Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:13458

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-04-2014
Datum publicatie
05-06-2018
Zaaknummer
132100 / HA ZA 11-591
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

tussenvonnis aanbestedingsrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

AJB/SJ

zaaknummer / rolnummer: 132100 / HA ZA 11-591

Vonnis van 9 april 2014

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

P.C. VAN DER WIEL B.V.,

gevestigd te Beinsdorp,

2. vennootschap onder firma

HUIBERTS V.O.F.,

gevestigd te Den Helder,

3. [eiser3]

wonende te [woonplaats],

4. [eiseres4]

wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. B.M. Vijverberg te Eindhoven,

tegen

de publieke rechtspersoon

DE GEMEENTE DEN HELDER,

gevestigd te Den Helder,

gedaagde,

advocaat mr. D.J.L. van Ee te Amsterdam.

Partijen zullen hierna ''de Combinatie'' en ''de gemeente'' genoemd worden.

1 De procedure

1.1

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 oktober 2013;

- de akte na tussenvonnis van 29 januari 2014 van de Combinatie;

- de akte uitlating benoeming deskundigen van 29 januari 2014 van de gemeente.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald. De inhoud van voormelde stukken geldt als hier ingelast.

2 De verdere beoordeling

2.1

In het tussenvonnis van 30 oktober 2013 heeft de rechtbank besloten dat partijen de gelegenheid zullen krijgen om op elkaars akten van 7 augustus 2013 en 4 september 2013 te reageren en om nog een laatste poging te doen om tot een gezamenlijke voordracht voor een derde deskundige te komen.

2.2

Partijen hebben hierna beiden een akte genomen (zie het vermelde onder 1.1). Uit de inhoud van deze akten blijkt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de derde deskundige: de heer [deskundige1].

2.3

Het eerder aangekondigde deskundigenbericht zal nu worden bevolen. De rechtbank zal thans de heren [deskundige2], [deskundige3] en [deskundige1] als deskundige benoemen.

2.4

De rechtbank ziet in de bewijslastverdeling, en dan met name in het feit dat de Combinatie zijn vordering baseert op de stelling dat Alba geen aan VCA * gelijkwaardige certificaten heeft overgelegd, aanleiding om het voorschot op de kosten van de deskundigen voor rekening van de Combinatie te laten komen. De deskundigen hebben het voorschot begroot op het bedrag van € 17.840,= inclusief BTW. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich bij brief over dit voorschot uitgelaten. Geen van partijen heeft bezwaar gemaakt. Het bedrag komt de rechtbank, gelet op de te beantwoorden vragen, niet onredelijk voor. De rechtbank zal het voorschot daarom vaststellen op het door de deskundige begrote bedrag. Uit een en ander volgt dat de Combinatie het voorschot, dus € 17.840,= inclusief BTW, moet betalen.

2.5

De rechtbank wijst partijen er op dat ze wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundigen. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.6

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.7

In afwachting van het deskundigenrapport wordt iedere beslissing aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1

beveelt een onderzoek door drie deskundigen ter beantwoording van de volgende vragen:

1) is, in het kader van de aanbesteding van het werk zoals vermeld onder 2.1 van het tussenvonnis van 9 mei 2012 en uitgaande van de wet- en regelgeving geldend op 28 januari 2011, de certificering van het Duitse bedrijf Alba, bestaande uit een ''Zertifikat Entsorgungsfachbetrieb'' (EfbV-certificaat), een ISO9001-certificaat alsmede aansluiting bij het ''Betreuungsvertrag SVG'', mede in acht genomen dat Alba als Duits bedrijf onderworpen is aan de Duitse wet- en regelgeving, in alle voor dit werk relevante opzichten met betrekking tot kwaliteit, veiligheid en milieu gelijkwaardig of ongelijkwaardig aan het veiligheidssysteemcertificaat volgens VCA*?

2) heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

3.2

benoemt tot deskundigen:

1

de heer [deskundige1]

2

de heer [deskundige2]

3

de heer [deskundige3]

3.3

stelt het voorschot vast op het bedrag van € 17.840,= inclusief BTW.

3.4

bepaalt dat de Combinatie uiterlijk woensdag 23 april 2014 het voorschot dient over te maken op rekeningnummer NL83RBOS0569991293 t.n.v. Griffie LDCR onder vermelding van "voorschot deskundigenrapport" en zaak- en rolnummer C/14/132100/HA ZA 11-591.

3.5

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot.

3.6

bepaalt dat de Combinatie zijn procesdossier in afschrift aan de voorzitter van de deskundigen dient te doen toekomen.

3.7

bepaalt dat:

- De deskundigen het onderzoek zelfstandig zullen verrichten op de door hen in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats.

- De heer [deskundige1] zal optreden als voorzitter. De drie deskundigen beslissen bij meerderheid van stemmen. Aan de voorzitter komt geen doorslaggevende stem toe.

- De deskundigen dienen het onderzoek zelfstandig te verrichten. De deskundigen bepalen zelfstandig wie van hen welk (deel van het) onderzoek doet en of ieder van hen tegelijk onderzoek doet of achtereenvolgens.

- De deskundigen dienen de totstandkoming van het onderzoek en het deskundigenbericht naar eigen inzicht in te richten. Indien zij in de loop van het onderzoek vragen hebben over deze inrichting, waarover zij niet zelf kunnen of willen beslissen, zal de rechter op hun rechtstreeks schriftelijk verzoek regisserende aanwijzingen geven, niet dan nadat partijen daarover zijn gehoord. De deskundigen dienen hiervan melding te maken in het deskundigenbericht.

- De deskundigen dienen samen één deskundigenbericht uit te brengen. Uit het deskundigenbericht dient te blijken of alle (deel)vragen aan alle deskundigen zijn gesteld of dat aan iedere deskundige (deel)vragen zijn gesteld die op zijn of haar vakgebied liggen.

- Indien de deskundigen verschillen van opvatting kan ieder van hen een afwijkende mening doen blijken in het deskundigenbericht (artikel 198 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Het persoonlijke gevoelen hierbij dient niet te blijken uit het deskundigenbericht.

- De deskundigen mogen met elkaar buiten aanwezigheid van partijen overleg hebben tijdens het onderzoek en de totstandkoming van het deskundigenbericht. De deskundigen dienen van dit overleg verslag te doen in het deskundigenbericht met het oog op het beginsel van hoor en wederhoor.

- Indien daarom verzocht door één van of beide partijen, dienen de deskundigen voorafgaand aan het onderzoek een plan van werkwijze op te stellen. Beide partijen dienen in dat geval in het kader van hoor en wederhoor in de gelegenheid te worden gesteld om opmerkingen en verzoeken daarover kenbaar te maken voordat met het onderzoek wordt gestart. De deskundigen bepalen zelfstandig of, en zo ja in hoeverre, zij tegemoet komen aan de opmerkingen en verzoeken van partijen. In elk geval dient hiervan verslag te worden gedaan in het deskundigenbericht.

3.8

wijst de deskundigen er op dat:

- De deskundigen voor aanvang van het onderzoek dienen kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie).

- De deskundigen het onderzoek onmiddellijk dienen te staken en contact dienen op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn.

- De deskundigen partijen bij een (eventueel) onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dienen te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundigen dit onderzoek niet mogen uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan.

- Indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundigen hierop hebben gereageerd.

3.9

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundigen dienen te verstrekken indien deze daarom verzoeken, de deskundigen toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundigen ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek.

3.10

wijst de deskundigen er op dat zij een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundigen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundigen in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundigen daarop moeten vermelden.

3.11

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het conceptrapport van de deskundigen nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundigen geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het conceptrapport te reageren.

3.12

draagt de deskundigen op om uiterlijk woensdag 23 juli 2014 een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie.

3.13

bepaalt voor het overige dat de zaak op de rol zal komen voor akte na deskundigenbericht op een termijn van vier weken na verzending van het rapport aan partijen door de griffier.

3.14

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken.

3.15

verklaart de beslissing over de partij die het voorschot moet deponeren uitvoerbaar bij voorraad.

3.16

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Jongkind-Jonker en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2014.