Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:3771

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30-04-2014
Datum publicatie
13-05-2014
Zaaknummer
AWB-13_3022 bz
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wob-verzoek strekkende tot openbaarmaking van alle informatie over een jachtveld.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is komen vast te staan dat de gegevens waarop het verzoek van eiser ziet en die onder verweerder berusten, door verweerder zijn vergaard naar aanleiding van een aangifte van eiser teneinde vast te stellen of sprake is van een strafbaar feit. De kaart waarop eiser doelt is daarbij gebruikt als hulpmiddel. Verweerder heeft in het kader van het onderzoek de betreffende kaart bewerkt en daarbij gebruik gemaakt van door jachtaktehouders verstrekte overeenkomsten.

Gelet hierop moet de kaart geacht worden gegevens te bevatten die al dan niet in combinatie met andere gegevens zo kenmerkend zijn voor betreffende personen, in dit geval de jachtaktehouders, dat deze daarmee kunnen worden geïdentificeerd. Er is derhalve sprake van persoonsgegevens die in het kader van de uitoefening van de politietaak zijn verwerkt in de in de zin van artikel 1, onder a, van de Wpg. Verweerder heeft gelet hierop terecht verstrekking van deze gegevens aan eiser geweigerd.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht, geldigheid: 2014-05-13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 13/3022

uitspraak van de meervoudige kamer van 30 april 2014 in de zaak tussen

[naam], te [woonplaats], eiser

en

de korpschef van politie, verweerder

(gemachtigde: L. Seinen).

Procesverloop

Bij besluit van 7 augustus 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser om verstrekking van alle aanwezige informatie over het jachtveld dat onderdeel is van de [locatie] gelegen te [plaatsnaam] deels toegewezen en voor het overige afgewezen.

Bij besluit van 21 mei 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Eiser heeft geen toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 april 2014.

Eiser is verschenen, vergezeld van zijn echtgenote. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en door W. Peper, coördinator korpscheftaken.

Overwegingen

1.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verstrekt een bestuursorgaan bij de uitvoering van zijn taak, onverminderd het elders bij wet bepaalde, informatie overeenkomstig deze wet en gaat het daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Ingevolge het vijfde lid wordt een verzoek om informatie ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11.

Ingevolge artikel 1 van de Wet politiegegevens (Wpg) wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:

a. politiegegeven: elk persoonsgegeven dat in het kader van de uitoefening van de politietaak wordt verwerkt;

[…];

c. verwerken van politiegegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot politiegegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, vergelijken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van politiegegevens;

d. verstrekken van politiegegevens: het bekend maken of ter beschikking stellen van politiegegevens;

[…];

g. betrokkene: degene op wie een politiegegeven betrekking heeft;

[…].

m. persoonsgegeven, ontvanger en toestemming van de betrokkene: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens;

[…]

Ingevolge artikel 3, eerste lid, worden politiegegevens slechts verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor de bij of krachtens deze wet geformuleerde doeleinden.

Bij en krachtens de artikelen 16 tot en met 24 is bepaald aan welke personen politiegegevens moeten of mogen worden verstrekt.

Ingevolge artikel 1 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:

a. persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

[…]

2.

Eiser heeft verzocht om verstrekking van alle bij verweerder aanwezige informatie inzake de grootte, samenstelling en indeling van het jachtveld bij [locatie], gelegen in de directe nabijheid van zijn woning.

3.

Verweerder heeft eiser hierop een kaart van het betreffende gebied verstrekt alsmede jachthuurovereenkomsten, jachtrechtovereenkomsten en beheer- en schadebestrijdingsovereenkomsten onder weglakking van persoonsgegevens. Verweerder heeft geweigerd een bewerkte kaart van de jachtvelden te verstrekken.
In het bestreden besluit heeft verweerder zich primair op het standpunt gesteld dat de niet verstrekte informatie moet worden aangemerkt als politiegegevens in de zin van artikel 1, onder a, van de Wpg. Verstrekking van de verzochte gegevens op grond van de Wpg aan eiser is niet mogelijk, omdat deze gegevens geen betrekking op hem hebben en hij evenmin behoort tot een in de Wpg genoemde categorie van personen aan wie politiegegevens mogen worden verstrekt.

4.

Eiser kan zich met de beperkte verstrekking niet verenigen. Hij stelt zich op het standpunt dat de kaart waarop inzichtelijk is gemaakt hoe groot de jachtvelden zijn en waar zij zijn gesitueerd geen politiegegevens bevat en derhalve dient te worden verstrekt door verweerder.

5.

De rechtbank stelt vast dat eiser de rechtbank geen toestemming heeft gegeven kennis te nemen van de stukken hier in geschil. De rechtbank is van oordeel niettemin een inhoudelijk oordeel te kunnen geven over de door eiser aangevoerde gronden.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

6.

Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (bijvoorbeeld de uitspraak van 5 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY5104) volgt dat de Wpg een uitputtende regeling bevat voor de verstrekking van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van die wet. Voor zover gegevens als politiegegevens in de zin van die bepaling moeten worden aangemerkt, is er geen plaats voor toepassing van de Wob op een verzoek om verstrekking van die gegevens. Bij de beoordeling of gegevens als politiegegevens dienen te worden aangemerkt, is onder meer bepalend of die gegevens een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon betreffen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 29 september 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN8578), dient daarbij te worden beoordeeld of die gegevens alleen of in combinatie met andere gegevens zo kenmerkend zijn voor die persoon dat deze daarmee kan worden geïdentificeerd. Bij deze beoordeling mogen alle middelen worden betrokken waarvan mag worden aangenomen dat zij redelijkerwijs door de verantwoordelijke dan wel enig ander persoon zijn in te zetten om die persoon te identificeren (Kamerstukken II 1997/98, 25 892, nr. 3, blz. 45-50).

6.1

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is komen vast te staan dat de gegevens waarop het verzoek van eiser ziet en die onder verweerder berusten, door verweerder zijn vergaard naar aanleiding van een aangifte van eiser teneinde vast te stellen of sprake is van een strafbaar feit. De kaart waarop eiser doelt is daarbij gebruikt als hulpmiddel. Verweerder heeft in het kader van het onderzoek de betreffende kaart bewerkt en daarbij gebruik gemaakt van door jachtaktehouders verstrekte overeenkomsten.

6.2

Gelet hierop moet de kaart geacht worden gegevens te bevatten die al dan niet in combinatie met andere gegevens zo kenmerkend zijn voor betreffende personen, in dit geval de jachtaktehouders, dat deze daarmee kunnen worden geïdentificeerd. Er is derhalve sprake van persoonsgegevens die in het kader van de uitoefening van de politietaak zijn verwerkt in de in de zin van artikel 1, onder a, van de Wpg. Verweerder heeft gelet hierop terecht verstrekking van deze gegevens aan eiser geweigerd.

7.

Het beroep is ongegrond.

8.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, voorzitter, mr. A.C. Terwiel-Kuneman en mr. S.M. van Velsen, leden, in aanwezigheid van mr. Y.R. Boonstra - van Herwijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2014.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.