Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:10810

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-07-2014
Datum publicatie
19-11-2014
Zaaknummer
3223420 VV EXPL 14-74
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet niet geldig geacht in kort geding, omdat van het feitencomplex dat aan de werknemers als dringende reden is meegedeeld, een deel niet aannemelijk is gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0982
AR 2014/875

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Zaanstad

Zaaknr/rolnr.: 3223420 VV EXPL 14-74

Uitspraakdatum: 24 juli 2014

Vonnis in kort geding

De kantonrechter als voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding, heeft het volgende vonnis gewezen in de zaak van:

[Naam eiser], wonende te[plaats],

eisende partij in kort geding

verder ook te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. L. Scheffer, advocaat te Amsterdam

tegen

de besloten vennootschap Multitubes B.V., gevestigd te Wormerveer

gedaagde partij in kort geding

verder ook te noemen: Multitubes

gemachtigde: mr. D.C. Coppens, advocaat te Amsterdam.

Het procesverloop

1. [werknemer] heeft op de gronden zoals vermeld in de dagvaarding van 8 juli 2014 een voorziening gevorderd. De zaak is behandeld op de zitting van 17 juli 2014, waar [werknemer] is verschenen, bijgestaan door mr. W.D. van Doorn, en waar voor Multitubes is verschenen [A], sales directeur, bijgestaan door mr. Coppens. Partijen hebben hun standpunt op de zitting toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen en een verweerschrift. Met het oog op de zitting hebben partijen bij brieven van 11 juli 2014 en 16 juli 2014 nog stukken toegezonden. Na afloop van de zitting is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

De feiten

2. [werknemer], geboren [datum], is op 16 april 2007 in dienst getreden bij Multitubes in de functie van inpakker, tegen een salaris van inmiddels € 2.214,22 bruto per maand.

3. Begin 2014 is er een probleem ontstaan met de etiketteermachine waaraan [werknemer] doorgaans werkzaam was, in die zin dat deze machine voortdurend vertraagd werkte en alleen nog op halve snelheid kon draaien.

4. Op 11 juni 2014 heeft Multitubes vanuit Zwitserland een monteur van de fabrikant van de machine laten komen om het probleem te verhelpen. Diezelfde dag heeft [werknemer] zich gemeld bij zijn teamleider, de heer [B], met de mededeling dat hij het probleem met de machine inmiddels had opgelost. De heer [B] heeft [werknemer] gevraagd hoe het hij het probleem had opgelost, maar daarop heeft [werknemer] geen antwoord gegeven.

5. Bij brief van 13 juni 2014 heeft Multitubes [werknemer] op staande voet ontslagen. Daarbij is als dringende reden voor het ontslag op staande voet het volgende aan [werknemer] meegedeeld: “Uit onderzoek en gesprekken (...) is mij gebleken dat u de vertraagde werking van de machine waaraan u werkzaam bent bewust en gedurende langere tijd heeft laten voortduren. Zulks terwijl u wist dat wij er alles aan hebben gedaan om het vermeende gebrek te verhelpen. (...) Eerst nadat op woensdag 11 juni jl aan u werd aangekondigd dat die dag een monteur uit Zwitserland zou komen heeft u terstond het gebrek verholpen. (...) U gaf de genoemde collega’s niet alleen te kennen dat u het probleem had verholpen, maar u weigerde – daarnaar gevraagd – ook te vertellen wat de oorzaak was. U wilde dat enkel doen tegen betaling van 1000 euro.”

6. In een brief van 16 juni 2014 heeft [werknemer] laten weten dat hij het niet eens is met het ontslag op staande voet.

Het geschil

7. [werknemer] vordert in dit kort geding dat Multitubes wordt veroordeeld tot het wedertewerkstellen van [werknemer] en tot betaling van het salaris met ingang van 13 juni 2014, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van artikel 7:625 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en wettelijke rente. [werknemer] legt aan zijn vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat hij ten onrechte op staande voet is ontslagen en dat het ontslag ook niet onverwijld is gegeven.

8. Multitubes stelt – samengevat – dat [werknemer] geen recht heeft op loondoorbetaling, omdat het ontslag op staande voet terecht is. Volgens Multitubes heeft [werknemer] de machine waaraan hij werkzaam was gedurende langere tijd bewust gesaboteerd en vertraagd laten werken, en heeft hij geweigerd om – zonder voorafgaande beloning van € 1.000,00 – te vertellen hoe hij het probleem uiteindelijk heeft opgelost. Dat levert in de visie van Multitubes zonder meer een dringende reden op voor ontslag op staande voet. Multitubes vindt dat het ontslag ook onverwijld is gegeven.

9. Bij de beoordeling zal zo nodig nog nader op de standpunten van partijen worden ingegaan.

De beoordeling

10. Voor toewijzing van een vordering in kort geding is om te beginnen vereist dat sprake is van een spoedeisend belang. Dat is hier het geval, omdat het gaat om een vordering tot doorbetaling van loon na een ontslag op staande voet.

11. Verder is voor toewijzing van de vordering van [werknemer] in dit kort geding nodig dat het in voldoende mate waarschijnlijk is dat die vordering ook in een gewone procedure (bodemprocedure) zal worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding geen plaats. Dat dient te gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

12. Het gaat in dit kort geding om de vraag of Multitubes moet worden veroordeeld tot wedertewerkstelling en tot doorbetaling van loon met ingang van 13 juni 2014. Daarbij moet worden beoordeeld of het ontslag op staande voet per 13 juni 2014 rechtsgeldig is of niet. Daarover wordt het volgende overwogen.

13. Volgens artikel 7:677 lid 1 BW is ieder der partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder gelijktijdige mededeling van die reden aan de wederpartij. In artikel 7:678 lid 1 BW is bepaald dat voor de werkgever als dringende redenen voor een ontslag op staande voet worden beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

14. Anders dan [werknemer], is de kantonrechter van oordeel dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven. De omstandigheden die voor Multitubes aanleiding waren voor het ontslag op staande voet hebben zich voorgedaan op 11 juni 2014. [werknemer] is op die dag naar huis gestuurd, waarna Multitubes op 11 en 12 juni 2014 nader onderzoek heeft gedaan naar eerdergenoemd probleem met de etiketteermachine. Nadat dit onderzoek was afgerond, heeft Multitubes [werknemer] bij brief van 13 juni 2014 ontslagen. Gelet op die gang van zaken heeft Multitubes voldoende voortvarend gehandeld.

15. De kantonrechter overweegt dat Multitubes twee feiten als dringende reden voor het ontslag op staande voet aan [werknemer] heeft meegedeeld, te weten het bewust saboteren en vertragen van de machine waaraan hij werkte, en de weigering om – zonder voorafgaande beloning – te vertellen hoe hij het probleem aan de machine heeft opgelost. Vooropgesteld moet worden dat de bewijslast van de dringende reden en van beide genoemde feiten op Multitubes rust. Als Multitubes er niet slaagt om beide genoemde feiten te bewijzen, kan het ontslag op staande voet geen stand houden. In het kader van dit kort geding is ook voldoende als Multitubes die feiten aannemelijk maakt.

16. Voor zover Multitubes op de zitting heeft aangevoerd dat de beide genoemde feiten ook ieder op zichzelf en los van elkaar al een dringende reden voor ontslag op staande voet opleveren, kan zij daarin niet worden gevolgd. Uit rechtspraak volgt dat als van een aan de werknemer medegedeeld feitencomplex slechts een gedeelte in rechte komt vast te staan, het ontslag op staande voet alleen geldig is indien: a. dat gedeelte op zichzelf beschouwd kan worden als een dringende reden voor ontslag op staande voet, b. de werkgever heeft gesteld dat hij de werknemer ook op staande voet zou hebben ontslagen indien hij daarvoor niet meer grond zou hebben gehad dan in rechte is komen vast te staan, en c. dit laatste voor de werknemer in het licht van de gehele inhoud van die aanzegging en de overige omstandigheden van het geval ook duidelijk moet zijn geweest (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 16 juni 2006, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2006: AW6109, en in NJ 2006/340). Multitubes heeft in de ontslagbrief van 13 juni 2014 beide genoemde feiten – het saboteren van de machine en de weigering om de oplossing mee te delen – als dringende reden meegedeeld aan [werknemer]. In die brief is niet aangegeven dat ieder feit op zichzelf al reden is voor ontslag op staande voet en er is ook niet gesteld dat [werknemer] dit heeft moeten begrijpen. Dat betekent dat beide genoemde feiten ieder op zichzelf en los van elkaar geen dringende reden voor ontslag op staande voet kunnen opleveren.

17. Uit de stukken en op de zitting is de kantonrechter gebleken dat Multitubes ervan uitgaat dat [werknemer] gedurende een periode van twee tot drie maanden de etiketteermachine bewust heeft vertraagd, door in het mechanische deel van de machine sabotage te plegen. Die sabotage kan, naar de kantonrechter begrijpt, in die machine op zes à zeven plaatsen worden uitgevoerd, onder meer door een “lezer” of “laser” geheel of gedeeltelijk af te dekken, of door de afstelling van bepaalde onderdelen te beïnvloeden. Echter, ook vast staat dat Multitubes in genoemde periode niet heeft kunnen constateren dat die sabotage zich daadwerkelijk heeft voorgedaan en hoe [werknemer] dat dan zou hebben gedaan.

18. Nu Multitubes niet heeft kunnen vaststellen dat daadwerkelijk sprake is geweest van sabotage, is naar het oordeel van de kantonrechter in deze procedure ook niet aannemelijk gemaakt dat [werknemer] zich daaraan schuldig heeft gemaakt. Het valt ook niet in te zien dat [werknemer] die sabotage heeft kunnen plegen zonder dat Multitubes dit op enig moment heeft kunnen constateren. Zoals hiervoor is overwogen, kan de mechanische sabotage zich maar op een beperkt aantal plaatsen voordoen. Aangenomen moet worden dat Multitubes een dergelijke sabotage in ieder geval op enig moment moet hebben kunnen vaststellen als daarvan daadwerkelijk sprake was geweest. Dat is temeer het geval nu de machine kennelijk meerdere maanden op halve kracht heeft gedraaid en ook wordt gebruikt op tijdstippen waarop [werknemer] niet werkzaam was. Zeker in perioden van afwezigheid van [werknemer] had een eventuele sabotage dan ontdekt moeten worden. Als de machine door [werknemer] handmatig op halve kracht is gezet, zoals door Multitubes op de zitting nog is opgemerkt, dan had dit moeten worden ontdekt in zijn afwezigheid, dan wel had de machine in zijn afwezigheid weer op volle kracht moeten draaien. Multitubes heeft echter in de stukken en op de zitting niet nader uitgelegd of toegelicht hoe de sabotage niettemin onopgemerkt is kunnen blijven. Ook op de stelling van de advocaat van [werknemer] op de zitting dat niet valt in te zien hoe [werknemer] de sabotage onopgemerkt heeft kunnen plegen, is door Multitubes niet gereageerd, althans niet gemotiveerd.

19. Het voorgaande brengt mee dat Multitubes er in het kader van dit kort geding niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat [werknemer] de etiketteermachine bewust heeft vertraagd door sabotage. Dat betekent dat één van de feiten die ten grondslag is gelegd aan het ontslag op staande voet, niet is komen vast te staan. Zoals hiervoor onder punt 15 en 16 is overwogen, brengt dit mee dat dit ontslag daarom geen stand kan houden. De kantonrechter kan gelet daarop ook in het midden laten of [werknemer] al dan niet heeft geweigerd om te vertellen wat de oplossing is voor het probleem met de machine en of dit een dringende reden oplevert voor ontslag op staande voet.

20. De conclusie is dat het ontslag op staande voet in dit kort geding niet rechtsgeldig moet worden geacht en dat het in voldoende mate waarschijnlijk is dat de vorderingen van [werknemer] in een bodemprocedure zullen worden toegewezen. Multitubes zal dus worden veroordeeld tot loondoorbetaling. Ook de vordering tot betaling van wettelijke rente wordt toegewezen, omdat Multitubes te laat betaalt en in verzuim is. De gevorderde wettelijke verhoging wordt gemaximeerd op 10%. Verder wordt de gevorderde wedertewerkstelling toegewezen, omdat Multitubes daartegen geen verweer heeft gevoerd. Multitubes zal een termijn worden gegeven tot 1 september 2014 voor wedertewerkstelling, zodat partijen daarover nog overleg kunnen voeren en Multitubes nog maatregelen kan nemen om tewerkstelling mogelijk te maken. De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd op € 25.000,00.

21. Omdat Multitubes ongelijk krijgt, moet zij de proceskosten van [werknemer] betalen.

De beslissing in kort geding

De kantonrechter:

Veroordeelt Multitubes tot het wedertewerkstellen van [werknemer] met ingang van 1 september 2014, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat Multitubes daarmee in gebreke mocht blijven, met een maximum van € 25.000,00.

Veroordeelt Multitubes tot betaling van het salaris met ingang van 13 juni 2014 ten bedrage van € 2.214,22 bruto per maand exclusief vakantiegeld, zolang het dienstverband rechtsgeldig voortduurt, te vermeerderen met de verhoging van artikel 7:625 BW over het aan [werknemer] toekomende salaris voor zover reeds verschuldigd, tot een maximum van 10%, en vermeerderd met de wettelijke rente over het salaris vanaf de aanzegging daartoe op 4 juli jl. tot aan de dag van algehele voldoening en verder bij niet tijdige betaling vanaf iedere maand dat een loonperiode verschuldigd is geworden.

Veroordeelt Multitubes in de proceskosten, die tot heden voor [werknemer] worden vastgesteld op een bedrag van € 570,80 (€ 93,80 aan dagvaardingskosten, € 77,00 aan griffierecht en
€ 400,00 voor salaris van de gemachtigde van [werknemer]).

Verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 24 juli 2014 in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter