Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:12943

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-06-2014
Datum publicatie
18-02-2015
Zaaknummer
585812/CV EXPL 12-16547
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij het bepelan van de duur van de vertraging voor wat betreft de aankomsttijd van het toestel hanteert de kantonrechter het tijdstip dat het toestel 'on blocks' is en niet het tijdstip van de 'touch down'. Naar het oordeel van de kantonrechter kan het niet verkrijgen van toestemming van de ATC om te mogen vertrekken worden aangemerkt als een gebeurtenis die niet inherent is aan de normale uitoefening van de activiteit van de luchtvaartmaatschappij. Het beroep van de luchtvaartmaatschappij op artikel 5 lid 3 van de Verordening slaagt. Het feit dat de buitengewone omstandighed zich niet op de vlucht in kwestie maar op de daar direct aan voorafgaande vlucht heeft voorgedaan, doet daar niet aan af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2015/81
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 585812 / CV EXPL 12-16547

datum uitspraak: 10 juni 2014

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

  1. [A.]

  2. [B.]
    beiden te[woonplaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigde E.S.A. Wiggers

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Corendon Dutch Airlines B.V.

te Lijnden

gedaagde

hierna te noemen Corendon

gemachtigde mr. T.R. van Ginkel

De procedure

De passagiers hebben Corendon gedagvaard op 19 december 2012. Corendon heeft schriftelijk geantwoord, waarna de passagiers hebben gerepliceerd en Corendon heeft gedupliceerd. Corendon heeft vervolgens pleidooi verzocht. Pleidooi heeft plaatsgevonden op 24 april 2014. De gemachtigden van partijen hebben pleitnotities overgelegd en nog stukken in het geding gebracht.

De feiten

a. De passagiers hebben met Corendon een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Corendon de passagiers zou vervoeren van Antalya (Turkije) naar Amsterdam op

3 november 2011 met vertrektijd 18.20 uur (lokale tijd) en aankomsttijd 21.35 uur (lokale tijd) en vluchtnummer CND 422, hierna: de vlucht.

De passagiers zijn met een vertraging in Amsterdam aangekomen.

De passagiers hebben compensatie van Corendon gevorderd in verband met voornoemde vertraging ten bedrage van in totaal € 800,00.

Corendon heeft geweigerd dit bedrag te betalen.

De vordering

De passagiers vorderen dat Corendon bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 800,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf

3 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 3 november 2011;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na datum van het vonnis.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en het Sturgeon‑arrest van 19 november 2009. De passagiers stellen dat Corendon vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier.

Het verweer

Primair voert Corendon aan dat zij geen compensatie verschuldigd is, omdat de vlucht minder dan 3 uur vertraagd was. De geplande aankomsttijd was 20.35 UTC (21.35 uur lokale tijd) en de werkelijke aankomsttijd was 23.34 UTC (00.34 lokale tijd), zodat de vertraging minder dan 3 uur bedroeg, aldus Corendon.

Subsidiair heeft Corendon aangevoerd dat zij geen compensatie verschuldigd is omdat de vertraging van de vlucht het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft Corendon aangevoerd dat de onderhavige vlucht onderdeel uitmaakte van de rotatievlucht CND 421/422, Amsterdam – Ovda (Israël) – Antalya (Turkije) – Amsterdam. Nadat de heenvlucht vanaf Amsterdam naar Ovda volgens schema – dus tijdig en probleemloos – was uitgevoerd, deed zich een probleem voor met een van de passagiers om Israël in te komen waardoor het vliegtuig niet eerder mocht vertrekken dan nadat dit probleem was opgelost. Vanwege de opgelopen vertraging te Ovda liep de crew op deze rotatievlucht uit haar wettelijke werk- en rusttijden en heeft Corendon pro actief besloten om de terugvlucht niet via Antalya uit te voeren. Voor de onderhavige vlucht is toen een ander vliegtuig ingehuurd om de passagiers naar Amsterdam te vervoeren, alwaar zij met een vertraging van 2 uur en 59 minuten zijn aangekomen.

Corendon betwist tenslotte de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten.

De beoordeling

1. Ten aanzien van het verweer van Corendon dat de passagiers geen 3 uur en 9 minuten later dan gepland in Amsterdam zijn aangekomen, zoals door de passagiers gesteld, maar 2 uur en 59 minuten vertraging hebben opgelopen overweegt de kantonrechter als volgt. De kantonrechter hanteert bij het bepalen van de duur van de vertraging voor wat betreft de aankomsttijd het tijdstip dat het toestel ‘on blocks’ is en niet, zoals Corendon heeft gedaan, het tijdstip van de ‘touch down’. Nu niet is gesteld of gebleken dat de vlucht met minder dan 3 uur vertraging ‘on blocks’ was op de luchthaven Amsterdam, faalt het verweer van Corendon. Voortschrijdend inzicht heeft tot de voorgaande overweging geleid. Dat het ‘on blocks’ tijdstip moet worden gehanteerd, is naar het oordeel van de kantonrechter in lijn met de doelstelling van de Verordening, te weten een hoog niveau van consumentenbescherming. Immers, in de regel is het moment van ‘on blocks’ kort voor het moment dat de passagiers zich weer vrij kunnen bewegen.

2. Ten aanzien van het beroep van Corendon op buitengewone omstandigheden overweegt de kantonrechter in algemene zin als volgt. In de considerans van de Verordening heeft de gemeenschapswetgever erop gewezen dat dergelijke omstandigheden zich met name kunnen voordoen in geval van politieke onstabiliteit, weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen, beveiligingsproblemen, onverwachte vliegveiligheidsproblemen en stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert.

3. Niet alle buitengewone omstandigheden geven aanleiding tot vrijstelling van de compensatieverplichting. De luchtvaartmaatschappij moet stellen en aantonen dat deze omstandigheden hoe dan ook niet voorkomen hadden kunnen worden door het treffen van maatregelen die op het tijdstip van de buitengewone omstandigheden voldoen aan voor de luchtvaartmaatschappij aanvaardbare technische en economische voorwaarden. Het moet gaan om omstandigheden waarop de luchtvervoerder geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen.

4. Het Europese Hof heeft in zijn arrest Wallentin-Hermann de buitengewone omstandigheid ‘onverwachte vliegveiligheidsproblemen’ nader ingevuld. Het Hof heeft geoordeeld dat technische mankementen kunnen worden beschouwd als onverwachte vliegveiligheidsproblemen. Aldus het Hof kunnen de omstandigheden die een dergelijk voorval vergezellen alleen dan als uitzonderlijk in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening worden aangemerkt, wanneer zij verband houden met een gebeurtenis die niet inherent is aan de normale uitoefening van de activiteit van de betrokken luchtvaartmaatschappij en de luchtvaartmaatschappij hierop geen invloed kan uitoefenen wegens de aard of de oorsprong van de gebeurtenis.

5. Corendon heeft voldoende onderbouwd gesteld welke omstandigheid zich heeft voorgedaan en dat dit er toe heeft geleid dat de passagiers van de onderhavige vlucht met vertraging in Amsterdam zijn aangekomen. Naar het oordeel van de kantonrechter kan het niet verkrijgen van toestemming van de ATC om te mogen vertrekken worden aangemerkt als een gebeurtenis die niet inherent is aan de normale uitoefening van de activiteit van de luchtvaartmaatschappij. Het betreft hier immers een van buiten komende oorzaak waarop de luchtvaartmaatschappij wegens de oorsprong ervan geen invloed kan uitoefenen.

6. Het Europese Hof heeft in zijn arrest Wallentin-Hermann overwogen dat, aangezien niet alle buitengewone omstandigheden aanleiding geven tot vrijstelling, de luchtvaartmaatschappij die zich op dergelijke omstandigheden beroept bovendien moet aantonen dat de genoemde omstandigheden hoe dan ook niet voorkomen hadden kunnen worden door het treffen van aan de situatie aangepaste maatregelen, dat wil zeggen maatregelen die op het tijdstip van de buitengewone omstandigheden met name voldoen aan voor de betrokken luchtvaartmaatschappij aanvaardbare technische en economische voorwaarden. De vervoerder dient aan te tonen dat hij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen kennelijk niet had kunnen vermijden – behoudens indien hij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van zijn onderneming had gebracht – dat de buitengewone omstandigheden waarmee hij werd geconfronteerd tot annulering van de vlucht leidden. Dit geldt sinds het Sturgeon-arrest ook bij langdurige vertraging. Uit het Eglitisarrest van 12 mei 2011 volgt dat aangezien de luchtvaartmaatschappij gehouden is alle redelijke maatregelen te treffen om buitengewone omstandigheden te kunnen ondervangen, zij in het stadium van de planning van de vlucht redelijkerwijs rekening moet houden met het risico op vertraging die het gevolg kan zijn van zulke omstandigheden. Daarom dient zij in een bepaalde reservetijd te voorzien om de vlucht zo mogelijk volledig te kunnen uitvoeren na afloop van de buitengewone omstandigheden.

7. Het beroep van Corendon op artikel 5 lid 3 van de Verordening slaagt. Gelet op hetgeen Corendon heeft aangevoerd en de stukken die zij in het geding heeft gebracht, is de kantonrechter van oordeel dat zij voldoende heeft gesteld om te kunnen concluderen dat deze omstandigheid hoe dan ook niet voorkomen had kunnen worden en dat zij de vertraging van de vlucht in kwestie niet heeft kunnen vermijden. Ten aanzien van het verweer van de passagiers dat Corendon bij vertrek uit Amsterdam niet al het mogelijke heeft gedaan om de documenten van passagiers te controleren om te verifiëren of de juiste (en nog geldige) papieren aanwezig zijn om tot Israël toegelaten tot Israël, heeft Corendon tijdens het pleidooi onweersproken gesteld dat al de checks in Amsterdam zijn uitgevoerd en dat de betreffende passagier uiteindelijk ook is toegelaten tot Israël. Voorts is van de zijde van de passagiers onvoldoende gesteld om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat Corendon bij vertrek uit Ovda over een reservebemanning beschikte die zij naar Antalya had kunnen vervoeren en dat dit gelet op de beschikbare materiële en personeelsmiddelen en het effect daarvan op de geplande vluchtuitvoering een reële mogelijkheid was en dat van Corendon had mogen worden verwacht dat zij van deze mogelijkheid gebruik zou maken. Het feit dat de buitengewone omstandigheid zich niet op de vlucht in kwestie maar daar direct aan voorafgaand, doet aan het voorgaande niet af nu deze omstandigheid gevolgen had voor de vluchtuitvoering van Corendon.

8. Op grond van het voorgaande zal de vordering van de passagiers worden afgewezen. De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat deze in het ongelijk worden gesteld. Daarbij worden zij ook veroordeeld tot betaling van € 50,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Corendon worden gemaakt.


De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Corendon tot en met vandaag worden begroot op € 400,00 aan salaris van de gemachtigde en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 50,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Corendon worden gemaakt en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.I. Oyunlu en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.