Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:CA2294

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-04-2013
Datum publicatie
06-06-2013
Zaaknummer
518634 CV EXPL 11-8853
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim.

Staking Griekse verkeersleiding in beginsel buitengewone omstandigheid. Echter is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vertraging van de vlucht in de onderhavige zaak van Malaga naar Amsterdam het gevolg is geweest van die buitengewone omstandigheid en dat de luchtvaartmaatschappij de vertraging zelfs met inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen niet had kunnen vermijden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2013/229 met annotatie van P.J.M. Ros
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 518634 CV EXPL 11-8853

datum uitspraak: 23 april 2013

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[2 passagiers]

te [woonplaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigde E.S.A. Wiggers

tegen

de commanditaire vennootschap

TRANSAVIA AIRLINES C.V.

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigde mr. M. Reevers

De procedure

De passagiers hebben Transavia gedagvaard op 22 juni 2011. Transavia heeft schriftelijk geantwoord. De passagiers hebben daarop schriftelijk gereageerd, waarna Transavia nog een schriftelijke reactie heeft gegeven. De kantonrechter heeft vervolgens beslist de zaak aan te houden tot 22 november 2012 in afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie - hierna te noemen: het Hof - op de aan hem gestelde prejudiciële vragen over de rechtsgeldigheid van het zogenaamde Sturgeon-arrest. Partijen hebben hun standpunt bij pleidooi van 17 en 31 januari en 14 maart 2013 mondeling toegelicht.

De feiten

a. De passagiers hebben met Transavia een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Transavia de passagiers zou vervoeren van Malaga naar Amsterdam op 25 juni 2009 met vluchtnummer HV6118, hierna: de vlucht.

b. De vlucht heeft een vertraging van omstreeks 4 uur en 32 minuten opgelopen.

c. De passagiers hebben bij brief van 4 mei 2010 compensatie van Transavia gevorderd in verband met voornoemde vertraging ten bedrage van in totaal € 800,00.

d. Transavia heeft geweigerd dit bedrag te betalen.

De vordering

De passagiers vorderen dat Transavia bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:

- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- € 178,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en het Sturgeon arrest van 19 november 2009. De passagiers stellen dat Transavia vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier.

Het verweer

Transavia betwist de vordering. Transavia beroept zich primair op de niet ontvankelijkheid van de passagiers. Transavia voert daartoe aan dat de passagiers de bevoegdheid om op eigen naam tegen Transavia te procederen heeft prijsgegeven door mogelijke aanspraken jegens over te dragen aan EU Claim.

Subsidiair voert Transavia aan dat de vordering dient te worden afgewezen omdat – kort samengevat – er sprake is van vertraging en er dan geen aanspraak bestaat op compensatie.

Meer subsidiair voert Transavia aan dat de vlucht dateert van voor het Sturgeonarrest en

dat Transavia er daarom op mocht vertrouwen dat zij geen compensatie behoefde te betalen.

Immers pas in dat arrest is door het Europese Hof geoordeeld dat in bepaalde gevallen bij een vertraging van de vlucht compensatie moet worden betaald.

Uiterst subsidiair beroept Transavia zich op buitengewone omstandigheden. Het toestel dat de vlucht in kwestie diende uit te voeren heeft eerder die dag een vlucht naar Rhodos uitgevoerd. Door een staking van de Griekse luchtverkeersleiding heeft de vlucht naar Rhodos vertraging opgelopen, die op de vlucht naar Malaga niet meer ingehaald kon worden, waardoor de terugvlucht naar Amsterdam ook met vertraging is uitgevoerd. De stakingen van de Griekse luchtverkeersleiding zijn omstandigheden waarop Transavia geen invloed uit kon oefenen. Transavia heeft alle redelijke maatregelen genomen om de vertragingen zoveel als mogelijk te beperken en overlast te voorkomen.

Tenslotte betwist Transavia de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten.

De beoordeling

1. Het enkele feit dat de passagiers aan EUclaim B.V. een volmacht hebben gegeven om de vordering namens hen te innen, betekent niet dat de eigendom van het vorderingsrecht aan EUclaim B.V. is overgedragen. Daarvoor is immers een akte van cessie vereist, en het bestaan daarvan is gesteld noch gebleken. De passagiers kunnen de vordering in rechte dan ook uitsluitend zelf instellen, zodat het verweer van Transavia op niet ontvankelijkheid faalt.

2. Uit de beantwoording van de prejudiciële vragen (het arrest van het Hof van 23 oktober 2012 in de gevoegde zaken C-581/10 (Nelson – Lufthansa) en C-629/10 (TUI c.s. – Civil Aviation Authority) volgt –kort samengevat– dat het Sturgeon-arrest als geldend recht dient te worden beschouwd, zodat de passagiers ook bij vertraging van een zekere duur recht op compensatie kunnen hebben, tenzij sprake is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in paragraaf 14 van de Verordening.

3. Het Hof heeft bij genoemd arrest overwogen (rechtsoverweging 94) dat de werking van het Sturgeon arrest niet in tijd behoeft te worden beperkt. Hieruit volgt dat ook passagiers van langdurig vertraagde vluchten die vóór het Sturgeon arrest zijn uitgevoerd, recht op compensatie kunnen hebben.

4. Ten aanzien van het beroep van Transavia op buitengewone omstandigheden overweegt de kantonrechter als volgt. In de considerans van de Verordening heeft de gemeenschapswetgever erop gewezen dat dergelijke omstandigheden zich met name kunnen voordoen in geval van politieke onstabiliteit, weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen, beveiligingsproblemen, onverwachte vliegveiligheidsproblemen en stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert. Op grond van artikel 5 lid 3 van de Verordening is de luchtvaartmaatschappij niet verplicht compensatie als bedoeld in artikel 7 te betalen, indien zij kan aantonen dat de annulering of vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

5. Het Europese Hof heeft in zijn arrest Wallentin-Hermann van 22 december 2008 in rechtsoverweging 40 overwogen dat, aangezien niet alle buitengewone omstandigheden aanleiding geven tot vrijstelling, de luchtvaartmaatschappij die zich op dergelijke omstandigheden beroept bovendien moet aantonen dat de genoemde omstandigheden hoe dan ook niet voorkomen hadden kunnen worden door het treffen van aan de situatie aangepaste maatregelen, dat wil zeggen maatregelen die op het tijdstip van de buitengewone omstandigheden met name voldoen aan voor de betrokken luchtvaartmaatschappij aanvaardbare technische en economische voorwaarden. In rechtsoverweging 41 heeft het Hof overwogen dat de vervoerder dient aan te tonen dat hij zelfs met inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen kennelijk niet had kunnen vermijden – behoudens indien hij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van zijn onderneming had gebracht – dat de buitengewone omstandigheden waarmee hij werd geconfronteerd tot annulering – en na het Sturgeonarrest – tot langdurige vertraging van de vlucht leidden.

6. Transavia voert aan dat de vlucht van Malaga naar Amsterdam langdurig is vertraagd als gevolg van een staking van de Griekse luchtverkeersleiders. Het toestel dat de vlucht in kwestie moest uitvoeren was voorafgaand aan de vlucht in kwestie op rotatie Amsterdam – Rhodos ingepland. Dat toestel was vertraagd als gevolg van de staking. Met Transavia is de kantonrechter van oordeel dat een staking van de Griekse luchtverkeersleiders in beginsel een buitengewone omstandigheid oplevert die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet kon worden voorkomen.

7. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Transavia evenwel onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vertraging van de vlucht in de onderhavige zaak het gevolg is geweest van die buitengewone omstandigheid en dat de luchtvaartmaatschappij de vertraging zelfs met inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen niet had kunnen vermijden. De passagiers hebben immers onbetwist gesteld dat de staking van de Griekse verkeersleiders heeft plaatsgevonden in de ochtend van 25 juni 2009 van 05.00 tot 09.00 uur. Gedurende die periode was er in het geheel geen vliegverkeer mogelijk van en naar Griekenland. De vlucht in kwestie stond evenwel gepland om 20.05 op 25 juni 2009. Deze buitengewone omstandigheid was mitsdien aan de orde in een heel ander deel van Europa dan de bestemming van de voorliggende vlucht. Bovendien was aan de buitengewone omstandigheid reeds een einde gekomen elf uren voor het geplande vertrek van de vlucht in kwestie. Gelet hierop wordt het beroep van Transavia op buitengewone omstandigheden verworpen en zal de vordering van de passagiers om Transavia te veroordelen tot betaling van de hoofdsom gelet op de duur van de vertraging worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

8.Nu de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht om betaling van hun vordering te verkrijgen, zullen de gevorderde buitengerechtelijke kosten worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar. Nu de passagiers niet hebben gesteld op welke datum de buitengerechtelijke kosten daadwerkelijk zijn betaald, zal de kantonrechter de rente toewijzen vanaf de dag der dagvaarding. Transavia zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Transavia tot betaling aan de passagiers van € 800,-- te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 mei 2010, tot aan de dag van voldoening van (de deelbetalingen van) dit bedrag;

- veroordeelt Transavia tot betaling aan de passagiers van € 178,50 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 juni 2011 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;

- veroordeelt Transavia tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd,

dagvaarding € 90,81

griffierecht € 142,00

salaris gemachtigde € 500,00

vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.