Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:10891

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-11-2014
Datum publicatie
20-11-2014
Zaaknummer
15/820752-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen invoer van ruim zes kilogram cocaïne op de luchthaven Schiphol. Verdachte is feitelijk opgetreden als leider van een groep drugskoeriers. Door als groep de aandacht van de Douane af te leiden door het schetsen van een concreet reisdoel (deelname aan een kickboksgala) hebben verdachte en zijn medeverdachten getracht de slagingskans van de drugsmokkel te vergroten. De rechtbank komt tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/820752-14 (P)

Uitspraakdatum: 20 november 2014

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

6 november 2014 in de zaak tegen:

[verdachte][verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Suriname),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in het Detentiecentrum Schiphol te Schiphol.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Duin en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 1 augustus 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, (in totaal ongeveer 6.113,5 gram), zijnde cocaine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken.

3.3.

Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op vrijdag 1 augustus 2014 is verdachte met vlucht KL714 vanuit Paramaribo aangekomen op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer. Verdachte was in het gezelschap van zeven reisgenoten.2 Bij alle reisgenoten, te weten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [medeverdachte 4], [medeverdachte 5], [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] werden slikkersbollen aangetroffen. Het nettogewicht van de daarin aangetroffen stof bedroeg in totaal ongeveer 6.113,5 gram. Er zijn representatieve monsters naar het Douane Laboratorium te Amsterdam gezonden ter analyse van de aangeboden stof.3 Het Douane Laboratorium heeft vastgesteld dat het onderzoeksmateriaal in alle gevallen cocaïne bevatte.4

Verdachte heeft op de woensdagavond voor de reis aan [medeverdachte 7] bolletjes met cocaïne gegeven en tegen hem gezegd dat hij deze moest slikken.5 Aan [medeverdachte 1] heeft verdachte die woensdag in Surinaamse straattaal gevraagd: “Wil je wat doen?” [medeverdachte 1] wist gelijk waar verdachte het over had: “Als het over reizen gaat, gaat het al gauw over drugs.”6 Ook aan [medeverdachte 2] heeft verdachte voorgesteld om bolletjes te slikken. [medeverdachte 2] zou voor het smokkelen van drugs 3.000 euro krijgen.7 Tegen [medeverdachte 4] is door ‘[bijnaam verdachte]’ en ‘Ro’ gezegd dat hij voor hun bollen moest slikken. Ze vertelden hem dat hij een pak slaag zou krijgen als hij het niet zou doen.8 Verdachte wordt ook wel ‘[bijnaam verdachte]’ genoemd.9

[medeverdachte 3] heeft de medereizigers leren kennen bij een meeting voor de reis. Verdachte was daar ook bij.10

Verdachte heeft de jongens gezien bij de ambassade in Suriname.11 Hij was daar om ze te ondersteunen als zich bij hun visumaanvraag moeilijkheden zouden voordoen12 en ook had hij alle paspoorten in zijn bezit.13

Op de dag van vertrek moesten de reisgenoten zich verzamelen bij de Connexxion Mall waar ze van verdachte een t-shirt kregen met een opdruk van de naam van de Thaiboksschool en de sponsors. Vervolgens is de groep met elkaar in een klein busje naar Zanderij gestapt.14 In de bus kregen ze van verdachte een plastic hoesje met daarin hun paspoort en een vliegticket.15 Ook werd in de bus besproken wat iedereen moest zeggen als ze in Nederland zouden aankomen. Verdachte vertelde wat hun rol was. [medeverdachte 5] moest zich voordoen als kickbokser.16 [medeverdachte 3] was zogenaamd de trainer van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5].17 [medeverdachte 6] moest van verdachte zeggen dat hij de trainer was van [medeverdachte 7] en [medeverdachte 1].18 Tegen [medeverdachte 4] had verdachte gezegd dat hij moest zeggen dat hij ([medeverdachte 4]) drie wedstrijden had gevochten in Suriname en dat hij deze allemaal had gewonnen. Ook vertelde verdachte dat [medeverdachte 4] zou vechten in de C-klasse.19 Ook tegen [medeverdachte 1] heeft verdachte gezegd dat [medeverdachte 1] een vechter was in de C-Klasse. [medeverdachte 4] kickbokst niet.20 [medeverdachte 1] beoefent de kickbokssport eveneens niet.21

Bij aankomst op de luchthaven Schiphol heeft verdachte aan de Douane een foto van een flyer laten zien waarop de leden van de groep stonden.22 Volgens [medeverdachte 5] was dat om te laten lijken dat ze een team waren.23 Op de flyer staat de titel Mix Fight Gala XVI, met datum 9 augustus 2014 en locatie Böllenfalltorhalle in Darmstad (Duitsland). Op internet is te zien dat het Mix Fight Gala plaatsvindt op 10 september 2014 in het Esperanto Kongresszentrum in Fulda. De Böllenfalltorhalle heeft gedurende de gehele maand augustus 2014 geen evenementen te bieden.24

3.4.

Overweging ten aanzien van het bewijs

De raadsman heeft betoogd dat verdachte niet wist dat de medeverdachten bolletjes met cocaïne hadden geslikt, zodat van medeplegen geen sprake kan zijn.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank overweegt hiertoe dat meerdere medeverdachten, ieder onafhankelijk van elkaar, hebben verklaard dat verdachte hen heeft benaderd om drugs te smokkelen. Tevens hebben zij verklaard dat zij van verdachte aanwijzingen en instructies hebben gekregen over wat zij moesten zeggen als zij op Schiphol zouden arriveren. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van deze verklaringen te twijfelen. De rechtbank overweegt daartoe dat de verklaringen met betrekking tot de rol van verdachte gedetailleerd en consistent zijn. Anders dan de raadsman heeft betoogd hebben de medeverdachten, gehoord als getuigen ten overstaan van de rechter-commissaris, in overwegende mate deze verklaringen bevestigd. Ook is niet gebleken dat de medeverdachten hun verklaringen op elkaar zouden hebben afgestemd. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat deze verklaringen ook voor henzelf belastend zijn, zodat niet kan worden gezegd dat deze zijn afgelegd met het doel zelf buiten schot te blijven, noch is van redenen gebleken waarom de medeverdachten juist verdachte ten onrechte zouden willen belasten.

De rechtbank heeft de verklaringen derhalve voor het bewijs gebezigd.

De rechtbank is op grond van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat is gebleken dat het thaiboksen diende als collectieve dekmantel voor het invoeren van cocaïne. De leden van de groep faciliteerden daarmee de invoer door als groep de aandacht van de Douane af te leiden door het schetsen van een concreet reisdoel en hoopten daarmee de slagingskans van de drugsmokkel te vergroten. Verdachte is daarbij medeorganisator van de reis geweest en trad op als begeleider van de groep. Verdachte heeft aldus tezamen met zijn medeverdachten bewust en nauw samengewerkt, waarbij sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering nu zij tezamen de dekmantel vormden.

3.5.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 1 augustus 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in totaal ongeveer 6.113,5 gram.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achtenveertig (48) maanden met aftrek van voorarrest.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft subsidiair verzocht verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van vier maanden met aftrek van voorarrest.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van ruim zes kilogram cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

De rechtbank neemt ten bezware van verdachte in aanmerking dat verdachte feitelijk is opgetreden als leider van een groep drugskoeriers. Verdachte heeft zelf geen bollen geslikt en dus heeft hij geen enkel risico gelopen voor zijn lichamelijke gezondheid, in tegenstelling tot de medeverdachten die door de inname van bollen met cocaïne wel degelijk gezondheidsrisico’s hebben genomen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd

1 augustus 2014, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Deze straf is lager dan door de officier van justitie is gevorderd, nu naar het oordeel van de rechtbank niet vaststaat dat het initiatief tot het drugstransport bij verdachte is gelegen noch dat hij degene is die in Suriname een doorslaggevende rol heeft gespeeld in de organisatie hiervan.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

artikel 2 en 10 van de Opiumwet.

8 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van TWEEËNDERTIG (32) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. I.M. Nusselder, voorzitter,

mr. A.C.M. Rutten en mr. M. Malsch, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. van de Vijver en mr. S.S. de Groot-Clements, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 november 2014.

Mr. Malsch is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van aanhouding d.d. 1 augustus 2014 (dossierpagina 141).

3 De processen-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 5 augustus 2014 (dossierpagina’s 318-320 ([medeverdachte 6]), dossierpagina’s 338-340 ([medeverdachte 1]) en dossierpagina’s 481-483 ([medeverdachte 5])), d.d. 6 augustus 2014 (dossierpagina’s 465-467 ([medeverdachte 3]) en dossierpagina’s 504-507 ([medeverdachte 2])), d.d. 7 augustus 2014 (dossierpagina’s 306-308 ([medeverdachte 7])) en d.d. 10 augustus 2014 ([medeverdachte 4], dossierpagina’s 359-361).

4 De deskundigenrapporten van het Douane Laboratorium d.d. 8 augustus 2014 met kenmerk 10308 X 14 ([medeverdachte 1]), kenmerk 10310 X 14 ([medeverdachte 5]), kenmerk 10311 X 14 ([medeverdachte 2]), kenmerk 10313 X 14 ([medeverdachte 3]) en kenmerk 10314 X 14 ([medeverdachte 6]) en d.d. 12 augustus 2014 met kenmerk 10366 X 14 ([medeverdachte 7]) en 10414 X 14 ([medeverdachte 4]).

5 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 7] d.d. 2 augustus 2014 (dossierpagina 49), proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 7] d.d. 7 augustus 2014 (dossierpagina 56) en proces-verbaal verhoor getuige [medeverdachte 7] bij de rechter-commissaris d.d. 5 september 2014 (blad 2).

6 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 1] d.d. 2 augustus 2014 (dossierpagina’s 98-onder en 99) en proces-verbaal verhoor getuige [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 5 september 2014 (blad 2).

7 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 8 augustus 2014 (dossierpagina 289).

8 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 3 augustus 2014 (dossierpagina 125-onder en 126-boven)

9 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 6 november 2014.

10 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] d.d. 2 augustus 2014 (dossierpagina 233-onder).

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 augustus 2014 (dossierpagina 158) en (o.m.) proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 7] d.d. 2 augustus 2014 (dossierpagina 48), proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] d.d. 2 augustus 2014 (dossierpagina 72-onder) en proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 3 augustus 2014 (dossierpagina p. 125-boven)

12 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 6 november 2014.

13 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] d.d. 7 augustus 2014 (dossierpagina 81-midden).

14 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 7] d.d. 7 augustus 2014 (dossierpagina 57-boven), proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 2 augustus 2014 (dossierpagina’s 100-onder en 101-boven), proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 3 augustus 2014 (dossierpagina p. 128), proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] d.d. 7 augustus 2014 (dossierpagina 262).

15 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] d.d. 2 augustus 2014 (dossierpagina 73), proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 3 augustus 2014 (dossierpagina p. 128) en proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] (dossierpagina 255).

16 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] d.d. 7 augustus 2014 (dossierpagina 263).

17 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] d.d. 2 augustus 2014 (dossierpagina’s 232-onder en 233-boven).

18 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] d.d. 7 augustus 2014 (dossierpagina 80).

19 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 3 augustus 2014 (dossierpagina 130).

20 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 3 augustus 2014 (dossierpagina 124).

21 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 7 augustus 2014 (dossierpagina 107).

22 Proces-verbaal van onderzoek Poster mix fight gala d.d. 3 augustus 2014 (dossierpagina 437) en proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 2 augustus 2014 (dossierpagina 102).

23 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] d.d. (dossierpagina 256-boven).

24 Proces-verbaal van onderzoek Poster mix fight gala d.d. 3 augustus 2014 (dossierpagina 437).