Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:12360

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-12-2014
Datum publicatie
30-12-2014
Zaaknummer
AWB - 14 _ 5319 en 14 _ 5324
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening - herroeping hoerca-exploitatievergunning en weigering verlenging horeca-exploitatievergunning

De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker de feiten en omstandigheden ten aanzien van de genoemde incidenten niet dan wel onvoldoende heeft betwist. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is sprake van feiten en omstandigheden op grond waarvan de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet is voldaan aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de op 19 december 2013 verleende horeca-exploitatievergunning.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht, geldigheid: 2014-12-30
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 14/5319, 14/5324

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 december 2014 in de zaak tussen

[verzoeker] h.o.d.n. Bar Gezellig/ Feestcafé Star / Club Star, te [plaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. R.J. Boekel),

en

de burgemeester van Zaanstad, verweerder

(gemachtigde: mr. M.E. Biezenaar).

Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen: [derde belanghebbenden][derde belanghebbenden][derde belanghebbenden][derde belanghebbenden][derde belanghebbenden].

Procesverloop

Horeca-exploitatievergunning voor één jaar

Bij besluit van 19 december 2013 heeft verweerder aan verzoeker een horeca-exploitatievergunningverleend voor de duur van één jaar.

Bij besluit van 18 december 2014 (bestreden besluit 1) heeft verweerder de daartegen gerichte bezwaren van derde-partijen gegrond verklaard en de horeca-exploitatievergunning herroepen.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verlenging horeca-exploitatievergunning

Bij besluit van 17 december 2014 (bestreden besluit 2) heeft verweerder besloten de op 19 december 2013 voor de duur van één jaar aan verzoeker verleende horeca-exploitatievergunning niet om te zetten in een horeca-exploitatievergunning voor onbepaalde tijd.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht voorlopige voorzieningen te treffen ten aanzien van bovengenoemde bestreden besluiten die daarin bestaan dat hij de exploitatie van zijn horeca-inrichting mag voortzetten.

Verzoeker is verschenen ter zitting op 23 december 2014, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, alsmede door H. de Loss, E. Deijle en P.C. Hoogcarspel, allen werkzaam bij de gemeente Zaanstad.

Voorts zijn verschenen [derde belanghebbenden], derde-partijen, vergezeld van [naam].

De voorzieningenrechter heeft op 24 december 2014 mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. De voorzieningenrechter richt zich allereerst op het verzoek voor zover dat betrekking heeft op het besluit van de burgemeester om de horeca-exploitatievergunning niet te verlengen (bestreden besluit 2). De burgemeester heeft in deze een discretionaire bevoegdheid, waarbij van belang is dat als uitgangspunt heeft te dienen de voorwaarde die de burgemeester heeft verbonden aan de op 19 december 2013 verleende horeca-exploitatievergunning. Deze luidt als volgt:

“Indien zich in het desbetreffende jaar geen incidenten voordoen in en/of rondom de inrichting dan wel er anderszins geen sprake is van feiten en omstandigheden die bij de beoordeling van een aanvraag om een horeca-exploitatievergunning kunnen worden betrokken, zal de exploitatievergunning worden omgezet in een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd. Voor de goede orde wijs ik u erop dat incidenten in en/of rondom uw horecabedrijf lopende dit jaar consequenties kunnen hebben voor deze vergunning en mij voortijdig tot een nieuw besluit doen komen.”

Naar ter zitting en uit de stukken is gebleken is de verlening van de horeca-exploitatievergunning voor een bepaalde periode, te weten één jaar, en het stellen bovengenoemde en andere voorwaarden ingegeven door een reeks van incidenten die reeds in ieder geval vanaf 2010 plaatsvonden in de betreffende horeca-inrichting alwaar verzoeker toen leidinggevende was.

Onder het kopje “Feiten en omstandigheden” in het bestreden besluit 2 is een uitvoerige opsomming gegeven van de incidenten die de feitelijke grondslag vormen voor de besluitvorming. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker de feiten en omstandigheden ten aanzien van deze incidenten niet dan wel onvoldoende heeft betwist. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is sprake van feiten en omstandigheden, op grond waarvan de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet is voldaan aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de op 19 december 2013 verleende horeca-exploitatievergunning. Gelet hierop valt niet te verwachten dat het bestreden besluit in bezwaar geen stand zal houden.

Het verzoek, voor zover dat is gericht op de weigering van de burgemeester om de horeca-exploitatievergunning te verlengen, wordt gelet hierop afgewezen.

3. Nu bovengenoemd verzoek is afgewezen, kan verzoeker met zijn andere verzoek dat ziet op het besluit om de verlening van de op 19 december 2013 verleende horeca-exploitatievergunning (bestreden besluit 1) te herzien, niet meer het resultaat bereiken wat hij wenst te bereiken, namelijk hervatting van de exploitatie van zijn horeca-inrichting. Schorsing van bestreden besluit 1 kan op zichzelf immers niet leiden tot hervatting van de exploitatie, nu de horeca-exploitatievergunning van tijdelijke aard was en op 19 december 2014 is verlopen.

Het verzoek, voor zover dat is gericht op de herroeping van de voor één jaar verleende horeca-exploitatievergunning, wordt dan ook afgewezen wegens gebrek aan belang.

De behandeling van de hoofdzaak, met zaaknummer 14/5325, zal worden voortgezet.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y.R. Boonstra - van Herwijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 december 2014.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.