Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:10684

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-09-2014
Datum publicatie
13-11-2014
Zaaknummer
3318083 OA VERZ 14-108
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst. Geen sprake van ongeloofwaardige ziekmelding van werknemer en niet gebleken van misbruik van de ziekmelding. Wel heeft werknemer het in hem gestelde vertrouwen beschaamd door geen melding te maken van zijn reis naar Spanje. Daarmee heeft werknemer zich niet gehouden aan de voorschriften die gelden tijdens ziekte. Echter alles afwegend is de kantonrechter van oordeel dat deze misstappen van werknemer niet van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst behoort te eindigen. Van een totale verstoring van de arbeidsverhoudingen is niet gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0951
AR 2014/861

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr/repnr.: 3318083 OA VERZ 14-108

Uitspraakdatum: 24 september 2014

Beschikking in de zaak van:

de besloten vennootschap N.S. Reizigers B.V., gevestigd te Utrecht

verzoekende partij (verder ook te noemen: NSR)

gemachtigde: mr. L.J.M. Kloosterman, advocaat te Utrecht

tegen

[naam], wonende te [plaats]

verwerende partij (verder ook te noemen: [werknemer])

gemachtigde: mr. M.F.J.M. van Rooy, advocaat te Boxtel.

Het procesverloop

1. NSR heeft op 1 augustus 2014 een verzoekschrift met producties ingediend. Op 3 september 2014 heeft [werknemer] bij verweerschrift met producties gereageerd. Per faxbericht is op 8 september 2014 namens [werknemer] een aanvullende productie ingediend.

2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 10 september 2014. Namens NSR is de heer [voorletter] [de teammanager] (teammanager) verschenen, vergezeld van mr. W.J. Koppert. [werknemer] is in persoon verschenen, vergezeld door mr. Van Rooy. De gemachtigde van NSR heeft ter zitting pleitnotities overgelegd.

3. Vervolgens is bepaald dat vandaag een beschikking zal worden afgegeven.

De uitgangspunten

4. [werknemer], geboren op [geboortedatum], is op 8 februari 1999 als hoofdconducteur in dienst getreden bij NSR op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Het brutosalaris bedroeg laatstelijk € 2.669,04 per maand.

5. Begin 2014 heeft [werknemer] verlof aangevraagd voor de periode 13 juni tot en met 16 juni 2014. Voor deze dagen stond [werknemer] vervolgens als respectievelijk 2e, 3e,3e en 3e reserve op de vakantie-aanvraaglijst. [werknemer] heeft desondanks een vakantie naar Spanje geboekt voor de periode 12 juni tot en met 16 juni 2014.

6. Op 2 juni 2014 heeft [werknemer] zich ziekgemeld.

7. Op 3 juni 2014 heeft [assistent Manager] (assistent manager) telefonisch contact opgenomen met [werknemer]. [werknemer] deelde mee dat hij op 6 juni 2014 een afspraak had bij de huisarts. Op 6 juni 2014 heeft [werknemer] zijn huisarts,[de huisarts], geconsulteerd.

8. Op 12 juni 2014 heeft [de teammanager] telefonisch contact opgenomen met [werknemer]. De dochter van [werknemer] deelde [de teammanager] mee dat [werknemer] aan het wandelen was met de hond.

9. Op 13 juni 2014 is [de teammanager] bij de woning van [werknemer] langs geweest. De buurvrouw deelde [de teammanager] mee dat [werknemer] naar Spanje was voor een uitje met de biljartclub. De mededeling van de buurvrouw is vervolgens bevestigd door de schoonvader en de echtgenote van [werknemer].

10. Op 13 juni 2014 is [werknemer] uitgenodigd voor een gesprek op 16 juni 2014. Op 15 juni 2014 heeft [werknemer] NSR gebeld en verteld dat zijn terugvlucht pas op 16 juni 2014 was zodat een gesprek op die dag niet mogelijk was. Partijen spraken daarom af elkaar op 17 juni 2014 te treffen.

11. Vervolgens heeft op 17 juni 2014 het gesprek plaatsgevonden. [werknemer] is daarbij vrijgesteld van werk. Vervolggesprekken vonden plaats op 23 juni en 25 juni 2014. Tijdens het laatste gesprek is [werknemer] meegedeeld dat wordt gestreefd naar beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

12. Op 15 juli 2014 is [werknemer] op het spreekuur van bedrijfsarts [de bedrijfsarts] geweest. De bedrijfsarts schrijft: “Overleg met uw leidinggevende over het feit dat u in uw werk beperkt wordt door een aantal medische problemen. Naar mijn oordeel bent u in elk geval geschikt voor passend werk (niet tillen/duwen/trekken, niet werken boven schouderhoogte). Probeer over de verschillen van inzicht in gesprek te blijven, deze bij te leggen en houdt u in het vervolg aan de spelregels bij ziekte.”

Standpunten van partijen

13. Het verzoek strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen NSR als werkgeefster en [werknemer] als werknemer wegens gewichtige redenen, te weten een dringende reden dan wel wijziging in de omstandigheden.

14. NSR stelt dat sprake is van een ongeloofwaardige ziekmelding en dat de ziekmelding is gebruikt om toch de reis te kunnen maken. Daarom heeft [werknemer] op grovelijke wijze de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst veronachtzaamd. Subsidiair stelt NSR dat sprake is van een verandering in de omstandigheden die maakt dat voortzetting van het dienstverband niet mag worden verwacht. [werknemer] heeft het vertrouwen weggenomen door zich ziek te melden om op een vakantie te gaan terwijl voor die vakantie geen toestemming was gegeven. Daar komt bij dat [werknemer] geheel onbereikbaar was voor NSR. In het bijzonder een hoofdconducteur moet NSR volkomen kunnen vertrouwen.

15. [werknemer] stelt dat hij wel degelijk ziek was. Hij had nekklachten en later is hij ook nog door zijn rug gegaan. Hij is naar zijn huisarts geweest en heeft vervolgens voor 17 juni 2014 een afspraak gemaakt met Krullaards Perfect Reset, een behandelcentrum te Haarlem. [werknemer] had er niet aan gedacht toestemming te vragen voor zijn trip naar Spanje. Het duurde verder, buiten de schuld van [werknemer], tot 15 juli 2014 voordat [werknemer] bij de bedrijfsarts terecht kon.

De beoordeling

Dringende reden

16. Het is aan de werkgeefster om omstandigheden te stellen, en in het kader van deze ontbindingsprocedure aannemelijk te maken, die een dringende reden zouden hebben opgeleverd indien de arbeidsovereenkomst deswege onverwijld zou zijn opgezegd. De stelling van NSR dat sprake is van een ongeloofwaardige ziekmelding en het misbruik maken van de ziekmelding om op vakantie te kunnen, is evenwel niet voldoende aannemelijk gemaakt. De kantonrechter overweegt daarover als volgt. Hoewel de loop der gebeurtenissen wellicht vragen oproept, kan niet worden vastgesteld dat [werknemer] in de periode vanaf 2 juni 2014 niet arbeidsongeschikt was. Daarvoor is immers vereist dat de bedrijfsarts, of desgevraagd de deskundige van het UWV, vaststelt dat van arbeidsongeschiktheid geen sprake was. Een dergelijk oordeel van de bedrijfsarts (of van de deskundige) is in deze procedure niet overgelegd. Wel is duidelijk geworden dat de bedrijfsarts op 15 juli 2014 heeft geoordeeld dat [werknemer] op dat moment geschikt is voor passend werk. Anders dan door NSR is betoogd, kan daaruit niet worden afgeleid dat [werknemer] op 15 juli 2014, dan wel nog eerder, niet arbeidsongeschikt voor het eigen werk was. Dat [werknemer] serieuze medische klachten had, kan overigens ook worden afgeleid uit de door [werknemer] overgelegde medische stukken. NSR heeft daartegenover onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat [werknemer] niet ziek was. Daarmee staat ook vast dat van een ongeloofwaardige ziekmelding geen sprake kan zijn en dat van misbruik maken van de ziekmelding niet, althans onvoldoende, is gebleken. Het verzoek kan dan ook niet op grond van de gestelde dringende reden worden toegewezen.

Veranderingen in de omstandigheden

17. De kantonrechter oordeelt dat [werknemer] het in hem gestelde vertrouwen wel heeft beschaamd. Allereerst heeft [werknemer] bij de bedrijfsarts dan wel zijn leiding geen melding gemaakt van zijn reis naar Spanje. Daarmee heeft hij zich niet gehouden aan de voorschriften die gelden tijdens ziekte. De bedrijfsarts heeft [werknemer] daar ook op gewezen. Dat [werknemer] er niet aan gedacht had om toestemming aan de bedrijfsarts te vragen, komt de kantonrechter onwaarschijnlijk voor. Uit de omstandigheid dat [werknemer] moeilijk bereikbaar was en de omstandigheid dat zijn dochter verklaarde dat [werknemer] de hond aan het uitlaten was, leidt de kantonrechter bovendien af dat [werknemer] bewust zijn tripje met de biljartclub voor NSR heeft willen verzwijgen. Ook dat heeft het vertrouwen beschaamd.

18. Alles afwegend is de kantonrechter echter van oordeel dat deze misstappen van [werknemer] niet van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. De kantonrechter slaat daarbij acht op het langdurige dienstverband en de verder onweersproken onberispelijke staat van dienst van [werknemer]. Een ontbinding van de arbeidsovereenkomst is dan ook een stap te ver en er staan de werkgeefster ook andere middelen ten dienst om [werknemer] duidelijk te maken dat zijn gedrag in het vervolg niet zal worden geaccepteerd. Van een totale verstoring van de arbeidsverhoudingen is de kantonrechter ook niet gebleken temeer nu NSR mogelijkheden heeft om [werknemer] op meerdere plaatsen in te zetten.

19. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. De proceskosten zullen worden gecompenseerd.

De beslissing

De kantonrechter:

Wijst het verzoek af.

Compenseert de proceskosten, in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.A. Swildens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 24 september 2014 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter