Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:11950

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-12-2014
Datum publicatie
17-12-2014
Zaaknummer
C/14/158634 / HA RK 14/162
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek is kennelijk niet ontvankelijk omdat het verzoek niet is gemotiveerd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: C/14/158634 / HA RK 14/162

zaaknummers bestuursrecht: AWB 14/458 WSFBSF ([verzoekster])

AWB 14/973 WAO ([verzoeker])

Beslissing van 11 december 2014

op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoeker],

verzoeker en

[verzoekster],

verzoekster,

beiden wonende te [woonplaats].

Het verzoek is gericht tegen:

mr. B. Liefting-Voogd, rechter in de sector bestuursrecht,

hierna te noemen: de rechter.

1 Procesverloop

1.1.

Verzoeker heeft op 20 november 2014 ter zitting mondeling de wraking verzocht van een kantonrechter in deze rechtbank. Dat verzoek is door deze wrakingskamer bij beslissing van 25 november 2014 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

1.2.

Op 21 november 2014 waren bij deze rechtbank bij de sector bestuursrecht twee zaken aanhangig, waarbij verzoeker en verzoekster partij waren. In beide zaken heeft op die datum een mondelinge behandeling plaatsgevonden, onder leiding van de rechter.

1.3.

Verzoekers hebben op 24 november 2014 bij de informatiebalie van de rechtbank, locatie Alkmaar, een brief overhandigd, waarin staat vermeld:

“Inzake: achteraf wraken van ook rechtszaken op 21-11-2014 door mr. B. Liefting-Voogd voorgezeten (zaaknummers ALK 14-458 WSFBSF zowel ALK 14/973 WAO).”

Deze brief is opgevat als een wrakingsverzoek en in handen gesteld van de griffier van de wrakingskamer.

1.4.

De rechter heeft niet berust in de wraking.

1.5.

De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten ook in deze zaak geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.

2 Het standpunt van verzoeker

In voormelde brief van 24 november 2014 vermelden verzoekers het volgende:

“Zowel na de eerste zaak als de tweede zaak heeft u mr. Liefting - Voogd de ernstige conclusie kunnen trekken dat UWV op degoutante werkwijze aangeeft tot nul euro beslag te leggen. Voor u en collega rechters moet nu wel zeer duidelijk zijn dat ernstige misdrijven opzettelijk worden veroorzaakt door UWV en hun opdrachtgevers, tevens UWV individu op de zitting met grijnzende gezichten aangeven mensen ook financieel opzettelijk kapot te maken door een beslagvrije voet aan te houden van nul euro.

Vandaar mijn scherpe opmerking tegen UWV criminelen bij verlaten van de zitting op vrijdag 21 - 11 - 2014 dat men zelfs zo een ernstige zaak lachwekkend vind als UWV crimineel, dit wel af te lezen aan die UWV koppen. Dit betreft dus iets anders als door niet goed te luisteren u de verkeerde conclusie zou kunnen trekken dat Rietveld de zaak lachwekkend zou vinden, nu niets is minder waar.

Tevens geef ik wederom ook in deze tekst aan dat zaken van [verzoeker] door wat voor te verzinnen grappen dan ook bij de rechtbank Alkmaar, dan wel die van zijn dochter ernstig getraineerd - gefrustreerd worden door medewerkers werkzaam bij de rechtbank. Hierbij geef ik met nadruk aan dat ondergetekende niet beweerd dat de rechters de ingeleverde dossiers/zaken opzettelijk achterhouden. Dat u mr. Liefting - Voogd bij aanvang de mededeling niet gelijk doet aan [verzoekster] dat u geen dossier heeft verkregen, betreft een der reden de zaak ook in deze tegen de rechtbank te wraken. Tweede dan wel even zwaarwegend punt betreft dat u mr. Liefting Voogd persoonlijk hoort van een UWV crimineel dat zij misdrijven plegen met bijna dode personen als gevolg, huisuitzetting aan de orde is, behandeld door u collega mr. van Rijn, en een ieder dit weer maanden laat sloffen zonder het art. 162 Strafvordering toe te passen als rechters tegen o.a. UWV [A]/Gemeente Castricum, zowel CJIB. Deze van cruciaal belang zijnde stap zowel wettelijk verplicht als kennisdrager van ernstige strafbare feiten onverwijld aangiften te doen als rechter heeft u zelfs bij het horen van de misdadige werkwijze door UWV medewerkster niet gedaan. Ondanks dat ook u de wetenschap heeft wat UWV voor nachtmerrie heeft veroorzaakt over lengte van jaren, dan wel jarenlang hen misdrijven gewoon te laten toepassen, en zij dit in 2014 nog kunnen doen, en wel met een misselijke makende grijns op hun kop!”

3 De beoordeling

3.1.

Op grond van artikel 8: 15 van het Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn.

Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is.

3.2.

Een verzoek tot wraking dient ingevolge artikel 8: 16 lid 2 AWB gemotiveerd te zijn. De verzoekende partij dient opgave te doen van de feiten en omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig of niet onafhankelijk zal zijn.

Verzoekers hebben niets over (on)partijdigheid of (on)afhankelijkheid van de gewraakte rechter gezegd. Zij hebben hun verzoek dus ook niet gemotiveerd.

Aangezien het verzoek niet gemotiveerd is, is het daardoor kennelijk niet-ontvankelijk.

3.3.

Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1. in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www.rechtspraak.nl/ Organisatie/ Rechtbanken/ Rechtbank Noord-Holland/ Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.

4 Beslissing

De rechtbank:

4.1.

verklaart het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk en stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling;

4.2.

beveelt de griffier onverwijld aan verzoekers, de rechter en de verweerders in bovenvermelde procedures een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;

4.3.

beveelt dat het proces in de hoofdzaken wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek en beveelt dat die zaken daartoe in handen wordt gesteld van de voorzitter van het team bestuursrecht, locatie Alkmaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.F. van Hoorn, plaatsvervangend voorzitter, en mr. L.J. Saarloos en mr. M.S. Lamboo, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. W.T. Delleman, griffier, ter openbare terechtzitting van 11 december 2014.

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.