onverhoeds naast die [minderjarige slachtoffer 1] op een bed/een matras gaan liggen en/of

- onverhoeds het shirt van die [minderjarige slachtoffer 1] omhoog doen en/of

- onverhoeds likken over/op de rug en/of de buik van die [minderjarige slachtoffer 1] en/of

- onverhoeds omlaag trekken/naar beneden doen van de onderbroek van die [minderjarige slachtoffer 1] en/of - onverhoeds zijn, verdachtes, hand in de onderbroek van die [minderjarige slachtoffer 1] steken en/of doen en/of

- onverhoeds wrijven en/of knijpen en/of betasten en/of aanraken over/van/in de bil(len) en/of de vagina van die [minderjarige slachtoffer 1] en/of waarbij er (telkens), gezien het grote leeftijdsverschil tussen hem, verdachte, en die [minderjarige slachtoffer 1], voor die [minderjarige slachtoffer 1] een zodanig overwicht en/of psychische druk is ontstaan waaraan zij zich niet kon onttrekken en/of (aldus) voor die [minderjarige slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

subsidiair

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 augustus 2011 tot en met 29 februari 2012 te Beverwijk, in elk geval (telkens) in Nederland, (telkens) met [minderjarige slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]), al dan niet zijnde een aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande (telkens) uit het een en/of meermalen:

- likken over/op de rug en/of de buik van die [minderjarige slachtoffer 1] en/of

- wrijven en/of knijpen en/of betasten en/of aanraken over/van/in de bil(len) en/of de vagina van die [minderjarige slachtoffer 1];

2.

primair

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2006 tot en met 01 oktober 2012 te Beverwijk, in elk geval (telkens) in Nederland, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [minderjarige slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]), al dan niet zijnde een aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande (telkens) uit het een en/of meermalen:

- likken over/op de rug van die [minderjarige slachtoffer 2] en/of

- knijpen en/of betasten en/of aanraken van/in de bil(len) en/of de vagina van die [minderjarige slachtoffer 2], en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit het een en/of meermalen:

- onverhoeds het shirt van die [minderjarige slachtoffer 2] omhoog doen en/of

- onverhoeds likken over/op de rug van die [minderjarige slachtoffer 2] en/of

- onverhoeds zijn, verdachtes, hand steken en/of doen in de (onder)broek van die [minderjarige slachtoffer 2] en/of

- onverhoeds knijpen en/of betasten en/of aanraken van/in de bil(len) en/of de vagina van die [minderjarige slachtoffer 2] en/of waarbij er (telkens), gezien het grote leeftijdsverschil tussen hem, verdachte, en die [minderjarige slachtoffer 2], voor die [minderjarige slachtoffer 2] een zodanig overwicht en/of psychische druk is ontstaan waaraan zij zich niet kon onttrekken en/of (aldus) voor die [minderjarige slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

subsidiair

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2006 tot en met 01 oktober 2012 te Beverwijk, in elk geval (telkens) in Nederland, (telkens) met [minderjarige slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]), al dan niet zijnde een aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande (telkens) uit het een en/of meermalen:

- likken over/op de rug van die [minderjarige slachtoffer 2] en/of

- knijpen en/of betasten en/of aanraken van/in de bil(len) en/of de vagina van die [minderjarige slachtoffer 2].

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten en tot bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten.

4. Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat zijn cliënt integraal van het hem ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

5. Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd.

Om in een zaak als deze tot een bewezenverklaring te komen moet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden aangenomen dat hetgeen aan verdachte wordt verweten daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

In deze zaak hebben twee meisjes van respectievelijk 9 en 10 jaar aangegeven dat door verdachte seksuele handelingen met hen zijn verricht.

[minderjarige slachtoffer 1] (geboren op 15 september 2003) heeft tijdens een studioverhoor op 13 december 2012 – kort samengevat – verteld dat zij bevriend was met [verdachte] en dat de vader van [verdachte], zijnde verdachte, rare dingen bij haar had gedaan. Meer in het bijzonder heeft zij verteld dat verdachte haar op haar rug en buik heeft gelikt en gekust, haar onderbroek om laag heeft gedaan en aan haar kont en een klein beetje aan haar tut (de rechtbank begrijpt haar vagina) heeft gezeten. Dit is drie, vier of vijf keer gebeurd. Het is gebeurd in de slaapkamer van haar vriendje, terwijl zij op een matras op de grond lag en haar vriendje naast haar op het bed lag te slapen. Het is ook een keer op de bank in de woonkamer gebeurd en in het bed van de vader en moeder van [verdachte], terwijl zij daar televisie keek en [verdachte] aan het douchen was. Er is niemand die het ooit heeft gezien. Haar stiefzus [minderjarige slachtoffer 2] is hetzelfde overkomen. Dat wist [minderjarige slachtoffer 1] al voordat ze op 5 december 2012 aan haar stiefmoeder vertelde wat er was gebeurd. Nadat [minderjarige slachtoffer 1] het aan haar stiefmoeder heeft verteld, heeft ze er vaak met [minderjarige slachtoffer 2] over gesproken.

[minderjarige slachtoffer 2] (geboren 23 juni 2002) heeft tijdens het studioverhoor op 14 januari 2013 – kort samengevat – verteld dat [verdachte] haar neef is en dat ze wel eens bij hem logeerde of speelde. Verdachte heeft haar bij verschillende gelegenheden meerdere keren over haar rug gelikt en is met zijn hand in haar broek geweest en aan haar kont en hij heeft dichtbij het voorste gedeelte waar je mee moet plassen (de rechtbank begrijpt de vagina) gezeten. Het was een keer gebeurd terwijl ze in de woning van verdachte aan het douchen was, een keer op de slaapkamer van [verdachte], terwijl zij daar logeerde en [verdachte] op die kamer in het bed sliep en ook een keer op de bank in de woonkamer. De laatste keer was een jaar geleden geweest, toen ze negen was. Ze weet dat verdachte deze handelingen in de slaapkamer bij [verdachte] heeft verricht omdat er een lampje brandde op de kamer en ze verdachte heeft gezien. Ze heeft verteld dat ze gezien heeft dat verdachte overal haar heeft. Ze heeft verder verteld dat haar moeder er achter is gekomen doordat [minderjarige slachtoffer 1] het had verteld en dat [minderjarige slachtoffer 1] precies hetzelfde was overkomen.

De rechtbank kan op basis van de verklaringen van de beide meisjes enerzijds niet uitsluiten dat het tenlastegelegde heeft plaatsgevonden, maar de rechtbank kan anderzijds evenmin met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vaststellen dat het ten laste gelegde wel heeft plaatsgevonden.

De verklaringen van de beide meisjes worden immers niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel. Er is niemand die kan bevestigen dat wat de meisjes hebben verteld, daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, aangezien er nooit iemand getuige is geweest van de desbetreffende handelingen. De aangiftes, gedaan namens de meisjes en de verklaringen van de moeders van beide meisjes bevatten enkel elementen afkomstig uit hetgeen zij van de meisjes hebben gehoord, zijn aldus afkomstig uit dezelfde bron en kunnen daarom niet tot het (steun)bewijs bijdragen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [minderjarige slachtoffer 1] en [minderjarige slachtoffer 2] over en weer als (schakel)bewijs kunnen worden gebruikt in elkaars zaken, aangezien zij op belangrijke punten overeenstemmen. De rechtbank deelt deze mening niet. Hierbij is van belang dat [minderjarige slachtoffer 1] en [minderjarige slachtoffer 2] elkaar (goed) kennen en dat zij met elkaar over het gedrag van verdachte hebben gesproken, zodat niet valt uit te sluiten dat zij elkaar hebben beïnvloed. De rechtbank betrekt hierbij dat het verklaringen zijn van relatief jonge meisjes die verklaren over gebeurtenissen van een jaar – of langer – geleden.
De deskundige heeft in zijn rapport van 20 oktober 2013 de betrouwbaarheid van de verklaringen van beide meisjes beoordeeld. In dit rapport – welk rapport op zichzelf geen bewijsmiddel is en aldus niet tot het bewijs kan bijdragen – heeft de deskundige weliswaar aangegeven dat het niet waarschijnlijk is dat de beide meisjes elkaar hebben beïnvloed, maar – zoals ter zitting door hem is bevestigd – kan hij dit evenmin uitsluiten.

Gelet op het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat nu niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat het tenlastegelegde heeft plaatsgevonden, het feit niet bewezen kan worden en verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

6. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en subsidiair en 2 primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M. Daalmeijer, voorzitter,

mr. N.E. Kwak en mr. L.C. Bannink, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier D.L. Meyer,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 april 2014.

Mr. Bannink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.