Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:4024

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-04-2014
Datum publicatie
01-05-2014
Zaaknummer
C/14/1531196/HA ZA 14-113
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vervroegde onteigening; voorschot schadeloosstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht
Sectie Handel & Insolventie

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/14/153196 / HA ZA 14-113

Vonnis van 23 april 2014

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE PROVINCIE NOORD-HOLLAND,

zetelend te Haarlem,

eiseres,

advocaat mr. J.S. Procee,

tegen

GEDAAGDE,

wonend te Berkhout,
gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna “de provincie” en “Gedaagde” genoemd worden.

1.De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding

- de akte houdende overlegging producties

- de akte depot nr. 2014/3

- de akte houdende overlegging exploten van overbetekening

- het tegen Gedaagde verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Bij Koninklijk Besluit van 25 november 2013, nr. 2013002337, gepubliceerd in de Staatscourant van 12 december 2013, nr. 33996 (hierna: het KB), is op het verzoek van de provincie Noord-Holland bij brief van 6 maart 2013, kenmerk 83097/151058, een aantal onroerende zaken ten algemenen nutte en ten name van de provincie ter onteigening aangewezen ingevolge artikel 72a van de Onteigeningswet (Ow) ten behoeve van het project N23 Westfrisiaweg, deeltraject 2 “Obdam-A7”, betreffende de reconstructie van de provinciale wegen N507 en N243, vanaf de brug over de Ringvaart (N507), de grens met de gemeente Heerhugowaard (km 2.322) tot en met de kruising met de provinciale weg N247 (km 3.361), alsmede de aanleg en de aanpassingen van de aansluitingen van de provinciale wegen N243 en N247 op de rijksweg A7 (ter hoogte van km 3.150), met bijkomende werken in de gemeente Koggenland.

2.2.

In het KB is Gedaagde aangewezen als eigenaar van de volgende ter onteigening aangewezen onroerende zaken:

- grondplannummer 169, een deel van 00.17.04 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Wester-Koggenland, sectie AB, nummer 647, totaal groot 02.41.50 ha, kadastraal omschreven als “Terrein (Akkerbouw)”;

- grondplannummer 212, een deel van 00.10.93 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Wester-Koggenland, sectie AB, nummer 557, totaal groot: 29.23.90 ha, kadastraal omschreven als “Bedrijvigheid (Agrarisch) Terrein (Grasland)”.

2.3.

De provincie heeft op 20 september 2013 op de voet van artikel 54a Ow ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend, strekkende tot vervroegde opneming en benoeming van een rechter-commissaris en deskundigen.

2.4.

Bij beschikking van 10 oktober 2013 in de zaak met zaaknummer / rekestnummer: C/14/148826 / HA RK 13/92 heeft de rechtbank onder meer een deskundigenonderzoek bevolen voor opneming van de ligging en gesteldheid van genoemde onroerende zaken en drie deskundigen benoemd.

2.5.

Op 15 januari 2014 heeft de plaatsopneming plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is gemaakt.

3 De standpunten van partijen

3.1.

De provincie vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
bij vervroeging uit zal spreken de onteigening van de onder nummer 2.2 van dit vonnis genoemde, ter onteigening aangewezen onroerende zaken, ten name van de provincie, vrij van alle lasten en rechten en
a) bij aanvaarding van het aanbod door Gedaagde het bedrag van de schadeloosstelling vast zal stellen op het bedrag van € 16.887,-- voor alle schaden en kosten hoe ook genaamd doch exclusief de kosten van deskundige bijstand en de eventueel door Gedaagde te lijden belastingschade als rechtstreeks en noodzakelijk gevolg van de onteigening;
b) zal bepalen dat de provincie de onder sub 7 en 8 van de dagvaarding beschreven bijkomende aanbiedingen gestand doet,
indien het aanbod door Gedaagde niet wordt aanvaard:
c) het voorschot op de schadeloosstelling zal bepalen op 90% van het aangeboden bedrag, zijnde (afgerond) € 15.200,--;
d) zal bepalen dat geen zekerheid voor de voldoening van de schadeloosstelling nodig is, tenzij deze wordt verlangd en in dat laatste geval zal bepalen dat de provincie zekerheid mag stellen door 100% van het aangeboden bedrag als voorschot te betalen

en voorts:

e) zal bepalen dat het in de procedure met zaak- en rekestnummer C/14/148826 / HA RK 13/92 uit te brengen voorlopig oordeel heeft te gelden als conceptdeskundigenrapport in de onderhavige procedure, en
f) ingevolge artikel 54j lid 2 Ow de data voor nederlegging van het (concept)deskundigenrapport zal vaststellen,
alles kosten rechtens.

3.2.

Gedaagde is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend. Door het verstek moet de door de provincie aangeboden schadeloosstelling worden geacht te zijn verworpen.

4 De beoordeling

4.1.

Nu blijkens de inhoud van de stukken alle op de onderhavige onteigening betrekking hebbende wettelijke voorschriften in acht zijn genomen, zal de rechtbank de vordering tot vervroegde onteigening toewijzen.

4.2.

De rechtbank zal het voorschot op de schadeloosstelling, overeenkomstig de vordering van de provincie, vaststellen op 100% van het bij dagvaarding aangeboden bedrag, te weten € 16.887,--. Een ondubbelzinnige wilsverklaring waarin Gedaagde afstand doet van zekerheidstelling voor de voldoening van een deel van het voorschot op de schadeloosstelling, als het voorschot op het lagere, in de wet als hoofdregel neergelegde, uitgangspunt van 90% wordt bepaald, ontbreekt immers en de provincie heeft subsidiair gevorderd te bepalen dat zekerheid wordt gesteld door 100% van het aangeboden bedrag aan schadeloosstelling als voorschot te betalen.

4.3.

Nu Gedaagde wordt geacht het aanbod van de provincie te hebben verworpen, zal de rechtbank overeenkomstig artikel 54j Ow zich laten voorlichten door deskundigen voor begroting van de schadeloosstelling. Gelet op het hiervoor onder 2.4 en 2.5 vermelde, stelt de rechtbank vast dat de opneming door de deskundigen met betrekking tot de te onteigenen percelen reeds heeft plaatsgehad. Zoals gevorderd zal de rechtbank bepalen dat het voorlopig oordeel van de deskundigen over de waarde van de te onteigenen percelen in de verzoekschriftprocedure heeft te gelden als het concept van het deskundigenrapport in onderhavige procedure. Met betrekking tot de nederlegging van het deskundigenrapport zal de rechtbank uitgaan van de bij brief van 27 maart 2014 bepaalde datum van deponering van het voorlopig oordeel, te weten 7 mei 2014. Partijen krijgen gedurende een maand na deponering van het concept van het deskundigenrapport de gelegenheid daarop te reageren. De datum van nederlegging ter griffie van het definitieve deskundigenrapport zal worden bepaald op twee maanden daarna, te weten op 7 augustus 2014.

4.4.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

spreekt uit de vervroegde onteigening ten name van de provincie, ten behoeve van het project N23 Westfrisiaweg, deeltraject 2 “Obdam-A7”, betreffende de reconstructie van de provinciale wegen N507 en N243, vanaf de brug over de Ringvaart (N507), de grens met de gemeente Heerhugowaard (km 2.322) tot en met de kruising met de provinciale weg N247 (km 3.361), alsmede de aanleg en de aanpassingen van de aansluitingen van de provinciale wegen N243 en N247 op de rijksweg A7 (ter hoogte van km 3.150), met bijkomende werken in de gemeente Koggenland, vrij van alle bestaande lasten en rechten, van de onroerende zaken, die zijn aangeduid op de grondplantekening die ter inzage heeft gelegen en die in het KB nader zijn vermeld als:

- grondplannummer 169, een deel van 00.17.04 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Wester-Koggenland, sectie AB, nummer 647, totaal groot 02.41.50 ha, kadastraal omschreven als “Terrein (Akkerbouw)”;

- grondplannummer 212, een deel van 00.10.93 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Wester-Koggenland, sectie AB, nummer 557, totaal groot: 29.23.90 ha, kadastraal omschreven als “Bedrijvigheid (Agrarisch) Terrein (Grasland)”,

5.2.

bepaalt het door de provincie als onteigenende partij te betalen voorschot op de schadeloosstelling op € 16.887,-- (zestienduizend achthonderdzevenentachtig euro), rechtstreeks te betalen aan Gedaagde,

5.3.

beveelt dat een deskundigenonderzoek zal plaatshebben ter begroting van de schadeloosstelling,

5.4.

bepaalt dat het voorlopig oordeel van de bij beschikking van 10 oktober 2013 van deze rechtbank met zaak- en rolnummer C/14/148826 / HA RK 13/92 benoemde drie deskundigen zal gelden als een conceptdeskundigenrapport ter begroting van de schade in onderhavige procedure,

5.5.

bepaalt dat het definitieve deskundigenrapport uiterlijk 7 augustus 2014 ter griffie van de rechtbank dient te worden gedeponeerd,

5.6.

verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het in de gemeente Koggenland verschijnende Noordhollands Dagblad aan als nieuwsblad waarin overeenkomstig artikel 54 Ow een uittreksel van dit vonnis geplaatst dient te worden,

5.8.

houdt iedere verdere beslissing, waaronder die omtrent de kosten, aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2014.