Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:4207

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-04-2014
Datum publicatie
15-05-2014
Zaaknummer
AWB-13_1481
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. Beroep per e-mail is niet mogelijk maar rechtbank heeft nagelaten eiser, op grond van art. 2:15 Awb, het verzuim te laten herstellen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht, geldigheid: 2014-05-15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: ALK 13/1481

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2014 op het verzet tegen een uitspraak van deze rechtbank van 7 november 2013 in de zaak van:

[naam opposant] (hierna: [opposant]), te Uithoorn.

Procesverloop

De rechtbank heeft bij uitspraak van 7 november 2013 het door [opposant] ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [opposant] bij brief van 17 december 2013 verzet gedaan.

De rechtbank heeft het verzet ter zitting behandeld op 1 april 2014. [opposant] is verschenen.

Overwegingen

1.

De rechtbank heeft in haar uitspraak van 7 november 2013 geoordeeld dat [opposant] buiten de daartoe gestelde termijn beroep heeft ingesteld. De rechtbank heeft in de argumenten van [opposant] geen goede verontschuldiging gezien voor de te late indiening van zijn beroepschrift. De rechtbank ziet zich nu voor de vraag gesteld of ze het beroep van [opposant] terecht kennelijk niet-ontvankelijk heeft geacht.

2.

[opposant] voert aan dat hij zijn beroepschrift op 15 augustus 2013 per post heeft verzonden. Dat het pas op 20 augustus 2013 door de rechtbank is ontvangen, kan hem niet worden verweten. Ter zitting heeft hij nog verklaard dat op 15 augustus 2013 ook beroep heeft ingesteld per e-mail. Enkele dagen later ontving hij van de rechtbank een e-mailbericht met de mededeling dat hij niet op deze wijze een beroepschrift kon indienen.

3.

De rechtbank overweegt dat de datum in het poststempel op de envelop waarin zij Huismans beroepschrift heeft ontvangen 20 augustus 2013 is. Gezien deze omstandigheid is het aan [opposant] om aannemelijk te maken dat hij zijn beroepschrift eerder en wel uiterlijk op de laatste dag van de beroepstermijn - in dit geval 16 augustus 2013 - ter post heeft bezorgd. Dat heeft [opposant] naar het oordeel van de rechtbank niet gedaan. Zijn enkele stelling dat dit zo is, vindt de rechtbank niet genoeg.

4.

Wel heeft de rechtbank na de zitting vastgesteld dat zij op 15 augustus 2013 een e‑mail van [opposant] heeft ontvangen waarin hij meedeelt beroep in te stellen. Op 20 augustus 2012 heeft de rechtbank hierop eiser - ook per e-mail - meegedeeld dat hij op deze wijze geen beroep kan instellen.

5.

Op grond van artikel 8:40a, in samenhang met artikel 2:15, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een bericht elektronisch naar de bestuursrechter worden verzonden, voor zover deze kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. De bestuursrechter kan nadere eisen stellen aan het gebruik van de elektronische weg.

Op www.rechtspraak.nl wordt voor de mogelijkheid om digitaal te procederen tegen een overheidsinstantie verwezen naar de webapplicatie “Digitaal loket bestuursrecht”.

Op grond van artikel 2a van de (destijds geldende) Procesregeling bestuursrecht 2010 neemt de rechtbank een elektronisch ingediend beroep- of verzoekschrift uitsluitend in behandeling, indien het is ingediend via een van de webapplicaties van de rechtbank (http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht).

Op grond van artikel 6:6, aanhef en onder b, van de Awb kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, indien het beroepschrift geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15, van de Awb, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

6.

De rechtbank stelt vast dat Huismans e-mail van 15 augustus 2013 niet is ingediend via een webapplicatie van de rechtbank. Hij heeft zijn e-mail gericht aan een op de website van de rechtbank genoemd e-mailadres, waarbij is vermeld dat het alleen voor zaaksgebonden vragen is en dat algemene juridische vragen en procesinhoudelijke stukken niet per mail in behandeling worden genomen. In haar e-mail aan [opposant] van 20 augustus 2013 heeft de rechtbank hem echter niet de mogelijkheid geboden het verzuim te herstellen. Gelet op artikel 6:6 van de Awb mocht de rechtbank het beroep niet niet-ontvankelijk verklaren voordat ze hem die mogelijkheid had geboden (de rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9982). Vaststaat echter dat [opposant] op 15 augustus 2013 en dus tijdig per e-mail beroep heeft ingesteld, en dat hij (afgaande op het poststempel op de envelop) op de dag waarop de rechtbank hem heeft bericht dat hij niet op deze wijze beroep kon instellen alsnog een beroepschrift per post heeft verzonden, dat de rechtbank op 21 augustus 2013 heeft ontvangen. Daarmee heeft [opposant] feitelijk zijn verzuim hersteld en moet zijn beroep ontvankelijk worden geacht.

7.

De rechtbank concludeert dat het verzet gegrond is. De uitspraak van 7 november 2013 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2014.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Als gevolg van deze uitspraak is de uitspraak, waartegen het verzet was gedaan, vervallen en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.