Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:1628

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-02-2014
Datum publicatie
27-02-2014
Zaaknummer
15/700037-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; oplichting (3 feiten); partiële nietigheid van de dagvaarding t.a.v. feit 1; bewezenverklaring feit 2 en 3; medeplegen van oplichting en medeplegen van poging tot oplichting; straftoemeting.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot oplichting en een oplichting. Deze feiten vonden plaats in georganiseerd verband, waarbij er een keer door een lid van de organisatie van te voren telefonisch contact met een slachtoffer was opgenomen en een andere keer van te voren een e-mailbericht was verstuurd naar een slachtoffer. Hierbij deed men zich voor als een medewerker van de bank van het beoogde slachtoffer met het doel het beoogde slachtoffer te bewegen tot het afgeven van zijn bankpas aan een medeverdachte respectievelijk het aanvragen van een nieuwe bankpas die vervolgens via de post door een medeverdachte zou worden onderschept. Met dit doel is verdachte met zijn medeverdachten met de auto een keer naar ‘s-Hertogenbosch en twee keer naar Haarlem gereden. In ‘s-Hertogenbosch lukte het niet om de bankpas bij de rekeninghouder op te halen, waardoor het hier bleef bij een poging tot oplichting, maar in Haarlem wist een van de verdachten de postbode ertoe te bewegen om aan hem een poststuk af te geven. Weliswaar niet de brief met de pinpas, want die zat die dag niet bij de post, maar de postbode ging wel over tot afgifte van de post die voor het beoogde slachtoffer bestemd was. Door het handelen van verdachte en zijn medeverdachten hebben de (beoogde) slachtoffers hinder ondervonden. Bovendien is het vertrouwen van mensen in de bancaire dienstverlening geschaad. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700037-13 (P)

Uitspraakdatum: 18 februari 2014

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

4 februari 2014 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

feitelijk verblijvende te [adres 1].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. B.A. Schenk en van wat verdachte en zijn raadsman mr. R.J. Mesland, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

Primair

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 07 januari 2013 tot en met 18 januari 2013 te Haarlem en/of elders in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere postbode(s) te bewegen tot de afgifte van een of meerdere poststuk(ken) en/of brie(f)(ven) en/of een pinpas/pincode, in elk geval (telkens) van enig goed,

(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

(met) een of meer van zijn mededader(s), althans alleen: - een email heeft/hebben verstuurd aan [slachtoffer 1] (wonende op de [adres 2] in Haarlem) met daarin - onder meer - de tekst: "U bent slachtoffer van skimmen. (....) Om financiele schade te voorkomen wordt u geadviseerd een nieuwe betaalpas aan te vragen en een nieuwe pincode te kiezen." (waardoor die [slachtoffer 1] een nieuwe pinpas heeft aangevraagd),

waarna hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

- naar de [adres 2] in Haarlem is/zijn gereden en/of gegaan en/of

- zich (telkens) heeft/hebben voorgedaan als de rechthebbende(n) van de poststuk(ken) en/of brie(f)(ven) van het adres [adres 2] en/of

- ( telkens) een of meerdere postbode(s) heeft/hebben aangesproken en/of heeft/hebben gevraagd naar poststuk(ken) en/of brie(f)(ven) voor het adres [adres 2],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

Subsidiair

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 07 januari 2013 tot en met 18 januari 2013 te Haarlem en/of elders in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meerdere poststuk(ken) en/of brie(f)(ven) en/of een pinpas/pincode, in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de bewoner van het adres [adres 2] en/of [slachtoffer 1] en/of aan (een) onbekend gebleven perso(o)n(en), in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

(met) een of meer van zijn mededader(s), althans alleen: -

een email heeft/hebben verstuurd aan [slachtoffer 1] (wonende op de [adres 2] in Haarlem) met daarin - onder meer - de tekst: "U bent slachtoffer van skimmen. (....) Om financiele schade te voorkomen wordt u geadviseerd een nieuwe betaalpas aan te vragen en een nieuwe pincode te kiezen." (waardoor die [slachtoffer 1] een nieuwe pinpas heeft aangevraagd),

waarna hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

- naar de [adres 2] in Haarlem is/zijn gereden en/of gegaan en/of - zich (telkens) heeft/hebben voorgedaan als de rechthebbende(n) van de poststuk(ken) en/of brie(f)(ven) van het adres [adres 2] en/of

- ( telkens) een of meerdere postbode(s) heeft/hebben aangesproken en/of gevraagd naar poststuk(ken) en/of brie(f)(ven) voor het adres [adres 2], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

Feit 2:

Primair

hij op een tijdstip gelegen in of omstreeks de periode van 07 januari 2013 tot en met 19 januari 2013 te Haarlem en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [postbode] (postbode) heeft bewogen tot de afgifte van een poststuk en/of brief (bestemd voor [slachtoffer 1]), in elk geval van enig goed,

immers heeft/hebben/is/zijn verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- een email verstuurd aan [slachtoffer 1] (wonende op de [adres 2] in Haarlem) met daarin - onder meer - de tekst: "U bent slachtoffer van skimmen. (....) Om financiele schade te voorkomen wordt u geadviseerd een nieuwe betaalpas aan te vragen en een nieuwe pincode te kiezen." (waardoor die [slachtoffer 1] een nieuwe pinpas heeft aangevraagd),

- naar de [adres 2] in Haarlem gereden en/of gegaan en/of

- zich voorgedaan als de rechthebbende(n) van poststuk(ken) en/of brie(f)(ven) voor het adres [adres 2], althans voor het adres [adres 2] en/of van bovengenoemd(e) poststuk en/of brief en/of

- bovengenoemde [postbode] aangesproken en/of gevraagd naar postuk(ken) en/of brie(f)(ven) voor het adres [adres 2], althans voor het adres [adres 2],

waardoor bovengenoemde [postbode] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Subsidiair

hij op of omstreeks 19 januari 2013 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een poststuk en/of een brief, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Feit 3:

Primair

hij op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 27 december 2012 te 's-Hertogenbosch en/of elders in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 2] zijn echtgenote (naam onbekend) te bewegen tot de afgifte van een pakketje en/of

een enveloppe en/of een pinpas, in elk geval van enig goed,

(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

(met) een of meer van zijn mededader(s), althans alleen:

- heeft/hebben gebeld naar de telefoon van bovengenoemde perso(o)n(en) en/of zich heeft/hebben voorgedaan als ABN/AMRO medewerker en/of heeft/hebben medegedeeld dat er iets mis was met de (magneetstrip van de) pinpas en/of chip in de pinpas en/of de pinpas opgehaald moest worden, dan wel er een nieuwe pas bezorgd zou worden, althans mededelingen van gelijke aard en/of strekking,

waarna hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

- naar de woning van bovengenoemde perso(o)n(en) is/zijn toegegaan en/of (telkens) heeft/hebben aangebeld bij de woning van bovengenoemde perso(o)n(en) en/of

- zich (telkens) heeft/hebben voorgedaan als TNT-medewerker en/of

- ( telkens) heeft/hebben gevraagd aan bovengenoemde perso(o)n(en) of zij/hij een pakketje klaar had(den) staan en/of heeft/hebben gezegd dat verdachte en/of zijn mededader(s) een pakketje kwamen ophalen, althans (telkens) mededelingen en/of vragen van gelijke aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

Subsidiair

hij op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 27 december 2012 te 's-Hertogenbosch en/of elders in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een pakketje en/of een enveloppe en/of een pinpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 2] zijn echtgenote (naam onbekend), in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

(met) een of meer van zijn mededader(s), althans alleen:

- heeft/hebben gebeld naar de telefoon van bovengenoemde perso(o)n(en) en/of zich heeft/hebben voorgedaan als ABN/AMRO medewerker en/of heeft/hebben medegedeeld dat er iets mis was met de (magneetstrip van de) pinpas en/of chip in de pinpas en/of de pinpas opgehaald moest worden, dan wel er een nieuwe pas bezorgd zou worden, althans mededelingen van gelijke aard en/of strekking,

waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s):

- naar de woning van bovengenoemde perso(o)n(en) is/zijn toegegaan en/of (telkens) heeft/hebben aangebeld bij de woning van bovengenoemde perso(o)n(en) en/of

- zich (telkens) heeft/hebben voorgedaan als TNT-medewerker en/of

- ( telkens) heeft/hebben gevraagd aan bovengenoemde perso(o)n(en) of zij/hij een pakketje klaar had(den) staan en/of heeft/hebben gezegd dat verdachte en/of zijn mededader(s) een pakketje kwamen ophalen, althans (telkens) mededelingen en/of vragen van gelijke aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid.

2. Voorvragen: partiële nietigheid van de dagvaarding

De rechtbank is van oordeel dat, nu het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde - naar de kern bezien - hetzelfde juridische feit en dezelfde gedragingen behelst als het onder 2 tenlastegelegde, verdachte uiteindelijk tweemaal voor hetzelfde feit zou kunnen worden veroordeeld, hetgeen in strijd is met artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal derhalve de tenlastelegging ten aanzien van feit 1 nietig verklaren, nu feit 1 de aanloop vormt tot feit 2.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding voor het overige geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van de onder feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde feiten.

3.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft wat betreft feit 2 primair verzocht om vrijspraak, omdat volgens de raadsman de postbode gezien moet worden als iemand die slechts instrumenteel is gebruikt, terwijl [slachtoffer 1] de daadwerkelijk benadeelde is, hetgeen niet ten laste is gelegd. Wat betreft feit 2 subsidiair stelt de raadsman zich op het standpunt dat het de vraag is of er opzet was op het wegnemen van de uiteindelijk weggenomen brief, nu het feitelijk draaide om de bankpas. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3. Redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van feit 2 en feit 31

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Op 27 december 2012 wordt aangever [slachtoffer 2] gebeld door een vrouw die zegt dat zij een medewerkster van de ABN AMRO is. [slachtoffer 2] woont aan de [adres 3] in ‘s-Hertogenbosch. De vrouw kent naam, adres, woonplaats en rekeningnummer van [slachtoffer 2]. De vrouw zegt dat de magneetstrip van de pinpas van [slachtoffer 2] kapot is, deze geeft een foutmelding die alleen de vrouw door krijgt. Ze zegt dat er een nieuwe pas bezorgd kan worden en dat zij hiervoor iemand diezelfde avond langs zal sturen.2

Die zelfde dag rijdt [medeverdachte 1] in zijn grijze Peugeot naar ‘s-Hertogenbosch. In de auto zitten verder nog [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [verdachte]3. De laatste twee zitten op de achterbank.4 [medeverdachte 3] is door [verdachte] gevraagd om mee te gaan, omdat hij blank is en eerlijk overkomt.5 [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gebruiken een TomTom6 waar in het menu ‘recente bestemmingen’ het adres ‘[adres 3], Den Bosch’ staat7 en die in de middenconsole ligt.8 Als ze in ’s-Hertogenbosch zijn, zegt [medeverdachte 2], die op de bijrijdersstoel zit, tegen [medeverdachte 3] dat hij het TNT-shirt dat in de auto ligt, moet aantrekken en dat hij een pakketje moet ophalen.9 [medeverdachte 3] moet dit ophalen bij de familie [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2]) die op nummer 3 woont en die van te voren gebeld is door iemand van de organisatie die heeft verteld dat er wat mis is met hun pinpas en dat de pinpas voor onderzoek opgehaald moet worden.10 Het adres en de naam van de bewoners staan in de telefoon van [medeverdachte 2].11

Als [medeverdachte 3] aanbelt bij de woning, doet een vrouw de deur open.12 Dit is de echtgenote van [slachtoffer 2] en het is dan ongeveer 18:30 uur. [slachtoffer 2] ziet dat de man die aanbelt, naar later blijkt [medeverdachte 3], is gekleed in TNT-kleding.13 [medeverdachte 3] zegt dat hij een pakketje komt ophalen.14 Aangever roept, als hij dat hoort, naar zijn vrouw dat er iets bezorgd moet worden en dat er niets moet worden opgehaald15, waarna [medeverdachte 3] wegloopt.16

[medeverdachte 3] loopt terug naar de auto en vertelt wat er is gebeurd.17 [medeverdachte 2] zegt dan tegen hem dat hij terug moet gaan omdat men aan de telefoon een man en niet een vrouw heeft gesproken18 en dat met die man is geregeld dat ze iets zouden komen ophalen.19 [medeverdachte 2] zegt dat hij zeker weet dat het meisje de bewoners heeft gesproken.20 [medeverdachte 3] gaat daarop terug naar de deur21 waarna hij tegen [slachtoffer 2], die deze keer opendoet, zegt dat hij iets komt ophalen. [slachtoffer 2] antwoordt daarop dat hijzelf iets moet krijgen22 en dat hij zijn oude pinpas niet meegeeft als hij geen nieuwe pinpas krijgt. [medeverdachte 3] gaat onverrichter zaken terug naar de auto, waarna ze terug rijden naar Amsterdam en [medeverdachte 3] thuis wordt afgezet.23

Op 13 januari 2013 ontvangt [slachtoffer 1], die woont op de [adres 2] in Haarlem, een e-mail met daarin het briefhoofd van de ING bank, waarin haar wordt medegedeeld dat: “diverse klanten (…) slachtoffer zijn geworden van Skimmen. (…) Om financiële schade te voorkomen wordt u geadviseerd een nieuwe betaalpas aan te vragen en een nieuwe pincode te kiezen”.24 Het e-mail bericht is verzonden vanaf IP-adressen in de Verenigde Staten.25 [slachtoffer 1] vraagt via de site van ING een nieuwe pinpas aan en krijgt medegedeeld dat zij haar nieuwe pas op vrijdag 18 januari 2013 zal ontvangen.26 Op vrijdag 18 januari 2013 heeft zij rond 11:00 uur per post inderdaad een nieuwe pinpas gekregen.27

Op vrijdag 18 januari 2013 gaan [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [verdachte] en [medeverdachte 3] naar de [adres 2] in Haarlem in de auto van [medeverdachte 1]28, die door [medeverdachte 1] wordt bestuurd. Dit is een zilvergrijze Peugeot29 307 met het kenteken [kenteken].30 In Haarlem komen zij rond 11:00 uur aan31 en de auto wordt geparkeerd op de [adres 2].32 In de Tomtom, die in de middenconsole van de auto is aangetroffen33, staat in het menu ‘recente bestemmingen’ het adres ‘[adres 2] Haarlem’.34 [medeverdachte 2] legt [medeverdachte 3] uit dat [medeverdachte 3] postbodes moet aanspreken en moet vragen naar post voor het adres [adres 2]. Het gaat hierbij om bankpasjes of creditcards die met de post zullen komen. [medeverdachte 3] spreekt verschillende postbodes aan35 tussen 11:00 uur en 18:00 uur, maar onderschept geen post.36 [medeverdachte 3] gaat terug naar de auto en zegt dat er die dag geen post meer komt37, waarna ze naar huis gaan.38

Op 19 januari 2013 gaan [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [verdachte] en [medeverdachte 3] nogmaals naar Haarlem, waar [medeverdachte 1] de auto met het kenteken [kenteken] weer parkeert op de [adres 2].39 [medeverdachte 3] krijgt in de auto dezelfde opdracht te horen als op 18 januari. Hij verlaat met [verdachte] de auto om te kijken of de post al is geweest en zij gaan samen naar de brievenbus van [huisnummer]. [medeverdachte 3] kijkt in de brievenbus en ziet dat die leeg is. [verdachte] en [medeverdachte 3] gaan terug naar de auto en [medeverdachte 3] krijgt van [medeverdachte 2] opnieuw de opdracht om rondjes te gaan lopen en postbodes aan te spreken. In plaats van het aanspreken van postbodes, loopt [medeverdachte 3] naar het politiebureau en doet aangifte. Ondertussen belt en smst [verdachte] [medeverdachte 3], omdat [verdachte] wil weten waar [medeverdachte 3] is. [medeverdachte 3] wordt 14 keer gebeld en krijgt twee sms-berichten van [verdachte] met de vraag waarom hij niet opneemt. Dit gebeurt met een telefoon die op naam staat van [medeverdachte 1]. 40

[medeverdachte 1] wordt vervolgens gevraagd om postbodes aan te spreken omdat [medeverdachte 3] spoorloos is, hetgeen [medeverdachte 1] ook doet.41 Postbode [postbode] bezorgt die zaterdag de post op de [adres 2] en wordt door [medeverdachte 1] aangesproken met de vraag: ,,Heb je ook post voor [adres 2] [huisnummer], ik verwacht belangrijke post namelijk.” [postbode] geeft vervolgens aan [medeverdachte 1] een blauwe envelop, die [medeverdachte 1] dubbel vouwt en in zijn rechter jaszak stopt.42 Deze blauwe envelop, geadresseerd aan [slachtoffer 1], [adres 2] [huisnummer]te Haarlem, wordt tijdens de aanhouding van [medeverdachte 1] in zijn fouillering aangetroffen.43 Bij de insluitingsfouillering van [medeverdachte 2] wordt een bladzijde van een schrift gevonden met daarop de handgeschreven tekst van een vraaggesprek tussen een zekere ‘[naam 1]’ van de afdeling passen en cards van de ABN AMRO Bank en een zekere ‘[naam 2]’ over foutmeldingen in het systeem van de ABN door de magneetstrip in de pas van [naam 2]. In het vraaggesprek wordt onder meer opgemerkt dat er een medewerker van de TNT zal langskomen om de huidige pas op te halen.44 In de auto waarin verdachten zijn aangehouden, lagen voorts een TomTom en TNT-kleding.45

3.4. Bewijsoverwegingen

Wat betreft het standpunt van de verdediging dat verdachte vrijgesproken dient te worden van feit 2 primair omdat de postbode gezien moet worden als iemand die slechts instrumenteel is gebruikt, terwijl [slachtoffer 1] de daadwerkelijk benadeelde is, overweegt de rechtbank als volgt.

Om tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde oplichting te komen, dient te worden bewezenverklaard dat er iemand is bewogen tot afgifte van een goed. Dit hoeft niet degene te zijn die als gevolg van de afgifte is of zou kunnen worden benadeeld. In het onderhavige geval is de postbode bewogen tot afgifte van post die bedoeld was voor [slachtoffer 1]. Daarmee is de oplichting derhalve bewezen.

Het standpunt van de verdediging dat vrijspraak dient te volgen nu de opzet van verdachte niet was gericht op het wegnemen van de brief van de belastingdienst, maar op het wegnemen van een pinpas, wordt eveneens door de rechtbank verworpen. Voor de bewezenverklaring van de oplichting dient de opzet, het oogmerk, gericht te zijn op het zichzelf of een ander wederrechtelijk bevoordelen. Dat de afgegeven brief niet tot daadwerkelijke bevoordeling leidt, doet niets af aan het oogmerk van verdachte.

3.5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 2:

Primair

hij in de periode van 13 januari 2013 tot en met 19 januari 2013 te Haarlem tezamen en in

vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een listige kunstgreep [postbode], postbode, heeft bewogen tot de afgifte van een poststuk bestemd voor [slachtoffer 1],

immers heeft/hebben/zijn verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk:

- een email verstuurd aan [slachtoffer 1], wonende op de [adres 2] in Haarlem, met daarin - onder meer - de tekst: "U bent slachtoffer van skimmen. (…) Om financiële schade te voorkomen wordt u geadviseerd een nieuwe betaalpas aan te vragen en een nieuwe pincode te kiezen.", waardoor die [slachtoffer 1] een nieuwe pinpas heeft aangevraagd;

- naar de [adres 2] in Haarlem gereden en

- zich voorgedaan als de rechthebbenden van poststuk(ken) voor het adres [adres 2] 9C en

- bovengenoemde [postbode] aangesproken en gevraagd naar poststuk(ken) voor het adres [adres 2] 9C,

waardoor bovengenoemde [postbode] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Feit 3:

Primair

hij op 27 december 2012 te 's-Hertogenbosch en elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid [slachtoffer 2] en/of zijn echtgenote te bewegen tot de afgifte van een pakketje, waartoe zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk heeft gebeld naar de telefoon van bovengenoemde personen en zich heeft voorgedaan als ABN/AMRO medewerker en heeft medegedeeld dat er iets mis was met de magneetstrip van de pinpas en de pinpas opgehaald moest worden, dan wel er een nieuwe pas bezorgd zou worden,

waarna verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk:

- naar de woning van bovengenoemde personen is/zijn toegegaan en heeft aangebeld bij de woning van bovengenoemde personen en

- zich heeft voorgedaan als TNT-medewerker en

- heeft gevraagd aan bovengenoemde personen of zij een pakketje klaar hadden staan en heeft gezegd dat hij een pakketje kwam ophalen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 2 primair:

Medeplegen van oplichting;

Ten aanzien van feit 3 primair:

Medeplegen van poging tot oplichting.

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

6.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 89 dagen waarvan 42 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Als bijzondere voorwaarde heeft de officier van justitie om een meldplicht bij de reclassering verzocht. Daarnaast heeft de officier van justitie een werkstraf geëist voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Ten aanzien van het beslag heeft de officier van justitie verzocht om teruggave aan verdachte van de twee onder hem in beslag genomen mobiele telefoons.

6.2. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en de bespreking aldaar van het rapport van de reclassering d.d. 11 juni 2013 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot oplichting en een oplichting. Deze feiten vonden plaats in georganiseerd verband, waarbij er een keer door een lid van de organisatie van te voren telefonisch contact met een slachtoffer was opgenomen en een andere keer van te voren een e-mailbericht was verstuurd naar een slachtoffer. Hierbij deed men zich voor als een medewerker van de bank van het beoogde slachtoffer met het doel het beoogde slachtoffer te bewegen tot het afgeven van zijn bankpas aan een medeverdachte respectievelijk het aanvragen van een nieuwe bankpas die vervolgens via de post door een medeverdachte zou worden onderschept. Met dit doel is verdachte met zijn medeverdachten met de auto een keer naar ‘s-Hertogenbosch en twee keer naar Haarlem gereden. In ‘s-Hertogenbosch lukte het niet om de bankpas bij de rekeninghouder op te halen, waardoor het hier bleef bij een poging tot oplichting, maar in Haarlem wist een van de verdachten de postbode ertoe te bewegen om aan hem een poststuk af te geven. Weliswaar niet de brief met de pinpas, want die zat die dag niet bij de post, maar de postbode ging wel over tot afgifte van de post die voor het beoogde slachtoffer bestemd was. Door het handelen van verdachte en zijn medeverdachten hebben de (beoogde) slachtoffers hinder ondervonden. Bovendien is het vertrouwen van mensen in de bancaire dienstverlening geschaad. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

Ten voordele van verdachte neemt de rechtbank in aanmerking dat hij een beperkt strafblad heeft.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Daarnaast acht de rechtbank verplichte begeleiding door de reclassering noodzakelijk. Een dergelijke verplichting zal als bijzondere voorwaarde aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

De rechtbank merkt op dat de officier van justitie gezien haar eis – kennelijk – de ernst van de zaak iets zwaarder heeft gewaardeerd dan de rechtbank.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 14a, 14b, 14c, 45, 47, 57, 326 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart het gedeelte van de dagvaarding dat betrekking heeft op feit 1 nietig.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder feit 2 primair en feit 3 primair bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 89 (zegge: negenentachtig) dagen.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 42 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde:

zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dit inhoudt een meldplicht.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van twee mobiele telefoons, te weten:

STK Telefoontoestel Kl: zwart BLACK BERRY en

STK. Telefoontoestel kl: zwart SAMSUNG.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. N.E. Kwak, voorzitter,

mr. J.A.M. Jansen en mr. drs. C.H. de Jonge van Ellemeet, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier J.A. Huismans,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 februari 2014.

Mr. drs. De Jonge van Ellemeet is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] d.d. 9 januari 2013 (dossierpagina 191).

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 28 februari 2013 (dossierpagina 159), proces-verhaal van verhoor getuige [medeverdachte 1] door de rechter-commissaris d.d. 28 mei 2013 (losse bijlage), proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 28 januari 2013 (dossierpagina 173) en proces verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] d.d. 9 januari 2013 (dossierpagina 191) , alsmede proces verbaal van bevindingen vaststellen aanwezigheid Den Bosch (dossierpagina 197 en 198).

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 28 januari 2013 (dossierpagina 173), proces-verhaal van verhoor getuige [medeverdachte 1] door de rechter-commissaris d.d. 28 mei 2013 (losse bijlage).

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 170), proces-verbaal van verhoor verdacht [medeverdachte 1] d.d. 24 januari 2013 (dossierpagina 183).

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 28 januari 2013 (dossierpagina 173).

7 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 124).

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 112).

9 Proces-verhaal van verhoor getuige [medeverdachte 1] door de rechter-commissaris d.d. 28 mei 2013 (losse bijlage).

10 Proces-verbaal van aangifte door [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 209).

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 24 januari 2013 (dossierpagina 184).

12 Proces-verbaal van aangifte door [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 209).

13 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] d.d. 9 januari 2013 (dossierpagina 191).

14 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] d.d. 9 januari 2013 (dossierpagina 191), proces-verbaal van aangifte door [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 209).

15 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] d.d. 9 januari 2013 (dossierpagina 191).

16 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] d.d. 9 januari 2013 (dossierpagina 191), proces-verbaal van aangifte door [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 209).

17 Proces-verbaal van aangifte door [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 209), proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 28 januari 2013 (dossierpagina 173).

18 Proces-verbaal van aangifte door [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 209).

19 Proces-verhaal van verhoor getuige [medeverdachte 1] door de rechter-commissaris d.d. 28 mei 2013 (losse bijlage).

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 24 januari 2013 (dossierpagina 184).

21 Proces-verhaal van verhoor getuige [medeverdachte 1] door de rechter-commissaris d.d. 28 mei 2013 (losse bijlage).

22 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] d.d. 9 januari 2013 (dossierpagina 191).

23 Proces-verbaal van aangifte door [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 209).

24 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 101-102), met in de daarbij behorende bijlage een schriftelijk stuk, te weten een e-mailbericht met het briefhoofd van de ING bank met verzenddatum 13 januari 2013 (dossierpagina 104).

25 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek IP adres d.d. 27 februari 2013 (dossierpagina 133).

26 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 102), met in de daarbij behorende bijlage een schriftelijk stuk, te weten een e-mailbericht met het briefhoofd van de ING bank met verzenddatum 13 januari 2013 (dossierpagina 104).

27 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 103).

28 Proces-verbaal van verhoor getuige R. [medeverdachte 3] door de rechter-commissaris d.d. 28 mei 2013 (losse bijlage), proces-verbaal van verhoor getuige R.Y. [medeverdachte 2] door de rechter-commissaris d.d. 28 mei 2013 (losse bijlage).

29 Proces-verbaal van aangifte door [medeverdachte 3] d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 209).

30 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 21 januari 2013 (dossierpagina 155).

31 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 24 januari 2013 (dossierpagina 186).

32 Proces-verbaal van aangifte door [medeverdachte 3] d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 210).

33 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 112).

34 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 124).

35 Proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 3] door de rechter-commissaris d.d. 28 mei 2013 (losse bijlage), proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 170) en proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 24 januari 2013 (dossierpagina 186).

36 Proces-verbaal van aangifte door [medeverdachte 3] d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 210) en proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 170).

37 Proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 3] door de rechter-commissaris d.d. 28 mei 2013 (losse bijlage).

38 Proces-verbaal van aangifte door [medeverdachte 3] d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 210).

39 Proces-verbaal van aangifte door [medeverdachte 3] d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 210), proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 105), proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 168 en 170).

40 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 174) en proces-verbaal van aangifte door R. [medeverdachte 3] d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 210-211).

41 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 28 februari 2013 (dossierpagina 160).

42 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 154), proces-verbaal van verhoor getuige [postbode] d.d. 21 januari 2013 (dossierpagina 144) en proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 108).

43 Proces-verbaal van aanhouding d.d. 19 januari 2013 (dossierpagina 36) en een schriftelijk stuk, te weten een kennisgeving van inbeslagneming (dossierpagina 6).

44 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 126).

45 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 januari 2013 (dossierpagina 112).