Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:10095

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-10-2014
Datum publicatie
29-10-2014
Zaaknummer
14-002508
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

OM past abusievelijk vervangende hechtenis toe, schadevergoeding verzocht. Rechtbank stel voorop dat art. 89 Sv daarvoor geen grondslag biedt, maar past art. 14l Sr overeenkomstig toe en kent toch schadevergoeding toe. Die bestaat in dit geval niet uit geld, maar - met toepassing van art. 90 lid 4 Sv - uit het in mindering brengen van de ten onrechte ondergane vervangende hechtenis op de openstaande taakstraf (naar de maatstaf van 2 uur per dag).

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 89
Wetboek van Strafvordering 90
Wetboek van Strafrecht 14l
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2015/20
O&A 2015/22
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie

Enkelvoudige raadkamer

Registratienummers: 14-002508 en 14-002510

Parketnummer: 15/239684-12

Uitspraakdatum: 27 oktober 2014

Beschikking (art. 89 en 591a Sv.)

1 Ontstaan en loop van de procedure

Op 15 augustus 2014 is op de griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, ingekomen een door mr. R.F. Bakker, advocaat, ingediend verzoekschrift van

[verzoekster] , verzoekster,

geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats],

domicilie kiezende te (1071 CN) Amsterdam, Jan Luijkenstraat 20,

ten kantore van mr. R.F. Bakker, voornoemd.

Het verzoekschrift strekt tot toekenning van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van

  • -

    € 255,- ter zake van de schade die verzoekster stelt te hebben geleden ten
    gevolge van ten onrechte ondergane vervangende hechtenis;

  • -

    € 280,- wegens de kosten van bijstand met betrekking tot het opstellen en indienen van het onderhavige verzoekschrift.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot inwilliging van het verzoek.

2 Beoordeling

Verzoekster is bij vonnis van de politierechter in bovengenoemde rechtbank op 8 februari 2013 onder meer veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren te vervangen door 30 dagen hechtenis.

Bij kennisgeving van 13 juni 2014 heeft het Openbaar Ministerie aan verzoekster meegedeeld dat deze taakstraf wordt omgezet in vervangende hechtenis van 30 dagen met als reden dat verzoekster de opgelegde taakstraf niet heeft verricht. Verzoekster heeft hiertegen tijdig schriftelijk bezwaar gemaakt. De mondelinge behandeling van het bezwaarschrift heeft op 28 juli 2014 plaatsgevonden. De officier van justitie heeft ter zitting gevorderd het bezwaar gegrond te verklaren. De politierechter heeft conform de vordering van de officier van justitie op 28 juli 2014 het bezwaar gegrond verklaard en verzoekster alsnog een termijn gegund de taakstraf te verrichten.

Twee dagen later, op 30 juli 2014, is verzoekster echter door de politie aangehouden voor het ondergaan van de hiervoor bedoelde vervangende hechtenis. Op 1 augustus 2014 is gebleken van dit misverstand en is verzoekster in vrijheid gesteld.

Verzoekster heeft zodoende ten onrechte 3 dagen in vervangende hechtenis doorgebracht en heeft hiervoor schadevergoeding verzocht op grond van artikel 89 Sv.

De rechtbank stelt voorop dat artikel 89 Sv slechts ziet op vergoeding van schade geleden ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis. De hierboven omschreven situatie (ten onrechte ondergane vervangende hechtenis) valt daar dus niet onder.

Ook artikel 22g Sr biedt hier geen grond voor.

De rechtbank ziet echter desondanks aanleiding om, analoog aan artikel 14l Sr, aan verzoekster een schadevergoeding toe te kennen. Daarbij past de rechtbank vervolgens artikel 90 lid 4 Sv toe en zal bepalen dat die schadevergoeding in het onderhavige geval bestaat uit het in mindering brengen van de tijd die door verzoekster in vervangende hechtenis is doorgebracht. De rechtbank hanteert hiervoor de gebruikelijke maatstaf: 1 dag detentie staat in verhouding tot 2 uur taakstraf.

Het verzoek zal dan ook worden ingewilligd op de wijze als hieronder is aangegeven.

3 Beslissing

De rechtbank:

Brengt zes uren in mindering op de onder parketnummer 15/239684-12 door verzoekster nog te verrichten taakstraf.

Kent aan verzoekster ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 280,- (zegge: tweehonderdtachtig euro) wegens de kosten van een raadsman voor de indiening van het verzoekschrift.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Beveelt de uitbetaling door de griffier van deze rechtbank van de bij deze beschikking aan verzoeker toegekende vergoeding op de derdengeldrekening van verzoekers advocaat, rekeningnummer NL76 INGB 0671186272 ten name van Stichting Derdengelden mr. R.F. Bakker, onder vermelding van “schadevergoeding[verzoekster]/om – dossiernummer 14.748.07 B.”

4 Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2014.