Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:CA0054

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-04-2013
Datum publicatie
14-05-2013
Zaaknummer
AWB 13/1411
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Verzoeker heeft uit zichzelf gemeld dat hij in Egypte eigenaar was van een appartement. Verzoeker maakt een oprechte indruk. Hij lijkt er alles aan te willen doen om aannemelijk te maken dat het appartement niet meer op zijn naam staat. Hij stuit echter op bureaucratische barrières in Egypte. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 13/1411

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter ter zitting van 5 april 2013

in de zaak van:

[naam]

wonende te [plaatsnaam],

verzoeker,

gemachtigde mr. C.H. Hoetmer,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

verweerder.

Bij besluit van 20 september 2012 (het primaire besluit] heeft verweerder verzoekers aanvraag om toekenning van een uitkering in het kader van de Wet werk en bijstand (Wwb) afgewezen.

Bij besluit van 22 februari 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder nr. AWB 13/1410. Verzoeker heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2013. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. A.F. Tromp, namens verzoekers gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, mr. S. Dijkman Dulkes-Wan.

Beslissing

De voorzieningenrechter heeft:

- het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen;

- het bestreden besluit van 22 februari 2013 geschorst per 13 maart 2013 tot 1 juli 2013;

- verweerder opgedragen om met ingang van 13 maart 2013 aan verzoeker voorschotten te verstrekken ter hoogte van 90% van de voor verzoeker geldende bijstandsnorm;

- verweerder veroordeeld in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 944,-- , te betalen aan verzoeksers gemachtigde;

- verweerder gelast het door verzoeker betaalde griffierecht van € 44,-- aan hem te vergoeden.

Gronden van de beslissing

1. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de bewijsstukken die verzoeker heeft overgelegd en die betrekking hebben op de door hem gestelde verkoop aan zijn zuster van zijn appartement in Egypte, nog niet voldoende overtuigend zijn. Hierdoor stelt verweerder zich op het standpunt dat verzoekers recht op bijstand (nog) niet is vast te stellen.

2. De voorzieningenrechter constateert dat verzoeker uit zichzelf heeft gemeld dat hij in Egypte eigenaar is geweest van een appartement. Voorts maakt verzoeker een zeer oprechte indruk en hij lijkt er alles aan te willen doen om aannemelijk te maken dat het bewuste appartement inmiddels niet meer op zijn naam staat. Hierbij loopt hij wel aan tegen allerlei bureaucratische barrières in Egypte, terwijl hij voorts niet over het geld beschikt om in Egypte een verklaring van de rechtbank te krijgen. Nu verzoeker heeft aangekondigd dat hij nadere stukken uit Egypte wil overleggen, bestaat geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:86 Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat hij in Egypte een onderzoek wil laten instellen naar de gang van zaken rond verzoekers appartement.

4. Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank het beroep met registratienr. AWB HAA 13/1410 niet eerder zal behandelen dan eind juni 2013.

5. Bij de stand van zaken zoals hiervoor vermeld, is de voorzieningenrechter van oordeel dat onverwijlde spoed het treffen van een voorlopige voorziening vereist. De voorzieningenrechter wijst het desbetreffende verzoek dan ook toe en schorst het bestreden besluit van 22 februari 2013 per 13 maart 2013 tot 1 juli 2013. Voorts bestaat aanleiding verweerder op te dragen om per 13 maart 2013 aan verzoeker voorschotten te verstrekken ter hoogte van 90% van de voor verzoeker geldende bijstandsnorm.

6. Er bestaat tevens aanleiding verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht kent de voorzieningenrechter in deze zaak twee punten toe: een punt voor het verzoekschrift en een punt voor het verschijnen ter zitting. De waarde per punt bedraagt € 472,--. De zwaarte van de zaak is gemiddeld. Omdat ten behoeve van verzoeker een toevoeging is afgegeven op grond van de Wet op de rechtsbijstand, moeten de proceskosten worden betaald aan verzoekers gemachtigde.

7. Ook zal de voorzieningenrechter verweerder gelasten het door verzoeker betaalde griffierecht van € 44,-- aan hem te vergoeden.

8. De voorzieningenrechter deelt mede dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.

Uitgesproken in het openbaar op 5 april 2013 te Haarlem door mr. M. Mateman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van P.M. van der Pol, griffier.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden: