Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:12294

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-10-2014
Datum publicatie
23-12-2014
Zaaknummer
2382381 CV EXPL 13-3891
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Zorgverzekeraar handelt onrechtmatig jegens verzekerde door de verzekerde als wanbetaler aan te melden bij het CVZ. De zorgverzekeraar moet de schade van de verzekerde vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2015/44
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknummer/rolnummer: 2382381 \ CV EXPL 13-3891 WD

Uitspraakdatum: 15 oktober 2014

Vonnis in de zaak van:

[naam], wonende te [plaats]

eisende partij

verder ook te noemen: [verzekerde]

gemachtigde: mr. B.F. Eblé, advocaat te Haarlem

[toevoeging nr. [nummer]

tegen

de naamloze vennootschap Univé Zorg N.V., statutair gevestigd te Zwolle en kantoorhoudende te Alkmaar

gedaagde partij

verder ook te noemen: Univé

gemachtigde: Van der Meer & Philipsen te Alkmaar.

Het verdere procesverloop

Voor het procesverloop verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken:

- het tussenvonnis van 9 april 2014 en de daarin genoemde processtukken;

- de akte van Univé met een productie;

- de antwoordakte van [verzekerde] met een productie.

Vervolgens is op vandaag uitspraak bepaald.

De verdere beoordeling

In deze zaak staat centraal de (on)rechtmatigheid van de aanmelding door Univé van [verzekerde] als wanbetaler bij CVZ. Voor deze aanmelding bestaat slechts grond indien ten tijde van de aanmelding sprake is van een achterstand van zes maanden of meer in de betaling van de verschuldigde premie voor de ziektekostenverzekering. Univé heeft deze aanmelding gegrond op het uitblijven van premiebetalingen over de maanden november 2010 tot en met mei 2011. Niet in geschil is dat [verzekerde] betaling van deze premie verschuldigd is.

Bij tussenvonnis is Univé in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten over de betalingen van [verzekerde] van 5 en 28 april 2011 van in totaal € 208,32 en over een betaling van € 199,95. Univé heeft zich hierover uitgelaten, waarop [verzekerde] heeft gereageerd.

Vastgesteld wordt dat [verzekerde] gelet op de vermelding bij de girale betaling op 5 en 28 april 2011 hiermee heeft beoogd te betalen de premie van januari en februari 2011, maar dat Univé deze betalingen ondanks de door [verzekerde] gevoegde vermelding, heeft afgeboekt op de verschuldigde premie over januari en februari 2011. Dit terwijl Univé de vordering tot betaling van laatstgenoemde maanden al aan haar gemachtigde uit handen had gegeven, die met betrekking tot onder meer die maanden op dat moment namens Univé tegen [verzekerde] een procedure is opgestart bij de kantonrechter te Haarlem.

Voorts is gebleken dat Univé ondanks de door haar gedane afboeking haar vordering in die procedure niet heeft verminderd, waardoor [verzekerde] uiteindelijk tot betaling van de premie over onder meer die maanden is veroordeeld, waarna [verzekerde] een betalingsregeling heeft getroffen, die inmiddels geheel is voldaan.

Dit alles rechtvaardigt vooralsnog de conclusie dat [verzekerde] de maanden juli en oktober 2010 dubbel heeft betaald, te weten door middel van haar betalingen van 5 en 28 april 2011 en door middel van voldoening aan voormelde betalingsregeling. Dit alles als gevolg van een administratieve onvolkomenheid van Univé.

Gelet op het voorgaande valt ondanks de door Univé bij akte gegeven nadere toelichting niet zonder meer vast te stellen dat [verzekerde] ten tijde van de gewraakte melding aan CVZ een premieachterstand van ten minste zes maanden heeft gehad.

Maar ook indien van het bestaan van een dergelijke betalingsachterstand moet worden uitgegaan, wordt deze achterstand geacht mede het gevolg te zijn geweest van de bij [verzekerde] als gevolg van voornoemde administratieve onvolkomenheid gerezen onduidelijkheid over de hoogte van het openstaande premiebedrag en de vraag aan wie (aan Univé of aan de gemachtigde) dat zou moeten worden betaald. Onder deze omstandigheden moet een eventuele achterstand in de premiebetaling van meer dan zes maanden in overwegende mate aan Univé worden toegerekend, als gevolg waarvan zij naar het oordeel van de kantonrechter niet op goede gronden over heeft kunnen gaan tot aanmelding van [verzekerde] als wanbetaler bij CVZ.

Het verweer van Univé wordt verworpen.

Het onrechtmatige karakter van de handelwijze van Univé is een gegeven en Univé dient de hieruit voortvloeiende schade aan [verzekerde] te vergoeden. [verzekerde] heeft deze schade onweersproken begroot op € 2.860,00, welk bedrag voor toewijzing gereed ligt.

Voorts kan van [verzekerde] niet langer worden gevergd dat zij als wanbetaler bij CVZ staat aangemeld. Univé dient dit ongedaan te maken en de hierop ziende vordering ligt voor toewijzing gereed.

De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

Univé valt als de in het ongelijk gestelde partij te beschouwen en zal in de kosten van dit geding worden veroordeeld. De gevorderde nakosten zijn toewijsbaar als na te melden.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt Univé om aan [verzekerde] tegen kwijting te betalen € 2.860,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 september 2013 tot de dag van betaling.

Veroordeelt Univé om [verzekerde] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis af te melden als wanbetaler bij CVZ door middel van een brief van Univé aan het door CVZ bijgehouden register, onder verbeurte van een dwangsom van € 25,00 per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat Univé hiermee in gebreke blijft, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 10.000,00.

Veroordeelt Univé in de proceskosten, die tot heden voor [verzekerde] worden vastgesteld op een

bedrag van € 655,82, waaronder een bedrag van € 350,00 voor salaris van de gemachtigde

van [verzekerde],

en veroordeelt Univé om daarvan te voldoen:

€ 563,00 van deze verschotten aan Univé (wegens griffierecht en salaris gemachtigde)

en € 92,82 aan de griffier (wegens dagvaardingskosten in verband met de aan [verzekerde] verleende

toevoeging) na toezending van de factuur door de financiële dienst (LDCR).

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Veroordeelt Univé tot betaling van de nakosten, die kunnen worden begroot op € 87,50.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van der Heijden, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en op 15 oktober 2014 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter