Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:12135

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-12-2014
Datum publicatie
19-12-2014
Zaaknummer
15/107782-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; preliminaire verweren strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM dan wel bewijsuitsluiting met betrekking tot huisrecht en OM-beleid verworpen; medeplegen kraken meermalen gepleegd en medeplegen van vernielingen meermalen gepleegd bewezen verklaard; bewijsmiddelverweer en bewijsverweren met betrekking tot onrechtmatige aanhouding, geen sprake van medeplegen, geen sprake van medeplegen vertoeven, galerij is geen woning, ontbreken van wederrechtelijkheid verworpen; strafoplegging; verbeurdverklaring.

Verdachte heeft zich tezamen met zijn zeventien mededaders schuldig gemaakt aan het medeplegen van kraken van een aantal leegstaande appartementen. Voorts hebben verdachte en zijn mededaders ten behoeve van hun kraakactie zowel buiten als binnen de woningen allerlei vernielingen aangebracht. Kraken en vernielen zijn een hinderlijke en overlast gevende feiten waarbij verdachte en zijn mededaders door hun handelen enerzijds een inbreuk hebben gemaakt op het eigendomsrecht van de rechthebbende van de gekraakte panden en de rechthebbende daarnaast materiële en financiële schade hebben toegebracht. Daarbij weegt de rechtbank mee dat kraken tevens gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaakt.

Ten gunste van verdachte neemt de rechtbank allereerst in aanmerking dat verdachte blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie gedateerd 4 november 2014 in het verleden niet eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld. Daarnaast is de rechtbank met de raadsvrouw van verdachte van oordeel dat in het voordeel van verdachte rekening dient te worden gehouden met de vanwege de verbouwing van politiebureau Koudenhorn mogelijk niet geheel ideale omstandigheden waaronder verdachte is ophouden, overigens zonder dat de rechtbank ter zake een vormverzuim kan vaststellen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de duur of hoogte van de straf daarvan de straffen die zij in vergelijkbare zaken pleegt op te leggen, in ogenschouw genomen. De rechtbank is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat aan verdachte een lagere en tevens deels voorwaardelijke straf dient te worden opgelegd dan de straf die door de officier van justitie is geëist.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee (2) jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/107782-14

Uitspraakdatum: 11 december 2014

Tegenspraak

Strafvonnis (Promis)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
28 november 2014 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

De politierechter heeft ter zitting van 5 augustus 2014 de zaak onder het parketnummer 15/107782-14 naar de meervoudige strafkamer van deze rechtbank verwezen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.E. van der Plas en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. H.M. Feenstra, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 11 mei 2014 in de gemeente Haarlem tezamen en in vereniging met anderen, in (een) gebouw(en) en/of (een) woning(en), gelegen aan de Antillenweg en/of de Surinameweg en/of de Amerikaweg (nummer 1 tot en met 11), waarvan het gebruik door de rechthebbende(n) is beëindigd, wederrechtelijk is binnengedrongen en wederrechtelijk aldaar heeft/hebben vertoefd;

feit 2:

hij op of omstreeks 11 mei 2014 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk vloeren en/of muren en/of deuren en/of kozijnen en/of sloten (in de woningen en/of gebouwen gelegen aan de Antillenweg en/of de Surinameweg en/of de Amerikaweg (nummer 1 tot en met 11), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan Ymere Wonen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte(n) en/of zijn mededader(s), heeft/hebben vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

2. Voorvragen

De raadsvrouw van verdachte heeft verweer gevoerd strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Daartoe heeft zij betoogd dat de aanhouding en vervolging in strijd is met de beginselen van een behoorlijke procesorde, vanwege het ultimum remedium karakter van het strafrecht. Bij een ontruiming c.q. aanhouding dienen er eerst minder zware methoden te worden ingezet. Er is niet gepoogd om contact op te nemen met de eigenaar van de woning of gelegenheid geboden aan verdachte om vrijwillig het pand te verlaten. Derhalve is niet voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit en dient de officier van justitie als gevolg daarvan niet ontvankelijk te worden verklaard, aldus de raadsvrouw. In het verlengde daarvan heeft de raadsvrouw bepleit dat, nu bij het binnentreden en bij de aanhouding niet het OM-beleid inzake strafrechtelijke ontruimingen bij kraken is gevolgd, in strijd is gehandeld met het vertrouwensbeginsel en het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging, hetgeen eveneens tot niet-ontvankelijkheid dient te leiden, aldus de raadsvrouw.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank volgt de raadsvrouw van verdachte niet in haar betoog en overweegt hieromtrent als volgt. De verweren nemen als uitgangspunt dat verdachte zich kan beroepen op de waarborgen en rechten die volgen uit het verkrijgen van een huisrecht. In het geval dat door krakers een huisrecht is opgebouwd, dient strafrechtelijke ontruiming en strafvervolging niet als eerste middel te worden ingezet. Het door de raadsvrouw bedoelde OM-beleid beoogt in die situatie te waarborgen dat het optreden door de overheid aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit voldoet.

Naar het oordeel van de rechtbank doet deze situatie zich echter in het onderhavige geval niet voor, nu geen huisrecht is opgebouwd door verdachte of zijn medeverdachten. In het korte onderhavige tijdsbestek is geen ongestoord woongenot opgebouwd, nu binnen enkele minuten na de melding dan wel binnen enkele uren na aanvang van de kraakactie door de politie is opgetreden. De woningen zijn kennelijk op 11 mei 2014 aan het begin van de middag gekraakt en nadat de dienstdoende verbalisanten na de om 16:11 uur gedane melding omstreeks 16:20 uur ter plaatse waren gekomen, is direct door de politie een einde gemaakt aan de kraakactie door alle personen die zich achter het door de verdachten gebarricadeerde toegangshek van de galerij bevonden aan te houden, nadat hen door de verbalisanten de gelegenheid is geboden met elkaar te overleggen en vrijwillig naar beneden te komen. Daarnaast kan door het ontbreken van huisraad of inboedel niet worden gesproken van het ‘feitelijk als woning gebruiken van het pand’. Ook ten aanzien van de eerste twee woningen, die van binnenuit gebarricadeerd waren, kan de rechtbank uit het onderhavige strafdossier geen enkel aanknopingspunt afleiden dat die woningen al langer bewoond werden en sprake zou zijn van een huisrecht. Integendeel geeft hetgeen hiervoor is overwogen juist aanknopingspunten voor het tegenovergestelde nu zowel op de galerij als in de twee dichte woningen geen huisraad, maar slechts rugzakken en gereedschappen zijn aangetroffen.

Uit voornoemde feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat de verdachten, terwijl de politie met hen in overleg was getreden door zijn gegaan met, naar het redelijke vermoeden van de politie, het plegen van strafbare feiten – te weten vernielingen in en om de woningen – teneinde de woningen te kraken, zodat sprake was van een verstoring van de openbare orde waar de politie op dat moment tegen diende op te treden door de verdachten aan te houden. Onder deze omstandigheden, waarbij nog geen huisrecht is opgebouwd door de verdachte, is de politie niet gehouden om de door de raadsvrouw bedoelde wegen te bewandelen. Noch het ultimum remedium-karakter van het strafrecht, noch de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit behoeven de politie, gelet op de heterdaadsituatie, te weerhouden van direct ingrijpen. Nu niet gebleken is van aantasting van de behoorlijke procesorde noch van enig vormverzuim verwerpt de rechtbank de tot niet-ontvankelijkheid strekkende verweren.

De officier van justitie is derhalve ontvankelijk in haar vervolging.

Overigens heeft de rechtbank vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

3.2. Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft vrijspraak van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten bepleit.

3.3. Bewijsmiddelverweer

De raadsvrouw heeft bepleit tot bewijsuitsluiting nu het aantreffen van verdachte in de woningen het rechtstreekse gevolg is geweest van een onrechtmatige strafrechtelijke ontruiming, zodat de daarop volgende aanhouding van verdachte onrechtmatig is geweest, aldus de raadsvrouw.

Naar het oordeel van de rechtbank vindt dit verweer zijn weerlegging in hetgeen hiervoor onder 2 is overwogen, zodat het verweer dient te worden verworpen en het aantreffen van verdachte en het daaruit voortvloeiende derhalve bruikbaar is voor het bewijs.

3.4. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Op 11 mei 2014 om 16:11 uur is door melder [melder] telefonisch contact opgenomen met de politie waarbij is gemeld dat er woningen werden opengebroken, mogelijk gekraakt, tegenover het belastingkantoor. Het zou gaan om een groep van ongeveer twintig mensen met sjaals voor hun gezichten en bivakmutsen op. Om 16:19 uur is de politie ter plaatse gekomen.2 Ter plaatse zag verbalisant [verbalisant 2] dat het de woningen boven de voormalige Kwik Fit en Renault garage betrof en dat van een aantal van die woningen de deur openstond. De trap was aan de bovenzijde afgesloten door een in elkaar gelast stalen kozijn met een stalen spiraal beddenbodem als toegangsdeur. Later bleek deze zelfgemaakte deur met betonijzer en stalen pennen te zijn verstevigd. Twee percelen waren afgesloten en gebarricadeerd, van de rest van de percelen stonden de deuren open. Deze percelen waren leeg en vertoonden geen tekenen van bewoning. De deuren waren oorspronkelijk door middel van schroefogen en hangsloten afgesloten, deze waren weggehaald, doorgeslepen of doorgeknipt om de percelen binnen te kunnen. Twee percelen waren van binnenuit door middel van een stalen dwarsbalk gebarricadeerd. Verbalisanten hebben de multiplex platen voor de ramen van die percelen verwijderd, waarna bleek dat zich vier personen in die woningen bevonden.3 Door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] is gezien dat er om het pand twee meter hoge hekken stonden. Op de galerij bovenaan de toegangstrap zagen zij personen die gereedschappen, waaronder een boormachine, een accutol, een zaag, schroevendraaiers en kettingsloten, in hun handen hadden waarmee zij de toegangstrap met houten balken en platen aan de muur en de grond aan het barricaderen waren. Terwijl verbalisanten de trap naderen versnelden de personen hun barricadewerkzaamheden. Tevens zagen zij dat een aantal personen uit de groep naar twee voordeuren liep. Verbalisant [verbalisant 3] verklaart dat hij ziet dat deze personen de spieren in hun armen en rug aanspanden en dat hij direct het geluid van het verbreken van de voordeur, namelijk van splijtend hout hoorde. Hij zag de voordeur opengaan en de personen in de ruimte daarachter verdwijnen.4 Officier van dienst [verbalisant 1] is bovenaan de trap met de groep personen in gesprek gegaan. Deze gaven te kennen dat zij de woningen hadden gekraakt. Terwijl de politie met hen in gesprek was, gingen de krakers verder met het openbreken van de verschillende toegangsdeuren. Tezamen met een aantal krakers is de officier van dienst vier woningen binnengegaan. Behoudens keukens, badkamers en toiletten stonden deze woningen leeg en er waren geen indicaties van actuele bewoning.5

In twee van binnenuit gebarricadeerde woningen zijn vier verdachten aangetroffen.6 In totaal zijn er op de galerij en in de woningen achttien verdachten aangetroffen, onder wie verdachte7. Alle verdachten zijn aangehouden.8 Onder hen bevond zich medeverdachte [medeverdachte], die later verklaarde dat hij op 11 mei 2014 samen met zijn vrienden bij de woningen aanwezig was, omdat hij zijn vrienden, die een plek zoeken om te wonen, wilde helpen. Hij ontvangt op zijn telefoon informatie dat er ergens gekraakt gaat worden. Hij krijgt een sms-bericht dat ze ergens naar toe gaan, dan komt hij daar en hij gaat naar binnen. [medeverdachte] had op 11 mei 2014 geen slaapspullen bij zich.9

Op 12 mei 2014 werd namens Belcanto V.O.F. aangifte gedaan van het kraken van de woningen gelegen aan de Antillenweg 5 tot en met 21 te Haarlem. Het betreffen negen voormalige particuliere koopwoningen op de eerste etage boven een (voormalige) bedrijfsruimte parallel aan de Amerikaweg. Elan Wonen is samen met de twee woningcorporaties Ymere Wonen en Pré Wonen eigenaar van de woningen onder de naam Belcanto V.O.F. De woningen waren tot 31 juli 2013 bewoond en sinds 1 augustus 2013 is Belcanto V.O.F. bezig met het papierwerk om de woningen te renoveren en ze erna als antikraak te gaan verhuren. Op 11 mei 2014 waren de woningen kaal, maar wel voorzien van een keuken en sanitair. De elektriciteit was nog aangesloten, maar het gas en water was dichtgedraaid. Getracht is om het op de eerste etage tussen de trap en de galerij geplaatste stalen hek te barricaderen middels een soort van stalen deur. Voorts waren alle negen voordeuren grenzend aan de galerij opengebroken. Van een tweetal woningen zijn de multiplex platen van de ramen verwijderd en bij een vijftal woningen aan de Amerikaweg is de balkondeur opengebroken. Ook is er schade aan de deuren en kozijnen veroorzaakt.10

3.5. Bewijsoverweging

3.5.1. Antillenweg 1 t/m 11 niet bewezen

Met de raadsvrouw en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat partiële vrijspraak dient te volgen van ‘de Antillenweg en/of Surinameweg en/of de Amerikaweg (nummer 1 tot en met 11)’ nu de aangifte slechts spreekt van Antillenweg 5 tot en met 21. Dit leidt tot een bewezenverklaring van ‘de Antillenweg (nummer 5 tot en met 11)’.

3.5.2. Wederrechtelijkheid niet bewezen

De raadsvrouw heeft betoogd dat geen sprake is van wederrechtelijkheid, nu ook een kraker in de zin van artikel 138a Wetboek van Strafrecht als rechthebbende moet worden gezien en toestemming kan geven om in de woning te verblijven. Derhalve is het verblijf in de woning niet wederrechtelijk en dient vrijspraak te volgen.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw en overweegt hieromtrent als volgt. Zoals hiervoor is overwogen had verdachte geen huisrecht opgebouwd. Niet valt in te zien op grond waarvan verdachte anderszins als rechthebbende zou moeten worden beschouwd. Nu de eigenaar van de woning verdachte geen toestemming heeft verleend tot binnendringen of vertoeven, is de wederrechtelijkheid daarvan gegeven.

3.5.3. Geen medeplegen

De raadsvrouw van verdachte heeft betoogd dat enerzijds voor iedere verdachte afzonderlijk niet vast kan komen te staan of hij of zij enige uitvoeringshandelingen met betrekking tot kraken en vernieling heeft verricht. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld door wie al dan niet wederrechtelijk is binnengedrongen of vernield. Immers geven de verbalisanten niet aan welke verdachte bezig is geweest met openbreken. Derhalve kan wederrechtelijk binnendringen en vernielen niet bewezen worden. Anderzijds heeft de raadsvrouw bepleit, dat gelet op het voorgaande niet gebleken is van een nauwe en bewuste samenwerking, zodat niet gesproken kan worden van medeplegen. Derhalve is medeplegen van wederrechtelijk binnendringen en medeplegen van vernieling niet te bewijzen, zodat vrijspraak dient te volgen, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar betoog. Naar het oordeel van de rechtbank vindt dit verweer zijn weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen. Voor het aannemen van medeplegen is immers niet nodig dat alle medeplegers (een deel van) de uitvoeringshandelingen verrichten. De wel vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten blijkt uit bovenstaande overweging, waarin naar voren komt dat er sprake was van een vooropgezet en gezamenlijk plan om te gaan kraken, waarbij het niet anders kan zijn dan dat dit plan is opgevat door alle op het moment van aantreffen aanwezige personen en door hen vervolgens daadwerkelijk is uitgevoerd. Dat niet iedere verdachte op het moment van aantreffen door de politie bezig was enige uitvoeringshandeling te verrichten doet daaraan niet af. Het voor een nauwe en bewuste samenwerking vereiste dubbel opzet acht de rechtbank op grond van het bovenstaande aanwezig, alsook de nauwe en bewuste samenwerking zelf.

Hetzelfde heeft te gelden voor de ten laste gelegde vernielingen, nu met het medeplegen van het kraken, verdachte tevens bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn medeplegers vernielingen zouden gaan plegen, aangezien dit strafbare feit doorgaans deel uitmaakt van het kraken van woningen en zijn medeplegers de daartoe benodigde werktuigen bij zich hadden. Desalniettemin heeft verdachte zich op geen enkel moment verwijderd uit de situatie noch zich op enige andere wijze aan de plaatshebbende strafbare feiten onttrokken. Derhalve is ook aan het voor het medeplegen van vernieling vereiste dubbel opzet voldaan.

3.5.4. Galerij is geen gebouw en geen bewijs aanwezigheid verdachten in een woning

De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit dat onder artikel 138a Sr is strafbaar gesteld het wederrechtelijk binnendringen of vertoeven in een woning of een gebouw en dat ook om die reden vrijspraak zou moeten volgen. Behoudens een viertal personen zijn de verdachten aangehouden op de galerij, terwijl dit niet een gebouw betreft. Immers blijkt uit artikel 1, onderdeel c, van de Woningwet dat een gebouw betreft elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekt geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten, ruimte vorm. De onderhavige galerij is niet overdekt en valt niet onder het begrip gebouw, zodat wederrechtelijk binnendringen of vertoeven in een gebouw ten aanzien van de verdachten die op de galerij zijn aangetroffen en aangehouden niet bewezen kan worden verklaard.

De raadsvrouw van verdachte heeft voorts gesteld, dat het door de politie toekennen van de NN-nummers niet goed is gegaan nu door verscheidene verbalisanten verschillende NN-nummers aan de verdachten zijn toegekend. Derhalve is onduidelijk welke verdachte waar is aangetroffen en aangehouden, zodat niet is vast te stellen welke verdachte in de woning is geweest, zodat het plegen in de woning niet bewezen kan worden verklaard en ook om deze reden vrijspraak dient te volgen, aldus de raadsvrouw.

Naar het oordeel van de rechtbank vinden de verweren hun weerlegging in de bewijsmiddelen zoals onder 3.4. beschreven alsmede in hetgeen hiervoor onder 3.5.3. omtrent medeplegen is overwogen, zodat de verweren worden verworpen. Vaststaat immers dat de gehele groep bewust en nauw heeft samengewerkt en dat leden van de groep woningen hebben gekraakt en zaken hebben vernield.

3.5.5. Geen medeplegen vertoeven

De raadsvrouw heeft bepleit dat het vertoeven een handeling is die bij uitstek individueel wordt verricht. Het opzet op het gezamenlijk vertoeven kan dan ook niet bewezen worden en vrijspraak dient te volgen, aldus de raadsvrouw.

Naar het oordeel van de rechtbank vindt ook dit verweer zijn weerlegging in de bewijsmiddelen zoals onder 3.4. beschreven, zodat het wordt verworpen.

Conclusie

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, in onderling verband en samenhang bezien, is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich tezamen en in vereniging met zijn mededaders schuldig heeft gemaakt aan vernielingen in en om de woningen en die woningen ook wederrechtelijk is binnengedrongen en aldaar heeft vertoefd.

3.6. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1:

hij op 11 mei 2014 in de gemeente Haarlem tezamen en in vereniging met anderen, in woningen gelegen aan de Antillenweg (nummer 5 tot en met 11), waarvan het gebruik door de rechthebbenden is beëindigd, wederrechtelijk is binnengedrongen en wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd;

feit 2:

hij op 11 mei 2014 te Haarlem tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk vloeren en/of muren en/of deuren en/of kozijnen en/of sloten in de woningen gelegen aan de Antillenweg, ten dele toebehorende aan Ymere Wonen heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van kraken, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 2:

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

6.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot de oplegging van een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van tachtig (80) uren bij het niet of niet naar behoren voldoen daarvan te vervangen door veertig (40) dagen hechtenis.

6.2. Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld, dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv, waardoor verdachte in zijn belangen is geschaad. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd, dat verdachte na diens aanhouding is opgehouden in een autowasstraat bij het politiebureau Koudenhorn te Haarlem, terwijl het die dag regende en behoorlijk koud was. Nu aldus in strijd is gehandeld met de artikelen 5, 7 en 8 van de Regeling politiecellencomplex heeft een dergelijke wijze van ophouden zijn weerslag op de rechtmatigheid van de periode van vrijheidsbeneming, hetgeen tot strafvermindering dient te leiden, aldus de raadsvrouw.

6.3. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich tezamen met zijn zeventien mededaders schuldig gemaakt aan het medeplegen van kraken van een aantal leegstaande appartementen. Voorts hebben verdachte en zijn mededaders ten behoeve van hun kraakactie zowel buiten als binnen de woningen allerlei vernielingen aangebracht. Kraken en vernielen zijn een hinderlijke en overlast gevende feiten waarbij verdachte en zijn mededaders door hun handelen enerzijds een inbreuk hebben gemaakt op het eigendomsrecht van de rechthebbende van de gekraakte panden en de rechthebbende daarnaast materiële en financiële schade hebben toegebracht. Daarbij weegt de rechtbank mee dat kraken tevens gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaakt.

Ten gunste van verdachte neemt de rechtbank allereerst in aanmerking dat verdachte blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie gedateerd 4 november 2014 in het verleden niet eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld. Daarnaast is de rechtbank met de raadsvrouw van verdachte van oordeel dat in het voordeel van verdachte rekening dient te worden gehouden met de vanwege de verbouwing van politiebureau Koudenhorn mogelijk niet geheel ideale omstandigheden waaronder verdachte is ophouden, overigens zonder dat de rechtbank ter zake een vormverzuim kan vaststellen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de duur of hoogte van de straf daarvan de straffen die zij in vergelijkbare zaken pleegt op te leggen, in ogenschouw genomen. De rechtbank is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat aan verdachte een lagere en tevens deels voorwaardelijke straf dient te worden opgelegd dan de straf die door de officier van justitie is geëist.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee (2) jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

6.4. Bijkomende straf (verbeurdverklaring)

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- één waterpomptang (KVI nummer 487210) en

- één zaag (KVI nummer 487211),

dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de onder 3.6. bewezen verklaarde feiten met behulp van die voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, zijn begaan of voorbereid.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 57, 138a en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.6. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat de onder 3.6. bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot het verrichten van ZESTIG (60) UREN taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren daarvan verrichten te vervangen door DERTIG (30) DAGEN hechtenis, met bevel dat een gedeelte groot DERTIG (30) UREN, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door VIJFTIEN (15) DAGEN hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee (2) jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

verklaart verbeurd:

- één (1) waterpomptang (KVI nummer 487210) en

- één (1) zaag (KVI nummer 487211).

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.J. van Andel, voorzitter,

mr. E.C. Smits en mr. D. Gruijters, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van donderdag 11 december 2014.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 26 november 2014.

3 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 11 mei 2014.

4 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] d.d. 11 mei 2014 en de door hen ten overstaan van de rechter-commissaris op 25 november 2014 afgelegde getuigenverklaringen (los opgenomen).

5 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 11 mei 2014 en de door hem ten overstaan van de rechter-commissaris op 25 november 2014 afgelegde getuigenverklaring (los opgenomen).

6 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 11 mei 2014 en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 11 mei 2014.

7 Het proces-verbaal van aanhouding van verdachte d.d. 12 mei 2014.

8 Het proces-verbaal van relaas d.d. 31 mei 2014.

9 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] d.d. 12 mei 2014.

10 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens Belcanto V.O.F. d.d. 12 mei 2014.