Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:1206

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-02-2014
Datum publicatie
10-03-2014
Zaaknummer
15/703047-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In vervolg op een eerder conflict in het café: Bedreiging door middel van schieten met een hagelgeweer op de woning en auto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/703047-13 (+ ttz. gev. 15/700015-14) (P)

Uitspraakdatum: 18 februari 2014

tegenspraak

strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

4 februari 2014 in de zaak tegen:

[verdachte][verdachte],

geboren op [verdachte] te [verdachte],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [woonplaats 1]

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. E. Visser en van wat verdachte en zijn raadsman mr. O. Hammerstein, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

met parketnummer 15/703047-13

Primair

hij op of omstreeks 02 februari 2013 in de gemeente Schagen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer 1], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 2], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 3], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 4], die zich bevond(en) in een woning gelegen aan de [woonplaats 2], van het leven te beroven, met dat opzet met een (hagel)geweer, althans met een vuurwapen, één of meerma(a)l(en) - op (betrekkelijk) korte afstand - op en/of in de richting van (een ruit van) die woning heeft geschoten (terwijl op dat moment

genoemd(e) perso(o)n(en) zich achter die ruit en/of in die woning bevond(en)), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair

hij op of omstreeks 02 februari 2013 in de gemeente Schagen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, genaamd [slachtoffer 1], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 2], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 3], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 4], die zich bevond(en) in een woning gelegen aan de [woonplaats 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een (hagel)geweer, althans met een vuurwapen, één of meerma(a)l(en) - op (betrekkelijk) korte afstand - op en/of in de richting van (een ruit van) die woning heeft geschoten (terwijl op dat moment genoemd(e) perso(o)n(en) zich achter die ruit en/of in die woning bevond(en)), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Meer Subsidiair

hij op of omstreeks 02 februari 2013 in de gemeente Schagen een persoon, genaamd [slachtoffer 1], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 2], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 3], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 4], die zich bevond(en) in een woning gelegen aan de [woonplaats 2], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een (hagel)geweer, althans met een vuurwapen, één of meerma(a)l(en) - op

(betrekkelijk) korte afstand - op en/of in de richting van (een ruit van) die woning geschoten, (terwijl op dat moment genoemd(e) perso(o)n(en) zich achter die ruit en/of in die woning bevond(en) en op en/of in de richting van een (naast die woning geparkeerde)

(personen-)auto geschoten);

met parketnummer 15/700015-14

hij op of omstreeks 02 februari 2013 in de gemeente Schagen, te Callantsoog, opzettelijk mishandelend een persoon, genaamd [slachtoffer 4], één of meerma(a)l(en) (met kracht) op/tegen haar hoofd en/of haar lichaam heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of één of meerma(a)l(en) tegen haar lichaam heeft geschopt en/of heeft getrapt, waardoor die Kneppers letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

met betrekking tot parketnummer 15/703047-13

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van het meer subsidiair ten laste gelegde feit.

met betrekking tot parketnummer 15/700015-14

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2.

Standpunt van de verdediging

met betrekking tot parketnummer 15/703047-13

De raadsman van verdachte heeft gepleit voor algehele vrijspraak van hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd, bij gebreke van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte ten tijde van het schietincident ter plaatse is geweest.

met betrekking tot parketnummer 15/700015-14

De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak van het aan verdachte ten laste gelegde feit. Primair heeft de raadsman daartoe aangevoerd dat verdachte niet – ook niet in voorwaardelijke vorm – opzet heeft gehad op de mishandeling van [slachtoffer 4]. [slachtoffer 4] is tussen twee vechtende partijen gesprongen om hen uit elkaar te halen. Zij heeft daarmee zelf het risico genomen om een klap te krijgen. Voorts kan uit de bewijsmiddelen niet worden vastgesteld wie de klap heeft gegeven. Ten slotte blijkt uit niets dat [slachtoffer 4] letsel heeft opgelopen.

3.3.

Vrijspraak (parketnummer 15/703047-13: primair en subsidiair)

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte

onder parketnummer 15/703047-13 primair en subsidiair ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.

Met de officier van justitie en de raadsman van verdachte is de rechtbank van oordeel dat voor een bewezenverklaring van het primair dan wel subsidiair ten laste gelegde feit onvoldoende aanknopingspunten in het dossier zijn te vinden. Daarbij is met name van belang dat in een forensische rapportage van het NFI d.d. 2 juli 2013 is geconcludeerd dat het niet aannemelijk is dat door het schietincident dodelijk letsel kon worden veroorzaakt.

3.4.

Redengevende feiten en omstandigheden1

met betrekking tot parketnummer 15/703047-13

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het meer subsidiair ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 2 februari 2013 doet [slachtoffer 1] aangifte2. In zijn aangifte verklaart hij dat hij op 1 februari 2013 om 23.00 uur naar het café in Callantsoog, de Dorpstaveerne, is gegaan. Hij is daar met [slachtoffer 2], [slachtoffer 4] en haar vriend [slachtoffer 3]. Ineens ziet hij dat [verdachte] hen aanvliegt. Vervolgens ziet hij dat [slachtoffer 4] op de grond ligt en dat [verdachte] haar slaat en aan haar haren trekt. Aangever grijpt in en geeft [verdachte] een paar tikken. [verdachte] wordt vervolgens op 2 februari 2013 rond 02.00 uur uit het café gezet. Daarna hoort aangever van [slachtoffer 3] dat [verdachte] hem met een Kalashnikov wil doodschieten.

Rond 03.00 uur gaat aangever met zijn vrienden naar huis om na te borrelen en te praten. Op het moment dat zij in de woning zitten, hoort aangever een schot. Hij kijkt door het raam en ziet [verdachte] voor zijn woning staan met een geweer. Het is een zwaar kaliber geweer. Hij hoort drie schoten. Op het moment dat zijn vriend [slachtoffer 3] naar het toilet gaat, schiet [verdachte] door het raam. Eerst is op zijn auto geschoten en daarna op het voorraam van de woning. Hij gaat naar buiten en ziet dat zijn auto is doorzeefd.

Op 12 augustus 2013 heeft [slachtoffer 1] tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling strafzaken, zijn aangifte nader toegelicht en aangevuld3. Hij verklaart dat hij [verdachte] voor het eerst ziet op het moment dat [verdachte] hem aanvliegt in het café de Dorpstaveerne. Nadat [verdachte] uit het café is gezet, komen verschillende mensen op hem af en zeggen tegen hem dat [verdachte] hem heeft bedreigd. [verdachte] zou hem willen doodschieten.

Terug in zijn woning hoort hij schoten. Hij staat van de bank op en kijkt door het raam. Hij ziet [verdachte] met een vuurwapen in één van zijn handen. Vervolgens ziet hij [verdachte] zich omdraaien en wegrennen. Hij heeft [verdachte] goed kunnen zien.

De getuige [slachtoffer 2] 4verklaart op 2 februari 2013 dat hij op 1 februari 2013 omstreeks 23.30 uur in de Dorpstaveerne in Callantsoog aanwezig is. Hij ziet [verdachte] en [slachtoffer 1] met elkaar vechten. Omstreeks 03.00 uur gaat hij samen met [slachtoffer 1], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] naar de woning van [slachtoffer 1]. In de woning hoort hij omstreeks 04.00 uur drie knallen. Bij de derde knal realiseert hij zich dat het een knal van een vuurwapen is. Vervolgens kijkt de getuige door het voorraam naar buiten en ziet een manspersoon wegrennen met een wapen in zijn hand. Vanwege de lengte en het postuur denkt hij aan [verdachte].

In het proces-verbaal van reconstructie van 18 juli 20135 relateert de verbalisant [slachtoffer 2] het volgende. Om aan de verklaringen van getuige [slachtoffer 2] en aangever [slachtoffer 1] een diagnostische waarde te kunnen geven, is aan de hand van de “tabel gezichtsherkenning” onderzoek gedaan naar de afstand waarop is waargenomen en de lichtgesteldheid (lux) op de plaats delict. Uit dit onderzoek is gebleken dat voor gebruik in de rechtszaal er een diagnostische waarde van ten minste 15 gegeven moet worden.

Uit het onderzoek is gebleken dat direct voor de woning van aangever [slachtoffer 1] een lantaarnpaal stond die ten tijde van het incident brandde. Aan de gevel van de woning naast de voordeur brandde de buitenverlichting. De verdachte werd door de aangever [slachtoffer 1] geplaatst op een afstand van 8 meter. Als deze afstand wordt bekeken met de lichtgesteldheid van 10 lux kan er met behulp van de tabel een diagnostische waarde aan de verklaring gegeven worden van 15.4. Deze waarde wordt in de tabel gewaardeerd als een gemiddelde tot redelijke betrouwbaarheid van de verklaring.

De getuige [slachtoffer 3]6 verklaart op 2 februari 2013 dat hij op 1 februari 2013 samen met zijn vriendin [slachtoffer 4] naar het dorpscafé in Callantsoog is gegaan. Op een gegeven moment ziet hij dat zijn vriendin tussen een vechtpartij springt. Hij ziet dat [verdachte] ruzie heeft met [slachtoffer 1]. De vechtpartij lost op en [verdachte] wordt uit de kroeg verwijderd. Hij hoort [verdachte] tegen hem zeggen: “Ik haal een Kalashnikov en ik schiet [slachtoffer 1] zijn huis overhoop.” Het dorpscafé gaat even later dicht en de getuige gaat samen met [slachtoffer 1] naar de woning van [slachtoffer 1]. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] arriveren later. Rond 04.00 uur gaat de getuige naar het toilet en hoort een paar harde knallen en glasgerinkel.

Op 30 juli 2013 verklaart de getuige [slachtoffer 4]7 dat zij op 1 februari 2013 samen met haar vriend [slachtoffer 3] naar het café De Dorpstaveerne in Callantsoog is gegaan. Ze staat met [slachtoffer 1] te praten op het moment dat [verdachte] [slachtoffer 1] aanvliegt. Zij staat ertussen en komt op de grond terecht. [verdachte] heeft haar geslagen. Op een gegeven moment is de vechtpartij over. Vervolgens gaan [slachtoffer 3], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar de woning van [slachtoffer 1]. Van [slachtoffer 3] hoort zij dat [verdachte] [slachtoffer 1] heeft bedreigd door te zeggen dat hij met een geweer zou terugkomen. Omdat zij geschrokken is, gaat de getuige pas later naar de woning van [slachtoffer 1]. Op het moment dat [slachtoffer 3] naar het toilet is, hoort zij één hele harde knal. Zij hoort zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] zeggen dat zij [verdachte] hebben gezien.

Op 2 februari 2013 verklaart verdachte dat hij op 1 februari 20138 met een aantal vrienden in het café De Dorpstaveerne wat is gaan drinken. Hij ziet op een gegeven moment [slachtoffer 1] staan. Naar aanleiding van een bestaand conflict tussen hen ontstaat een vechtpartij.

Op 2 februari 2013 voeren de verbalisanten [verbalisant 1] een sporenonderzoek9 uit op het adres [woonplaats 2]. In en rondom de woning worden diverse monsters genomen en voorwerpen aangetroffen, waaronder hagelfragmenten, schotelproppen en een huls. Gelet hierop en op de beschadigingen aan het voertuig en in de rechterruit van de woning achten zij het zeer waarschijnlijk dat bij de schoten hagelpatronen zijn gebruikt. Voorts is het aannemelijk dat er minimaal twee keer op de auto en minimaal één keer op de woning is geschoten.

Na de aangifte door [slachtoffer 1] wordt de telefoon van verdachte getapt door de politie. Hieruit blijkt dat verdachte op 2 februari 2013 om 10.15 uur met zijn broer [de man 1] belt, met de mededeling: “Oké, even kijken hoe leg ik dat uit. Je moet even zeggen dat pap, want eh, ik heb gisterenavond best wel lopen rellen, je moet even zorgen dat pap even zijn wandelstok opruimt”.10 In de woning van de ouders van verdachte worden vervolgens om 16.00 uur twee (vuur)wapens aangetroffen.11

Op 2 februari 2013 om 10.52 uur wordt verdachte gebeld door een man, naar later blijkt [getuige 1]. In dat telefoongesprek vraagt [getuige 1]: “Alles weer een beetje bedaard?”, waarop verdachte antwoordt: “Ja man, we leven allemaal nog”. Vervolgens zegt [getuige 1]: “Goeie zaak, goeie zaak, jezus, wat een happening, man”.12

3.5.

Bewijsoverweging

met betrekking tot parketnummer 15/703047-13

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de onder 3.4 genoemde redengevende feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 2 februari 2013 [slachtoffer 1] en de in de woning aanwezige andere personen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door met een hagelgeweer op de woning en de auto van [slachtoffer 1] te schieten.

De rechtbank overweegt in het bijzonder nog het volgende.

Verdachte heeft niet willen uitleggen wat hij in voornoemd telefoongesprek met zijn broer heeft bedoeld met “wandelstok” en waarom hij daarvoor belde. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende duidelijk dat verdachte zijn broer heeft willen waarschuwen om een wapen bij hun vader weg te halen, kennelijk in de veronderstelling dat de politie daarnaar op zoek zou gaan. Evenmin heeft verdachte uitgelegd waar het telefoongesprek met [getuige 1] over ging. [getuige 1] heeft daar zelf een volstrekt ongeloofwaardige verklaring over afgelegd door te verklaren dat hij met “happening” doelde op een zogenaamd ‘broekzakbelletje’ (per ongeluk bellen) in de nacht.

Door na te laten een verklaring af te leggen, heeft verdachte de sterke aanwijzingen die zich in het dossier bevinden en in zijn richting wijzen in stand gelaten, terwijl het op zijn weg had gelegen deze te ontzenuwen.

Ten slotte neemt de rechtbank nog het volgende in aanmerking.

In een chatsessie tussen [getuige 2] en [getuige 3] schrijft [getuige 2] aan [getuige 3] dat hij in het dorp heeft gehoord dat zijn broer [getuige 5] bij het schietincident aanwezig is geweest en dat zijn maatje [verdachte] het heeft gedaan. De link, dat [getuige 5] betrokken is geweest bij het schietincident, heeft [getuige 2] zelf gelegd.

Bij de rechter-commissaris heeft [getuige 2] verklaard dat hij een deel van zijn verhaal heeft verzonnen. Het deel dat [verdachte] bij het schietincident betrokken is geweest, is niet verzonnen.

3.6.

Redengevende feiten en omstandigheden

met betrekking tot parketnummer 15/700015-14

Op 6 februari 2013 doet [slachtoffer 4], aansluitend aan haar getuigenverklaring, aangifte1314 van mishandeling door [verdachte].

Zij verklaart dat zij op 2 februari 2013, samen met [slachtoffer 3], in het café De Dorpstaveerne te Callantsoog was. Ze staat bij [slachtoffer 1] en ineens komt [verdachte] naar [slachtoffer 1] toe. [verdachte] is woest. Ze wordt vastgepakt door [de man 2], maar rukt zich los. Ze staat nog geen meter bij [verdachte] vandaan. Gelijk hierop pakt [verdachte] haar bij haar haar en houdt dit vast. In haar reactie pakt zij ook het haar van [verdachte]. Vervolgens krijgt zij flinke klappen van [verdachte] en belandt op de grond. Door de klappen is letsel aan haar gezicht en een flinke blauwe plek op haar borst ontstaan. Door de klappen heeft zij pijn ondervonden.

Op 2 februari 2013 verklaart [slachtoffer 1]15 dat hij op 2 februari 2013 in het café De Dorpse Taverne aanwezig is. Hij staat daar met [slachtoffer 2], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3]. Op een gegeven moment ziet hij dat [verdachte] hen aanvliegt. [slachtoffer 4] staat ertussen. [slachtoffer 4] loopt een klap op. Hij ziet dat haar oog gehavend en haar oor gescheurd is.

Op 4 februari 2013 verklaart de getuige [getuige 6]16 dat zij op 2 februari 2013 aanwezig was in café De Dorpstaveerne. Zij ziet dat [verdachte] [slachtoffer 1] aanvliegt en ziet dat er over en weer klappen vallen. [slachtoffer 4] en zij komen tussen de vechtende mannen te staan. Door de worsteling valt [slachtoffer 4] op de grond. [verdachte] is blind van woede en slaat op [slachtoffer 4] in. Zij ziet dat [slachtoffer 4] eenmaal op haar wang wordt geraakt. De getuige neemt haar mee naar achteren, omdat [slachtoffer 4] een scheurtje in haar oorlel heeft en haar jukbeen dik is.

Op 3 februari 2013 verklaart verdachte17 dat hij [slachtoffer 4] per ongeluk met zijn vuist heeft geslagen. Hij weet zeker dat hij haar geslagen heeft. Het was zwart voor zijn ogen.

3.7.

Bewezenverklaring

met betrekking tot parketnummer 15/703047-13

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 2 februari 2013 in de gemeente Schagen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] die zich bevonden in een woning gelegen aan de [woonplaats 2], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een hagelgeweer - op betrekkelijk korte afstand - op een ruit van die woning geschoten, terwijl op dat moment genoemde personen zich in die woning bevonden, en op een naast die woning geparkeerde personenauto geschoten;

met betrekking tot parketnummer 15/700015-14

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 2 februari 2013 in de gemeente Schagen, te Callantsoog, opzettelijk mishandelend een persoon, genaamd [slachtoffer 4], meermalen met kracht tegen haar hoofd en haar lichaam heeft gestompt, waardoor die Kneppers letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Beroep op noodweer(exces) met betrekking tot parketnummer 15/700015-14

De rechtbank verwerpt het beroep van de raadsman op noodweer/noodweerexces.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken van een noodweersituatie waaraan verdachte zich niet heeft kunnen onttrekken. Verdachte is, ook volgens zijn eigen verklaring ter zitting, doelbewust op [slachtoffer 1] afgestapt en heeft aldus zelf de confrontatie opgezocht.

Het bewezenverklaarde levert op:

met betrekking tot het feit met parketnummer: 15/703047-13 meer subsidiair:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

met betrekking tot het feit met parketnummer 15/700015-14:

mishandeling.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 189 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de periode die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 150 uren bij niet of niet naar behoren verrichten van die taakstraf te vervangen door 75 dagen hechtenis.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft geen subsidiair standpunt ten aanzien van de strafmaat ingenomen.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Na een conflict in het dorpscafé is verdachte diezelfde nacht naar de woning van [slachtoffer 1] gegaan, gewapend met een hagelgeweer. Aldaar aangekomen heeft verdachte twee hagelpatronen op de auto van verdachte en één hagelpatroon op de woning van [slachtoffer 1] afgevuurd. Hierdoor is de auto van verdachte beschadigd en een raam van de woning van verdachte vernield. Dergelijk handelen veroorzaakt grote gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving in het algemeen en bij de slachtoffers in het bijzonder. Met name dit feit rekent de rechtbank verdachte ernstig aan.

Daarnaast heeft verdachte een vrouw mishandeld door haar in het gezicht te slaan, waarbij hij het slachtoffer pijn en letsel heeft toegebracht.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 4 februari 2013, waaruit blijkt dat verdachte eerder ter zake van een opiumdelict is veroordeeld.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 12 maart 2013 van [getuige 7], als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat deze straf vooralsnog gedeeltelijk niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Het onvoorwaardelijke gedeelte van de vrijheidsbenemende straf zal de rechtbank gelijk stellen aan de periode die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat naast de vrijheidsbenemende straf een onvoorwaardelijke taakstraf aan verdachte dient te worden opgelegd van na te melden omvang. In de omstandigheden van het geval en de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank aanleiding om de omvang van de taakstraf enigszins te beperken.

7. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel met betrekking tot het feit onder parketnummer 15/703047-13

7.1.

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.032,15 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De materiële schade aan de auto bedraagt € 5.032,15.

7.2.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [woonplaats 1] zal toewijzen tot een bedrag van € 5.032,15, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

7.3.

De raadsman van verdachte heeft de rechtbank primair verzocht [woonplaats 1] niet ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, nu hij voor integrale vrijspraak heeft gepleit. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de rechtbank rekening dient te houden met “nieuw voor oud”. De auto is in zijn geheel overgespoten. Hierdoor is de benadeelde partij in een betere financiële positie gekomen. De raadsman geeft de rechtbank in overweging de schade tot de helft te matigen.

7.4.

Oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot de schade aan de auto heeft de benadeelde partij een schade-calculatie d.d. 11 februari 2013 overgelegd. Niet gebleken is dat de schade, zoals gecalculeerd, reeds is hersteld. Gelet hierop en de ouderdom van de auto is de rechtbank van oordeel dat de materiële schade in ieder geval tot een door de rechtbank redelijk geacht bedrag van € 2.500,00 rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen. Nu de wettelijke rente niet door de benadeelde partij is gevorderd, kan de rechtbank deze niet toewijzen.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij [woonplaats 1] voor het overige niet ontvankelijk in zijn vordering.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 Beslissing

De rechtbank:

 Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder parketnummer 15/703047-13 primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde feit onder parketnummer 15/703047-13 en het ten laste gelegde feit onder parketnummer 15/7000015-14 heeft begaan zoals hiervoor onder 3.7 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

 Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 190 (een honderd en negentig) dagen.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 90 (negentig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

 Veroordeelt voorts verdachte tot het verrichten van 100 (een honderd) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

 Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [woonplaats 1] geleden schade tot een bedrag van € 2.500,-- (twee duizend en vijf honderd euro) bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan de benadeelde partij.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

 Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [woonplaats 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.500,00 (twee duizend en vijf honderd euro), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 35 (vijf en dertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.C. Haverkate, voorzitter,

mr. M.M. van Weely en mr. H.A. Stalenhoef, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier D.H. Geuze,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 februari 2014.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van verhoor d.d. 2 februari 2013 met nummer 20130202 0655 50221 inhoudende de aangifte door [slachtoffer 1], (doorgenummerde) pagina’s C2 tot en met C5;

3 verklaring van [slachtoffer 1], afgelegd tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken op 12 augustus 2013.

4 Proces-verbaal van verhoor met nummer PL10DH 2013011673-6 inhoudende een getuigenverklaring van [slachtoffer 1] Cornelis [slachtoffer 2] d.d. 2 februari 2013, (doorgenummerde) pagina’s G6 en G7;

5 proces-verbaal reconstructie d.d. 18 juli 2013 van verbalisant [slachtoffer 2], ongenummerd, doorgenummerde pagina E95.

6 Proces-verbaal van verhoor met nummer PL10DH 2013011673-3 inhoudende een getuigenverklaring van [slachtoffer 3] d.d. 2 februari 2013, (doorgenummerde) pagina’s G1 tot en met G3;

7 verklaring van [slachtoffer 4], afgelegd tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken op 20 juli 2013;

8 proces-verbaal van verhoor d.d. 2 februari 2013 met nummer PL10DH 2013011673-19 inhoudende het verhoor van verdachte doorgenummerde pagina B13;

9 proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 februari 2013 van verbalisanten [verbalisant 2] nr. PL10RO 2013011673-13 doorgenummerde pagina’s F 1 tot en met F4, alsmede de bijlagen houdende foto’s F6 tot en met F30;

10 proces-verbaal van verhoor d.d. 28 februari 2013 met nummer PL10DH2013011673-54 inhoudende het verhoor van verdachte doorgenummerde pagina B29;

11 proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 februari 2013 met nummer 20120302 6177 0917 doorgenummerde pagina E20.

12 proces-verbaal van verhoor d.d. 28 februari 2013 met nummer PL10DH2013011673-54 inhoudende het verhoor van verdachte doorgenummerde pagina B30;

13 Proces-verbaal van verhoor d.d. 6 februari 2013 met nummer PL10ZK 2013013125-1 inhoudende de aangifte door [slachtoffer 4], (doorgenummerde) pagina’s C25 en C26;

14 Proces-verbaal van verhoor met nummer PL10DH 2013011673-4 inhoudende een getuigenverklaring van [slachtoffer 4] d.d. 2 februari 2013, (doorgenummerde) pagina’s G9 tot en met G11;

15 Proces-verbaal van verhoor d.d. 2 februari 2013 met nummer 20130202 0655 50221 inhoudende de aangifte door [slachtoffer 1], (doorgenummerde) pagina C3;

16 Proces-verbaal van verhoor met nummer PL10ZK 2013011673-30 inhoudende een getuigenverklaring van [getuige 6] d.d. 4 februari 2013, (doorgenummerde) pagina’s G25;

17 proces-verbaal van verhoor d.d. 3 februari 2013 met nummer PL10DH 2013011673-26 inhoudende het verhoor van verdachte doorgenummerde pagina B17;