Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:10351

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-10-2014
Datum publicatie
05-11-2014
Zaaknummer
C/15/206265 / HA ZA 13-442
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Slotervaartziekenhuis. Bestuurder niet vertegenwoordigingsbevoegd tot het aangaan van een verbintenis met een belang van 1.300.000 euro tussen Slotervaartziekenhuis en Meromi BV. Geen overeenkomst tot stand gekomen ten aanzien van betaling van 250.000 euro. Betaling van 250.000 euro door Slotervaartziekenhuis namens Meromi BV aan Drimpy BV was dan ook een onverschuldigde betaling (6:203 BW). De vordering van Slotervaartziekenhuis op Meromi tot terugbetaling van dat bedrag wordt toegewezen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 240
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 203
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2014-0388
JONDR 2015/48
JIN 2014/221 met annotatie van E.E.G. Gepken-Jager
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

zaaknummer / rolnummer: C/15/206265 / HA ZA 13-442

Vonnis van 22 oktober 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SLOTERVAARTZIEKENHUIS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

advocaat mr. M.J. Elkhuizen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEROMI PARTICIPATIES B.V.,

gevestigd te Beverwijk,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. D.A. IJpelaar.

Partijen zullen hierna SZ en Meromi genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 8 januari 2014

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 9 april 2014

  • -

    de akte vermeerdering eis van SZ

  • -

    de antwoordakte van Meromi.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

SZ exploiteert een ziekenhuis in Amsterdam. [A] (hierna: [de bestuurder]) was van 23 oktober 2006 tot en met 27 maart 2013 statutair bestuurder en voorzitter van de Raad van Bestuur van SZ.

2.2.

Meromi is een houdstermaatschappij zonder zelfstandige activiteiten. [de bestuurder] is enig aandeelhouder en bestuurder van Meromi. [de bestuurder] heeft in 2006 tezamen met [B], via de investeringsmaatschappij Meromi Holding B.V. SZ gekocht.

2.3.

Op 23 mei 2011 is Drimpy B.V. (hierna: Drimpy) opgericht. Drimpy heeft als doelstelling het door middel van een sociaal gezondheidsplatform (Social Health) leveren van diensten ten aanzien van ondersteuning bij ziekte en behandeling van patiënten.

2.4.

Op 30 juni 2011 is tussen Meromi, vertegenwoordigd door [de bestuurder], BtheWEB B.V. en BHASKA HOLDING B.V., beide vertegenwoordigd door [C] en Drimpy, waarvoor – naar de rechtbank begrijpt – tevens is getekend door [C], een intentieovereenkomst gesloten waarin onder meer is bepaald:

“a) [de bestuurder] heeft het voornemen te investeren en te participeren in [Drimpy] gevestigd te Rotterdam waarvan BtheWeb oprichtster en enig aandeelhouder is.

(…)

c) De participatie door [de bestuurder] zal plaatsvinden door uitgifte van 42% van de aandelen in het kapitaal van Drimpy per 1 juli 2011. Investering door [de bestuurder] zal plaatsvinden door het (gefaseerd) verstrekken aan Drimpy van een (bij de bank achtergestelde) lening van maximaal EUR. 1.30000,- [kennelijk is bedoeld: 1.300.000,00] in vijf gelijke tranches, welke afhankelijk van het behalen van bepaalde doelstellingen (“milestones”) zal worden uitbetaald.

(…)

1.1

[de bestuurder] zal van Drimpy bij uitgifte verkrijgen. 42% van het geplaatste en gestorte aandelen kapitaal in Drimpy (hierna: “de Aandelen”).

1.2

De uitgifteprijs voor de Aandelen bedraagt EUR. 200.000,- en zal bij levering worden voldaan. Uitgifte vindt plaats uiterlijk op 1 juli 2011 (of zoveel later als partijen zullen overeenkomen). zulks ten overstaan van een van de notarissen of diens waarnemers van Schaap & Partners te Rotterdam. De uitgifteprijs van de aandelen is mede gebaseerd op het verstrekken van de (achtergestelde) lening door [de bestuurder] aan Drimpy (…).

(…)

1.4

[de bestuurder] verkrijgt het recht om een (gedeelte van) haar aandelen binnen 2 maanden na uitgifte en verkrijging van haar aandelen (42%) over te dragen aan de heer [B] (…) of aan een aan hem gelieerde vennootschap.

(…)

2.1

[de bestuurder] zal – na overdracht van de Aandelen aan haar – aan Drimpy een bij de bank achtergestelde lening verstrekken van 1.300.000,-.

(…)

2.3

De lening zal worden verstrekt in vijf gelijke tranches van € 260.000,- voor het eerst na uitgifte van de Aandelen. (…)

2.4

In de kredietovereenkomst zal worden bepaald dat terugbetaling van de lening eerst plaatsvindt bij een positief bedrijfsresultaat van Drimpy. Tevens zal worden bepaald dat indien Drimpy uit hoofde van de kredietovereenkomst niet in staat is aan haar verplichtingen, waaronder de rente- en aflossingsverplichtingen, [de bestuurder] een nader te bepalen extra deel van de aandelen in Drimpy zal verkrijgen.”

2.5.

Op 11 juli 2011 heeft een betaling plaatsgevonden van SZ aan Schaap & Partners voor het bedrag van € 200.000,00 onder vermelding van ‘Nota WEB119200036427 overname aandelen Drimpy volgens diverse overeenkomsten’.

2.6.

Op 11 juli 2011 heeft [de bestuurder] aan [D] van SZ een e-mail geschreven waarin onder meer het volgende staat geschreven:

“Hi [D],

Onder omschrijving overname aandelen drimpy volgens overeenkomst. Svp onderstaande bedrag overmaken zodat het morgenochtend bij de notaris is.

Beste [A],

[E] heeft mij verzocht (…) ervoor zorg te dragen dat het bedrag voor de aandelen (EUR 200.000) voor morgenochtend 10:30 op zijn derdengeldrekeningnummer bijgeschreven is, zodat er gepasseerd kan worden. Het rekeningnummer is: (…)

[rekeningnummer] t.n.v. Schaap & Partners Not. Derdengelden”

2.7.

Op 26 januari 2012 heeft een betaling plaatsgevonden van SZ aan Drimpy voor het bedrag van € 50.000,00 onder vermelding van ‘WEB202600328235 voorschot diverse werkzaamheden’.

2.8.

Op 26 januari 2012 heeft [de bestuurder] aan [D] en [C] een e-mail geschreven waarin onder meer het volgende staat geschreven:

“Hi [D],

Wil jij een voorschotbetaling van 50 duizend euro op diverse werkzaamheden waar factuur nog voor volgt doen aan drimpy bv.

Het rekeningnummer van Drimpy B.V. is [rekeningnummer]”

3 Het geschil

in conventie

3.1.

SZ vordert – samengevat – na vermeerdering van eis veroordeling van Meromi tot betaling van € 200.000,00 en € 50.000,00, vermeerderd met rente en proceskosten. Zij legt aan haar vordering ten grondslag dat Meromi door betaling van voornoemde bedragen door SZ ongerechtvaardigd is verrijkt, althans dat zij daardoor profiteert van een wanprestatie door [de bestuurder].

3.2.

Meromi voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vaststaat tussen partijen dat SZ met de betaling van € 200.000,00 op 11 juli 2011 bevrijdend voor Meromi aan Drimpy betaald heeft ten aanzien van artikel 1.2 van de intentieovereenkomst van 30 juni 2011. Vaststaat verder dat de betaling van € 50.000,00 van SZ aan Drimpy op 26 januari 2012 is geschied als deeluitvoering van de daarin genoemde geldlening van € 1.300.000,00.

4.2.

SZ stelt dat aan die betalingen geen overeenkomst met haar ten grondslag lag en dat Meromi, namens wie betaald is, aldus zonder goede grond met € 250.000,00 is verrijkt. [de bestuurder] was niet bevoegd zonder de andere bestuursleden SZ contractueel te binden voor dergelijk bedrag. Naast [de bestuurder] wisten de overige bestuursleden [F] en [G] niets van dergelijke overeenkomst, aldus SZ.

4.3.

Volgens Meromi heeft SZ aan Meromi verzocht om 42% van de aandelen in het kapitaal van Drimpy te kopen voor het bedrag van € 200.000,00 welk bedrag door SZ zou worden voldaan. Op die wijze zou het risico van SZ beperkt blijven tot het bedrag van € 200.000,00. Meromi heeft zich daarnaast verplicht tot het verstrekken van een achtergestelde lening aan Drimpy van in totaal EUR 1.300.000,00 welk bedrag eveneens in tranches door SZ ter beschikking zou worden gesteld indien Drimpy bepaalde ‘milestones’ zou behalen. Partijen kwamen overeen dat als Drimpy succesvol zou blijken, de aandelen in Drimpy alsnog aan (een dochteronderneming van) SZ zouden worden overgedragen. Een en ander is afgeproken tussen [de bestuurder] en [B]. Gelet daarop is Meromi niet ongerechtvaardigd verrijkt. Het handelen van [de bestuurder] heeft in deze steeds het belang van SZ gediend, aldus Meromi.

4.4.

De rechtbank overweegt dat Meromi in het licht van de betwisting door SZ onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat er tussen Meromi en SZ een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan SZ gehouden zou zijn uitvoering te geven aan enige verbintenis die voortvloeit uit de intentieovereenkomst van 30 juni 2011 tussen Meromi en Drimpy. De gestelde – naar de rechtbank begrijpt: mondelinge – overeenkomst tussen [de bestuurder] en [B] is daarvoor onvoldoende. SZ heeft gesteld dat noch [de bestuurder] alléén, noch [de bestuurder] en [B] gezamenlijk, de vertegenwoordigingsbevoegdheid had(den) een overeenkomst met dergelijk geldelijk belang namens SZ aan te gaan. Die stelling is door Meromi niet betwist. Meromi was van die belemmering van [de bestuurder] bovendien op de hoogte, omdat naast SZ ook zij in deze werd vertegenwoordigd door [de bestuurder]. Er kon dus evenmin sprake zijn van schijn van vertegenwoordiging.

4.5.

De rechtbank komt tot de conclusie dat – zelfs indien zij er veronderstellenderwijs vanuit gaat dat de afspraken tussen [de bestuurder] en [B] zijn gemaakt zoals Meromi stelt – die stelling niet de conclusie kan dragen dat tussen Meromi en SZ een overeenkomst tot stand is gekomen ten aanzien van de gedane betalingen van SZ (namens Meromi) aan Drimpy. Meromi kan zich niet op die overeenkomst beroepen.

4.6.

Gelet op het voorgaande bestaat ten aanzien van de betalingen van € 200.000,00 en € 50.000,00 van SZ aan Drimpy geen rechtsgrond. Op grond van artikel 6:203 van het Burgerlijk Wetboek is SZ derhalve bevoegd dat bedrag van Meromi terug te vorderen. De vordering zal worden toegewezen, waarbij de rechtbank ambtshalve de rechtsgrond van de vordering aanvult met onverschuldigde betaling. De overige stellingen en weren met betrekking tot de andere mogelijke grondslagen behoeven daarmee geen verdere behandeling.

4.7.

Meromi zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van SZ worden begroot op:

- dagvaarding € 76,71

- griffierecht 3.715,00

- salaris advocaat 4.000,00 (2,0 punten × tarief € 2.000,00)

Totaal € 7.791,71

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt Meromi om aan SZ te betalen een bedrag van € 250.000,00 (tweehonderdvijftig duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over € 200.000,00 met ingang van 11 juli 2011 en over € 50.000,00 met ingang van 26 januari 2012 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt Meromi in de proceskosten, aan de zijde van SZ tot op heden begroot op € 7.791,71, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 14e dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Meromi in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Meromi niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis in uitvoerbaar bij voorraad,

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Maarleveld en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2014.1

1 Conc.: