Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:CA2314

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-06-2013
Datum publicatie
06-06-2013
Zaaknummer
557763 \ CV EXPL 12-6473
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim.

Annulering of vertraging? Annulering omdat de passagiers met een andere vlucht zijn vervoerd dan de geplande vlucht, met een ander toestel, een ander vluchtnummer. Voorts lag de vertrektijd 1 uur en 45 minuten later ten opzichte van het oorspronkelijke reisschema en is in afwijking van van dit reisschema een tussenstop gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 557763 \ CV EXPL 12-6473

datum uitspraak: 4 juni 2013

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[2 passagiers]

beiden te [woonplaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigde E.S.A. Wiggers

tegen

de commanditaire vennootschap

Transavia Airlines C.V.

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigde mr. T.R. van Ginkel

De verdere procedure

De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 13 december 2012, waarin Transavia geledenheid is geboden voor pleidooi. Bij pleidooi van 17 en 31 januari 2013 en 14 maart 2013 hebben partijen de zaak nader toegelicht. Partijen hebben stukken overgelegd.

De feiten

a. De passagiers hebben met Transavia een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Transavia de passagiers zou vervoeren van Venetië naar Amsterdam op 14 mei 2010 met vertrektijd 15:15 uur (lokale tijd) en aankomsttijd 17:05 uur (lokale tijd) en vluchtnummer HV 5498, hierna: de vlucht.

b. Transavia heeft de passagiers op 14 mei 2010 met vlucht HV 5465/5466 – met een tussenstop te Verona – naar Amsterdam gevlogen. Deze vlucht had als vertrektijd 17:00 uur.

c. De passagiers zijn met een vertraging van omstreeks 2 uur en 45 minuten te Amsterdam aangekomen.

d. De passagiers hebben bij brief van 2 augustus 2010 compensatie van Transavia gevorderd in verband met voornoemde vertraging ten bedrage van in totaal € 500,00.

e. Transavia heeft geweigerd dit bedrag te betalen.

De vordering

De passagiers vorderen dat Transavia bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:

- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- € 178,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening). De passagiers stellen dat Transavia vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier.

Het verweer

Transavia betwist de vordering. Transavia beroept zich primair op de niet ontvankelijkheid van de passagiers. Transavia voert daartoe aan dat de passagiers de bevoegdheid om op eigen naam tegen Transavia te procederen hebben prijsgegeven door mogelijke aanspraken jegens Transavia over te dragen aan EU Claim. Voorts voert Transavia aan dat de passagiers geen aanspraak meer op compensatie toekomt omdat zij niet binnen bekwame tijd hebben geklaagd.

Subsidiair voert Transavia aan dat de vordering dient te worden afgewezen omdat – kort samengevat – geen sprake is van annulering of langdurige vertraging van de vlucht. Nadat een toestel uit de vloot van Transavia door blikseminslag was uitgevallen, heeft Transavia een extra vliegtuig ingehuurd en zijn meerdere vluchten gecombineerd teneinde eventuele vertraging zo veel mogelijk te beperken. Vlucht HV 5498 is gecombineerd met vlucht HV 5465/5466, zodat van Venetië, via Verona naar Amsterdam is gevlogen. De vlucht is aldus volgens schema uitgevoerd, waarbij het vluchtnummer is aangepast en een tussenlanding te Verona is gemaakt.

De beoordeling

1. Het enkele feit dat de passagiers aan EUclaim B.V. een volmacht heeft gegeven om de vordering namens hen te innen, betekent niet dat de eigendom van het vorderingsrecht aan EUclaim B.V. is overgedragen. Daarvoor is immers een akte van cessie vereist, en het bestaan daarvan is gesteld noch gebleken. de passagiers kan de vordering in rechte dan ook uitsluitend zelf instellen, zodat het verweer van Transavia op niet ontvankelijkheid faalt.

2. Aangezien partijen een vervoersovereenkomst hebben gesloten in de zin van artikel 8:1390 BW, is de in artikel 8:1835 BW opgenomen vervaltermijn van twee jaar van toepassing. Deze vervaltermijn geldt immers voor iedere vordering ter zake van een overeenkomst van luchtvervoer en vangt aan op de dag volgend op de dag van aankomst van het luchtvaartuig ter bestemming, op de dag, waarop het luchtvaartuig had moeten aankomen of de dag waarop het luchtvervoer wordt onderbroken. De onderhavige vorderingen zijn binnen deze termijn ingesteld, zodat het beroep van Transavia op overschrijding van de klachttermijn van twee jaar wordt verworpen.

3. Ten aanzien van de vraag of de voorliggende vlucht is geannuleerd of vertraagd oordeelt de kantonrechter dat de vlucht is geannuleerd. Immers, Transavia heeft de passagiers met een andere vlucht vervoerd dan de geplande vlucht. Transavia heeft de passagiers vervoerd met een ander toestel met (een ander) vluchtnummer HV 5465/5466, welke vlucht 1 uur en 45 minuten later is vertrokken ten opzichte van het oorspronkelijke reisschema van de passagiers. Voorts staat vast dat de HV 5465/5466 in afwijking van dit reisschema een tussenstop heeft gemaakt te Verona. Gelet op het vorengaande is de kantonrechter van oordeel dat de onderhavige vlucht als geannuleerd moet worden beschouwd. Dit leidt tot de conclusie dat de passagiers in beginsel recht hebben op compensatie als bedoeld in artikel 7 van de Verordening.

4. Nu Transavia voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht worden toegewezen.

5. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

6. Nu de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht om betaling van hun vordering te verkrijgen, zullen de gevorderde buitengerechtelijke kosten worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar. Nu de passagiers niet hebben gesteld op welke datum de buitengerechtelijke kosten daadwerkelijk zijn betaald, zal de kantonrechter de rente toewijzen vanaf de dag der dagvaarding.

7. Transavia zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De gevorderde rente over de toe te wijzen proceskosten is niet toewijsbaar met ingang van 14 dagen na de datum van dit vonnis, nu Transavia ten aanzien van deze kosten dan nog niet in verzuim is, zodat aan de eisen van art. 6:119 BW niet is voldaan. De gevorderde rente over de proceskosten zal evenwel worden toegewezen met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Transavia tot betaling aan de passagiersde passagiers van € 678,50 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 500,00 vanaf 14 mei 2010, en over € 178,50 vanaf 23 april 2012, tot aan de dag van voldoening van (de deelbetalingen van) deze bedragen;

- veroordeelt Transavia tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd,

dagvaarding € 90,64

griffierecht € 207,00

salaris gemachtigde € 500,00

vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.