Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:CA0064

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-04-2013
Datum publicatie
14-05-2013
Zaaknummer
AWB 13/1525
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoeker heeft tegenstrijdige verklaringen afgelegd over zijn feitelijke verblijfplaats. Hierdoor kan verweerder verzoekers recht op bijstand niet vaststellen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 13/1525

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter ter zitting van 19 april 2013

in de zaak van:

[naam]

wonende te [plaatsnaam],

verzoeker,

gemachtigde mr. A. Oass

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

verweerder.

Bij besluit van 3 januari 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om toekenning van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb) afgewezen, omdat verzoeker een gezamenlijke huishouding voert met [naam]

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Voorts heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 april 2013. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, mr. S. Dijkman Dulkes-Wan.

Beslissing

De voorzieningenrechter heeft:

- het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Gronden van de beslissing

1. Een belanghebbende die een aanvraag indient om toekenning van een Wwb-uitkering is verplicht duidelijkheid te verschaffen over zijn feitelijke verblijfplaats.

2. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat verzoeker niet duidelijk heeft gemaakt waar hij zijn feitelijke verblijfplaats heeft. In dit verband heeft verweerder erop gewezen dat verzoeker bij zijn aanvraag van 17 december 2012 heeft verklaard te verblijven op het adres [adres] te [plaatsnaam]. Bij de hoorzitting in bezwaar, gehouden op 28 februari 2013, heeft verzoeker onder meer verklaard dat hij vanaf 1 november 2012 niet meer verblijft op voormeld adres en dat dit adres voor hem een postadres is. Vervolgens heeft verzoeker op 9 april 2013 verklaard dat hij sinds een paar weken niet meer verblijft op het adres [adres]. Gelet op deze tegenstrijdige verklaringen, heeft verzoeker geen duidelijkheid verschaft over zijn feitelijke verblijfplaats. Hierdoor kan verweerder verzoekers recht op bijstand niet vaststellen.

3. Verzoeker is niet ter zitting verschenen, zodat hij de gerezen onduidelijkheid omtrent zijn feitelijke verblijfplaats niet heeft kunnen wegnemen.

4. Bij deze stand van zaken bestaat er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het desbetreffende verzoek dan ook af.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.

6. De voorzieningenrechter deelt tot slot mede dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.

Uitgesproken in het openbaar op 19 april 2013 te Haarlem door mr. A.C. Terwiel - Kuneman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van P.M. van der Pol, griffier.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden: