Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:11157

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-11-2014
Datum publicatie
19-02-2015
Zaaknummer
15/870246-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek 12Cayenne; verkort strafvonnis; twee (2) jaar gevangenisstraf voor medeplegen van een groot aantal (woning)inbraken en opzettelijk aanwezig hebben 7800 gram hasj; partiële vrijspraak; bewijsmotivering ten aanzien van medeplegen; strafmotivering; beslag; benadeelde partijen gedeeltelijk toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/870246-14 (onderzoek 12Cayenne)

Uitspraakdatum: 21 november 2014

Tegenspraak

Verkort strafvonnis (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 6 en 7 november 2014 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Roemenië),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haarlem te Haarlem.

De rechtbank heeft kennisgenomen van

- het standpunt van de officier van justitie, mr. M. Kubbinga, dat ertoe strekt dat de rechtbank het onder 1 tot en met 7 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en verdachte hiervoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaar met aftrek van het ondergane voorarrest. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] hoofdelijk dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 1.085,02 met oplegging van de corresponderende schadevergoedingsmaatregel, de vordering van [slachtoffer 2] hoofdelijk dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 300, eveneens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de vordering van [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, de vordering van [slachtoffer 10] hoofdelijk dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 2.305,06 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en ook de vordering van [gemachtigde van slachtoffers 15, 16 en 17] hoofdelijk dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 1.830, ook weer met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- hetgeen door de verdachte en mr. A.J. Admiraal, raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 28 januari 2014 in de gemeente Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning aan de [adres] alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een televisietoestel (merk Samsung) en/of een computer (merk Asus) en/of een computer (merk Lenovo) en/of twee 3D brillen (merk Samsung) en/of een of meer afstandsbedieningen en/of een videocamera (merk Sony) en/of een schoudertas (merk Eastpak) en/of een of meer mobiele telefoons en/of een fotocamera (merk Panasonic) en/of een of meer sieraden en/of een of meer horloges en/of een of meer munten en/of een of meer computertablets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 2

hij op of omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen, waaronder een laptop en/of een of meer mobiele telefoons en/of een bankpas/creditcard en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

hij op of omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop, merk Dell, en/of een mobiele telefoon, Samsung, en/of een geldbedrag van ongeveer 180 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

hij op of omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een e-reader en/of sieraden en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

hij op of omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen geld en/of andere goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, het bovenlicht van de achterdeur van die woning heeft getracht te verbreken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3

hij op of omstreeks 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een TomTom navigatiesysteem en/of een filmcamera en/of een of meer mobiele telefoon(s) en/of een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s)

en/of

hij in of omstreeks de periode van 13 februari 2014 tot en met 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

en/of

hij op of omstreeks 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer computer(s) en/of een of meer fotocamera('s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

en/of

hij in of omstreeks de periode van 13 februari 2014 tot en met 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee computers, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 4

hij in of omstreeks de periode van 17 februari 2014 tot en met 18 februari 2014 in de gemeente Katwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee laptops en/of een fles Whiskey (merk Auchatoshaw) en/of een rijbewijs en/of 5, althans een of meer dozen wijn en/of een of meer flesjes parfum en/of een tablet (merk Apple), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

hij in of omstreeks 17 februari 2014 tot en met 18 februari 2014 te Katwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Landrover, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 17 februari 2014 tot en met 18 februari 2014 in de gemeente Katwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 5

hij in of omstreeks de periode van 10 maart 2014 tot en met 11 maart 2014 te Wessem, gemeente Maasgouw, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een horecagelegenheid aan de [adres] heeft weggenomen een mobiele telefoon (Iphone 4s) en/of een hoeveelheid kleingeld en/of een of meer sloffen sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

Feit 6

hij op of omstreeks 11 maart 2014 te Baexem, gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een café/restaurant aan de [adres] heeft weggenomen sterke drank en/of snoepgoed (M&M's, Kitkat, Skittels, Maltezers en dergelijke) en/of een of meer geldbedragen en/of een fotocamera (merk Casio) en/of een of meer pakjes sigaretten, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

Feit 7

hij op of omstreeks 14 maart 2014 in de gemeente Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 7800 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Partiële vrijspraak van hetgeen als feit 4, laatste onderdeel, is ten laste gelegd

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte in het laatste onderdeel van feit 4 ten laste is gelegd, zijnde – zakelijk weergegeven – diefstal, in/uit de woning op de [adres] te Katwijk in de nacht van 17 op 18 februari 2014 (zaaksdossier 16) en moet hij daarvan worden vrijgesproken.

4. Bewijs

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten aanvulling worden opgenomen.

4.1. Bewijsmotivering

Anders dan de raadsman van verdachte, die – kort en zakelijk weergegeven – heeft bepleit dat bij de onder 1 tot en met 4, eerste en tweede onderdeel, 5 en 6 ten laste gelegde feiten verdachte louter een rol heeft vervuld als chauffeur en niet rechtstreeks betrokken is geweest bij de desbetreffende (woning)inbraken, hetgeen, nu medeplichtigheid niet ten laste is gelegd, vrijspraak tot gevolg dient te hebben, is de rechtbank van oordeel dat verdachte als medepleger heeft gehandeld.

De rechtbank overweegt ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten als volgt.

Los van de vraag tot welke juridische kwalificatie dat zou moeten leiden, blijkt uit de voorhanden onderzoeksgegevens dat de rol van verdachte niet beperkt is gebleven tot het enkel (incidenteel) optreden als chauffeur. Een bij de oudste woninginbraak op de tenlastelegging (d.d. 28 januari 2014: feit 1) ontvreemde USB-stick viel bij de insluitingsfouillering van verdachte op 31 januari 2014 uit diens jaszak. Ook uit de verklaringen van verdachte’s vriendin [getuige] blijkt dat verdachte meedeelde in de buit. Uit opgenomen camerabeelden blijkt dat verdachte zich bepaald niet onbetuigd liet bij het vervoeren van gestolen spullen van de auto naar de woning waar hij met degenen met wie hij ’s nachts op pad ging verbleef en dat hij ook weer samen met de anderen zorg droeg voor het verplaatsen van spullen naar elders. Verdachte heeft het lopen met gestolen spullen ook bekend en heeft tevens verklaard gestolen goud en een laptop te hebben verkocht voor medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], omdat hij de Engelse taal zou beheersen. Zonder er zelf belang bij te hebben verklaart medeverdachte [medeverdachte 2] dat verdachte bij de woninginbraak aan de [adres] te Katwijk in de nacht van 17 op 18 maart ook in de woning is geweest en een doos wijn en autosleutels (de rechtbank begrijpt: van de Landrover) heeft weggenomen. Vervolgens heeft verdachte, blijkens zijn eigen verklaring en die van medeverdachte [medeverdachte 2], de Landrover meegenomen en teruggereden naar de verblijfplaats in Amsterdam.

De zojuist geschetste omstandigheden, gevoegd bij de zelfstandige rol die verdachte ten aanzien van de gestolen hasj (feit 7) vervulde, ontkrachten het beeld dat verdachte louter een incidentele chauffeur was en er dus geen sprake kan zijn van medeplegen. Voor het aannemen van medeplegen is immers niet nodig dat alle medeplegers (een deel van) de uitvoeringshandelingen verrichten. Verdachte heeft deel uitgemaakt van een, hoewel wisselend van samenstelling, min of meer vaste groep van mannen die met elkaar in één huis woonden/verbleven en gedurende een periode een groot aantal woninginbraken in vereniging pleegden. Binnen deze groep was, blijkens de bewijsmiddelen, sprake van een enigszins vaste rolverdeling, waarin eenieder wist wat hij moest doen, actief zijn rol vervulde en in zekere zin – voor het plan van aanpak van de desbetreffende nacht – onmisbaar was. Verdachte had met zijn medeverdachten intensief contact, zo blijkt uit onder meer de onderlinge telecommunicatie rond en tijdens de ten laste gelegde inbraken. Het is zonneklaar dat verdachte niet alleen wist waarmee hij bezig was – hetgeen ook afgeleid kan worden uit het feit dat per nacht meerdere inbraken plaatsvonden en de buit daarvan telkens naar de auto gebracht moet zijn – maar ook doelbewust zijn rol binnen de groep bleef vervullen en indien de situatie erom vroeg, meer initiatief nam. Dat betekent dat verdachte zich niet op enig moment van de handelingen van zijn medeverdachten heeft gedistantieerd.

Het voor een nauwe en bewuste samenwerking vereiste dubbel opzet acht de rechtbank op grond van bovenstaande overwegingen aanwezig, alsook de nauwe en bewuste samenwerking zelf. Zij komt tot de volgende bewezenverklaring.

4.2. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1

hij op 28 januari 2014 in de gemeente Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een televisietoestel (merk Samsung) en een computer (merk Asus) en een computer (merk Lenovo) en twee 3D brillen (merk Samsung) en afstandsbedieningen en een videocamera (merk Sony) en een schoudertas (merk Eastpak) en mobiele telefoons en een fotocamera (merk Panasonic) en sieraden en horloges en munten en computertablets, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

Feit 2

hij omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]), alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere goederen, waaronder een laptop en mobiele telefoons en een bankpas/creditcard en sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij een van zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming;

en

hij omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop, merk Dell, en een mobiele telefoon, Samsung, en een geldbedrag van ongeveer 180 euro, toebehorende aan [slachtoffer 3], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

en

hij omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een e-reader en sieraden en een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 4];

en

hij omstreeks 5 februari 2014 te Purmerend ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen geld en/of andere goederen van hun gading, toebehorende aan [slachtoffer 5], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, met een of meer van zijn mededaders, het bovenlicht van de achterdeur van die woning heeft getracht te verbreken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3

hij op 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een TomTom navigatiesysteem en een filmcamera en mobiele telefoons en een hoeveelheid sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 6], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

en

hij op 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 7], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

en

hij op 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen mobiele telefoons en computers en fotocamera's, toebehorende aan [slachtoffer 8], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

en

hij op 14 februari 2014 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee computers, toebehorende aan [slachtoffer 9], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

Feit 4

hij in de periode van 17 februari 2014 tot en met 18 februari 2014 in de gemeente Katwijk tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) alwaar verdachte en zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee laptops en een fles Whiskey (merk Auchatoshaw) en een rijbewijs en 5 dozen wijn en flesjes parfum en een tablet (merk Apple), toebehorende aan [slachtoffer 10], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

en

hij in de periode van 17 februari 2014 tot en met 18 februari 2014 te Katwijk tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Landrover, toebehorende aan [slachtoffer 10], waarbij verdachte en/of zijn mededaders het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

Feit 5

hij in de periode van 10 maart 2014 tot en met 11 maart 2014 te Wessem, gemeente Maasgouw, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een horecagelegenheid aan de [adres] heeft weggenomen een mobiele telefoon (Iphone 4s) en een hoeveelheid kleingeld en sloffen sigaretten, toebehorende aan [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

Feit 6

hij op 11 maart 2014 te Baexem, gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een café/restaurant aan de [adres] heeft weggenomen sterke drank en snoepgoed (M&M's, Kitkat, Skittles, Maltezers en dergelijke) en geldbedragen en een fotocamera (merk Casio) en pakjes sigaretten, toebehorende aan [slachtoffer 15] en [slachtoffer 16] en [slachtoffer 17], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming en valse sleutels;

Feit 7

hij in de periode van 1 maart 2014 tot en met 14 maart 2014 in de gemeente Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 7000 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 2: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming

respectievelijk

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

respectievelijk

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen

respectievelijk

poging tot diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 3: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;

Feit 4: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

respectievelijk

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

Feit 5: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 6: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, inklimming en valse sleutels;

Feit 7: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van de sancties

7.1. Hoofdstraf

Bij de beslissing over de hoofdstraf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twaalf woning- en café-inbraken en –insluipingen en de diefstal van een personenauto in vereniging in de periode van eind januari 2014 tot en met medio maart 2014. Woninginbraak is een maatschappelijk probleem. Elke 73 seconden vindt ergens in Nederland een (poging tot) woninginbraak plaats. Opsporing, vervolging en bestraffing van daders kost de Nederlandse samenleving jaarlijks miljoenen. Maar afgezien van de kosten tasten woninginbraken sterk het veiligheidsgevoel onder de burgers aan. In de eerste plaats natuurlijk dat van de slachtoffers zelf, maar het fenomeen raakt ook directe buren, wijkbewoners en de maatschappij als geheel. Een woninginbraak is een ingrijpende gebeurtenis. Het idee dat een vreemde door het huis heeft gelopen, aan spullen heeft gezeten en de boel vervuild of vernield heeft op de plaats waar iemand zich bij uitstek veilig en geborgen zou moeten kunnen voelen is, nog afgezien van de materiële schade, moeilijk te verdragen. Met name voor slachtoffers die gedurende de woninginbraak in de woning aanwezig waren is het een zeer ingrijpende gebeurtenis. De emotionele verwerking neemt vaak veel tijd in beslag, om nog maar niet te spreken van het gemis van eventueel onvervangbare, persoonlijke spullen. Slachtoffers hebben dan ook vaak te kampen met slaapgebrek, gevoelens van angst en onrust en het ontbreken van een gevoel van veiligheid in hun eigen huis. Wat betreft de materiële schade worden de gestolen goederen slechts zelden geheel of gedeeltelijk teruggevonden en geretourneerd aan de eigenaren en kost het slachtoffers veel tijd en moeite om hiervoor een vergoeding van een verzekeraar of dader te verkrijgen, waarbij zelden sprake is van een gehele schadeloosstelling en het slachtoffer de tijd die hij of zij kwijt is aan herstel doorgaans niet kan verhalen. Dit heeft ook te gelden voor de slachtoffers van de café-inbraken, doorgaans ondernemers die de schade die dergelijke inbraken aan hun onderneming toebrengen maar gedeeltelijk vergoed krijgen en de winst die zij er in voorkomende gevallen door mislopen slechts zeer zelden. Met het plegen van een groot aantal (gekwalificeerde) diefstallen in vereniging heeft verdachte blijk gegeven van een groot gebrek aan respect voor niet alleen de eigendommen van de slachtoffers, maar ook van onverschilligheid voor wat zijn handelen voor (hierboven genoemde) gevolgen heeft voor deze slachtoffers. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van zeven kilogram hasj. Deze hoeveelheid is dusdanig, dat deze niet als louter voor persoonlijk gebruik kan worden aangemerkt, maar kennelijk bestemd was om te verhandelen. Softdrugs als hasj leveren door de teelt van hennep en het gebruik daarvan veel maatschappelijke overlast en bijkomende criminaliteit op. Daarbij komt dat gebruik van deze softdrugs kan leiden tot schade voor de gezondheid. Met zijn handelen heeft verdachte ten koste van de samenleving en de volksgezondheid zijn eigen financieel gewin nagestreefd. De rechtbank rekent dit hem aan.

Op grond van de aard en de ernst van het bewezenverklaarde is de rechtbank van oordeel dat – uit een oogpunt van normhandhaving en preventie – alleen een vrijheidsbenemende straf als passende en geboden sanctie in aanmerking komt.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het op zijn naam staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 28 maart 2014, niet eerder in Nederland en/of Europa is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De rechtbank merkt op, dat de officier van justitie bij een eis van vier (4) jaar met aftrek van het ondergane voorarrest heeft duidelijk gemaakt dat zij daaraan vooral een optelsom ten grondslag heeft gelegd en daardoor geen rekening heeft gehouden met het afnemend strafnut. De rechtbank acht een dergelijke afweging wel belangrijk in het kader van de strafoplegging, en zal daarmee alsook met de jeugdige leeftijd van verdachte rekening houden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7.2. Bijkomende straf

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, opgenomen onder de nummers 2 t/m 5 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst van 30 oktober 2014, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat (een of meer) bewezen verklaarde feiten met behulp van die voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, zijn begaan en/of dat die voorwerpen bestemd waren om die feiten mee te plegen.

8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven geldbedrag van € 70 (nummer 11 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst van 30 oktober 2014) dient te worden teruggegeven aan [rechthebbende], aangezien die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, opgenomen onder de nummers 6 t/m 10 en 12 t/m 34 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst van 30 oktober 2014, dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende(n), aangezien tot nu toe geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt.

9. Vorderingen benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

9.1. [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.535,02 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De gestelde materiële schade bestaat uit de waarde van diverse bij het onder 1 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit ontvreemde goederen.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag van € 100, bestaande uit het eigen risico dat niet door de ING woonverzekering is vergoed, rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1 bewezen verklaarde feit. In zoverre zal de vordering dan ook hoofdelijk worden toegewezen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Op grond van de thans beschikbare gegevens kan de rechtbank de schade niet begroten op meer dan het thans toewijsbare bedrag van € 100. Naar het oordeel van de rechtbank levert de behandeling van het resterende gedeelte van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding op. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9.2. [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.000 ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van een van de onder 2 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 300 rechtstreeks voortvloeit uit hetgeen onder feit 2 bewezen is verklaard. Vergoeding van dit bedrag komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet komen vast te staan dat de overige gestelde schadeposten het rechtstreeks gevolg zijn van het hiervoor in de rubriek bewezenverklaring onder 2 bewezen verklaarde (desbetreffende) feit. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 2 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9.3. [slachtoffer 8]

De benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.483,83 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van een van de onder 3 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding vormt, zodat de benadeelde partij niet in haar vordering zal kunnen worden ontvangen. De rechtbank overweegt hiertoe dat de vordering onvoldoende is onderbouwd, nu de stukken met betrekking tot het bedrag dat de verzekering al dan niet zou hebben uitgekeerd ontbreken, waardoor niet na te gaan is welke goederen in hoeverre door de verzekering zijn vergoed en op basis waarvan.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.

9.4. [slachtoffer 10]

De benadeelde partij [slachtoffer 10] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.789,12 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 4 ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit het vernieuwen van het sluitplan van de woning en vervanging van het portierslot van de personenauto van het merk Landrover.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 638,40 rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4 bewezen verklaarde feit. De vordering zal derhalve in zoverre hoofdelijk worden toegewezen. Dit bedrag bestaat uit de vervanging van het portierslot van de personenauto van het merk Landrover, exclusief BTW.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet komen vast te staan dat de andere gestelde schadepost, zijnde het vernieuwen van het sluitplan van de woning, het rechtstreeks gevolg is van het hiervoor in de rubriek bewezenverklaring onder 4 bewezen verklaarde feit. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan het gedeelte van de vordering, dat tot niet-ontvankelijkheid zal leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 4 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9.5. [gemachtigde van slachtoffers 15, 16 en 17]

De benadeelde partij [gemachtigde van slachtoffers 15, 16 en 17] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.372,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 6 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 1.830,00 rechtstreeks voortvloeit uit het onder 6 bewezen verklaarde feit. De vordering zal derhalve in zoverre worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: € 1.330 aan weggenomen geld uit de kassalade en gokkasten en € 500 eigen risico aan schadeherstel dat niet door de verzekeraar wordt uitgekeerd.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in de vordering ontvangen. De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 6 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal in vereniging door middel braak, inklimming en valse sleutels] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 36f, 47, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht;

artikel 3 en 11 van de Opiumwet.

11. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte in het laatste onderdeel van feit 4 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 tot en met 7 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1 tot en met 7 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van TWEE (2) JAREN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd: de voorwerpen onder de nummers 2 t/m 5 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst van 30 oktober 2014.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende [rechthebbende] van het geldbedrag onder nummer 11 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst van 30 oktober 2014.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) van de voorwerpen onder de nummers 6 t/m 10 en 12 t/m 34 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst van 30 oktober 2014.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk in de vordering.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 100, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een van) de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 100, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door twee (2) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens (een van) de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 300, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een van) de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 300, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door zes (6) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens (een van) de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 10] geleden schade tot een bedrag van € 638,40, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een van) de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 10] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 638,40, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door twaalf (12) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens (een van) de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [gemachtigde van slachtoffers 15, 16 en 17] geleden schade tot een bedrag van € 1.830, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(en) is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [gemachtigde van slachtoffers 15, 16 en 17] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.830, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door negenentwintig (29) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een (van de) medeverdachte(en) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.J.M. Verpalen, voorzitter,

mrs. P.H. Lauryssen en C.A.M. van der Heijden, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier, mr. A.M.A. Beckers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 november 2014.