Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:3333

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-03-2014
Datum publicatie
14-04-2014
Zaaknummer
C/14/152730/KG ZA 14/68
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil over aangekondigde executieverkoop woning. Gevorderde verbod wordt toegewezen. Hypotheekhouder onvoldoende eigen belang om op dit moment tot verkoop van de woning over te gaan. Geen achterstanden in betalingen. Alleen afgeleid belang beslaglegger die het in 2012 gelegde beslag nog niet heeft doen volgen door verdere invorderingsmaatregelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

CVZ/AS

KG nummer: C/14/152730/KG ZA 14/68

datum: 14 maart 2014

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

[voornamen] [eiser],

wonende te Bergen (NH),

EISER IN CONVENTIE IN KORT GEDING,

VERWEERDER IN RECONVENTIE IN KORT GEDING,

advocaat mr. J.H. Prins te Den Helder,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DENTRAX B.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Beverwijk,

GEDAAGDE IN CONVENTIE IN KORT GEDING,

EISERES IN RECONVENTIE IN KORT GEDING,

advocaat mr. S. Hartog te Alkmaar.

Partijen zullen verder worden genoemd “[eiser]” respectievelijk “Dentrax”.

1 HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 10 maart 2014 zijn verschenen [eiser] vergezeld van mr. Prins voornoemd en namens Dentrax de heer[naam 1] vergezeld van mr. Hartog voornoemd.

[eiser] heeft in conventie gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Dentrax heeft de vordering bestreden en een eis in reconventie ingesteld. [eiser] heeft tegen die vordering verweer gevoerd.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van [eiser] de originele dagvaarding en van de zijde van Dentrax een pleitnotitie, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2 DE UITGANGSPUNTEN

in conventie en in reconventie

2.1

[eiser] is erfpachter van een onroerende zaak aan de [adres]te Bergen (NH), hierna de woning.

2.2

Op (het erfpachtsrecht op) de woning rust een hypotheekrecht van Dentrax voor een bedrag van aanvankelijk € 230.000,--. De aflossing voor [eiser] bedraagt € 850,-- per maand en de maandelijkse rente bedraagt 6%.

2.3

De hypotheekakte is gepasseerd op 15 februari 2011 en houdt voor zover hier van belang het volgende in:

“(…)

BEPALINGEN INZAKE DE GELDLENING

De geldlening is aangegaan onder de navolgende bepalingen:

Artikel 1: Looptijd

De looptijd van de lening is dertig jaar en eindigt derhalve op vijftien februari tweeduizend eenenveertig.

(…)

Artikel 4 opeisbaarheid

De hoofdsom is direct opeisbaar en dient met de lopende rente en de eventueel achterstallige rente te worden terugbetaald, indien en zodra een of meer van de navolgende gevallen zich voordoet, te weten:

(…)

f. bij executoriaal beslag op een goed van de schuldenaar, bij faillissement of surséance van de schuldenaar of aanvrage daartoe, bij toepassing verklaring van de wettelijke schuldsaneringsregeling op de schuldenaar en in alle andere gevallen waarin hij het vrije beheer over een of meer van zijn goederen verliest;

g. bij inbeslagneming van het onderpand. (…)”

2.4

[eiser] voldoet maandelijks aan Dentrax een bedrag van € 2.000,-- voor rente en aflossing. De restant hypotheekschuld bedraagt op dit moment ruim € 196.000,--.

2.5

Op 13 april 2012 is door de ABN AMRO Bank ten laste van [eiser] executoriaal beslag gelegd op (het erfpachtsrecht op) de woning. De ABN AMRO heeft het beslag tot op heden niet doen volgen door enige verdere tot invordering strekkende maatregel.

2.6

Bij brief van 21 januari 2014 heeft Dentrax de hypotheek opgezegd in verband met het op de woning rustende executoriaal beslag en de restant hoofdsom opgeëist. Er is een executieveiling aangezegd tegen 17 maart 2014.

3 DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

in conventie en in reconventie

3.1

[eiser] vordert in conventie – verkort weergegeven – primair dat het Dentrax verboden wordt de aangezegde veiling te laten doorgaan op 17 maart 2014 en subsidiair dat een voorziening wordt gegeven die de voorzieningenrechter in goede justitie meent te behoren, een en ander met veroordeling van Dentrax in de kosten van dit geding.

3.2

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat Dentrax misbruik maakt van haar executierecht. Hij stelt dat er geen achterstand bestaat met betrekking tot de hypotheekbetalingen. Voorts voert hij aan dat Dentrax van het executoriaal beslag op de woning geen last heeft, nu ABN AMRO (nog) niet de executie van de woning heeft aangekondigd en dat er derhalve voor Dentrax geen noodzaak bestaat om de executie als eerste hypotheekhouder over te nemen. [eiser] stelt dat ook niet te verwachten valt dat ANB AMRO op korte termijn tot executie van de woning zal overgaan, aangezien een openbare verkoop van de woning onvoldoende zou opbrengen om ook de vordering van ABN AMRO (deels) te voldoen, zodat de bank bij die verkoop op dit moment geen belang heeft. [eiser] benadrukt dat indien Dentrax de executieverkoop van de woning op 17 maart 2014 zal doorzetten, de opbrengst waarschijnlijk zo laag is dat er ten aanzien van Dentrax een aanzienlijke restschuld zal overblijven. Voorts voert hij aan dat op de woning een kettingbeding rust dat de eigenaar van de woning, op straffe van een boete, verplicht tot het zelf bewonen van de woning, waardoor aankoop van de onroerende zaak voor handelaren niet aantrekkelijk is, hetgeen eveneens invloed zal hebben op de belangstelling voor de woning en de prijs. Daarnaast verklaart hij dat hij de woning heeft gekocht van Woningstichting en dat Woningstichting contractueel gehouden is mee te bieden bij verkoop, hetgeen door Woningstichting ook is gedaan door het indienen van een onderhands bod bij de notaris van

€ 207.000,--, welk onderhands bod door Dentrax echter niet is geaccepteerd.

3.3

Dentrax heeft verweer gevoerd. Zij heeft betoogd dat tussen partijen overeengekomen was dat de hypothecaire lening voor beperkte tijd zou worden verstrekt, namelijk voor een periode van zes maanden tot maximaal twee jaar, welke termijn inmiddels is verstreken. Zij heeft gesteld dat die termijn niet schriftelijk is vastgelegd omdat haar directeur, [voorletter] [naam 2], bevriend was met [eiser]. Daarbij heeft zij er op gewezen dat [naam 2] niet in persoon aanwezig was bij het passeren van de akte. Voorts heeft zij verklaard dat zij als gevolg van het executoriaal beslag ontdekt heeft dat [eiser] nog een grote andere schuld onbetaald gelaten heeft en dat bovendien het onderpand in waarde achteruit gaat omdat het onvoldoende onderhouden wordt. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat zij op grond van de bepalingen in de hypotheekakte de hypotheek kan opzeggen in verband met het gelegde executoriaal beslag en dat zij belang heeft bij veilen op dit moment omdat het pand thans nog voldoende waarde vertegenwoordigt om naast terugbetaling van de openstaande restantschuld ook nog een deel van de vordering van ABN AMRO te kunnen voldoen. Zij heeft ter zitting toegezegd dat de woning bij een lager bod dan het eerdere bod van de Woningstichting ad € 207.000,-- niet zal worden gegund.

3.4

In reconventie heeft Dentrax gevorderd dat [eiser] zal worden gelast om op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag medewerking te verlenen aan de veiling en de ontruiming, door tot ontruiming van de onroerende zaak over te gaan binnen tien dagen nadat de woning vergund is op de veiling en de koper de wens tot ontruiming middels deurwaardersexploot aan [eiser] kenbaar heeft gemaakt.

3.5

Dentrax legt aan haar vordering ten grondslag dat, nu [Eiser] tot op heden niet meewerkt aan de voorgenomen verkoop van de woning, de verwachting bestaat dat hij ook na verkoop niet onvoorwaardelijk zal meewerken. Dentrax acht dat onrechtmatig en vordert zekerheidshalve een voorziening om dat handelen te keren.

3.6

[eiser] heeft verweer gevoerd tegen deze vordering op de gronden als door hem aangevoerd in conventie.

3.7

Voor zover voor de beslissing van belang zal hierna inhoudelijk worden ingegaan op de verschillende standpunten.

4 DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1

Beoordeeld dient te worden of er grond bestaat Dentrax te verbieden over te gaan tot de aangezegde executoriale verkoop van het pand. Dentrax heeft als hypotheekhouder het recht van parate executie indien [eiser] in verzuim is met de voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt (artikel 3:268 lid 1 BW). Gelet op het bepaalde in de hypotheekakte is [eiser] in geval er executoriaal beslag wordt gelegd gehouden tot terugbetaling van het restant van de hoofdsom ineens. Vast staat dat [eiser] daartoe alleen in staat is indien de woning wordt verkocht, welke verkoop door het beslag wordt verhinderd.

4.2

In beginsel heeft Dentrax onder deze omstandigheden het recht van parate executie. Een hypotheekhouder kan evenwel misbruik maken van dat recht en is gehouden bij de uitoefening van haar executiebevoegdheid ook rekening te houden met de belangen van de schuldenaar. Bij de beantwoording van de vraag of daarvan in casu sprake is, is uitgangspunt dat de executie er toe moet kunnen strekken om hetzij het eigen verhaalsbelang van Dentrax te dienen, hetzij het verhaalsbelang van de beslaglegger, in het geval waarin (mede) ten behoeve van die beslaglegger wordt geëxecuteerd. Verder kan er niet aan worden voorbijgezien dat de beoogde executie strekt tot verkoop van een woning die door [eiser] wordt gebruikt voor de huisvesting van gezinsleden.

Eigen verhaalsbelang

4.3

Tussen partijen is niet in geschil dat er geen achterstand bestaat met betrekking tot de betaling van rente en aflossing door [eiser] aan Dentrax, zodat er op dit punt geen sprake is van verzuim van [eiser]. Dat niet alle betalingen stipt op tijd zijn bijgeschreven, zoals door Dentrax is betoogd, maakt dit naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet anders.

4.4

Het standpunt van Dentrax dat oorspronkelijk afgesproken was dat sprake zou zijn van een kortlopende hypothecaire geldlening is, in het licht van de betwisting door [eiser] en het gestelde in de akte, niet voldoende aannemelijk geworden. Om die reden dient uitgegaan te worden van hetgeen vermeld is in de hypotheekakte, waarin een looptijd van dertig jaar is opgenomen. Het betoog dat [naam 2] niet in persoon bij het passeren van de akte aanwezig is geweest leidt niet tot een ander oordeel, nu [eiser] onweersproken heeft aangevoerd dat de akte op aanwijzingen van [naam 2] is opgesteld en gepasseerd door de vaste notaris van [naam 2].

4.5

Voorts is door Dentrax betoogd dat zij belang heeft bij executoriale verkoop van de woning op dit moment aangezien de waarde van de woning afneemt omdat deze onvoldoende wordt onderhouden, terwijl onderdeel van de hypotheekvoorwaarden is dat het onderpand voldoende onderhouden wordt. Door [eiser] is daartegenover onder meer aangevoerd dat hij maandelijks aflost op de lening van Dentrax en dat de woning onlangs is getaxeerd op een onderhandse waarde van € 248.000,-- zodat de woning (mits op verstandige wijze verkocht) als onderpand nog altijd voldoende zekerheid biedt voor een eventueel nodig verhaal van de restant hoofdsom van de lening.

4.6

Dit betoog van [eiser] slaagt. Door Dentrax is niet aannemelijk gemaakt dat er een kans bestaat dat de woning door gebrekkig onderhoud in de toekomst onvoldoende verhaal zal bieden voor de invordering van de verstrekte lening. Gelet op het patroon in de maandelijkse betalingen door [eiser] en de stand van de uitstaande schuld wordt er op dit moment maandelijks ca. € 1.000,-- op de schuld afgelost. Niet betwist is dat de woning is getaxeerd op een waarde van € 248.000,-- bij reguliere onderhandse verkoop. Het is bij die stand van zaken niet goed voorstelbaar dat de verhaalswaarde zal dalen tot onder het niveau van de uitstaande schuld.

Verhaalsbelang beslaglegger

4.7

Door Dentrax is het standpunt ingenomen dat zij op grond van artikel 4 aanhef en onder f en g bevoegd is de hoofdsom ineens op te eisen. Zij heeft ter toelichting opgemerkt dat er inmiddels twee jaar lang executoriaal beslag rust op het onderpand en [eiser] nog geen (begin van een) oplossing heeft aangeboden voor die situatie. Zij heeft aangevoerd dat zij lang genoeg geduld heeft gehad met [eiser].

4.8

[eiser] heeft benadrukt dat ABN AMRO bij gebrek aan belang de executie van de woning nog niet heeft aangezegd, zodat Dentrax geen belang heeft bij overname van de executie van ABN AMRO.

4.9

Bij de beoordeling van een en ander staat voorop dat het er, mede gelet op hetgeen in 4.3 – 4.5 is overwogen, niet om gaat of Dentrax voldoende geduld heeft gehad met [eiser], maar of aannemelijk is dat ABN AMRO zich op het standpunt heeft gesteld dat Dentrax ten behoeve van het verhaal van de vordering van de bank de executie ter hand moet nemen. Dat is niet het geval. Uit niets blijkt dat er sprake is van aandrang van de zijde ABN AMRO om tot executie te komen. Integendeel, aannemelijk is dat ook de heer [naam 2] van Dentrax inmiddels financieel in zwaar weer terecht gekomen is en dat hij het gegeven dat er in 2012 executoriaal beslag op de woning is gelegd, heeft aangegrepen om te komen tot het genereren van liquiditeit door het uitwinnen van de hypotheek op de woning van [eiser]. Dentrax heeft contact gezocht met ABN AMRO om navraag te doen wat de stand van zaken is met betrekking tot het executoriale beslag. Zij heeft weliswaar betoogd dat namens ABN AMRO in dat overleg is meegedeeld dat deze voornemens is zelf de executie ter hand te nemen als Dentrax niet tot executieverkoop overgaat, maar dat blijkt geenszins uit de overgelegde stukken. Er ligt niet meer dan een e-mail van de advocaat van de ABN AMRO waarin deze schrijft “U liet mij weten dat Dentrax overweegt de executie van de [adres]aan te zeggen. Mocht Dentrax hiertoe niet op korte termijn overgaan, zal ik ABN AMRO adviseren zelf de executie ter hand te nemen”. Dat is onvoldoende om aan te nemen dat ABN AMRO daadwerkelijk tot executie wenst te komen. Mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is niet uitgesloten dat zij in 2012 en/of later bewust heeft besloten met executie te wachten. De omstandigheid dat maandelijks op de schuld aan Dentrax wordt afgelost brengt immers mee dat de kans dat die executie mede het belang van ABN AMRO dient met het verstrijken van de tijd toeneemt. Ook de algemeen bekende stand van zaken op de woningmarkt lijkt eerder aanleiding om te wachten dan om haast te maken.

4.10

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat Dentrax op dit moment onvoldoende rechtens te respecteren belang heeft bij executoriale verkoop van de woning en derhalve misbruik maakt van haar executierecht. In conventie kan het door [eiser] primair gevorderde verbod derhalve worden toegewezen.

4.11

Gelet op de beslissing in conventie dient de reconventionele vordering te worden afgewezen.

4.12

Dentrax zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding in conventie en in reconventie.

5 DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

in conventie

- verbiedt Dentrax om conform haar aanzegging bij exploot d.d. 13 februari 2014 over te gaan tot het openbaar doen verkopen van de aan [eiser] in eigendom toebehorende onroerende zaak aan de [adres]te [postcode] Bergen (NH) op maandag 17 maart 2014 ten overstaan van notaris mr.[naam notaris] of diens plaatsvervanger;

- veroordeelt Dentrax in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 375,80 aan verschotten en op € 816,- aan salaris advocaat;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

- weigert de gevorderde voorziening;

- veroordeelt Dentrax in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op nihil.

Gewezen door mr. A.H. Schotman, voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland en uitgesproken door mr. J.H. Gisolf ter openbare terechtzitting van 14 maart 2014 in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier.