Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:3889

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-04-2014
Datum publicatie
29-04-2014
Zaaknummer
C/14/152954 / HA RK 14/35
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot wraking wordt afgewezen. Een wrakingsverzoek kan zich enkel richten tegen de thans bij de hoofdzaak betrokken kantonrechter en niet tegen een eventuele opvolger. Het behoort tot het domein van de rechter om procedurele beslissingen te nemen en deze beslissingen leiden in de regel niet tot een wraking. In casu ging het om het gelasten van een comparitie van partijen in een kantonzaak. Evenmin leidt tot wraking dat de kantonrechter niet op voorhand voor de comparitie van partijen wenst over te gaan tot het op de voet van artikel 81 Rv weigeren van de gemachtigde van de wederpartij van de wraker.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: C/14/152954 / HA RK 14/35 WD

Beslissing van 10 april 2014

Op het verzoek tot wraking ingediend door:

1. de besloten vennootschap Morand Juridische Bijstand B.V.,

handelend onder de naam Morand Juristen,

gevestigd en kantoorhoudende te Heerhugowaard;

2. de besloten vennootschap Loterijverlies.nl B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Heerhugowaard;

3. de stichting Stichting Loterijverlies.nl,

gevestigd en kantoorhoudende te Heerhugowaard;

4. de besloten vennootschap [A] Holding B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Heerhugowaard;

5. de stichting Stichting Meldpunt Collectief Onrecht, handelend onder de naam SMCO,

gevestigd en kantoorhoudende te Heerhugowaard,

hierna gezamenlijk te noemen: Morand c.s.,

voor wie in de hoofdzaak optreedt als gemachtigde: mr. J.J.C. Engels,

in deze wrakingsprocedure vertegenwoordigd door de (middellijk) bestuurder: mr. [A].

Het verzoek is gericht tegen:

mr. P.G. Vroom,

hierna te noemen: de kantonrechter.

1 Procesverloop

1.1

Morand c.s. heeft op 13 maart 2014 schriftelijk de wraking verzocht van de kantonrechter in de bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, sectie kanton, locatie Alkmaar aanhangige zaak met zaaknummer 2709095 CV EXPL 14-198, hierna te noemen: de hoofdzaak.

1.2

De kantonrechter heeft niet in de wraking berust en heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd.

1.3

Het verzoek is vervolgens behandeld ter openbare zitting van de wrakingskamer van 2 april 2014, alwaar Morand c.s. is verschenen bij de gemachtigde mr. [A]. Voorts is verschenen de kantonrechter.

2 De beoordeling van het wrakingsverzoek

2.1.

Nu Morand c.s. in het verzoekschrift tot wraking heeft aangegeven om verschillende redenen niet te geloven in een onpartijdige, objectieve en onafhankelijke rechter in de hoofdzaak, stelt de wrakingskamer het volgende voorop.

Het wrakingsverzoek richt zich enkel tegen de kantonrechter die thans met de hoofdzaak is belast. Voor zover Morand c.s. bedoelt te betogen dat een eventuele opvolgende kantonrechter evenmin onpartijdig en onafhankelijk is, valt dit buiten het bestek van onderhavige wrakingsprocedure en kan dit daarom niet tot toewijzing van het wrakingsverzoek leiden.

2.2.

De wrakingskamer overweegt voorts dat een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert.

Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de rechter in de hoofdzaak, grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is. Die feiten of omstandigheden moeten zwaarwegende redenen opleveren voor objectiveerbare twijfel aan de onpartijdigheid.

Het subjectieve oordeel van Morand c.s. is voor de beoordeling van beide toetsen wel belangrijk, maar niet doorslaggevend.

Bovendien kan een wraking niet worden gebruikt als een verkapt rechtsmiddel tegen Morand c.s. onwelgevallige beslissingen van de kantonrechter. Daartoe dient immers het rechtsmiddel van hoger beroep. Dergelijke onwelgevallige beslissingen kunnen volgens vaste jurisprudentie slechts onder de hierboven bedoelde bijzondere omstandigheden een grond voor wraking opleveren.

Met inachtneming van het voorgaande overweegt de wrakingskamer als volgt.

2.3.

Morand c.s. voert aan dat de kantonrechter zonder de hoofdzaak inhoudelijk te hebben bekeken, gehandhaafd heeft de door de vorige kantonrechter genomen beslissing om in de hoofdzaak een comparitie van partijen te gelasten.

De wrakingskamer overweegt als volgt. Het behoort tot het domein van de rechter om niet alleen inhoudelijke beslissingen over het aan hem voorgelegde geschil te nemen maar ook procedurele beslissingen als deze. Gelet daarop kunnen ook deze procedurele beslissingen er in de regel niet toe leiden dat een rechter wordt gewraakt.

Daarbij komt dat uit artikel 131 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) volgt dat in procedures zoals de hoofdzaak het gelasten van een comparitie van partijen uitgangspunt is. Gelet op dit uitgangspunt valt zonder nadere onderbouwing van Morand c.s. niet in te zien waarom (het handhaven van) deze enkele procedurele beslissing duidt op enige (schijn van) partijdigheid van de kantonrechter.

Voor zover Morand c.s. de juistheid van de beslissing van de kantonrechter bestrijdt, is het niet aan de wrakingskamer om daarover een oordeel te geven.

Deze wrakingsgrond is vergeefs voorgesteld.

2.4.

Ter onderbouwing van het verzoek voert Morand c.s. voorts aan dat de kantonrechter ten onrechte weigert gebruik te maken van zijn in artikel 81 Rv gegeven bevoegdheid om ambtshalve mr. L. Le, die in de hoofdzaak als gemachtigde van de wederpartij van Morand c.s. optreedt (hierna: mr. Le), te weigeren als gemachtigde. Er bestaat, aldus Morand c.s., voldoende aanleiding om mr. Le al voorafgaande aan de comparitie van partijen te weigeren. Mr. Le heeft zich schuldig gemaakt aan het schenden van elementaire fatsoensnormen alsmede aan afpersing, aldus Morand c.s.

De wrakingskamer overweegt als volgt. Een rechter dient de nodige terughoudendheid te betrachten bij de toepassing van de in artikel 81 Rv gegeven bevoegdheid. Voorts dient daarbij het beginsel van hoor- en wederhoor in acht te worden genomen.

Het ter zitting gevoerde betoog van de kantonrechter dat hij niet in dit stadium van de hoofdzaak een beslissing wenst te nemen over de eventuele weigering van mr. Le als gemachtigde, maar op de comparitie naar bevind van zaken wenst te handelen, is dan ook begrijpelijk. Te meer nu mr. [A] ter zitting van de wrakingskamer heeft verklaard dat Morand c.s. geen aangifte heeft gedaan tegen de gestelde afpersing.

Al met al is hiermee niet gebleken van enige schijn van partijdigheid. Ook deze wrakingsgrond is vergeefs voorgesteld.

2.5.

Tot slot voert Morand c.s. aan dat in een andere werknemerskwestie waarbij Stichting Meldpunt Collectief Onrecht betrokken is geweest, de kantonrechter aangegeven heeft “ondergetekende” te volgen. Desgevraagd is ter zitting beaamd dat met ondergetekende wordt gedoeld op mr. [A].

Nu iedere verdere toelichting ontbreekt en ter zitting door mr. [A] ook niet kon worden gegeven, is het de wrakingskamer niet duidelijk wat Morand c.s. hiermee bedoelt. Voor zover Morand c.s. betoogt dat de kantonrechter in een andere juridische procedure een bepaalde door mr. [A] gedane feitelijke of juridische bewering voor juist heeft aangenomen, rechtvaardigt dit niet de bij Morand c.s. bestaande vrees voor partijdigheid bij de kantonrechter. Ook deze wrakingsgrond is dus vergeefs voorgesteld.

2.6.

De feiten en omstandigheden die Morand c.s. ter onderbouwing van het verzoek naar voren heeft gebracht, zowel afzonderlijk als bezien in hun onderlinge samenhang, leveren geen grond op voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden en vormen derhalve geen grond voor wraking. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.

3 Beslissing

De rechtbank

3.1

wijst het verzoek tot wraking van de kantonrechter af,

3.2

beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de kantonrechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,

3.3

beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek en beveelt dat die zaak daartoe in handen wordt gesteld van de voorzitter van het team kanton, locatie Alkmaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, voorzitter, mr. S.M. Jongkind-Jonker en mr. M. Kraefft, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. W.T. Delleman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2014.

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.