Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:CA1759

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-06-2013
Datum publicatie
04-06-2013
Zaaknummer
550769 \ CV EXPL 12-3783
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim.

Bevoegdheid. Vlucht met rechtstreekse aansluitingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 550769 \ CV EXPL 12-3783

datum uitspraak: 4 juni 2013

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[Passagier]

te [woonplaats]

eiser

hierna te noemen [de passagier]

gemachtigde E.S.A. Wiggers

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

TAP AIR PORTUGAL

te Lissabon, kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen TAP Air

gemachtigde mr. E.C. Douma

De procedure

[De passagier] heeft TAP Air gedagvaard op 2 januari 2012. TAP Air heeft schriftelijk geantwoord. Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft [de passagier] schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna TAP Air nog een schriftelijke reactie heeft gegeven. Op verzoek van [de passagier] heeft op 20 november 2012 een pleidooi plaatsgevonden. De griffier heeft daarbij aantekening gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Zowel [de passagier] als TAP Air heeft pleitnotities overgelegd.

De feiten

a. [de passagier] heeft met TAP Air een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan TAP Air [de passagier] met vlucht TP 250 zou vervoeren van Luanda (Angola) naar Lissabon (Portugal) op 31 januari 2010 met vertrektijd 23:10 uur (lokale tijd) en als aankomst 1 februari 2010 te 6:05 uur (lokale tijd).

b. Krachtens deze overeenkomst diende TAP Air [de passagier] op 1 februari 2010 om 7:50 uur met vlucht TP 668 te vervoeren van Lissabon naar Amsterdam.

c. Vlucht TP 250 d.d. 31 januari 2010 van Luanda naar Lissabon heeft een vertraging van omstreeks 30 minuten opgelopen.

d. [de passagier] heeft zich niet tijdig gemeld voor vlucht TP 668 van Lissabon naar Amsterdam.

e. Met een vervangende vlucht van TAP Air is [de passagier] op 1 februari 2010 met een vertraging van circa 6 uren te Amsterdam aangekomen.

f. [de passagier] heeft bij brief van 25 maart 2010 compensatie van TAP Air gevorderd in verband met voornoemde vertraging ten bedrage van in totaal € 600,00.

g. TAP Air heeft geweigerd dit bedrag te betalen.

De vordering

[de passagier] vorderen dat TAP Air bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:

- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 februari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- € 178,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

[de passagier] heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en het Sturgeon arrest van 19 november 2009. [de passagier] stelt dat TAP Air vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hem te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00.

Het verweer

TAP Air betwist de vordering. TAP Air voert aan dat [de passagier] twee aparte vluchten heeft geboekt, met twee aparte eindbestemmingen. Aangezien de eerste vlucht – TP 250 – niet uit Amsterdam is vertrokken of Amsterdam als eindbestemming had, is de Nederlandse rechter onbevoegd om van een vordering gebaseerd op de vertraging van die vlucht kennis te nemen. Daar komt bij dat deze vlucht met een vertraging van 1 uur en 15 minuten vanuit Angola te Lissabon is aangekomen, zodat [de passagier] ten aanzien van deze vlucht zonder grond aanspraak maakt op compensatie wegens langdurige vertraging. De tweede vlucht – TP 660 – is vrijwel volgens schema uitgevoerd. [de passagier] heeft zich voor deze vlucht niet tijdig gemeld, zodat [de passagier] ten aanzien van deze vlucht eveneens ten onrechte compensatie van TAP Air vordert. Gezien de afstand van de vlucht Lissabon – Amsterdam heeft [de passagier] ten hoogste recht op € 400,00 aan compensatie. TAP Air betwist voorts de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten.

De beoordeling

1. Gelet op het bepaalde in artikel 1 EEX valt de vordering van [de passagier] onder het bereik deze verordening, zodat de kantonrechter haar bevoegdheid aan de hand van deze verordening dient te beoordelen. Bevoegd is de rechter van de woonplaats van de verweerder. Op grond van artikel 60 EEX heeft daarbij als woonplaats van TAP Air te gelden haar statutaire zetel, de plaats waar het hoofdbestuur is gevestigd of haar hoofdvestiging. Gelet op de inschrijving in het handelsregister is Lissabon de statutaire zetel van TAP Air, zodat in beginsel het gerecht aldaar bevoegd is van de vordering kennis te nemen.

2. [de passagier] heeft aangevoerd dat de kantonrechter te Haarlem bevoegd is van de vordering kennis te nemen, omdat TAP Air op Schiphol kantoor houdt en Schiphol tot het rechtsgebied van de kantonrechter te Haarlem hoort. De kantonrechter oordeelt dat het enkele feit dat Tap Air mede kantoor houdt op Schiphol geen bevoegdheid voor de kantonrechter te Haarlem schept, omdat de woonplaats van een rechtspersoon een autonoom begrip is.

3. De kantonrechter komt evenwel tot het oordeel dat de rechtbank te Haarlem bevoegd is op grond van artikel 5 EEX en de uitleg die het Hof in het Rehder-arrest heeft gegeven omtrent de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd. De vlucht vanuit Luanda had immers de luchthaven Schiphol als eindbestemming, welke plaats is gelegen in het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland, en het Hof heeft bij arrest van 26 februari 2013 in de zaak Air France / Folkerts (C 11/11) geoordeeld dat (voor de toepassing van de in artikel 7 van de Verordening voorziene compensatie) in geval van een vlucht met rechtstreekse aansluitingen, enkel de vertraging van belang is die is vastgesteld ten opzichte van de oorspronkelijk geplande aankomsttijd op de eindbestemming, omdat het ongemak bij vertraagde vluchten zich voordoet op die eindbestemming. In het geval van een vlucht met rechtstreekse aansluitingen wordt onder eindbestemming verstaan de bestemming van de laatste vlucht die de betrokken passagier heeft genomen, aldus het Hof. Dat is in de voorliggende zaak derhalve de luchthaven Schiphol.

4. Vast staat dat [de passagier] op 1 februari 2010 met een vertraging van meer dan 6 uren zijn eindbestemming Amsterdam heeft bereikt, zodat de vordering tot veroordeling van TAP Air tot betaling van de hoofdsom, gelet op de duur van de vertraging en de afstand van de vlucht, toewijsbaar is. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

5. [de passagier] heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. TAP Air heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. Niet gesteld of gebleken is dat de door [de passagier] verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.

6. TAP Air zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De gevorderde rente over de toe te wijzen proceskosten is niet toewijsbaar met ingang van 14 dagen na vonnisdatum, omdat TAP Air ten aanzien van deze kosten dan nog niet in verzuim is, zodat aan de eisen van art. 6:119 BW niet is voldaan. De gevorderde rente over de proceskosten zal evenwel worden toegewezen met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt TAP Air tot betaling aan [de passagier] van € 600,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 600,00 vanaf 1 februari 2010 tot aan de dag van voldoening van (de deelbetalingen van) dit bedrag;

- veroordeelt TAP Air tot betaling van de proceskosten die aan de kant van [de passagier] tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd,

dagvaarding € 90,64

griffierecht € 207,00

salaris gemachtigde € 300,00

vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.