Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:1783

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-01-2014
Datum publicatie
04-03-2014
Zaaknummer
602432/CV EXPL 13-5363
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een vertraging van de vlucht tengevolge van een snee in één van de banden van het vliegtuig. In deze zaak is naar oordeel van de kantonrechter sprake van een buitengewone omstandigheid. De vordering van de passagiers tot het betalen van een compensatie wordt daarom afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2014/108
S&S 2014/92
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 602432 CV EXPL 13-5363

datum uitspraak: 10 december 2013

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

1.

[A.]

2.

[B.]

te Zoetermeer

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigde C.L. Kooiker

tegen

de commanditaire vennootschap Transavia Aitlines C.V.

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigde mr M. Reevers

De procedure

De passagiers hebben Transavia gedagvaard op 3 mei 2013. Transavia heeft schriftelijk geantwoord. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 24 september 2013 een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 11 november 2013. Bij die gelegenheid hebben de passagiers hun eis verminderd en hebben de gemachtigden van partijen onder overlegging van nadere stukken hun standpunten nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

De feiten

  1. De passagiers hebben met Transavia een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Transavia de passagiers zou vervoeren van Hurghada (Egypte) naar Amsterdam op 11 februari 2012 met vertrektijd 20.45 uur (lokale tijd) en vluchtnummer HV 208, hierna: de vlucht.

  2. De vlucht heeft een vertraging van omstreeks 18,5 uren opgelopen.

  3. De passagiers hebben bij brief van 13 maart 2012 compensatieie van passagiers gevorderd in verband met voornoemde vertraging ten bedrage van in totaal € 600,00 per persoon.

  4. Transavia heeft geweigerd dit bedrag te betalen.

De vordering

De passagiers vorderen na vermindering van eis dat Transavia bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.213,50, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 178,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten;

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en het Sturgeon‑arrest van 19 november 2009. De passagiers stellen dat Transavia vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier.

Het verweer

Transavia betwist de vordering. Zij voert kort weergegeven aan dat de vertraging te wijten is aan een snee in één van de banden van het rechter hoofdlandingsgestel van het vliegtuig, die na aankomst uit Amsterdam is geconstateerd. Het vliegtuig moest terugkeren naar de gate, want kan en mag met een snee in het loopvlak van de band niet vertrekken. Er zijn voor dit type vliegtuig (Boeing 737, 700/800) geen banden beschikbaar op Hurghada. Een nieuwe band diende derhalve vanuit Nederland te worden overgevlogen. Van Transavia kan niet worden verwacht dat zij op Hurghada banden op voorraad heeft; zij heeft daar ook geen technische dienst die toezicht op de banden zou kunnen houden. Ook heeft zij geen vervangend toestel hoeven inzetten gelet op de daarmee gemoeide kosten, teminder nu daarmee ook niet was voorkomen dat de vertraging langer dan 3 uren zou duren. Na aankomst op Hurghada heeft de Technische Dienst de band direct vervangen waarna vlucht HV 208 is vertrokken.

De passagiers hebben bestreden dat in dit geval sprake is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zij stellen dat Transavia er niet in is geslaagd het bewijs daarvan te leveren. Volgens hen is onvoldoende gebleken dat de band door een van buitenkomende oorzaak kapot is gegaan.

De beoordeling

1.

Ter comparitie heeft Transavia uit de doeken gedaan dat het in dit geval, anders dan aanvankelijk bij antwoord opgevoerd, niet om een scheur maar om een snee in de desbetreffende band gaat; het betreft een snee in het loopvlak van de band, die niet noodzakerlijkerwijs tot gevolg heeft dat de band ook lek geraakt. Bij een scheur is dat in de regel wel het geval. Een scheur ontstaat veelal door slijtage. In dat geval loopt de band leeg en komt de andere band van het gesteld onder zo grote druk te staan dat vervolgens beide banden van het betreffende landingsgestel dienen te worden vervangen. In het werkrapport van de Technische Dienst (prod 8 bij antwoord) staat vermeld: Capt reported from HRG cut in Mainwheel no. 3. Dat duidt erop dat slechts één wiel vervangen moest worden en dat sprake was van een snee in dat wiel. Het kan niet anders of die snee moet door een van buitenkomende oorzaak zijn veroorzaakt, aldus Transavia ter comparitie.

2.

Vorenstaand betoog van Transavia ter comparitie maakt aanenemelijk dat in het onderhavige geval sprake is geweest van een “cut” in het loopvlak van de band en tevens dat die “cut” onverwacht door een van buitenkomende oorzaak na of bij vertrek uit Amsterdam moet zijn ontstaan. Gelet op de 24 uurs inspecties die Transavia, naar zij in 5.3 bij antwoord heeft toegelicht, pleegt uit te voeren (met ook nog een visuele inspectie van de banden voor iedere vlucht) en waarbij onder meer het profiel van de banden op slijtage wordt gecontroleerd, moet het ervoor worden gehouden dat de geconstateerde en gerapporteerde “cut” in band 3 van het vliegtuig niet anders kan zijn ontstaan dan door een relatief snel inwerkende en van buitenkomende oorzaak, waarop Transavia geen redelijke invloed kon uitoefenen ter voorkoming daarvan. Dit vermoeden is niet door de passagiers weerlegd.

3.

Transavia kan voorts worden gevolgd in haar verweer (bij antwoord in 6.5 en 6.6) dat van haar niet kan worden verwacht reserve-banden aan te houden in Hurghada, ook al vliegt zij dagelijks op deze bestemming. Tevens heeft zij voldoende aannemelijk gemaakt dat de vertraging niet onnodig lang heeft geduurd. Uit niets blijkt dat zij heeft getalmd met montage van de zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk ingevlogen vervangende band.

4.

Een en ander voert tot de slotsom dat de vorderingen niet kunnen worden toegewezen. De passagiers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die aan de zijde van Transavia tot op heden worden begroot op € 200,00 voor salaris gemachtigde;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.P. Ruitinga en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.