Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:12410

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-09-2014
Datum publicatie
30-12-2014
Zaaknummer
C/14/156744 / HA RK 14/123
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek niet gemotiveerd. Het verzoek is daardoor kennelijk niet-ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: C/14/156744 / HA RK 14/123

parketnummer: 15/122169-14

Beslissing van 17 september 2014

op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker.

Het verzoek is gericht tegen:

mr. A.C. Haverkate, politierechter,

hierna te noemen: de rechter.

1 Procesverloop

1.1.

Verzoeker heeft op 3 september 2014 ter zitting de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, locatie Alkmaar, aanhangige strafzaak met bovenvermeld parketnummer, hierna te noemen: de hoofdzaak.

1.2.

De rechter heeft niet berust in de wraking en heeft het door zijn griffier in het proces-verbaal weergegeven verzoek in handen gesteld van de griffier van de wrakingskamer.

1.3.

De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.

2 Het standpunt van verzoekster

Het proces-verbaal van het verzoek om wraking vermeldt – onder meer – het volgende:

“De verdachte deelt nogmaals met luide stem mee dat hij de politierechter niet kan volgen. De verdachte vraag of de politierechter lid is van de Rotary.

De raadsman deelt nogmaals mee dat verdachte echt niet goed kan horen wat er vandaag wordt besproken en verzoekt nogmaals om een ringleiding in de zittingzaal.

De verdachte deelt mee dat hij de zitting niet kan volgen en dat hij stokdoof is.

De verdachte deelt nogmaals mee dat zijn gehoorbril aan één kant kapot is en dat hij tijdig heeft gevraagd om een zaal met ringleiding.

De politierechter onderbreekt het onderzoek op de terechtzitting teneinde te trachten een voorziening te treffen voor een goed werkende ringleiding.

Na hervatting van het onderzoek op de terechtzitting maakt de verdachte gebruik van een door de rechtbank verstrekte koptelefoon. De verdachte deelt mee dat hij het nu beter kan verstaan. (…)

De verdachte deelt mee dat hij zijn eigen advocaat niet kan verstaan en dat hij de zaak niet kan volgen.

De politierechter deelt de verdachte mee dat hij zijn eigen defecte gehoorapparaat beter had kunnen laten herstellen alvorens naar de zitting te komen. De politierechter verzoekt de verdachte om de koptelefoon weer op te zetten en dichter bij zijn raadsman plaats te nemen.

De verdachte doet noch het een noch het ander. De verdachte deelt mee dat hij bijna doof is en dat de lippen van de rechter niet kan lezen, omdat daar de snor van de politierechter voor hangt.

De verdachte verzoekt nog een keer om een voorziening met goede ringleiding en anders de bijstand van een doventolk en hij deelt de politie vervolgens mee dat, indien deze het waagt het onderzoek op de terechtzitting voort te zetten, hij gewraakt zal worden.

De politierechter deelt mee dat de verdachte de indruk wekt dat hij zich niet maximaal inspant om te verstaan wat de andere procesdeelnemers zeggen.

De verdachte schreeuwt dat hij de politierechter wraakt.

De raadsman deelt desgevraagd mee dat de verdachte de politierechter wil wraken en dat dit kan worden gezien als een serieus wrakingsverzoek. De redenen zijn bekend om het proces nu te stoppen. De raadsman deelt mee dat er een oplossing moeten worden gezocht voor iemand die het proces niet kan volgen en dat het nu provisorisch is hersteld en de rechtbank onvoldoende heeft zorggedragen voor juiste voorzieningen. De raadsman deelt mee dat de verdachte zeker geen toneelstukje opvoert en dat hij kennelijk niet wordt geloofd.

"Juist", zegt de verdachte.

De verdachte deelt nogmaals mee dat hij de politierechter wraakt.

De raadsman deelt mee dat de discussie over het gehoorapparaat van verdachte geen pas geeft en deelt mee achter het wrakingsverzoek van zijn cliënt te staan. Desgevraagd geeft hij als wrakingsgrond aan dat justitie in gebreke blijft met het treffen van zodanige voorzieningen dat de verdachte kan volgen wat er op de zitting wordt gezegd.”

3 De beoordeling

3.1.

Op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn.

Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is.

3.2.

Een verzoek tot wraking dient gemotiveerd te zijn. De verzoekende partij dient opgave te doen van de feiten en omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig of niet onafhankelijk zal zijn.

Verzoeker heeft zelf helemaal niets over partijdigheid of onafhankelijkheid gezegd.

De advocaat van verzoeker heeft als wrakingsgrond aangevoerd dat justitie in gebreke blijft met het treffen van zodanige voorzieningen dat de verdachte kan volgen wat er op de zitting wordt gezegd. Wat er ook zij van dat standpunt, het is geen motivering van de wraking van deze rechter.

Aangezien het verzoek niet gemotiveerd is, is het daardoor kennelijk niet-ontvankelijk.

3.3.

Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1. in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www.rechtspraak.nl/ Organisatie/ Rechtbanken/ Rechtbank Noord-Holland/ Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.

4 Beslissing

De rechtbank:

4.1.

verklaart het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk en stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling;

4.2.

beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, zijn raadsman, de rechter en het openbaar ministerie een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;

4.3.

beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek en beveelt dat die zaak daartoe in handen wordt gesteld van de voorzitter van het team straf, locatie Alkmaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, plaatsvervangend voorzitter, en mr. P.H.B. Littooy en mr. M. Kraefft, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier, ter openbare terechtzitting van 17 september 2014.

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.