Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:12278

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-12-2014
Datum publicatie
22-01-2015
Zaaknummer
C-15-217813 - KG ZA 14-486
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Parochianen houden kerk onterecht bezet

Op 10 december 2014 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan in het kort geding tussen de R.K. Parochie St. Eloy in Beverwijk en de groep parochianen die de kerk van Onze Lieve Vrouw van Goede Raad sinds april 2010 bezet houdt.

De voorzieningenrechter oordeelt onder meer dat St. Eloy anoniem heeft mogen dagvaarden en dat aannemelijk is dat het bestuur van de parochie het besluit tot het aanspannen van dit kort geding rechtsgeldig heeft kunnen nemen.

Onrechtmatig handelen

Daarnaast oordeelt de rechter dat er wel degelijk sprake is van “kraken” dan wel “bezetten” van het kerkgebouw, omdat de bezetters zonder toestemming van St. Eloy over het kerkgebouw beschikken en de sloten hebben veranderd, zodat St. Eloy zelf niet meer beschikt over sleutels en geen vrije toegang heeft tot het kerkgebouw en het parochiehuis, terwijl de bezetters zich daar als heer en meester gedragen. Dat de bezetters dit uitsluitend doen met het doel om de kerk open te houden neemt niet weg dat zij op deze manier inbreuk maken op de eigendomsrechten van St. Eloy. De bezetters gedragen zich dus onrechtmatig. St. Eloy heeft een voldoende spoedeisend belang om het complex te willen ontruimen, onder meer in verband met een aan Stichting Stadsherstel verleende koopoptie.

Overhandigen sleutels en ontruiming

De bezetters worden veroordeeld om binnen twee dagen nadat het vonnis aan hen is betekend de sleutels van het kerkgebouw en het parochiehuis aan St. Eloy te overhandigen.

Daarna mogen zij met toestemming van St. Eloy nog tot 1 maart 2015 gebruik maken van het kerkgebouw voor vieringen. Uiterlijk 1 maart 2015 moeten zij het gebouw ontruimen. De rechter vindt deze ontruimingstermijn voldoende om de betrokkenen tijd te geven zich voor te bereiden op de nieuwe situatie en om overleg te voeren, onder meer over de realisatie van een devotieruimte. In het vonnis staat ook dat St. Eloy heeft toegezegd dat het 100 jarig bestaan van de O.L.Vrouw van Goede Raad kerk op 15 mei 2015 in overleg op gepaste wijze in de kerk gevierd kan worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

zaaknummer / rolnummer: C/15/217813 / KG ZA 14-486

Vonnis in kort geding van 10 december 2014

in de zaak van

de rechtspersoonlijkheid bezittende ROOMS KATHOLIEKE PAROCHE ST. ELOY,

gevestigd te Beverwijk,

eiseres,

advocaat mr. A.J.F. de Jager,

tegen

1 [gedaagde1],

wonende te Beverwijk,

2. [gedagde2],

wonende te Beverwijk,

3. [gedaagde3],

wonende te Heemskerk,

4. [gedaagde4],

wonende te Beverwijk,

5. [gedaagde5],

wonende te Beverwijk,

6. [gedaagde6],

wonende te Heemskerk,

7. [gedaagde7],

wonende te Beverwijk,

8. de stichting

STICHTING TOT BEHOUD VAN DE ONZE LIEVE VROUW VAN GOEDE RAADKERK,

gevestigd te Beverwijk,

9. HIJ/HEN DIE VERBLIJ(FT)VEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN,

gelegen aan het adres [adres],

gedaagden,

advocaat mr. W.J.R.M. Welschen.

Eiseres zal hierna St. Eloy worden genoemd. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk gedaagden genoemd worden. Afzonderlijk van elkaar zullen gedaagden bij hun achternamen worden genoemd. De Stichting ‘Stichting tot behoud van de Onze Lieve Vrouw van Goede Raadkerk’ zal hierna de Stichting worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de brief van mr. Welschen van 19 november 2014 met producties

  • -

    de brief van mr. de Jager van 20 november 2014 met daarbij een kopie van de uitgebrachte dagvaarding en producties

  • -

    de brief van mr. de Jager van 25 november 2014

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van St. Eloy

  • -

    de pleitnota van gedaagden.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

St. Eloy is eigenaar van het kerkgebouw Onze Lieve Vrouw van Goede Raad en bijgebouwen, gelegen aan de [adres], kadastraal bekend gemeente [kadaster] (hierna ook te noemen: het complex OLVvGR-kerk). Het complex OLVvGR-kerk bestaat uit het kerkgebouw met 700 zitplaatsen ([adres]), een vanuit de kerk toegankelijk parochiehuis ([adres]), de Jozefzaal ([adres]), een pastorie ([adres]), een begraafplaats en een processietuin (gelegen achter [adres]) (hierna ook te noemen: de gebouwen behorende tot het complex OLVvGR-kerk).

2.2.

St. Eloy is daarnaast eigenaar van twee andere kerkgebouwen in Beverwijk, te weten de H. Agathakerk met 600 zitplaatsen aan de [straat] en de ontmoetingsruimte Regina Caeli met 90 zitplaatsen aan het [plein].

2.3.

In 1995 zijn in Beverwijk vijf parochies, waaronder de parochie van de Onze Lieve Vrouw van Goede Raadkerk en van St. Eloy (oud) samengevoegd tot één parochie, St. Eloy. De parochianen bleven in hun eigen kerkgebouwen naar de kerk gaan.

2.4.

Het bestuur van St. Eloy heeft bij besluiten van 29 maart en 14 april 2006 besloten de vieringen voortaan de concentreren in één grote kerk en één steunpunt te Beverwijk met als gevolg dat het complex OLVvGR-kerk, althans het kerkgebouw behorende tot het complex OLVvGR-kerk, aan de eredienst moest worden onttrokken.

2.5.

Dit vormde de aanleiding voor de vorming van het comité Behoud Goede Raadkerk (op 22 april 2006) en later, op 8 augustus 2006, de oprichting van de Stichting. Uit een overgelegde uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat op 12 november 2014 de vereniging “Geloofsgemeenschap Onze Lieve Vrouw van Goede Raad” is ingeschreven. Als voorzitter van het bestuur is [gedaagde1] vermeld.

2.6.

St. Eloy heeft op 19 februari 2007 een verzoek gedaan aan de bisschop van het bisdom Haarlem-Amsterdam (hierna: de bisschop) om het complex OLVvGR-kerk aan de eredienst te onttrekken. De bisschop heeft bij besluit van 6 februari 2010, na een interim-periode van enkele jaren waarin is bekeken of de financiële en pastorale ontwikkelingen het behoud van het complex OLVvGR-kerk wellicht toch mogelijk maakten, het bestuur van St. Eloy toestemming gegeven om de pastorie en de bijgebouwen per 31 maart 2010 te sluiten om herontwikkeling daarvan mogelijk te maken. De bisschop overweegt daarin dat de vraag, of het kerkgebouw behorende tot het complex OLVvGR-kerk zélf, al dan niet in verkleinde vorm, behouden kan blijven, uitsluitend afhangt van de financiële mogelijkheden van de parochie en alternatieven die zich eventueel nog kunnen aandienen. Aangekondigd wordt dat dit in het najaar van 2010 ten finale zal worden beoordeeld.

2.7.

Op 31 maart 2010 is het (gehele) complex OLVvGR-kerk door het bestuur van St. Eloy gesloten en werden de sloten van de kerkdeur vervangen. Daarnaast werden de toegangsdeuren van de gebouwen behorende tot het complex OLVvGR-kerk dichtgespijkerd.

2.8.

Op 1 april 2010 hebben een onbekend aantal parochianen de deuren van het kerkgebouw behorende tot van het complex OLVvGR-kerk geforceerd (hierna te noemen: de bezetters), waardoor zij zichzelf toegang hebben verschaft tot dat kerkgebouw en het van daaruit toegankelijke parochiehuis. De sloten van het kerkgebouw en het parochiehuis zijn door hen vervangen. St. Eloy heeft daartoe sindsdien geen toegang meer.

2.9.

De bisschop heeft bij decreet van 19 december 2011 (hierna: het decreet van de bisschop) besloten dat:

het kerkgebouw, toegewijd aan Onze Lieve Vrouw van Goede Raad, gesitueerd aan de [adres] aan de eredienst van de R.K. Kerk wordt onttrokken en kan worden teruggebracht tot een profaan en niet onwaardig gebruik. Dit laat onverlet de mogelijkheid een devotieruimte te creëren.

2.10.

Het daartegen door zeven parochianen (de heer [gedaagde1] en anderen) ingestelde beroep is bij decreet van 15 april 2013 door de Congregatie van de Clerus afgewezen en het decreet van de Bisschop is daarbij bevestigd. Ook het daarop ingestelde hoger beroep is afgewezen en de Hoogste rechtbank van de Apostolische Signatuur heeft op 15 mei 2014 het decreet van de bisschop bekrachtigd.

2.11.

Na afloop van de kerkrechtelijke procedures is door St. Eloy een poging gedaan om met de bezetters tot een minnelijke regeling te komen, ten einde hen te bewegen de ‘bezette’ gebouwen van het complex OLVvGR-kerk vrijwillig te verlaten, althans daarvan vrijwillig de sleutels af te geven. Dit heeft niet geleid tot resultaat.

2.12.

Bij brief van 15 september 2014 is, naar aanleiding van een gesprek van het bestuur van St. Eloy met de bisschop, door de hulpbisschop krachtens mandaat, machtiging verleend tot:

het opstarten van een (juridische) procedure ter beëindiging van de bezetting van het kerkgebouw van Onze Lieve Vrouw van Goede Raad te Beverwijk, gericht aan de Stichting tot Behoud van de Onze Lieve Vrouw van Goede Raad en de individuele bestuursleden van deze Stichting.

Machtiging wordt afgegeven krachtens artikel 53 lid I aanhef en sub h. van het Algemeen Reglement voor het bestuur van een parochie van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland.

2.13.

St. Eloy heeft de bezetters daarop op 16 september 2014 gesommeerd om het complex OLVvGR-kerk te ontruimen en ontruimd te houden. [gedaagde1], de heer [gedaagde1], heeft via de pers laten weten dat er geen gehoor zou worden gegeven aan die sommatie.

2.14.

Op 19 september 2014 heeft St. Eloy van de bezetting formeel aangifte gedaan bij de politie Kennemerland.

2.15.

De groep parochianen die verenigd is in de geloofsgemeenschap heeft op 17 november 2014 een bede gericht aan de paus waarin zij de paus verzoekt om interventie in de kwestie betreffende onttrekking van het complex OLVvGR-kerk aan de eredienst.

2.16.

St. Eloy heeft ten aanzien van het complex OLVvGR-kerk een exclusieve koopoptie verleend aan Stadsherstel Amsterdam. In de brief van Stadsherstel Amsterdam van 19 november 2014, waarin zij deze koopoptie bevestigd, geeft Stadsherstel Amsterdam onder meer het volgende aan:

Gedurende de optieperiode wensen wij, uiteraard in goed overleg met de eigenaar, ongehinderd toegang te hebben tot het complex ten einde de voor ons plan noodzakelijke onderzoeken te kunnen uitvoeren.

Indien de studie die wij uitvoeren leidt tot een voorgenomen investeringsbesluit dient dit te passen in ons meerjarenprogramma. De goedkeuring voor een investering moet door onze Raad van Commissarissen worden gegeven. Daarbij geldt de voorwaarde dat pas tot een aankoop kan worden overgegaan als levering van het te ontwikkelen object veilig is gesteld. Dit houdt in dit geval in dat wij van de eigenaar de garantie willen hebben dat het complex dan ontruimd, vrij van gebruik aan ons kan worden geleverd. Pas indien aan deze voorwaarde is voldaan, vangt de voornoemde optietermijn aan.

3 Het geschil

3.1.

St. Eloy vordert – na wijziging eis – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. de gedaagden veroordeelt om eiseres onherroepelijk, onvoorwaardelijk en volledig toegang te verschaffen tot het kerkgebouw Onze Lieve Vrouw van Goede Raad en de overige gebouwen, staande en gelegen te [adres], binnen twee dagen na betekening van het vonnis, met machtiging van eiseres om, indien gedaagde(n) na verloop van twee dagen na betekening van het vonnis met het verschaffen van de toegang in gebreke blijft/blijven dat zelf te bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm van Justitie en politie;

  2. de gedaagden hoofdelijk veroordeelt, des dat de één presterende de ander zal zijn gekweten, aan eiseres te overhandigen de sleutels die toegang verschaffen tot het kerkgebouw Onze Lieve Vrouwe van Goede Raad en de overige gebouwen, staande en gelegen te [adres], binnen twee dagen na betekening van het vonnis, op verbeurte van een dwangsom ad € 5.000,00 voor iedere dag of dagdeel dat (een van) gedaagde(n) hiermee in gebreke blijft;

  3. de gedaagden veroordeelt om zowel tezamen als ieder afzonderlijk het kerkgebouw Onze Lieve Vrouw van Goede Raad en de overige gebouwen staande en gelegen te [adres], uiterlijk op 1 maart 2015 te ontruimen en ontruimd te houden met al degenen die en hetgene dat zich niet vanwege eiseres daar bevindt, voornoemde zaken aan eiseres op te leveren en ter vrije beschikking van eiseres te stellen en niet meer te betreden, op verbeurte van een hoofdelijk te verbeuren dwangsom ad € 5.000,00 voor iedere dag of dagdeel dat een van de gedaagde(n) hiermee in gebreke blijven, met machtiging van eiseres om, indien gedaagde(n) na 1 maart 2015 met de ontruiming in gebreke blijven dat zelf te bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

  4. bepaalt dat de veroordeling tot ontruiming tot één jaar na de dag waarop het vonnis is gewezen ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die het kerkgebouw Onze Lieve Vrouw van Goede Raad en de overige gebouwen, staande en gelegen te [adres], kadastraal bekend gemeente [kadaster], betreedt of gebruikt en telkens wanneer zich dat voordoet;

  5. gedaagden hoofdelijk, des dat de een betaalt de anderen zullen zijn gekweten, veroordeelt in de kosten van het geding, te verhogen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de 8e dag nadat betekening van het te wijzen vonnis heeft plaatsgevonden;

  6. gedaagden hoofdelijk, des dat de een betaalt de anderen zullen zijn gekweten, veroordeelt in de nakosten, conform het liquidatietarief begroot op €131,- dan wel, in geval van betekening €199,-.

3.2.

St. Eloy legt kort samengevat aan haar vorderingen ten grondslag dat de gedaagden onrechtmatig handelen doordat zij zonder toestemming van St. Eloy en zonder recht of titel in het complex OLVvGR-kerk verblijven en/of daarvan gebruik maken en aldus inbreuk maken op het eigendomsrecht van eiseres. Gedaagden maken zich daarmee tevens schuldig aan overtreding van artikel 138a Wetboek van Strafrecht, waardoor jegens St. Eloy eveneens onrechtmatig wordt gehandeld.

3.3.

Gedaagden voeren verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Wijze van dagvaarding, ontvankelijkheid

4.1.

De Stichting en haar bestuursleden (gedaagden 1 t/m 6) voeren als verweer, dat zij ten onrechte zijn gedagvaard als degenen die een leidende rol zouden hebben in de

“bezetting van de kerk”. De Stichting en haar bestuurders zouden niet als bezetters/krakers kunnen worden beschouwd, zodat St. Eloy ten aanzien van hen niet ontvankelijk is haar vorderingen, althans deze vorderingen jegens hen dienen te worden afgewezen.

Van een bezetting zou overigens in het geheel geen sprake zijn, nu gedaagden zich niet als heer en meester van het kerkgebouw en het vanuit de kerk toegankelijke parochiehuis gedragen. Zij willen de voormalige parochiekerk slechts open houden voor eenieder die daar voor zijn religieuze beleving gebruik van wil maken en voorkomen dat St. Eloy de kerk op slot zet.

Daarnaast heeft St. Eloy ten onrechte een anonieme dagvaarding uitgebracht, nu St. Eloy wel degelijk weet wie er bij de vieringen van de geloofsgemeenschap van de kerk gebruik maken of wie bij die vieringen aanwezig zijn of daarin voorgaan. De geloofsgemeenschap vormt een vereniging, die gedagvaard had kunnen worden. En bovendien is ten onrechte sprake van selectief dagvaarden door gedaagde sub 7, mevrouw Verkerk-Notenboom, wel in persoon te dagvaarden, aldus de gedaagden.

4.2.

St. Eloy heeft dienaangaande aangevoerd dat door de deurwaarder is onderzocht of er (rechts)personen op de adressen van het complex OLVvGR-kerk in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (hierna: GBA-register) staan ingeschreven. Dat bleek niet het geval te zijn. Daarnaast is er een sommatie en publicatie uitgegaan, gericht aan degenen die verblijven in het kerkgebouw, waarin de bij de bezetting betrokken personen zijn opgeroepen om zich te melden. Daarop is geen reactie gekomen. Ook door de advocaat van de gedaagden is niet eerder aangegeven, dat sprake zou zijn van dagvaarding van de verkeerde (rechts)personen.

St. Eloy stelt voorts dat – ten aanzien van de in de dagvaarding met naam genoemde personen – duidelijk is, dat zij een (leidende) rol hebben gespeeld in het kader van de bezetting. Deze personen zijn daarom in persoon gedagvaard. Hetzelfde geldt voor de Stichting. Ook zij moet worden geacht een leidende rol te hebben gehad bij de bezetting, hetgeen blijkt uit diverse publicaties in de media aangaande de bezetting van de kerk alsmede uit de website die de Stichting beheert, aldus St. Eloy.

4.3.

Bij de beoordeling van de ontvankelijkheidsverweren stelt de voorzieningenrechter voorop dat in de gegeven omstandigheden wel degelijk sprake is van het kraken dan wel het bezetten van een onroerende zaak, waarvoor de mogelijkheid om bij wijze van uitzondering bepaalde personen anoniem te dagvaarden in artikel 61 Rv is opgenomen. Hoewel gedaagden verklaren de kerk slechts te willen openhouden is voldoende gebleken dat zij zich om dat doel te bereiken als heer en meester van het kerkgebouw en het parochiehuis behorende tot het complex OLVvGR-kerk gedragen. Vast staat immers dat er door gedaagden, dan wel zoals zij zelf zeggen een groep parochianen die zich heeft verenigd in een geloofsgemeenschap, zonder toestemming van St. Eloy over die gebouwen wordt beschikt, dat zij de sloten van die gebouwen hebben veranderd, dat de sleutels zijn verstrekt aan een koster behorende tot de bedoelde geloofsgemeenschap en dat St. Eloy zelf niet beschikt over sleutels van het kerkgebouw en het parochiehuis en daartoe aldus niet vrijelijk toegang heeft. De voorzieningenrechter stelt evenwel vast dat gedaagden de overige gebouwen niet hebben bezet danwel gekraakt en dat St. Eloy met betrekking tot die gebouwen wel beschikt over sleutels. Voor wat betreft die gebouwen zijn de vorderingen van St. Eloy dan ook niet toewijsbaar.

4.4.

De voorzieningenrechter acht het voorts voorshands voldoende aannemelijk dat de bestuursleden van de Stichting (gedaagden sub 1 t/m 6) en (daarmee) de Stichting een leidende rol hebben gespeeld in de bezetting van het kerkgebouw en het parochiehuis behorende tot het complex OLVvGR-kerk. Hiertoe overweegt de voorzieningenrechter dat ter zitting door [gedaagde1], de heer [gedaagde1], is verklaard hoe de bezetting is verlopen en dat daarbij enkele leden van de geloofsgemeenschap aanwezig waren. Daarnaast blijkt uit diverse publicaties (o.a. bij productie E8 en productie G5) dat de heer [gedaagde1], die bestuurder is van de Stichting, optreedt als woordvoerder van de parochianen die de gebouwen hebben bezet. In die publicaties over de bezetting van de gebouwen behorende tot het complex OLVvGR-kerk, wordt (/worden) bovendien (de leden van) het comité Behoud Goede Raadkerk, de voorloper van de Stichting, met regelmaat aangehaald als in ieder geval medebezetter/-kraker(s) van de gebouwen behorende tot het complex OLVvGR-kerk. Van de in persoon gedagvaarde personen, waaronder meer specifiek mevrouw Verkerk-Notenboom, is voorts niet betwist dat zij op beeldmateriaal, dat na de bezetting in de kerk is opgenomen, zijn te zien.

De voorzieningenrechter constateert dat St. Eloy aan de in redelijkheid van haar te vergen maatregelen om de identiteit van degenen die kunnen worden gerekend tot de bezetters van de gebouwen behorende tot het complex OLVvGR-kerk te achterhalen, heeft voldaan (artikel 45 lid 4 Rv). De voorzieningenrechter overweegt in dit kader dat er sprake is van een groot aantal parochianen (80 tot 120) dat met enige regelmaat gebruik maakt van de bezette gebouwen en dat bovendien sprake is van een wisselende groep personen. Die personen hebben zich aan St. Eloy, ondanks de sommatie en publicatie die zijn uitgegaan, niet bekend gemaakt. Niet betwist is voorts dat er op de adressen van de gebouwen behorende tot het tot het complex OLVvGR-kerk niemand staat in geschreven in het GBA-register. Onder die omstandigheden kan niet van St. Eloy worden verwacht, dat zij volstaat met het dagvaarden van alleen de haar bekende personen, terwijl er onder die omstandigheden ook geen rechtsplicht bestaat de haar wel bekende personen alle in persoon te dagvaarden.

St. Eloy heeft er belang bij een toewijzend vonnis tegen alle personen die de kerk bezetten ten uitvoer te kunnen leggen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat St. Eloy in redelijkheid niet meer namen van gedaagden heeft kunnen en behoeven achterhalen, zodat zij niet anders kon dan de overige gedaagden anoniem dagvaarden. Dit is niet anders voor zover deze parochianen de facto reeds jaren een vereniging vormen, zoals de advocaat van gedaagden stelt. De voorzieningenrechter stelt voorts vast dat bij de dagvaarding ook de overige bij de wet voorgeschreven formaliteiten en termijnen in acht zijn genomen. Nu mr. Welschen ter zitting heeft aangegeven, dat hij ook optreedt voor (de groep van personen behorende tot) de geloofsgemeenschap die met regelmaat gebruik maken van de bezette gebouwen behorende tot het complex OLVvGR-kerk, constateert de voorzieningenrechter overigens dat daarmee alle gedagvaarde personen kunnen worden geacht in het geding te zijn verschenen.

Bevoegdheid burgerlijke rechter en/of ontvankelijkheid vordering St. Eloy

4.5.

Gedaagden hebben verder als verweer aangevoerd dat St. Eloy niet ontvankelijk is in haar vordering nu er nog een bede aanhangig is bij de paus, als hoogste kerkelijke rechter. Daarnaast voeren gedaagden aan dat het feit dat de burgerlijke rechter op de grondslag van de dagvaarding bevoegd is, nog niets zegt over de ontvankelijkheid van de vordering. Daartoe stellen gedaagden dat de kerkelijke rechtbank (op grond van het bepaalde in Canon 1400-par 1 van de Codex Iuris Canonici) altijd bevoegd is om kennis te nemen van een vermogensrechtelijk kerkelijk geschil en dat – ook in kort geding – eerst die rechtsgang moet worden gevolgd. Canon 1400-par 1 van de Codex Iuris Canonici bepaalt: Voorwerp van een geding zijn: 1. De opeising van rechten of de vordering tot eerbiediging van rechten van fysieke personen of van rechtspersonen, of de vaststelling van rechtsfeiten, aldus gedaagden.

4.6.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit verweer dient te worden verworpen. Gedaagden miskennen dat niet het besluit van de bisschop, ten aanzien waarvan nog een bede bij de paus aanhangig is, onderwerp is van deze procedure, doch uitsluitend de vraag of het verblijf van en/of gebruik door gedaagden van (delen van) het complex OLVvGR-kerk, zonder toestemming van St. Eloy, jegens St. Eloy als onrechtmatig is aan te merken in de zin van het Nederlandse burgerlijk recht. De voorzieningenrechter is dan ook ingevolge het bepaalde in artikel 112 lid 1 Grondwet en artikel 42 Wet RO bevoegd om van het geschil kennis te nemen. Het staat St. Eloy op grond van artikel 17 Grondwet vrij haar geschil voor te leggen aan de burgerlijke rechter, ongeacht of zij de kerkelijke rechtsgang al dan niet heeft doorlopen.

Daarbij komt dat eigendom van het complex OLVvGR-kerk in onderhavige procedure niet ter discussie staat, zodat van een vermogensrechtelijk, kerkelijk te beslechten geschil naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake is. Canon 1400-par 1 van de Codex Iuris Canonici staat dan ook niet aan ontvankelijkheid van de vordering van St. Eloy in de weg. De voorzieningenrechter voegt hier nog aan toe dat, zoals de ter zitting aanwezige kerkjurist van het bisdom [A.] heeft toegelicht, een beroep op de paus om interventie volgens het kerkelijke recht altijd mogelijk is, maar dat dit in het algemeen tijdens de kerkelijke rechtsgang wordt gedaan. Nu in dit geval de gewone kerkelijke rechtsgang al geheel is afgerond, is het zeer onwaarschijnlijk dat de paus nog zal interveniëren. In ieder geval is de paus hierbij aan geen enkele termijn gebonden. Onder deze omstandigheden heeft St. Eloy hoe dan ook voldoende zwaarwegende omstandigheden naar voren gebracht waarom niet van haar kan worden gevergd dat zij het antwoord op de bede aan de paus afwacht.

Geen rechtsgeldig bestuur St. Eloy – geen rechtsgeldig besluit tot dagvaarding in kort geding

4.7.

Een verder verweer van gedaagden houdt in dat het besluit van St. Eloy om tot dagvaarding in kort geding over te gaan niet rechtsgeldig is, omdat St. Eloy niet beschikt over een rechtsgeldig samengesteld bestuur. In strijd met artikel 25 van het Algemeen Reglement voor het bestuur van een parochie van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland (hierna: Reglement), zou het bestuur slechts zijn samengesteld uit drie in plaats van de op grond van het Reglement vereiste vier personen. Daarnaast zou één van de zittende bestuursleden reeds ver over de maximale benoemingstermijn van twee maal vier jaren als bedoeld in artikel 27 van het Reglement heen zijn, terwijl van een uitdrukkelijke herbenoeming voor een derde termijn van vier jaren in het geheel niets bekend is. Daarnaast voeren gedaagden aan dat de machtiging van de bisschop (rechtsoverweging 2.12) niet toereikend zou zijn omdat deze slechts zou zijn afgegeven voor het “opstarten” van onderhavige juridische procedure. Bovendien ziet de machtiging op met name genoemde personen en niet op gedaagden sub 7 en sub 8.

4.8.

Van de zijde van St. Eloy is ter zitting verklaard dat de samenstelling van het bestuur wordt bijhouden door het bisdom en dat in het onderhavige geval de zittende bestuursleden alle rechtsgeldig zijn benoemd. Ook het vereiste aantal bestuursleden kan worden aangepast vanuit het bisdom. Nu dit van de zijde van gedaagden niet is weersproken, gaat de voorzieningenrechter er voorshands vanuit, dat het besluit om tot dagvaarding in het onderhavige kort geding over te gaan rechtsgeldig door het bestuur van St. Eloy is genomen. De voorzieningenrechter ziet zich hierbij gesteund door het feit dat vanuit het bisdom daartoe een machtiging is afgegeven.

Die machtiging kan overigens redelijkerwijze niet anders worden gelezen, dan dat deze niet alleen ziet op het ”opstarten” van onderhavige procedure maar eveneens op het voeren daarvan, aangezien de machtiging anders iedere zin zou ontberen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet die machtiging bovendien, anders dan de gedaagden betogen, niet zodanig beperkt worden uitgelegd, dat deze slechts is bedoeld te mogen worden gebruikt jegens de specifiek in die machtiging genoemde (rechts)personen. Uit de tekst van de machtiging is immers duidelijk wat de strekking daarvan is, te weten: dat met de op te starten juridische procedure wordt bereikt dat de bezetting van gebouwen behorende tot het complex OLVvGR-kerk wordt beëindigd. Duidelijk is ook dat de bisschop niet zelf onderzoek heeft gedaan naar welke personen er in dit kader dienden te worden gedagvaard.

Inbreuk op eigendomsrechten

4.9.

Zoals in het voorgaande (rechtsoverweging 4.3) reeds besproken, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter wel degelijk sprake van een bezetting van het kerkgebouw en het parochiehuis behorende tot het complex OLVvGR-kerk. Hiermee maken gedaagden inbreuk op de rechten van St. Eloy ten aanzien het complex OLVvGR-kerk en de inventaris. De onrechtmatigheid van de handelswijze van de gedaagden is daarmee gegeven. Daaraan doen de opmerkingen van gedaagden, dat zij zorgen voor de gebouwen, zich gedragen als en goed huisvader en volledige medewerking verlenen bij bezichtigingen door potentiële kopers niet af. Ook het betoog van gedaagden dat zij herhaalde malen hebben aangeboden de kerk te kopen dan wel te willen betalen voor het gebruik daarvan, kan gedaagden naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet baten. Dit alles maakt de inbreuk op de eigendomsrechten van St. Eloy immers niet anders. Het staat St. Eloy vrij de gebouwen behorende tot het complex OLVvGR-kerk in gebruik te geven dan wel te verkopen aan wie zij wenst. St. Eloy heeft ter zitting verklaard dat het, mede gezien de monumentale waarde van het complex, haar doel is dit als één geheel te verkopen, terwijl gedaagden slechts interesse hebben getoond in de aankoop van het kerkgebouw. Daar komt bij dat van de zijde van gedaagden onvoldoende is aangetoond dat zij überhaupt over voldoende middelen beschikken om tot aankoop over te kunnen gaan.

Ook het feit dat in de decreten van de bisschop de mogelijkheid is opengehouden om een devotieruimte te creëren, welke nog niet is gerealiseerd, doet aan de onrechtmatigheid van de handelswijze van gedaagden niet af. Anders dan zij menen, komt hen niet het recht toe om het kerkgebouw tot het moment dat die devotieruimte is gecreëerd als zodanig te beschouwen. Ten overvloede wijst de voorzieningenrechter er op dat er in de decreten geen termijn is gesteld waarbinnen de devotieruimte zal dienen te worden gerealiseerd. St. Eloy heeft in dit kader toegezegd dat de devotieruimte er zal komen en dat zij bereid is om hierover in alle redelijkheid met de geloofsgemeenschap in overleg te treden, waarbij zij zich ruimhartig zal opstellen en ook een nieuwe eigenaar ter zake een dwingende verplichting zal opleggen.

Spoedeisend belang

4.10.

Gedaagden hebben ten slotte als verweer gevoerd dat een spoedeisend belang aan de vordering van St. Eloy ontbreekt. Hiertoe voeren gedaagden aan dat er op dit moment geen plicht bestaat om het complex OLVvGR-kerk te leveren en gedaagden toezeggen het kerkgebouw en het parochiehuis niet meer te zullen gebruiken indien en nadat met Stadsherstel een koopovereenkomst tot stand gekomen zal zijn, waarin is voorzien in een passende gebedsruimte/kapel en wel op het tijdstip dat Stadsherstel, respectievelijk de aannemer, de kerk nodig zal hebben voor het uitvoeren van haar plannen. De geloofsgemeenschap zou op 15 mei 2014 het 100-jarig bestaan van de kerk willen vieren. Gedaagden voeren voorts aan dat door pater Putman eerder de datum van 1 maart 2015 is voorgesteld als datum waarop niet langer gebruik mag worden gemaakt van het complex OLVvGR-kerk, hetgeen er ook op duidt dat geen spoedeisend belang bestaat. Het zou bovendien in het belang van St. Eloy zijn dat de kerk overeenkomstig haar functie wordt gebruikt en onderhouden en in ieder geval niet leeg staat.

4.11.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat St. Eloy de inbreuk op haar rechten ten aanzien van het complex OLVvGR-kerk en de inventaris niet langer hoeft te dulden en dat daarmee het spoedeisend belang bij haar vordering reeds is gegeven. Daarbij komt dat St. Eloy ook in verband met de koopoptie aan Stadsherstel Amsterdam, die gezien hetgeen is vermeld onder rechtsoverweging 2.16 pas ingaat als zij Stadsherstel Amsterdam de garantie kan geven dat het complex zal zijn ontruimd en vrij van gebruik kan worden geleverd, een spoedeisend belang bij haar vordering.

4.12.

De vorderingen zijn op grond van het voorgaande toewijsbaar. Een afweging van belangen leidt in dit geval niet tot een ander oordeel. Een belangrijk gegeven aan de zijde van gedaagden is hierbij dat de huisvesting van de geloofsgemeenschap niet in het geding is, nu zij voor haar geloofsuitoefening terecht kan in een ander kerkgebouw, te weten de H. Agathakerk op 800 meter afstand van de Onze Lieve Vrouwe van Goede Raadkerk. Dat de geloofsgemeenschap niet -evenals de overige parochianen van St. Eloy- in de H. Agathakerk wíl bijeenkomen, maar een eigen groep met een eigen kerkruimte wil blijven vormen, is de kern van het conflict binnen de parochie. Deze problematiek gaat echter de reikwijdte van dit geding te buiten.

De ontruimingstermijn

4.13.

Ter zitting is door St. Eloy toegezegd dat zij zal gedogen dat er tot 1 maart 2015 vieringen worden gehouden in het kerkgebouw behorende tot het complex OLVvGR-kerk, mits de sleutels van het kerkgebouw en het parochiehuis binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan St. Eloy worden verstrekt. De vorderingen zijn in verband hiermee aangepast, zoals hiervoor onder 3.1 vermeld. Daarnaast heeft St. Eloy toegezegd, dat in dat geval tevens het 100-jarig jubileum van de Onze Lieve Vrouw van Goede Raadkerk op gepaste wijze zal kunnen worden gevierd in het kerkgebouw behorende tot het complex OLVvGR-kerk.

4.14.

Gedaagden hebben verzocht de ontruimingstermijn te bepalen op een datum na 15 mei 2015. Gelet op de gewijzigde eis en de toezegging van St. Eloy met betrekking tot de viering van het jubileum ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding de datum van de definitieve ontruiming op een later tijdstip te bepalen dan 1 maart 2015. Met deze datum komt St. Eloy ruim voldoende tegemoet aan het belang van gedaagden om niet van de ene dag op de andere het gebruik van de kerk te hoeven missen en zich op de nieuwe situatie na de ontruiming te kunnen voorbereiden. Ook biedt deze termijn voldoende ruimte voor het door St. Eloy aangeboden overleg.

Toezegging van gedaagden ter zitting

4.15.

Gedaagden hebben ter zitting toegezegd dat zij, bij toewijzing van de vorderingen van St. Eloy, de zich in de bezette gebouwen bevindende roerende zaken die eigendom zijn van St. Eloy volledig en ongeschonden zullen achterlaten. Gehoord deze toezegging heeft St Eloy de oorspronkelijke vordering sub II ingetrokken, zodat hierop niet meer te worden beslist.

4.16.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen van St. Eloy kunnen worden toegewezen als volgt. De voorzieningenrechter gaat er van uit dat gedaagden het niet op het afgeven van de sleutels en ontruiming met behulp van de sterke arm zullen laten aankomen, maar zal dit onderdeel van de vordering wel toewijzen, gelet op de ter zitting gehandhaafde weigering van gedaagden om de sleutels vrijwillig af te geven.

4.17.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.18.

Gedaagden zullen als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van St. Eloy worden begroot op:

- dagvaarding € 764,79

- griffierecht 608,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 2.188,79

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt gedaagden om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan St. Eloy onherroepelijk, onvoorwaardelijk en volledig toegang te verschaffen tot het kerkgebouw en het parochiehuis behorende tot het complex OLVvGR-kerk, gelegen aan de [adres], met machtiging van St. Eloy om dit zo nodig met behulp van de sterke arm van justitie en politie te bewerkstelligen, indien gedaagden in gebreke blijven aan gemelde veroordeling te voldoen,

5.2.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, in die zin dat als de een aan de veroordeling voldoet de ander zal zijn gekweten, aan St. Eloy te overhandigen de sleutels die toegang verschaffen tot het kerkgebouw en het parochiehuis behorende tot het complex OLVvGR-kerk, gelegen aan de [adres], binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, zulks op straffe van hoofdelijke verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat gedaagden in gebreke blijven aan gemelde veroordeling te voldoen, met een maximum aan verbeurde dwangsommen van € 50.000,00,

5.3.

veroordeelt gedaagden om zowel tezamen als ieder afzonderlijk het kerkgebouw en het parochiehuis behorende tot het complex OLVvGR-kerk, gelegen aan de [adres], na betekening van dit vonnis, uiterlijk per 1 maart 2015 te ontruimen en ontruimd te houden met al degenen die en hetgene dat zich niet vanwege St. Eloy daar bevindt, genoemde onroerende zaken ter vrije beschikking van St. Eloy te stellen en niet meer te betreden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat (een van) gedaagden in gebreke blijft(ven) aan gemelde veroordeling te voldoen, met een maximum aan verbeurde dwangsommen van €100.000,00 en met machtiging van St Eloy om, indien gedaagde(n) na 1 maart 2015 met de ontruiming in gebreke blijven deze zelf te bewerkstelligen zo nodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie,

5.4.

bepaalt dat dit ontruimingsvonnis binnen een termijn van één jaar na heden ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die ten tijde van de tenuitvoerlegging het kerkgebouw en/of het parochiehuis behorende tot het complex OLVvGR-kerk, gelegen aan de [adres] betreedt of gebruikt en telkens wanneer zich dat voordoet,

5.5.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, in die zin dat indien de een betaalt de ander zal zijn gekweten, in de proceskosten, aan de zijde van St. Eloy tot op heden begroot op € 2.188,79, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de achtste dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.6.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, in die zin dat indien de een betaalt de ander zal zijn gekweten, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagden niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.C. Hofman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. H.A.H. Stam op 10 december 2014.1

1 Conc.: 1289