Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:3310

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26-02-2014
Datum publicatie
11-04-2014
Zaaknummer
C/14/148251 / FA RK 13-1700
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Echtscheiding naar Turks recht en eerst ter zitting door de man gevoerd verweer in strijd geacht met de goede procesorde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Alkmaar

zaaknummer / rekestnummer: C/14/148251 / FA RK 13-1700

Beschikking d.d. 26 februari 2014 betreffende de echtscheiding

in de zaak van:

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. F. Westenberg, gevestigd te Hoorn Nh,

tegen

[de man],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de man,

raadsman mr. A. Kotan, gevestigd te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 26 augustus 2013;

- de referteverklaring van de man, ingekomen op 26 augustus 2013;

- de correspondentie waaronder:

 het bericht van de vrouw van 6 november 2013;

 het bericht van 12 februari 2014, waarbij mr. Kotan zich stelt als advocaat van de man.

1.2.

Bij het verzoekschrift is een convenant gevoegd.

1.3.

Bij de stukken bevindt zich het ouderschapsplan.

1.4.

De behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 13 februari 2014.

Bij die gelegenheid zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door mr. Westenberg en de man, bijgestaan door mr. Kotan.

2 De beoordeling

2.1.

Partijen zijn met elkaar gehuwd op [huwelijksdatum] te [plaats]. De vrouw heeft de Nederlandse en de Turkse nationaliteit. De man heeft de Turkse nationaliteit.

2.2.

De minderjarige kinderen van partijen zijn:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].

2.3.

Scheiding

2.3.1.

De vrouw heeft verzocht met toepassing van Turks recht de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Zij heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft zich zowel ten aanzien van het verzoek tot echtscheiding als de toepassing van Turks recht aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

2.3.2.

Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van partijen zich in Nederland bevond, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.

2.3.3.

Op grond van artikel 10:56 lid 2 onder a van het Burgerlijk Wetboek is Turks recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing. De vrouw heeft immers een daartoe strekkende rechtskeuze gedaan, met welke keuze de man, blijkens een door hem ondertekende verklaring instemming toepassing Turks recht, heeft ingestemd.

2.3.4.

Op grond van het bepaalde in artikel 166 van het Turkse Burgerlijk Wetboek dient de rechter zich ervan te overtuigen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en dat er geen herstel mogelijk is van de huwelijkse verhoudingen. Partijen dienen zulks ten overstaan van de rechter te verklaren, waarbij de rechter zich er voorts van moet overtuigen dat partijen deze verklaring vrijwillig afleggen.

2.3.5.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben zowel de vrouw als de man verklaard dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht en dat zij geen mogelijkheden zien voor herstel van de huwelijkse verhoudingen. Naar het oordeel van de rechtbank is het aannemelijk geworden dat partijen hun verklaringen in vrijwilligheid hebben afgelegd. Op grond van het vorenstaande zal het verzoek tot echtscheiding, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.

2.3.6

Partijen hebben onderling een regeling getroffen die is vermeld in het aan deze beschikking gehechte convenant en ouderschapsplan. Beide stukken zijn door partijen ondertekend en in origineel aan deze rechtbank overgelegd met het verzoek deze te hechten aan de te wijzen beschikking.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de man aangegeven dat hij alsnog verweer wil voeren tegen de in het convenant en het ouderschapsplan opgenomen verplichting tot het betalen van een bijdrage in het levensonderhoud van de minderjarige kinderen van partijen (hierna: kinderbijdrage). De man zou voorts – bij nader inzien - niet willen instemmen met één onderdeel van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.


2.3.7. De rechtbank overweegt dat de man eerder in deze procedure, door indiening van een door hem ondertekende referteverklaring, zonder enig voorbehoud heeft afgezien van de mogelijkheid tot het voeren van verweer in deze procedure. Partijen zijn vervolgens door de rechtbank opgeroepen ten behoeve van de mondelinge behandeling van het verzoek tot het uitspreken van de echtscheiding naar Turks recht, waarbij partijen zich ten overstaan van de rechter dienen uit te laten in de zin als hiervoor in rechtsoverweging 2.3.4. beschreven.

2.3.8.

De man heeft ter zitting aangegeven dat hij de verplichting tot betaling van de kinderbijdrage, die hij reeds in augustus 2013 is aangegaan en waaraan reeds maanden uitvoering is gegeven, bij nader inzien wenst te bestrijden. De man heeft echter geen enkel (schriftelijk) gegeven in het geding gebracht waaruit blijkt dat hij het standpunt inneemt dat de overeengekomen kinderbijdrage niet voldoet aan de wettelijke maatstaven. De advocaat van de vrouw heeft zich in dit verband nog verzet tegen overlegging van gegevens ter zitting, en de rechtbank acht het onder de gegeven omstandigheden in strijd met de goede procesorde dat de man eerst ter gelegenheid van de behandeling - van het echtscheidingsverzoek naar Turks recht - het standpunt inneemt dat de overeengekomen kinderbijdrage niet in overeenstemming is met de wettelijke maatstaven. Dat de man niet akkoord kan gaan met een reeds tussen partijen overeengekomen verdeling op één onderdeel betreft overigens een – mogelijk – geschil dat zich niet leent voor een behandeling in onderhavige procedure. De rechtbank zal de standpunten van de man, die ook op geen enkele wijze zijn onderbouwd, dan ook niet verder in behandeling nemen.
Nu van de zijde van de man geen standpunt is ingenomen dat noopt tot de conclusie dat het convenant (en ouderschapsplan) als tussen partijen gesloten niet rechtsgeldig is (zijn), zal de rechtbank bepalen dat het door partijen ondertekende convenant en ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd te [plaats] op [huwelijksdatum];

3.2.

bepaalt dat het aangehechte convenant en ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking;

3.3.

verklaart de beslissing, met uitzondering van de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.A. van den Berg, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 26 februari 2014.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden..