Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:1428

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-02-2014
Datum publicatie
20-02-2014
Zaaknummer
15/703201-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden wegens medeplegen nachtelijke woningoverval en afpersing in Heerhugowaard, waarbij echtpaar in slaapkamer onder bedreiging van een vuurwapen en een mes geld heeft afgegeven. Tevens veroordeling voor voorhanden hebben vuurwapen, geluidsdemper en munitie.

Vrijspraak voor medeplegen aan andere overval.

Vorderingen voor materiële schade overvallen echtpaar toegewezen. Immateriële schade € 2.400,- per benadeelde.

Vordering van ook in de woning aanwezige, maar niet overvallen dochter niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij niet als slachtoffer in de zin van art. 51f Sv. kan worden beschouwd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/703201-13 (onderzoek Exloo en onderzoek Wichita)

Uitspraakdatum: 20 februari 2014

Tegenspraak

Vonnis (P)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 5 februari 2014 en 6 februari 2014 in de zaak tegen:

[verdachte][verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Haarlem.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. E. van Doorn en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. F.N. Dijkers, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 31 mei 2013 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van 200 euro en/of een witte ipad en/of een geldbedrag van (ongeveer) 3.500 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben

verschaft en/of dat/die goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die[slachtoffer 1] en/of tegen[slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak, verbreking en/of inklimming, door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van

een geldbedrag van 200 euro en/of een witte ipad en/of een geldbedrag van (ongeveer)

3.500 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, het volgende heeft/hebben gedaan:

- de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is/zijn binnengegaan door middel van braak en/of

- midden in de nacht naast het bed van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is/zijn gaan staan en/of

- een of meer mes(sen) en/of een of meer vuurwapen(s) althans een of meer op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en), getoond aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het bovenlichaam van die [slachtoffer 1] gericht en/of daarbij geroepen:"Geld, we zijn geen moordenaars, we zijn arme mensen, kluis, kluis!"

- tie-wraps in zijn/hun handen gehad en/of dit getoond aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2];

feit 2:

hij op of omstreeks 28 maart 2013 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een autosleutel behorende bij een Audi A6 en/of 90 euro contant geld en/of een cartier horloge en/of 322,4 gram goud en/of 134,5 gram zilver en/of diverse passen en papieren bescheiden,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of tegen de (jonge) kinderen van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van

een autosleutel behorende bij een Audi A6 en/of 90 euro contant geld en/of een cartier horloge en/of 322,4 gram goud en/of 134,5 gram zilver en/of diverse passen en papieren bescheiden,

en welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, werd getoond

aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] en/of hun kinderen, en/of

- dat die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of hun kinderen werden geboeid met tie-wraps, en/of

- die [slachtoffer 3] een kamer in werd geduwd,

- een mes werd getoond aan die [slachtoffer 3], en/of

- die [slachtoffer 3] werd gedwongen om de kluis te openen, waarbij die [slachtoffer 3] iets in zijn rug voelde prikken;

feit 3:

hij op of omstreeks 28 maart 2013 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Audi A6 Avant (kleur zwart, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

feit 4:

hij op of omstreeks 31 mei 2013 in de gemeente Heerhugowaard een of meer wapens van categorie III, te weten een omgebouwd alarmwapen (merk BBM Bruni, type 315 Auto) en/of een bijbehorende geluiddemper, en/of munitie van categorie III, te weten een of meer patronen (kaliber 6.35 millimeter, merk Sellier&Bellot) en/of een huls (kaliber 6.35 millimeter, merk Sellier&Bellot), voorhanden heeft gehad.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Inleiding
Op 28 maart 2013 heeft er een woningoverval op[adres 1] te Heerhugowaard plaatsgevonden. De bewoners, een echtpaar en hun twee jonge kinderen van 8 en 12 jaar oud, zijn door drie daders bedreigd met onder meer een vuurwapen. Zij zijn door de daders vastgebonden met tie-wraps. Er zijn diverse goederen gestolen, waaronder sieraden en een portemonnee. De daders zijn er vandoor gegaan in de Audi A6 van de slachtoffers, met behulp van de uit de woning weggenomen sleutels.

De politie is een onderzoek gestart naar deze woningoverval onder de naam 10Exloo (hierna: Exloo). Hierbij zijn naast verdachte ook [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]), [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) en [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3]) als verdachten aangemerkt.

In de nachtelijke uren van 31 mei 2013 heeft er op de [adres 2] te Heerhugowaard, de woning boven het [cafe], eveneens een woningoverval plaatsgevonden. De bewoners, het echtpaar [slachtoffer 1]-[slachtoffer 2], zijn door twee daders in hun slaapkamer wakker gemaakt en bedreigd met een vuurwapen en een mes. Mevrouw [slachtoffer 2] heeft onder bedreiging van een vuurwapen een geldbedrag van € 200,- aan een van de daders gegeven. Verder is er een Ipad weggenomen en is er aangifte gedaan van diefstal van een geldbedrag van € 3.500,- uit de broekzak van de heer [slachtoffer 1].

De politie is een onderzoek gestart naar deze woningoverval onder de naam 10Wichita (hierna: Wichita). Hierbij zijn naast verdachte ook [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4]) als verdachten aangemerkt.

Tot slot wordt verdachte verweten het voorhanden hebben van een wapen, met bijbehorende geluidsdemper, munitie en een huls. Dit betreft het wapen dat bij de woningoverval aan de [adres 2] te Heerhugowaard is gebruikt.

4. Ten aanzien van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten (woningoverval[adres 1] te Heerhugowaard)

4.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van deze feiten gerekwireerd tot vrijspraak.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft eveneens vrijspraak bepleit. De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het verdachte is geweest die bij deze woningoverval en de diefstal van de Audi A6 is betrokken. Hij heeft ter onderbouwing van dit standpunt onder meer gesteld dat verdachte stellig ontkent de woningoverval te hebben gepleegd en dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij weliswaar gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer 1], maar dat hij ten tijde van de overval op 28 maart 2013 niet in bezit was van de telefoon met dit nummer. Deze verklaring vindt steun in het strafdossier. De overige aanwijzingen, hypotheses en vermoedens die zich in het strafdossier bevinden, zijn onvoldoende om de betrokkenheid van verdachte bij deze woningoverval aan te tonen.

4.3.

Vrijspraak

Met de raadsman van verdachte en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen wat verdachte onder de feiten 2 en 3 ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Enerzijds is de rechtbank van oordeel dat verdachte past binnen het signalement dat de aangevers hebben gegeven. Ook de ter zitting getoonde beelden van de beveiligingscamera’s van de overvallen woning sluiten verdachte niet uit. Verder heeft verdachte verklaard dat hij gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] (hierna: [telefoonnummer 1]). Uit analyse van de telefoongegevens blijkt dat dit nummer tussen 12.00 uur en 13.53 uur zendmasten in Lelystad en Almere heeft aangestraald, terwijl ook de telefoonnummers in gebruik bij medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op dat moment in Lelystad en Almere aanstraalden. [telefoonnummer 1] heeft vervolgens rond het tijdstip van de overval zendmasten in Heerhugowaard aangestraald. Ten slotte blijkt uit analyse dat een telefoonnummer in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 1] op 29 maart 2013 om 0.01 uur probeert contact te krijgen met [telefoonnummer 1] (gespreksduur 0 seconden).

Hier staat tegenover dat verdachte anders dan de twee medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] niet herkend is op de camerabeelden, die in de televisieprogramma’s Ter plaatse en Opsporing verzocht, zijn vertoond.

Ook zijn op de plaats delict en in de gestolen auto geen sporen van verdachte aangetroffen. Bij de doorzoeking van de woning van verdachte is geen kleding aangetroffen, die in verband kan worden gebracht met de kleding, die tijdens de overval is gedragen of wordt beschreven.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de telefoon met het nummer [telefoonnummer 1] op 28 maart 2013 bij zich had en dat hij samen met vrienden met de auto van Lelystad naar Amsterdam is gereisd. Deze verklaring wordt ondersteund door het feit dat uit analyse van de telefoongegevens van het nummer [telefoonnummer 1] blijkt dat het eerst zendmasten in Lelystad heeft aangestraald en rond 13.53 uur een zendmast in Muiderberg heeft aangestraald.

Verdachte heeft verder verklaard dat hij zijn telefoon in de auto heeft laten liggen, toen hij in Amsterdam is uitgestapt. Na een verblijf van enkele uren in Amsterdam is hij vervolgens met de trein naar Lelystad gereisd en heeft hij met het telefoonnummer van zijn vriendin, te weten [telefoonnummer 2] (hierna: [telefoonnummer 2]), naar zijn eigen nummer [telefoonnummer 1] gebeld en ge-smst. Hij kreeg geen contact. Uiteindelijk heeft hij zijn telefoon enkele weken later teruggekregen, aldus verdachte. Dit deel van zijn verklaring wordt ondersteund door het feit dat uit analyse van de telefoongegevens blijkt dat [telefoonnummer 2] tussen 17.10 uur en 22.24 uur contact heeft geprobeerd te krijgen met [telefoonnummer 1] maar dat dit niet is gelukt en dat alle contacten met [telefoonnummer 1] tussen 20.33 uur en 22.20 uur worden doorgeschakeld naar de voicemail. Verder wordt [telefoonnummer 1] vanaf 28 maart 2013 13.52 uur niet meer (middels uitgaande contacten) gebruikt tot 18 april 2013.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, past de verklaring die verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd over het gebruik van het nummer [telefoonnummer 1] op 28 maart 2013 in de analysegegevens in het dossier. Opgemerkt wordt wel dat verdachte pas ter terechtzitting een verklaring heeft gegeven over het aanstralen van zijn telefoonnummer in de omgeving van de overval ten tijde van de overval. Anderzijds is verdachte tijdens verhoren van de politie ook niet geconfronteerd met de gegevens uit de analyse van zijn telefoonnummer ten tijde van de overval op 28 maart 2013, omdat hij had aangegeven zich op zijn zwijgrecht te beroepen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de overige bewijsmiddelen niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij de woningoverval op 28 maart 2013 en de diefstal van de Audi A6. Verdachte dient dan ook van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten te worden vrijgesproken.

5 Bewijs

5.1.

Bewijs ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit (woningoverval [adres 2] te Heerhugowaard)

5.1.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit, met dien verstande dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het wegnemen van het geldbedrag van € 3.500,-.

5.1.2.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt, met uitzondering van het geldbedrag van € 3.500,-, tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2014 afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door[slachtoffer 1] d.d. 31 mei 2013 (dossierpagina’s C1 68-72);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] d.d. 31 mei 2013 (dossierpagina’s C2 411-414) en

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] d.d. 11 juni 2013 (dossierpagina’s A 178-181 en 184-189).

5.2.

Bewijs ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit

5.2.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 4 ten laste gelegde feit.

5.2.2.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 4 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2014 afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aanhouding door het AOT d.d. 31 mei 2013 (dossierpagina A 218);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juli 2013 (dossierpagina C2 491);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van hulsvergelijkend onderzoek d.d. 14 augustus 2013 (dossierpagina C2 497) en

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van ontladen vuurwapen d.d. 4 december 2013 (dossierpagina C4 559).

5.3.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1:

hij op 31 mei 2013 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een witte ipad toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], waarbij verdachte en een van zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming

en

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming, door bedreiging met geweld die [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 200 euro toebehorende aan[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2],

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander het volgende heeft gedaan:

- midden in de nacht naast het bed van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is gaan staan en

- een mes en een vuurwapen heeft getoond aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en

- dat vuurwapen op het bovenlichaam van die [slachtoffer 1] heeft gericht en daarbij heeft geroepen: "Geld, we zijn geen moordenaars, we zijn arme mensen, kluis, kluis!" en

- tie-wraps in zijn handen heeft gehad en die heeft getoond aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2];

feit 4:

hij op 31 mei 2013 in de gemeente Heerhugowaard een wapen van categorie III, te weten een omgebouwd alarmwapen (merk BBM Bruni, type 315 Auto) en een bijbehorende geluiddemper en munitie van categorie III, te weten patronen (kaliber 6.35 millimeter, merk Sellier&Bellot) voorhanden heeft gehad.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Onder feit 1 zouden in de derde alinea (de afpersing) naar het oordeel van de rechtbank de namen ‘[slachtoffer 1]’ en ‘[slachtoffer 2]’ moeten staan, terwijl in de tenlastelegging ‘[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]’ is vermeld. De rechtbank beschouwt dit als een kennelijke verschrijving, die zij herstelt. Nu uit het overige deel van de tenlastelegging duidelijk blijkt dat dit feit [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] betreft en niet [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en dit tijdens de behandeling ter terechtzitting ook steeds zo met verdachte is besproken, is de rechtbank van oordeel dat verdachte hierdoor niet in zijn belangen is geschaad.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

en

afpersing, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 4: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

7 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

8 Motivering van de sanctie

8.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren.

8.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft verzocht rekening te houden met het feit dat verdachte ter terechtzitting openheid van zaken heeft gegeven. Verdachte heeft via een brief zijn excuses aan de slachtoffers willen aanbieden. In het huis van bewaring heeft verdachte aan zichzelf gewerkt. Verder was de overval amateuristisch en niet professioneel gepland en is er geen feitelijk geweld uitgeoefend jegens de bewoners van de woning. Voorts heeft de raadsman verzocht rekening te houden met de jeugdige leeftijd van verdachte.

De strafeis van de officier van justitie is, naar het standpunt van de verdediging, te hoog. De raadsman acht bij bewezenverklaring ten hoogste een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) à drieënhalf (3,5) jaar passend, hetgeen in overeenstemming is met de LOVS oriëntatiepunten.

8.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de hoofdstraf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich met zijn mededader schuldig gemaakt aan een gewelddadige overval tijdens de nachtelijke uren. Zij zijn de slaapkamer van de slachtoffers binnengedrongen en hebben hen met een pistool en een mes bedreigd. Verdachte heeft hierdoor grote gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt bij de slachtoffers in het bijzonder maar ook in de maatschappij in het algemeen. Verdachte en zijn mededader waren hierbij alleen uit op eigen geldelijk gewin en hebben zich op geen enkele wijze bekommerd om de vooral psychische gevolgen van hun daden voor de slachtoffers. Zij hebben door hun handelen ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers. De impact die het misdrijf voor de heer en mevrouw [slachtoffer 1] en ook hun dochter heeft gehad en nog steeds heeft, blijkt onder meer uit de schriftelijke slachtofferverklaringen die ter terechtzitting zijn voorgelezen. Te verwachten valt dat de slachtoffers nog geruime tijd zullen lijden onder de psychische gevolgen van deze traumatische ervaring.

Tevens was verdachte ten tijde van zijn aanhouding in het bezit van een vuurwapen met demper en munitie.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie gedateerd 3 juni 2013 waaruit blijkt dat verdachte eerder voor soortgelijke delicten is veroordeeld.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op de over verdachte opgemaakte rapportages van 11 juni en 15 november 2013, uitgebracht door Reclassering Nederland, waarin wordt aangegeven dat de reclassering grote zorgen heeft over verdachte en de recidivekans inschat als hoog.

Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte en zijn houding ter zitting. Verdachte heeft op de terechtzitting aangegeven veel spijt te hebben van hetgeen hij de slachtoffers heeft aangedaan. Deze spijt kwam de rechtbank oprecht over. Door verdachte is voorts naar voren gebracht dat hij in het huis van bewaring succesvol heeft deelgenomen aan de training “Kies voor verandering” waardoor hij tot inkeer is gekomen en heeft besloten orde op zaken te stellen in zijn leven.

De rechtbank is alles afwegende van oordeel dat de ernst van de feiten slechts een langdurige gevangenisstaf rechtvaardigt.

Bij de bepaling van de hoogte van de aan verdachte op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten waarbij als uitgangspunt voor een overval in een woning met bedreiging met geweld een gevangenisstraf van drie (3) jaar geldt. De rechtbank ziet in de omstandigheden dat de overval midden in de nacht in de slaapkamer van de slachtoffers heeft plaatsgevonden en dat de bedreiging onder meer heeft bestaan uit het tonen en richten van een vuurwapen met een geluidsdemper op het bovenlichaam en het hoofd van een van de slachtoffers, aanleiding om naar boven toe van dit uitgangspunt af te wijken. De rechtbank heeft ten aanzien van verdachte voorts meegewogen dat het vuurwapen met de demper en de munitie bij zijn aanhouding bij hem is aangetroffen en dat hij ten tijde van de overval het vuurwapen heeft gehanteerd. De rechtbank acht op basis van deze strafverzwarende omstandigheden, mede gezien zijn justitiële documentatie, een gevangenisstraf van vier (4) jaar en zes (6) maanden op zijn plaats.

8.4.

Vermogensmaatregel – onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten het wapen, twee handschoenen Pu-Flex, stanleymes oranje, moker geel/zwart met glasdeeltjes en vleesmes Amefa, dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is ten aanzien van het wapen, de handschoenen, de moker en het vleesmes gebleken dat het onder 1 bewezen verklaarde feit met behulp van deze voorwerpen is begaan of voorbereid en het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen is in strijd met de wet of het algemeen belang.

Ten aanzien van het stanleymes is de rechtbank van oordeel dat het is aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane feiten. Dit voorwerp kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten of tot de belemmering van de opsporing daarvan en tevens is het ongecontroleerde bezit van voormeld in beslag genomen voorwerp in strijd met de wet of het algemeen belang.

9 Overige beslissing omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten schoeisel Reebok Sneaker zwart en een GSM-toestel Iphone wit met bijbehorend snoer, dienen te worden teruggegeven aan verdachte.

10 Vorderingen benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

10.1.

Vorderingen van de benadeelde partijen[slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6]

Deze benadeelde partijen hebben vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie via een voegingsformulier opgave gedaan van de inhoud van de door hen gestelde schade. Deze schade ziet echter op de overval in de woning in Heerhugowaard op 28 maart 2013 (feit 2). Zoals hiervoor in dit vonnis onder 4.3. is overwogen, zal verdachte van dat feit worden vrijgesproken. Dat betekent dat deze benadeelde partijen niet in hun vordering kunnen worden ontvangen.

10.2.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij, [slachtoffer 1] (hierna ook te noemen: het slachtoffer), heeft vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie via een voegingsformulier opgave gedaan van de inhoud van de door hem gestelde schade. Zijn vordering tot vergoeding van deze schade bedraagt € 2.937,- aan materiële schade en € 2.400,- aan immateriële schade, een en ander verhoogd met de wettelijke rente.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel toewijsbaar is. De officier van justitie heeft gevorderd hieraan de schadevergoedingsmaatregel te koppelen.

Standpunt verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft ter zitting verklaard bereid te zijn de schade te vergoeden.

Oordeel rechtbank

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Vast is komen te staan dat het slachtoffer als gevolg van het hiervoor bewezen verklaarde strafbare feit 1, door de handelingen van onder meer verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal hierna de posten afzonderlijk beoordelen.

De door het slachtoffer gedane uitgaven voor zijn bedrijf (waarvan het slachtoffer vennoot is) voor kosten vervangend personeel (€ 2.160,-, exclusief btw) zijn voldoende onderbouwd en toewijsbaar.

Ook het eigen risico inventarisverzekering (€ 227,-) dat de inboedelverzekeraar van het slachtoffer op de uitkering in mindering heeft gebracht is onderbouwd en toewijsbaar.

Het slachtoffer heeft zich na de overval tot een psycholoog gewend en is vervolgens behandeld. Het eigen risico van de ziektekostenverzekering van € 310,- werd op de vergoedingen in mindering gebracht en is als schade toewijsbaar. Bovendien heeft het slachtoffer kosten gemaakt, die bestaan uit niet vergoede eigen bijdragen voor de behandelingen door de psycholoog. Deze kosten bedragen € 20,- per behandelcontact en het slachtoffer had 12 behandelcontacten. Het totaalbedrag van € 240,- is daarom eveneens toewijsbaar.

Bij de begroting van de immateriële schade houdt de rechtbank rekening met de volgende factoren:

  • -

    de overval vond midden in de nacht plaats, waarbij het slachtoffer en zijn vrouw in hun slaapkamer met een mes en een pistool bedreigd werden;

  • -

    het feit heeft op het slachtoffer grote emotionele indruk gemaakt en maakt dat nog steeds, getuige zijn schriftelijke slachtofferverklaring;

  • -

    het slachtoffer heeft zich ter behandeling van zijn psychisch letsel onder behandeling van een psycholoog moeten stellen en heeft een EMDR-therapie gevolgd.

De rechtbank acht de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 2.400,- billijk, vergeleken met min of meer soortgelijke gevallen en zal dat bedrag toewijzen.

De rechtbank zal zodoende de vordering toewijzen, hoofdelijk, tot een bedrag van € 5.337,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2013, de datum van de onrechtmatige daad.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt (tot heden begroot op nihil) en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

10.3.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij, mevrouw [slachtoffer 2] (hierna ook te noemen: het slachtoffer), heeft vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie via een voegingsformulier opgave gedaan van de inhoud van de door haar gestelde schade. Haar vordering tot vergoeding van deze schade bedraagt € 450,- aan materiële schade en € 2.400,- aan immateriële schade, een en ander verhoogd met de wettelijke rente.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel toewijsbaar is. De officier van justitie heeft gevorderd hieraan de schadevergoedingsmaatregel te koppelen.

Standpunt verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft ter zitting verklaard bereid te zijn de schade te vergoeden.

Oordeel rechtbank

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Vast is komen te staan dat het slachtoffer als gevolg van het hiervoor bewezen verklaarde strafbare feit 1, door de handelingen van onder meer verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal hierna de posten afzonderlijk beoordelen.

Het slachtoffer heeft zich na de overval tot een psycholoog gewend en is vervolgens behandeld. Het eigen risico van de ziektekostenverzekering van € 310,- werd op de vergoedingen in mindering gebracht en is als schade toewijsbaar. Bovendien heeft het slachtoffer kosten gemaakt, die bestaan uit niet vergoede eigen bijdragen voor de behandelingen door de psycholoog. Deze kosten bedragen € 20,- per behandelcontact en het slachtoffer had 7 behandelcontacten. Het totaalbedrag van € 140,- is daarom eveneens toewijsbaar.

Bij de begroting van de immateriële schade houdt de rechtbank rekening met de volgende factoren:

  • -

    de overval vond midden in de nacht plaats, waarbij het slachtoffer en zijn vrouw in hun slaapkamer met een mes en een pistool bedreigd werden;

  • -

    het feit heeft op het slachtoffer grote emotionele indruk gemaakt en maakt dat nog steeds, getuige haar schriftelijke slachtofferverklaring;

  • -

    het slachtoffer heeft zich ter behandeling van haar psychisch letsel onder behandeling van een psycholoog moeten stellen en heeft een EMDR-therapie gevolgd.

De rechtbank acht de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 2.400,- billijk, vergeleken met min of meer soortgelijke gevallen en zal dat bedrag toewijzen.

De rechtbank zal zodoende de vordering toewijzen, hoofdelijk, tot een bedrag van € 2.850,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2013, de datum van de onrechtmatige daad.

Verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt (tot heden begroot op nihil) en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

10.4.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7]

De benadeelde partij, mevrouw[slachtoffer 7] (hierna ook te noemen: het slachtoffer), heeft vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie via een voegingsformulier opgave gedaan van de inhoud van de door haar gestelde schade. Haar vordering tot vergoeding van deze schade bedraagt € 553,- aan materiële schade en € 449,- aan immateriële schade, een en ander verhoogd met de wettelijke rente.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel toewijsbaar is. De officier van justitie heeft gevorderd hieraan de schadevergoedingsmaatregel te koppelen.

Standpunt verdediging

Het strafbare feit is hier artikel 312 Sr., diefstal met geweld. De benadeelde partij is niet in aanraking geweest met verdachten, ze heeft ze zelfs niet eens gezien. Ze voelt zich wel slachtoffer, maar is geen slachtoffer in de zin van artikel 51a Sv. De vordering moet daarom worden afgewezen.

Oordeel rechtbank

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

In de strafrechtelijke procedure is voorzien in het instellen van een civielrechtelijke vordering. Deze uitzonderlijke rechtsingang heeft echter een beperkt bereik: een vordering kan alleen worden ingesteld door slachtoffers van strafbare feiten. Het moet bovendien gaan om schade die een rechtstreeks gevolg is van het strafbare feit.

In de Memorie van Toelichting is bij de invoering van deze bepaling (artikel 51a Sv.) het volgende opgemerkt:

“Volgens dit artikel kan degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit zich terzake van zijn vordering voegen in het strafproces (…). Van rechtstreekse schade is sprake indien iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd”.

De wet is ten aanzien van slachtoffers in 2011 gewijzigd in verband met de gedachte dat de positie van het slachtoffer diende te worden versterkt. Dat leidde onder meer tot meer rechten op informatie en uitbreiding van het spreekrecht, maar niet tot een wijziging van degenen die bevoegd zijn om een civiele vordering te kunnen indienen in het strafproces. Nog steeds bleef de eis dat sprake moest zijn van rechtstreekse schade, zoals hiervoor omschreven.

Het bewezenverklaarde feit betreft diefstal met braak en afpersing; door bedreiging met geweld is een geldbedrag afgegeven. De beschermde belangen zijn de eigendom (het vermogen) van het slachtoffer en de persoonlijke vrijheid. Vaststaat dat verdachten niets van deze benadeelde partij hebben gestolen of haar iets hebben afgeperst. Ook staat vast dat zij haar niet met geweld hebben bedreigd. Dat betekent dat deze benadeelde partij in de onderhavige strafrechtelijke procedure niet kan worden ontvangen in haar vordering; de wet biedt daarvoor geen mogelijkheid. Daarmee is niet beslist dat de verdachten niet aansprakelijk zouden kunnen zijn voor deze schade. Het is echter aan de burgerlijke rechter om die aansprakelijkheid vast te stellen.

Als in het ongelijk gestelde partij zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten die verdachte heeft gemaakt. Deze kosten worden door de rechtbank begroot op nihil.

10.5.

Schadevergoeding als maatregel

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregelen besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de slachtoffers, zoals hiervoor bij de beoordeling van de vorderingen van de benadeelde partijen is overwogen.

De toepassing van eventuele hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

36b, 36c, 36d, 36f, 57, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht

en

26 en 55 van de Wet wapens en munitie,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 2 en feit 3 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 5.3. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 6. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER (4) JAREN EN ZES (6) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in de vordering;

* verklaart de benadeelde partij[slachtoffer 5][slachtoffer 5] (wettelijke vertegenwoordiger [slachtoffer 4]) niet-ontvankelijk in de vordering;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 6] (wettelijke vertegenwoordiger[slachtoffer 3]) niet-ontvankelijk in de vordering;

* wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 5.337,- (vijfduizend driehonderdzevenendertig euro), bestaande uit € 2.937,- materiële en € 2.400,- immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;

bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte aan de benadeelde partij is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.337,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door eenenzestig (61) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

* wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 2.850,- (tweeduizend achthonderdvijftig euro), bestaande uit € 450,- materiële en € 2.400,- immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;

bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte aan de benadeelde partij is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer[slachtoffer 2][slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.850,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door achtendertig (38) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

* verklaart de benadeelde partij[slachtoffer 7][slachtoffer 7] niet-ontvankelijk in de vordering;

onttrekt aan het verkeer: het wapen, twee handschoenen Pu-Flex, stanleymes oranje, moker geel/zwart met glasdeeltjes en vleesmes Amefa;

gelast de teruggave aan verdachte van: schoeisel Reebok Sneaker zwart en een GSM-toestel Iphone wit met bijbehorend snoer.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. L.J. Saarloos, voorzitter,

mr. L. Boonstra en mr. N. Cuvelier, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.R. Mol,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 februari 2014.