Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:12946

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-11-2014
Datum publicatie
19-02-2015
Zaaknummer
15/870247-14, 15/710244-14 en 15/710203-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek 12Cayenne; verkort strafvonnis; vier (4) jaar gevangenisstraf voor medeplegen van een groot aantal (woning)inbraken en opzettelijk aanwezig hebben 7800 gram hasj; verweer ten aanzien van de geldigheid van de dagvaarding en ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie; partiële vrijspraak; strafmotivering; beslag; benadeelde partijen gedeeltelijk toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15/870247-14, 15/710244-14 en 15/710203-14 (onderzoek 12Cayenne)

Uitspraakdatum: 21 november 2014

Tegenspraak

Verkort strafvonnis (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 6 en 7 november 2014 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Roemenië),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag te Zwaag.

De rechtbank heeft kennisgenomen van

- het standpunt van de officier van justitie, mr. M. Kubbinga, dat ertoe strekt dat de rechtbank het als feiten 1 t/m 4 onder parketnummer 15/870247-14, 1 t/m 9 onder parketnummer 15/710244-14 en het als primair onder parketnummer 15/710203-14 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en verdachte hiervoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) jaar met aftrek van het ondergane voorarrest. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partijen heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] hoofdelijk dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 1.085,02 met oplegging van de corresponderende schadevergoedingsmaatregel, de vordering van [slachtoffer 2] hoofdelijk dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 300, eveneens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de vordering van [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, de vordering van [slachtoffer 10] hoofdelijk dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 2.305,06 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de vordering van [slachtoffer 19] hoofdelijk dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 300, ook weer met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de vordering van [slachtoffer 20] hoofdelijk dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 1.055,45, eveneens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- hetgeen door de verdachte en mr. S.N.W. van Dam-Ouwens, raadsvrouw van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

15/870247-14

Feit 1

hij op of omstreeks 28 januari 2014 in de gemeente Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een televisietoestel (merk Samsung) en/of een computer (merk Asus) en/of een computer (merk Lenovo) en/of twee 3D brillen (merk Samsung) en/of een of meer afstandsbedieningen en/of een videocamera (merk Sony) en/of een schoudertas (merk Eastpak) en/of een of meer mobiele telefoons en/of een fotocamera (merk Panasonic) en/of een of meer sieraden en/of een of meer horloges en/of een of meer munten en/of een of meer computertablets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 2

hij in of omstreeks de periode van 17 februari 2014 tot en met 18 februari 2014 in de gemeente Katwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee laptops en/of een fles Whiskey (merk Auchatoshaw) en/of een rijbewijs en/of 5, althans een of meer dozen wijn en/of een of meer flesjes parfum en/of een tablet (merk Apple), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 3

hij op of omstreeks 17 maart 2014 in de gemeente Heiloo tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning aan de [adres] alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee mobiele telefoons (merk Apple, Iphone) en/of twee portable computers (merk Apple, Ipad air en Macbook), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 18], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 4

hij in of omstreeks de periode van 16 maart 2014 tot en met 17 maart 2014 in de gemeente Heiloo tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning aan de [adres] alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop (merk Dell), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

15/710244-14

Feit 1

hij op of omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen, waaronder een laptop en/of een of meer mobiele telefoons en/of een bankpas/creditcard en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

hij op of omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop, merk Dell, en/of een mobiele telefoon, Samsung, en/of een geldbedrag van ongeveer 180 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

hij op of omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een e-reader en/of sieraden en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

hij op of omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen geld en/of andere goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, het bovenlicht van de achterdeur van die woning heeft getracht te verbreken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2

hij op of omstreeks 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een TomTom navigatiesysteem en/of een filmcamera en/of een of meer mobiele telefoon(s) en/of een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

en/of

hij in of omstreeks de periode van 13 februari 2014 tot en met 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

en/of

hij op of omstreeks 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer computer(s) en/of een of meer fotocamera('s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

en/of

hij in of omstreeks de periode van 13 februari 2014 tot en met 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee computers, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 3

hij in of omstreeks 17 februari 2014 tot en met 18 februari 2014 te Katwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Landrover, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 17 februari 2014 tot en met 18 februari 2014 in de gemeente Katwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 4

hij op of omstreeks 24 februari 2014 te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen waaronder sieraden en/of een aansteker, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 21], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 5

hij op of omstreeks 8 maart 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen waaronder een of meer Apple tablets en/of een laptop en of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 22], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

hij op of omstreeks 8 maart 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen, waaronder sieraden en/of computerapparatuur, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 23], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 6

hij op of omstreeks 9 maart 2014 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen, waaronder een kluis en/of biljetten van Nederlandse guldens en/of een of meer mobiele

telefoons, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 24], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) , waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 7

hij op of omstreeks 12 maart 2014 te Hilversum tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen, waaronder een fiets en/of een (goudkleurig) horloge en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 20], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 8

hij op of omstreeks 14 maart 2014 te Naarden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 25], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

hij op of omstreeks 14 maart 2014 te Naarden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en) , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee laptops en/of een Apple Ipad en of een Iphone, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 26], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededaders) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 9

hij op of omstreeks 15 maart 2014 te Woerden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en) , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen, waaronder een mobiele telefoon en/of fotoapparatuur, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 27], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/liet weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

hij op of omstreeks 15 maart 2014 te Woerden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Ipad en/of een notebook/laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 28], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

hij op of omstreeks 15 maart 2014 te Woerden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededaders) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen, waaronder een mobiele telefoon en/of kleding en/of schoenen en/of een foto/videocamera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 29], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

15/710203-14

Primair

hij (op een of meer tijdstippen) op of omstreeks 3 maart 2014 te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer, al dan niet gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de hieronder genoemde woningen, alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), heeft weggenomen (onder meer) de hieronder genoemde goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hieronder genoemde benadeelden, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten:

- in/uit de woning gelegen aan de [adres] (onder meer) een laptop en/of een of meer telefoons en/of een fotocamera en/of geld en/of sieraden, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 30] en/of

- in/uit de woning gelegen aan de [adres] (onder meer) een dameshorloge en/of zilveren oorbellen en/of een fotocamera en/of 3 pakken koekjes en/of 3 (zak)horloges, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 31] en/of

- in/uit de woning gelegen aan de [adres] (onder meer) een geldkistje inhoudende camera's en of een of meer telefoons, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 32];

Subsidiair

hij op of omstreeks 3 maart 2014 te Winschoten, gemeente Oldambt, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (onder meer)

- een laptop en/of een of meer telefoons en/of een fotocamera en/of geld en/of sieraden en/of

- een dameshorloge en/of zilveren oorbellen en/of een fotocamera en/of 3 pakken koekjes en/of 3 (zak)horloges en/of

- een geldkistje inhoudende camera's en of een of meer telefoons,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van deze goederen wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

2. Voorvragen

2.1. Geldigheid van de dagvaarding/ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De raadsvrouw van verdachte heeft partiële nietigheid van de dagvaarding (desgevraagd gewijzigd in de kennelijk bedoelde niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging) bepleit op basis van het ne bis in idem-beginsel (art. 68 van het Wetboek van Strafrecht). Hiertoe heeft zij aangevoerd dat het als feit 2 onder parketnummer 15/870247-14 en het als feit 3, eerste onderdeel, onder parketnummer 15/710244-14 tenlastegelegde hetzelfde juridische feit en dezelfde gedragingen betreft, hetgeen zou kunnen resulteren in een situatie waarin verdachte tweemaal voor hetzelfde feit veroordeeld wordt, hetgeen in strijd is met art. 68 Sr.

De rechtbank overweegt omtrent de aangesneden kwestie als volgt.

De twee door de raadsvrouw bedoelde feiten zijn bij twee afzonderlijke dagvaardingen aangebracht. Bij de toetsing of sprake is van een geval als bedoeld in art. 68 Sr, zijn de juridische aard van de feiten alsmede de gedraging van de verdachte van belang (zie ook: ECLI:NL:HR:2011:BM9102, r.o. 2.9.1). Het als feit 2 onder parketnummer 15/870247-14 tenlastegelegde betreft – zakelijk weergegeven – gekwalificeerde diefstal uit de woning aan de [adres] te Katwijk van diverse goederen toebehorend aan [slachtoffer 10] in de periode van 17 tot en met 18 februari 2014. Het als feit 3, eerste onderdeel onder parketnummer 15/710244-14 tenlastegelegde betreft – zakelijk weergegeven – gekwalificeerde diefstal van een personenauto van het merk Landrover, toebehorend aan [slachtoffer 10] in de periode van 17 tot en met 18 februari 2014 (met behulp van een valse sleutel).

Hoewel tijd, plaats en benadeelde voor beide feiten weliswaar overeenkomen, heeft dat niet te gelden voor de gedragingen van verdachte waarop de afzonderlijk ten laste gelegde feiten zien. Een woninginbraak en de diefstal van een auto met behulp van een valse sleutel hebben te gelden als afzonderlijke gedragingen, ook als de autosleutel tijdens de woninginbraak wordt gevonden, nu het tijdens een woninginbraak aantreffen van een autosleutel niet direct de diefstal van de bijbehorende auto tot gevolg heeft. Dit is een op zichzelf staande gedraging van verdachte, waaraan een nieuw wilsbesluit ten grondslag ligt en heeft derhalve niet te gelden als hetzelfde feit als bedoeld in artikel 68 Sr.

De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsvrouw. Ook voor zover aan het inroepen van de partiële nietigheid de gedachte ten grondslag zou liggen, dat door de wijze van ten laste leggen onduidelijkheid is ontstaan ten aanzien van hetgeen verdachte precies wordt verweten, wordt in bovenstaande overwegingen duidelijk dat en waarom een dergelijke opvatting in casu onjuist is.

De dagvaarding is (ook overigens) geldig en het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging.

2.2. Overige voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Partiële vrijspraak van hetgeen als feit 3, tweede onderdeel onder parketnummer 15/710244-14 is tenlastegelegd

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte in het tweede onderdeel van feit 3 onder parketnummer 15/710244-14 ten laste is gelegd, zijnde – zakelijk weergegeven – diefstal in/uit de woning op de [adres] te Katwijk in de nacht van 17 op 18 februari 2014 (zaaksdossier 16), en moet hij daarvan worden vrijgesproken.

4. Bewijs

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten aanvulling worden opgenomen.

4.1. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 t/m 4 van parketnummer 15/870247-14, 1 t/m 9 van parketnummer 15/710244-14 ten laste gelegde feiten en het onder primair van parketnummer 15/710203-14 ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

15/870247-14

Feit 1

hij op 28 januari 2014 in de gemeente Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een televisietoestel (merk Samsung) en een computer (merk Asus) en een computer (merk Lenovo) en twee 3D brillen (merk Samsung) en afstandsbedieningen en een videocamera (merk Sony) en een schoudertas (merk Eastpak) en mobiele telefoons en een fotocamera (merk Panasonic) en sieraden en horloges en munten en computertablets, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

Feit 2

hij in de periode van 17 februari 2014 tot en met 18 februari 2014 in de gemeente Katwijk tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee laptops en een fles Whiskey (merk Auchatoshaw) en een rijbewijs en 5 dozen wijn en flesjes parfum en een tablet (merk Apple), toebehorende aan [slachtoffer 10], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

Feit 3

hij op 17 maart 2014 in de gemeente Heiloo tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning aan de [adres] alwaar verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee mobiele telefoons (merk Apple, Iphone) en twee portable computers (merk Apple, Ipad air en Macbook), toebehorende aan [slachtoffer 18], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van inklimming;

Feit 4

hij op 17 maart 2014 in de gemeente Heiloo tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning aan de [adres] alwaar verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop (merk Dell), toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak;

15/710244-14

Feit 1

hij omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]), alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen, waaronder een laptop en mobiele telefoons en een bankpas/creditcard en sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij een van zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming;

en

hij omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop, merk Dell, en een mobiele telefoon, Samsung, en een geldbedrag van ongeveer 180 euro, toebehorende aan [slachtoffer 3], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

en

hij omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een e-reader en sieraden en een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 4];

en

hij omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen geld en/of andere goederen van zijn/hun gading, toebehorende aan [slachtoffer 5], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, met een of meer van zijn mededaders, het bovenlicht van de achterdeur van die woning heeft getracht te verbreken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2

hij op 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een TomTom navigatiesysteem en een filmcamera en mobiele telefoons en een hoeveelheid sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 6], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

en

hij op 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 7], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

en

hij op 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen mobiele telefoons en computers en fotocamera's, toebehorende aan [slachtoffer 8], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

en

hij op 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee computers, toebehorende aan [slachtoffer 9], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

Feit 3

hij in de periode van 17 februari 2014 tot en met 18 februari 2014 te Katwijk tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Landrover, toebehorende aan [slachtoffer 10], waarbij verdachte en/of zijn mededaders het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

Feit 4

hij op of omstreeks 24 februari 2014 te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer, tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen waaronder sieraden en een aansteker, toebehorende aan [slachtoffer 21], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak;

Feit 5

hij op 8 maart 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen waaronder Apple tablets en een laptop en een mobiele telefoon, toebehorende aan [slachtoffer 22], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak;

en

hij op 8 maart 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen, waaronder sieraden en computerapparatuur, toebehorende aan [slachtoffer 23], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak;

Feit 6

hij op of omstreeks 9 maart 2014 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen, waaronder een kluis en biljetten van Nederlandse guldens en mobiele telefoons, toebehorende aan [slachtoffer 24], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak;

Feit 7

hij op 12 maart 2014 te Hilversum tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen, waaronder een fiets en een (goudkleurig) horloge en sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 20], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak;

Feit 8

hij op 14 maart 2014 te Naarden tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en een laptop, toebehorende aan [slachtoffer 25], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader;

en

hij op 14 maart 2014 te Naarden tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee laptops en een Iphone, toebehorende aan [slachtoffer 26], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak;

Feit 9

hij op 15 maart 2014 te Woerden tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen, waaronder een mobiele telefoon en fotoapparatuur, toebehorende aan [slachtoffer 27];

en

hij op 15 maart 2014 te Woerden tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Ipad en een notebook/laptop, toebehorende aan [slachtoffer 28];

en

hij op 15 maart 2014 te Woerden tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen, waaronder een mobiele telefoon en kleding en schoenen en een foto/videocamera, toebehorende aan [slachtoffer 29], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak;

15/710203-14

Primair

hij (op meer tijdstippen) op 3 maart 2014 te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer, al dan niet gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de hieronder genoemde woningen, alwaar verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), heeft weggenomen (onder meer) de hieronder genoemde goederen, toebehorende aan de hieronder genoemde benadeelden, waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak, te weten:

- uit de woning gelegen aan de [adres] (onder meer) een laptop en een of meer telefoons en een fotocamera en geld en sieraden, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 30] en

- uit de woning gelegen aan de [adres] (onder meer) een dameshorloge en zilveren oorbellen en een fotocamera en 3 pakken koekjes en 3 (zak)horloges, toebehorende aan [slachtoffer 31] en

- uit de woning gelegen aan de [adres] (onder meer) een geldkistje, camera's en telefoons, toebehorende aan [slachtoffer 32].

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

15/870247-14

Feit 1: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 2: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 3: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

Feit 4: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

15/710244-14

Feit 1: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming

respectievelijk

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

respectievelijk

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen

respectievelijk

poging tot diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 2: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;

Feit 3: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

Feit 4: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 5: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;

Feit 6: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 7: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 8: diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt

respectievelijk

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 9: diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, meermalen gepleegd

respectievelijk

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

15/710203-14

Primair: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen

respectievelijk

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van de sancties

7.1. Hoofdstraf

Bij de beslissing over de hoofdstraf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meer dan twintig woning- en schuurinbraken en insluipingen in vereniging in de periode van eind januari 2014 tot en met medio maart 2014. Woninginbraak is een maatschappelijk probleem. Elke 73 seconden vindt ergens in Nederland een (poging tot) woninginbraak plaats. Opsporing, vervolging en bestraffing van daders kost de Nederlandse samenleving jaarlijks miljoenen. Maar afgezien van de kosten tasten woninginbraken sterk het veiligheidsgevoel onder de burgers aan. In de eerste plaats natuurlijk dat van de slachtoffers zelf, maar het fenomeen raakt ook directe buren, wijkbewoners en de maatschappij als geheel. Een woninginbraak is een ingrijpende gebeurtenis. Het idee dat een vreemde door het huis heeft gelopen, aan spullen heeft gezeten en de boel vervuild of vernield heeft op de plaats waar iemand zich bij uitstek veilig en geborgen zou moeten kunnen voelen is, nog afgezien van de materiële schade, moeilijk te verdragen. Met name voor slachtoffers die gedurende de woninginbraak in de woning aanwezig waren is het een zeer ingrijpende gebeurtenis. De emotionele verwerking neemt vaak veel tijd in beslag, om nog maar niet te spreken van het gemis van eventueel onvervangbare, persoonlijke spullen. Slachtoffers hebben dan ook vaak te kampen met slaapgebrek, gevoelens van angst en onrust en het ontbreken van een gevoel van veiligheid in hun eigen huis. Wat betreft de materiële schade worden de gestolen goederen slechts zelden geheel of gedeeltelijk teruggevonden en geretourneerd aan de eigenaren en kost het slachtoffers veel tijd en moeite om hiervoor een vergoeding van een verzekeraar of dader te verkrijgen, waarbij zelden sprake is van een gehele schadeloosstelling en het slachtoffer de tijd die hij of zij kwijt is aan herstel doorgaans niet kan verhalen. Met het plegen van een groot aantal (gekwalificeerde) diefstallen in vereniging heeft verdachte blijk gegeven van een groot gebrek aan respect voor niet alleen de eigendommen van de slachtoffers, maar ook van onverschilligheid voor wat zijn handelen voor (hierboven genoemde) gevolgen heeft voor deze slachtoffers. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Op grond van de aard en de ernst van het bewezenverklaarde is de rechtbank van oordeel dat – uit een oogpunt van normhandhaving en preventie – alleen een vrijheidsbenemende straf als passende en geboden sanctie in aanmerking komt.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het op zijn naam staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 20 maart 2014 en het op zijn naam staand uittreksel uit het European Criminal Records Information System d.d. 28 maart 2014, niet eerder in Nederland, maar wel in Roemenië, meermalen tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden om (in een ander land) te recidiveren.

De rechtbank merkt op, dat de officier van justitie bij een eis van acht (8) jaar met aftrek van het ondergane voorarrest heeft duidelijk gemaakt dat zij daaraan vooral een optelsom ten grondslag heeft gelegd en daardoor geen rekening heeft gehouden met het afnemend strafnut. De rechtbank acht een dergelijke afweging wel belangrijk in het kader van de strafoplegging, en zal daarmee rekening houden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7.2. Bijkomende straf

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, opgenomen onder de nummers 26, 35 t/m 45 en 64 t/m 71 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst van 30 oktober 2014, dienen te worden verbeurdverklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat (een of meer) bewezen verklaarde feiten met behulp van die voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, zijn begaan of dat die voorwerpen bestemd waren om die feiten mee te plegen.

8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven geldbedrag van € 904,46 (nummer 19 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst van 30 oktober 2014) dient te worden teruggegeven aan [rechthebbende], aangezien die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, opgenomen onder de nummers 1, 3 t/m 18, 20 t/m 25, 27 t/m 34, 46 t/m 58, 59 t/m 63, 72 t/m 87 en 89 t/m 95 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst van 30 oktober 2014, dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende, aangezien tot nu toe geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt.

9. Vorderingen benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

9.1. [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.535,02 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het als feit 1 onder parketnummer 15/870247-14 ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De gestelde materiële schade bestaat uit de waarde van diverse bij het onder 1 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit ontvreemde goederen.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag van € 100, bestaande uit het eigen risico dat niet door de ING woonverzekering is vergoed, rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1 bewezen verklaarde feit. In zoverre zal de vordering dan ook hoofdelijk worden toegewezen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Op grond van de thans beschikbare gegevens kan de rechtbank de schade niet begroten op meer dan het thans toewijsbare bedrag van € 100. Naar het oordeel van de rechtbank levert de behandeling van het resterende gedeelte van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding op. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 1 van parketnummer 15/870247-14 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9.2. [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.000 ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het als feit 1, eerste onderdeel onder parketnummer 15/710244-14 ten laste gelegde zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 300 rechtstreeks voortvloeit uit hetgeen onder feit 1, eerste onderdeel van parketnummer 15/710244-14 bewezen is. Vergoeding van dit bedrag komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet komen vast te staan dat de overige gestelde schadeposten het rechtstreeks gevolg zijn van het hiervoor in de rubriek bewezenverklaring als feit 1, eerste onderdeel onder parketnummer 15/710244-14 bewezen verklaarde. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 1, eerste onderdeel van parketnummer 15/710244-14 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9.3. [slachtoffer 8]

De benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.483,83 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van een van de onder 2 van de tenlastelegging met parketnummer 15/710244-14 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding vormt, zodat de benadeelde partij niet in haar vordering zal kunnen worden ontvangen. De rechtbank overweegt hiertoe dat de vordering onvoldoende is onderbouwd, nu de stukken met betrekking tot het bedrag dat de verzekering al dan niet zou hebben uitgekeerd ontbreken, waardoor niet na te gaan is welke goederen in hoeverre door de verzekering zijn vergoed en op basis waarvan.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.

9.4. [slachtoffer 10]

De benadeelde partij [slachtoffer 10] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.789,12 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het als feit 2 onder parketnummer 15/870247-14 en als feit 3, eerste onderdeel onder parketnummer 15/710244-14 ten laste gelegde zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit het vernieuwen van het sluitplan van de woning en vervanging van het portierslot van de personenauto van het merk Landrover.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 638,40 rechtstreeks voortvloeit uit het als feit 3, eerste onderdeel onder parketnummer 15/710244-14 bewezen verklaarde. De vordering zal derhalve in zoverre hoofdelijk worden toegewezen. Dit bedrag bestaat uit de vervanging van het portierslot van de personenauto van het merk Landrover, exclusief BTW.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet komen vast te staan dat de andere gestelde schadepost, zijnde het vernieuwen van het sluitplan van de woning, het rechtstreeks gevolg is van het hiervoor in de rubriek bewezen verklaring onder 2 van parketnummer 15/870247-14 bewezen verklaarde feit. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan het gedeelte van de vordering, dat tot niet-ontvankelijkheid zal leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 3, eerste onderdeel van parketnummer 15/710244-14 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9.5. [slachtoffer 19]

De benadeelde partij [slachtoffer 19] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.251,59 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het als feit 5, tweede onderdeel onder parketnummer 15/710244-14 ten laste gelegde zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit diverse ontvreemde goederen.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde materiële schade niet voor vergoeding in aanmerking komt, aangezien deze onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank komt echter vergoeding van de gestelde immateriële schade tot een bedrag van € 300 wel billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Op grond van de thans beschikbare gegevens kan de rechtbank de schade niet begroten op meer dan het thans toewijsbare bedrag van € 300. Naar het oordeel van de rechtbank levert de behandeling van het resterende gedeelte van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding op. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 5, eerste onderdeel van parketnummer 15/710244-14 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9.6. [slachtoffer 20]

De benadeelde partij [slachtoffer 20] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.449 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het als feit 7 onder parketnummer 15/710244-14 ten laste gelegde zou hebben geleden. De gestelde materiële schade bestaat uit de waarde van een herenfiets ad € 749 en de geschatte waarde van twee 14karaats gouden trouwringen (€ 700), die bij de onder feit 7 van parketnummer 15/710244-14 ten laste gelegde inbraak zouden zijn ontvreemd.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag van € 1.000 rechtstreeks voortvloeit uit het als feit 7 onder parketnummer 15/710244-14 bewezen verklaarde, bestaande uit € 300 aan dagwaarde van de herenfiets en € 700 aan geschatte waarde van de trouwringen. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Op grond van de thans beschikbare gegevens kan de rechtbank de schade niet begroten op meer dan het thans toewijsbare bedrag van € 1.000. Naar het oordeel van de rechtbank levert de behandeling van het resterende gedeelte van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding op. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 7 van parketnummer 15/710244-14 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 36f, 47, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte als tweede onderdeel van het als feit 3 onder parketnummer 15/710244-14 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de als feiten 1 t/m 4 onder parketnummer 15/870247-14, 1 t/m 9 onder parketnummer 15/710244-14 ten laste gelegde gedragingen en het primaire onder parketnummer 15/710203-14 ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.1 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder de zojuist bedoelde feiten meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER (4) JAREN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd: de voorwerpen onder de nummers 26, 35 t/m 45 en 64 t/m 71 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst van 30 oktober 2014.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende [rechthebbende] van het geldbedrag onder nummer 19 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst van 30 oktober 2014

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) van de voorwerpen onder de nummers 1, 3 t/m 18, 20 t/m 25, 27 t/m 34, 46 t/m 58, 59 t/m 63, 72 t/m 87 en 89 t/m 95 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst van 30 oktober 2014

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk in de vordering.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 100, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een van) de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 100, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door twee (2) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens (een van) de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 300, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een van) de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 300, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door zes (6) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens (een van) de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 10] geleden schade tot een bedrag van € 638,40, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een van) de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 10] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 638,40, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door twaalf (12) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens (een van) de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 19] geleden schade tot een bedrag van € 300, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 19] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 300, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door zes (6) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 20] geleden schade tot een bedrag van € 1.000, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 20] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.000, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door twintig (20) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.J.M. Verpalen, voorzitter,

mrs. P.H. Lauryssen en C.A.M. van der Heijden, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier, mr. A.M.A. Beckers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 november 2014.