Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:13337

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-10-2014
Datum publicatie
09-02-2016
Zaaknummer
C/15/230734 / HA RK 15/130
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing om de door verzoeker verzochte getuige niet op te roepen is een procesbeslissing. De vraag of een procesbeslissing inhoudelijk al dan niet juist moet worden geacht, leent zich niet voor een oordeel door de wrakingskamer en kan slechts in eventueel hoger beroep worden getoetst. Alleen indien een procesbeslissing of de motivering daarvan zo onbegrijpelijk is dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert, kan dit tot een ander oordeel leiden. Deze situatie doet zich naar het oordeel van de rechtbank in de onderhavige zaak niet voor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: C/15/230734 / HA RK 15/130

Beslissing van 29 oktober 2015

Op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker.

1 Procesverloop

1.1

Verzoeker heeft op 10 augustus 2015 ter zitting de wraking verzocht van
mr. A. Terwiel-Kuneman, hierna te noemen: de rechter, in de bij deze rechtbank, afdeling publiekrecht, sectie bestuur, locatie Haarlem, aanhangige zaak met als zaaknummer HAA 15/2918 (hierna te noemen: de hoofdzaak).

1.2

De rechter heeft niet in de wraking berust en heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd.

1.3

Het verzoek is vervolgens behandeld ter openbare zitting van de wrakingskamer van 27 oktober 2015. Verzoeker, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak zijn daarbij in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De rechter is, met berichtgeving daarvan op 12 augustus 2015, niet verschenen. De wederpartij in de hoofdzaak heeft van de geboden gelegenheid, met bericht van 22 oktober 2015, geen gebruik gemaakt.

2 De standpunten van verzoeker en de rechter

2.1

Verzoeker heeft ter onderbouwing van het verzoek – samengevat –

aangevoerd het niet eens te zijn met de beslissing van de rechter om de door hem verzochte getuige niet op te roepen. Het proces-verbaal van de zitting van 10 augustus 2015 houdt op dat punt in: “Dat brengt mij op het feit dat ik de rechtbank heb gevraagd mevr. [getuige] op te roepen als getuige. U zegt mij dat de rechtbank dat nu niet nodig vindt. Waar staaft u deze beslissing op? Ik ben het niet met uw beslissing eens en ik accepteer deze dan ook niet. Om die reden wraak ik u.”

2.2

De rechter heeft – samengevat – als volgt gereageerd op het wrakingsverzoek. Verzoeker heeft kort voor de zitting verzocht om een getuige te horen die de rechtbank moest oproepen. Door de korte termijn heeft de rechtbank verzoeker daarover voorafgaand aan de zitting geen uitsluitsel meer kunnen bieden. De griffier heeft vergeefs geprobeerd om verzoeker telefonisch te bereiken. De rechter heeft verzoeker ter zitting gezegd dat zij nog geen aanleiding zag voor het horen, laat staan voor het oproepen. Aan het inhoudelijk behandelen van de zaak is zij niet meer toegekomen.

3 De beoordeling

3.1

Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.2

Bij de beoordeling van een beroep op (kort gezegd) het ontbreken van rechterlijke onpartijdigheid in de zin van artikel 8:15 Awb geldt als uitgangspunt, dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.

3.2

Naar het oordeel van de rechtbank is de beslissing van de rechter om de door verzoeker verzochte getuige niet op te roepen een procesbeslissing. De vraag of een procesbeslissing inhoudelijk al dan niet juist moet worden geacht, leent zich niet voor een oordeel door de wrakingskamer en kan slechts in eventueel hoger beroep worden getoetst. Alleen indien een procesbeslissing of de motivering daarvan zo onbegrijpelijk is dat deze een zwaarwegende aanwijzing zoals genoemd in rechtsoverweging 3.2 oplevert, kan dit tot een ander oordeel leiden. Deze situatie doet zich naar het oordeel van de rechtbank in de onderhavige zaak niet voor. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.

4 Beslissing

De rechtbank

- wijst het verzoek tot wraking van de rechter af;

- beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;

- beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. E.B. de Vries - van den Heuvel, voorzitter, mr. M. Mateman en mr. S. Jongeling, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Peeters, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2015.[concipiënt_initialen]

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.