Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:3118

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
07-04-2014
Datum publicatie
10-11-2014
Zaaknummer
13-331
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Beschikking
Inhoudsindicatie

De VvE heeft het besluit genomen om het gebruik van het privegedeelte van een appartement te ontzeggen wegens overtreding van artikel 9, eerste lid, van het splitsingsreglement. De eigenaar en gebruiker van het appartement hebben een verzoek gedaan ex. artikel 5:130 BW en stellen dat de redelijkheid en billijkheid zich verzet tegen het besluit. De kantonrechter is met de VvE van oordeel dat van haar, gelet op hetgeen in het verleden is gebeurd, alsmede gelet op de incidenten die hebben plaatsgebonden sinds de gegeven waarschuwing, niet langer verlangd kan worden om de overlast te accepteren. Het verzoek wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr/rolnr.: 2590640 EJ VERZ 13-331 (MHA)

Uitspraakdatum: 7 april 2014

Beschikking in de zaak van:

1 [naam verzoeker 1]

wonende te [plaats]

hierna te noemen: [verzoeker 1]

en

2 [naam verzoeker 2]

wonende te [woonplaats]

hierna te noemen: [verzoeker 2]

tezamen verzoekende partij

verder gezamenlijk te noemen: [verzoekers]

gemachtigde: mr. P. van Lingen

tegen

de Vereniging van Eigenaren [naam verweerder]

verwerende partij

verder ook te noemen: de VvE

gemachtigde: mr. C.H.P. Groot-van Ederen.

Het procesverloop

1. [verzoekers]hebben op 29 november 2013 een verzoek ingediend ex artikel 5:130 BW. De VvE heeft vervolgens schriftelijk verweer gevoerd.

2. De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 10 maart 2014. [verzoeker 1] is daar in persoon verschenen, bijgestaan door de voornoemde gemachtigde. [verzoeker 2] is niet verschenen. Namens de VvE zijn verschenen [X] (extern bestuurder van verweerster) en [Y] (huismeester van het appartementencomplex), bijgestaan door de voornoemde gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten ter zitting toegelicht.

3. Vervolgens is bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.

De vaststaande feiten

4. [verzoeker 1] is sinds 2005 eigenaar van het appartement aan de [adres] te [woonplaats]. [verzoeker 2] is de zoon van [verzoeker 1]. [verzoeker 2] gebruikt en bewoont het appartement. Het appartement is onderdeel van het appartementencomplex [naam]. de VvE is de vereniging van eigenaren van het appartementencomplex.

5. [verzoeker 2] is 46 jaar, maar functioneert op een leeftijd van 16 jaar. Vanwege hersenbeschadiging heeft [verzoeker 2] grote psychische problemen. Hij woont sinds 2005 zelfstandig in het appartement.

6. In juli 2011 zijn [verzoekers]gedagvaard door de VvE, waarbij ontruiming van het appartement is gevorderd vanwege onrechtmatig handelen door [verzoeker 2] jegens de VvE en de bewoners en gebruikers van het appartementencomplex. Deze vordering is uiteindelijk afgewezen op grond dat de VvE het splitsingsreglement en het huishoudelijk reglement niet juist heeft toegepast.

7. Op 30 oktober 2012 heeft de algemene ledenvergadering van de VvE het besluit genomen om [verzoeker 2] een waarschuwing te geven wegens het niet nakomen van de bepalingen van het splitsingsreglement en/of het huishoudelijk reglement.

8. Op 29 oktober 2013 heeft de algemene ledenvergadering van de VvE het besluit genomen [verzoeker 2] het gebruik van het privégedeelte van het voornoemde appartement te ontzeggen wegens overtreding van artikel 9, eerste lid, van het Splitsingsreglement.

Het geschil

9. [verzoekers]kunnen zich niet verenigen met het besluit van 29 oktober 2013 en de gronden waarop dit is gebaseerd. Zij zijn van mening dat het besluit nietig, danwel vernietigbaar is wegens strijd met de splitsingsakte, danwel het splitsingsreglement, danwel de redelijkheid en billijkheid.

Ten eerste stellen [verzoekers]dat in de oproeping voor de algemene ledenvergadering van 29 oktober 2013 een eenzijdig en onjuist beeld is geschetst van de feitelijke situatie omtrent [verzoeker 2]. Dit is in strijd met het reglement van splitsing, het huishoudelijk reglement en de redelijkheid en billijkheid. Hetzelfde geldt voor het oproepen om vóór het besluit te stemmen en het ronselen van volmachten. Ook wordt de telling van de stemmen in twijfel getrokken.

Voorts stellen [verzoekers]dat het besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. [verzoekers]stellen dat er na de waarschuwing van eind oktober 2012 feitelijk niets meer is gebeurd. Het enige dat volgens de VvE is gebeurd is de bedreiging door [verzoeker 2] van andere bewoners - hetgeen uitdrukkelijk wordt betwist - en het ingooien van een raam. Dit laatste incident is voortgekomen uit provocatie en getreiter door een bewoner. Alleen het ingooien van een raam is onvoldoende om het gebruik van het appartement te ontzeggen. [verzoekers]stellen verder dat er te weinig begrip is voor de situatie en dat [verzoeker 2] een zeer groot belang heeft bij voortgezet gebruik van het appartement.

10. Ten eerste betwist de VvE dat de oproep voor de algemene ledenvergadering van
29 oktober 2013 en de telling in strijd is met de reglementen en de redelijkheid en billijkheid.

Ten tweede betwist de VvE dat er slechts een raam is ingegooid. Er hebben zich meerdere incidenten voorgedaan. De VvE stelt dat de overlast door [verzoeker 2] zodanig is dat van de andere eigenaars en gebruikers van het appartementencomplex niet verwacht kan worden dat zij de voortdurende overlast moeten blijven ondergaan in afwachting van de verbetering in de situatie van [verzoeker 2]. Op deze verbetering wacht de VvE al vanaf 2005 en gelet op de leeftijd en de situatie van [verzoeker 2] is een blijvende verbetering niet te verwachten. De VvE stelt zich dan ook op het standpunt dat er sprake is van een onhoudbare situatie en dat de VvE alles eraan heeft gedaan om te voorkomen dat het besluit van 29 oktober 2013 noodzakelijk zou worden.

11. Bij de beoordeling zal zo nodig nog nader worden ingegaan op de standpunten van partijen.

De beoordeling

12. [verzoekers]hebben ter zitting gesteld dat het besluit van 29 oktober 2013 formeel in orde is en dat de toepasselijke bepalingen van het statuut juist zijn toegepast. De kantonrechter begrijpt hieruit dat [verzoekers]zich niet langer op het standpunt stellen dat het besluit niet in stand kan blijven omdat de oproep onjuist is gedaan, danwel dat de gang van zaken voor en tijdens de algemene ledenvergadering niet in overeenstemming zou zijn geweest met de daarvoor geldende regels.

13. Wel blijven [verzoekers]bij hun standpunt dat de uitkomst van de algemene ledenvergadering onjuist is, mede doordat er bij de oproep een onjuist beeld is geschetst van de situatie van [verzoeker 2]. [verzoekers]doen daarbij een beroep op de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 2:15 jo artikel 2:8 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

14. De kantonrechter moet daarom beoordelen of de VvE bij afweging van de bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit van 29 oktober 2013 heeft kunnen komen. Hierbij is de volgende regelgeving van belang.

Op grond van artikel 24, eerste lid, van het Reglement van splitsing van eigendom (hierna: het Reglement) kan aan de eigenaar die zelf het recht van gebruik uitoefent en die

a. de bepalingen van het reglement of het huishoudelijk reglement (…) niet nakomt of overtreedt;

b. zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens de andere eigenaars en/of gebruikers,

door de vergadering een waarschuwing worden gegeven dat indien hij ondanks deze waarschuwing binnen een jaar nadat hij deze heeft verricht of voorzet de vergadering overgaat tot de in het volgende lid bedoelde maatregel.

Op grond van artikel 24, tweede lid, van het Reglement kan de vergadering besluiten tot ontzegging van het gebruik van het privé-gedeelte dat aan de eigenaar toekomt indien een of meer der in het vorige lid bedoelde gedragingen binnen genoemde termijn andermaal wordt gepleegd of deze wordt voortgezet.

Op grond van artikel 24, zevende lid, van het Reglement is, indien de eigenaar zijn privé-gedeelte in gebruik heeft gegeven, het in de vorige leden bepaalde op de gebruiker van toepassing, wanneer deze een gedraging verricht als vermeld in lid 1, of indien hij niet voldoet aan de financiële verplichting voortvloeiende uit de door hem gestelde borgtocht.

Op grond van artikel 2:15, eerste lid, aanhef en onder b, BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon (…) vernietigbaar wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 8 worden geëist.

Op grond van artikel 2:8, tweede lid, van het BW is een tussen hen krachtens wet, gewoonte, statuten, reglementen of besluit geldende regel niet van toepassing voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

15. Voor de beoordeling of artikel 24, tweede lid, van het Reglement op goede gronden is toegepast door de VvE moet gekeken worden naar de periode vanaf de waarschuwing, te weten vanaf 30 oktober 2012. Aan [verzoeker 2] is op 30 oktober 2012 een waarschuwing gegeven in verband met:

- overtreding van artikel 5 van het splitsingsreglement: onthouden van luidruchtigheid en het onnodig verblijven in de gemeenschappelijke gedeelten.

- overtreding van artikel 9, eerste lid, van het splitsingsreglement: toebrengen van onredelijke hinder aan andere eigenaren en gebruikers.

- overtreding van artikel 9, dertiende lid, van het splitsingsreglement: het voortbrengen van muziek en andere storende geluiden is tussen 24 uur ’s nachts en ’s morgens 7 uur verboden.

- overtreding van artikel 10, tweede lid, van het splitsingsreglement: de nodige zorgvuldigheid betrechten met betrekking tot gemeenschappelijke ruimten en gemeenschappelijke zaken.

- overtreding van artikel 4, derde lid, van het huishoudelijk reglement: Tussen 23.00 en 7.00 is het voortbrengen van muziek, op welke wijze dan ook, slechts toegestaan op voorwaarde, dat hieruit niet de minste overlast voor de omwonende ontstaat.

- overtreding van artikel 5, eerste lid, van het huishoudelijk reglement: gebruikers moeten ertoe bijdragen dat de gemeenschappelijke gedeelten zo schoon en netjes mogelijk worden gehouden.

16. [verzoekers]hebben ten tijde van het geven van de waarschuwing geen verweer gevoerd, waardoor aangenomen wordt dat de voornoemde overtredingen hebben plaatsgevonden.

17. Door [verzoekers]is evenmin betwist dat [verzoeker 2] binnen een jaar na de waarschuwing, te weten op 25 augustus 2013, een ruit heeft ingegooid, hetgeen in strijd is met artikel 9, eerste lid, van het splitsingsreglement, zodat toepassing van artikel 24, tweede lid, van het Reglement gerechtvaardigd is.

Daarnaast is de kantonrechter gebleken dat er meer incidenten zijn geweest. Zo is op 18 januari 2013 een proces-verbaal uitgeschreven voor geluidsoverlast veroorzaakt door [verzoeker 2]. Tevens heeft [verzoeker 2] in de nacht van 28 op 29 oktober 2013 gemeld dat hij de gaskraan had opengezet om zijn woning en daarmee het hele appartementencomplex op te blazen, als gevolg waarvan de brandweer is uitgerukt.

18. De vraag die dan rest is of de VvE toepassing van artikel 24, tweede lid, van het Reglement achterwege had moeten laten op grond van de redelijkheid en billijkheid. [verzoekers]stellen dat het van groot belang is dat [verzoeker 2] zelfstandig kan blijven wonen. Voorts stellen [verzoekers]dat het sinds het incident op 25 augustus 2013 beter gaat met [verzoeker 2], doordat er volop hulpverlening is ingezet. [verzoeker 2] is drie maanden opgenomen geweest in een inrichting en is tijdens deze opname uitgebreid onderzocht en behandeld. [verzoeker 2] heeft nu een stappenplan en medicatie om zijn woede onder controle te houden. Er is bovendien een strakke wekelijkse begeleiding en er wordt gewerkt aan een zinvolle dagbesteding, aldus [verzoeker 1] en [verzoeker 2].

19. De kantonrechter stelt voorop dat beoordeeld moet worden of de VvE op 29 oktober 2013 tot het besluit heeft kunnen komen. De kantonrechter is met de VvE van mening dat het behandelplan van [verzoeker 2] een positieve ontwikkeling is, maar dat de onderzoeken en behandelingen van [verzoeker 2] eerder hadden kunnen en moeten plaatsvinden. Zoals door [verzoekers]is aangegeven is het incident van 25 augustus 2013 aanleiding geweest tot versnelde opname en behandeling van [verzoeker 2]. Deze opname vond evenwel pas plaats na de datum van het besluit. Dit terwijl er toch al ruim voor het incident door de VvE aan [verzoekers]was aangegeven dat de situatie onhoudbaar was geworden. Zo hebben er diverse gesprekken plaatsgevonden, is er een kort geding opgestart tegen [verzoekers]en is er een waarschuwing gegeven. De VvE heeft aangegeven dat de andere eigenaren en bewoners bang zijn voor het onvoorspelbare gedrag van [verzoeker 2] en op eieren lopen. De kantonrechter is met de VvE van oordeel dat de incidenten rondom [verzoeker 2] niet gering zijn, zoals [verzoekers]doen voorkomen. De kantonrechter is met de VvE van oordeel dat van haar, gelet op hetgeen in het verleden is gebeurd, niet langer verlangd kan worden om de overlast door [verzoeker 2] te accepteren. De kantonrechter is daarbij van mening dat de VvE de belangen van [verzoekers]bij haar besluitvoering voldoende heeft meegewogen. De VvE heeft in redelijkheid tot het besluit van 29 oktober 2013 kunnen komen.

20. Het verzoek tot vernietiging van het besluit van 29 oktober 2013 zal op grond van het voorgaande worden afgewezen. De kantonrechter ziet aanleiding [verzoekers]te veroordelen in de proceskosten.

De beslissing

De kantonrechter:

Wijst het verzoek van [verzoekers]af.

Veroordeelt [verzoekers]in de proceskosten aan de zijde van de VvE, tot de uitspraak in deze beschikking begroot op € 400,00 (2 punten a € 200,00) aan salaris gemachtigde van de VvE.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. van der Linde, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 7 april 2014 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter