Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ8843

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-04-2013
Datum publicatie
26-04-2013
Zaaknummer
zaak/rep.nr.: 593697 \ EJ VERZ 13-50
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ktr; ontbinding agentuurovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0343

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 593697 \ EJ VERZ 13-50

datum uitspraak: 17 april 2013

BESCHIKKING ONTBINDING AGENTUUROVEREENKOMST

inzake

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PR Advices B.V.

te Voorthuizen, gemeente Barneveld

verzoekster

hierna: PR Advices

2. [eiser]

te [adres]

verzoeker

hierna: [eiser]

gemachtigde: mr. A.D. Brouwers-Wozniak

tegen

de besloten vennootschap Exploitatie Circuit Park Zandvoort B.V.

te Zandvoort

verweerster

hierna: Circuit Park Zandvoort

gemachtigde: mr. H.A. Bosshardt

De procedure

Op 28 februari 2013 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van PR Advices en [eiser]. Circuit Park Zandvoort heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 10 april 2013. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden van partijen hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast:

a. Sedert 1992 verricht [eiser] werkzaamheden voor Circuit Park Zandvoort.

b. Bij brief van 3 februari 1992 heeft [eiser] het volgende aan Circuit Park Zandvoort geschreven:

“Nu de bemiddeling van P.R. Advices ten behoeve van “sponsor-werving” voor Uw stichting wellicht binnenkort resultaat in financiële zin zal gaan opleveren, lijkt het mij verstandig onze zakelijke afspraak op papier te zetten.

P.R.Advices zal, op basis van “no cure - no pay”, haar werkzaamheden uitvoeren tegen een vergoeding van 15 % te berekenen over de door P.R.Advices gerealiseerde inkomsten.

(…)”

c. De onder b. genoemde brief van 3 februari 1992 is destijds door H.C.J. Ernst namens Circuit Park Zandvoort voor akkoord ondertekend.

d. Bij brief van 7 februari 2003 heeft [eiser] het volgende aan Circuit Park Zandvoort geschreven:

“(…)

Ingaande januari 2003 zal P.R.Advices, op basis van no cure - no pay, naar passende sponsoren c.q. partners voor CPZ op zoek gaan tegen de volgende condities.

Nieuwe overeenkomsten tot stand gebracht door P.R.Advices zullen worden gehonoreerd met 25% commissie. Ook over eventuele vervolg jaren zal deze commissie worden gehanteerd.

Overeenkomst afgesloten voor 2003 vallen onder onze “oude”afspraak van 10 %.

(…)”

e. Bij brief van 23 mei 2007 heeft [eiser] het volgende aan Circuit Park Zandvoort geschreven:

“Naast het op basis van no cure - no pay acquireren van relaties voor Circuit Park Zandvoort, hebben wij besloten om deze samenwerking aan te vullen met het werken vanuit kantoor CPZ gedurende één dag per week door ondergetekende.

Belangrijkste werkzaamheden zullen bestaan uit acquisitie, trainen van de sales afdeling van CPZ en optimaliseren van TV Exposure.

Wij zijn de volgende condities overeengekomen:

- all-in dagvergoeding van € 1.000,- exclusief omzetbelasting

- commissie percentage van 25% over af te sluiten contracten gedurende de gehele looptijd

- (…)

(…)”

f. De in de brief van 23 mei 2007 vermelde aanvulling van de werkzaamheden met het werken vanuit het kantoor van Circuit Park Zandvoort heeft op uitdrukkelijk verzoek van Circuit Park Zandvoort plaatsgevonden.

g. Op 15 juli 2012 hebben partijen overleg gevoerd over de eindafrekening over 2010, 2011 en 2012. Tijdens dat overleg heeft Circuit Park Zandvoort voorgesteld om vanaf juli 2012 tot en met december 2012 maandelijks € 20.000,00 te betalen, vooruitlopende op de vaststelling van de uiteindelijk door Circuit Park Zandvoort verschuldigde bedragen.

h. Bij schrijven van 19 juli 2012 heeft [eiser] -onder meer- het volgende aan Circuit Park Zandvoort geschreven:

“Ondanks het plezierige en constructieve onderhoud dat ik afgelopen zondag met Edwin Sibbel heb gehad, kan ik helaas niet instemmen met de door CPZ voorgestelde betalingsregeling voor mijn commissies 2010 en 2011.

De sponsorbedragen waarop deze commissies betrekking hebben zijn al reeds geruime tijd aan CPZ voldaan en ik kan en wil niet langer wachten op betaling van deze mij toekomende bedragen.

Ik verzoek jullie dan ook vriendelijk om per omgaande mijn commissienota’s over 2010 en 2011 over te maken.

(…)”

i. Bij schrijven van 27 juli 2012 heeft de gemachtigde van [eiser] Circuit Park Zandvoort verzocht om tot betaling over te gaan van de openstaande commissienota’s over 2010, 2011 en 2012.

j. Bij vonnis in kort geding van 30 januari 2013 is Circuit Park Zandvoort veroordeeld om aan openstaande commissienota’s € 70.740,27 aan PR Advices te voldoen.

Het verzoek

PR Advices en [eiser] verzoeken ontbinding van de agentuurovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden en stellen daartoe -samengevat- het volgende.

Sedert 2010 ondervinden PR Advices en [eiser] problemen in de relatie met Circuit Park Zandvoort. Circuit Park Zandvoort laat facturen onbetaald en maakt slechts zo nu en dan bedragen over aan PR Advices, waarbij niet duidelijk is op welke facturen/werkzaamheden deze bedragen betrekking hebben.

Ondanks de erkenning door Circuit Park Zandvoort van de bedragen die zij over 2010 en 2011 aan PR Advices verschuldigd is, is Circuit Park Zandvoort niet bereid om deze bedragen te voldoen.

Circuit Park Zandvoort stelt zich op het onjuiste standpunt dat PR Advices pas tot betaling gerechtigd is nadat de sponsorgelden daadwerkelijk aan Circuit Park Zandvoort ter beschikking zouden zijn gesteld.

Voorts voerde Circuit Park Zandvoort steeds hogere “out of pocket” kosten op zonder hiervoor een specificatie te verstrekken.

Ten slotte beweert Circuit Park Zandvoort dat PR Advices geen recht zou hebben op provisie over het sponsorcontract met HDI Gerling Verzekeringen N.V.

Op grond van deze omstandigheden verzoeken PR Advices en [eiser] ontbinding van de agentuurovereenkomst op grond van een verandering in omstandigheden die het Circuit Park Zandvoort verweten kan worden. De forse betalingsachterstanden, de niet-constructieve houding en het achterhouden van informatie c.q. het afgeven van valse informatie met betrekking tot de sponsorcontracten brengen met zich dat Circuit Park Zandvoort uiterst verwijtbaar jegens PR Advices en [eiser] heeft gehandeld.

PR Advices en [eiser] hebben bovendien uit de krant moeten vernemen dat Circuit Park Zandvoort het waarschijnlijk acht dat de werkrelatie met [eiser] na achttien jaar wordt beëindigd.

PR Advices en [eiser] verzoeken om toekenning van een vergoeding ingevolge artikel 7:685 lid 8 BW. [eiser] is geboren op 25 februari 1953. De agentuurovereenkomst is aangevangen in 1992. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt aangeknoopt bij de kantonrechtersformule.

Met betrekking tot het inkomen moet worden uitgegaan van het gemiddelde van de ontvangen provisie in de voorgaande vijf jaren. Dat gemiddelde bedroeg € 149.415,00 per jaar. De vergoeding komt dan bij een totaal van 21 jaren neer op € 261.471,00.

De toepassing van de volledige kantonrechtersformule valt in verband met de gewogen dienstjaren vele malen hoger uit.

Het verweer

Circuit Park Zandvoort heeft het volgende tegen het verzoek aangevoerd:

Exceptie tot onbevoegdheid van de kantonrechter

De vordering is niet gegrond op een agentuurovereenkomst en overstijgt het bedrag van € 25.000,00. Daarom behoort de zaak niet tot de absolute bevoegdheid van de kantonrechter.

De overeenkomst tussen partijen kwalificeert niet als een agentuurovereenkomst op grond van het volgende:

a. Circuit Park Zandvoort heeft PR Advices nooit opdracht gegeven voor het verrichten van werkzaamheden. Er is geen verplichting voor PR Advices diensten aan Circuit Park Zandvoort te verlenen.

b. De overeenkomst tussen PR Advices en Circuit Park Zandvoort kent geen vaste betrekking. PR Advices heeft de vrijheid gekregen om sponsors aan te brengen voor Circuit Park Zandvoort.

c. PR Advices heeft nooit de bevoegdheid gekregen om in naam of voor Circuit Park Zandvoort overeenkomsten te sluiten. Circuit Park Zandvoort was ook niet gehouden om overeenkomsten aan te gaan met potentiële sponsors die door PR Advices zijn voorgedragen.

d. De bescherming die een handelsagent toekomt, is sociaalrechtelijk ingegeven. PR Advices is een public relations bureau dat haar diensten aan diverse partijen verleent. PR Advices en Circuit Park Zandvoort zijn in economisch opzicht ten minste gelijk aan elkaar. Daarom is er geen argument om PR Advices in bescherming te nemen door de bepalingen van de agentuurovereenkosmt op de relatie tussen PR Advices en Circuit Park Zandvoort van toepassing te laten zijn.

Voor het geval de kantonrechter oordeelt dat hij wel bevoegdheid is om van het verzoek kennis te nemen, voert Circuit Park Zandvoort het volgende aan:

Het verzoekschrift voldoet niet aan de eisen van het procesreglement:

- het vermeldt niet het telefoonnummer van de gemachtigde van Circuit Park Zandvoort

- bij het verzoekschrift is met betrekking tot PR Advices niet gevoegd een uittreksel uit het Handelsregister dat niet ouder is dan een maand,

- bij het verzoekschrift bevindt zich geen overzicht van de bijlagen.

Eén en ander heeft tot gevolg dat Circuit Park Zandvoort onnodige kosten heeft moeten maken om zich te kunnen verweren. Zij verzoekt de kantonrechter hiermede bij een veroordeling in de kosten of de compensatie daarvan rekening te houden.

Geen grond voor de verzoeken van [eiser]:

PR Advices heeft gedurende jaren diensten verricht voor Circuit Park Zandvoort. [eiser] is directeur en enig aandeelhouder van PR Advices. Tussen Circuit Park Zandvoort en [eiser] bestaat geen rechtsverhouding. De verzoeken van [eiser] moeten daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

Geen grond voor het verzoek tot ontbinding

Partijen zijn het volgende overeengekomen: het staat PR Advices volledig vrij om diensten voor Circuit Park Zandvoort te verrichten en het staat Circuit Park Zandvoort volledig vrij om van die diensten gebruik te maken.

Gezien deze vrijheid tussen partijen is er geen grond voor het verzoek om de overeenkomst tussen partijen te ontbinden.

PR Advices komt slechts dan een vergoeding toe als zij heeft bemiddeld bij de totstandkoming van de overeenkomst en deze is vastgelegd in een contract.

Geen grond voor toekenning van een vergoeding

De grond voor de verzochte vergoeding ziet op een verzoek vanwege de ontbinding van een arbeidsovereenkomst. Tussen partijen bestaat geen arbeidsovereenkomst. Bij gebreke van een rechtsgrond dient het verzoek te worden afgewezen.

Omdat het initiatief voor ontbinding van de overeenkomst van PR Advices uitgaat, is er geen grond om PR Advices een vergoeding toe te kennen.

Circuit Park Zandvoort treft geen verwijt voor de ontbinding van de overeenkomst, zodat er geen grond is om PR Advices een vergoeding toe te kennen.

Toe te kennen vergoeding te begroten op nihil

Toepassing van de kantonrechtersformule bij ontbinding van de agentuurovereenkomst is vanwege het karakter van de rechtsverhouding tussen de agent en de principaal onrechtmatig. Bij gebreke van een rechtsgrond die als basis dient voor de hoogte van de verzochte vergoeding, dient de verzochte vergoeding te worden begroot op nihil.

Partijen hebben afgesproken dat PR Advices een vergoeding toekomt over de netto inkomsten vanwege sponsorvereenkomsten waarbij PR Advices heeft bemiddeld bij de totstandkoming daarvan. Circuit Park Zandvoort erkent ook in de toekomst verschuldigde vergoedingen op het moment dat deze verschuldigd worden aan PR Advices te zullen betalen. Gegeven deze erkenning en het feit dat PR Advices de ontbinding verzoekt, is het billijk de verzochte vergoeding te begroten op nihil.

Toe te kennen vergoeding begroten op een in goede justitie te bepalen bedrag

Er is geen rechtsgrond waarop een eventuele toekenning van een vergoeding hoger zou moeten zijn dan de beloning van één jaar, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaren. Uit de door PR Advices opgevoerde bedragen blijkt dat zij er ten onrechte vanuit gaat een vergoeding te kunnen krijgen over het in rekening gebrachte bedrag aan omzetbelasting. Hiervoor bestaat geen rechtvaardiging. De toe te kennen vergoeding kan daarom maximaal € 115.456,89 bedragen.

De beoordeling van het verzoek

Bevoegdheid van de kantonrechter

1. Wat Circuit Park Zandvoort bedoelt met het betoog dat de kantonrechter niet bevoegd is omdat de vordering boven het bedrag van € 25.000,00 uit gaat is niet duidelijk. Dat betoog heeft kennelijk betrekking op een dagvaardingsprocedure. Of de kantonrechter bevoegd is met betrekking tot het onderhavige verzoek hangt echter af van de kwalificatie van de overeenkomst tussen partijen, waarover hieronder meer. De kantonrechter gaat daarom aan dit betoog van Circuit Park Zandvoort voorbij.

Grondslag van het verzoek

2. Ter wille van de bij Circuit Park Zandvoort kennelijk bestaande onduidelijkheid over de aard van deze procedure stelt de kantonrechter het volgende voorop.

3. Het verzoek tot ontbinding is gebaseerd op artikel 7:440 lid 1 aanhef en onder b. BW. Aan dat ontbindingsverzoek is verbonden een verzoek tot het toekennen van een vergoeding op grond van artikel 7:440 lid 3 BW. Blijkens het bepaalde bij artikel 7:440 lid 4 BW is het vijfde, zesde, zevende, negende, tiende en elfde lid van artikel 7:685 BW van overeenkomstige toepassing. Voor zover Circuit Park Zandvoort zich erop beroept dat dus het achtste lid van artikel 7:685 BW niet van overeenkomstige toepassing is, is dat niet relevant. Immers, artikel 7:440 lid 4 BW bevat al een bepaling op grond waarvan een vergoeding kan worden toegekend, zodat toepasselijkheid van het genoemde achtste lid van artikel 7:685 BW een doublure zou inhouden.

4. Gelet op het hierboven geschetste kader waarbinnen dit verzoek is ingediend en zal moeten worden beoordeeld, behoeft de kantonrechter niet in te gaan op het verweer van Circuit Park Zandvoort voor zover dit (blijkens de “Aantekeningen mondelinge behandeling van haar gemachtigde) is gestoeld op de artikelen 7:441 en 7:442 BW. De in die artikelen bedoelde schadevergoeding/klantenvergoeding is hier immers in het geheel niet aan de orde.

Ontvankelijkheid van PR Advices in het verzoek

5. De kantonrechter is van oordeel dat alleen [eiser] in het verzoek kan worden ontvangen. Hij is immers degene die de overeenkomst met Circuit Park Zandvoort heeft gesloten, terwijl gesteld noch gebleken is dat PR Advices als contractspartij in de plaats is getreden van [eiser] en/of mede contractspartner is geworden.

Kwalificatie van de overeenkomst tussen partijen

6. Allereerst zal moeten worden beantwoord of tussen partijen sprake is van een agentuurovereenkomst in de zin van artikel 7:428 BW. De kantonrechter beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende.

7. Blijkens het bepaalde bij artikel 7:428 BW moet het gaan om een overeenkomst waarbij Circuit Park Zandvoort aan [eiser] opdraagt en deze zich verbindt voor een bepaalde of een onbepaalde tijd en tegen beloning bij de tot standkoming van overeenkomsten bemiddeling te verlenen en deze eventueel op naam en voor rekening van Circuit Park Zandvoort af te sluiten zonder aan Circuit Park Zandvoort ondergeschikt te zijn.

8. Tussen partijen staat vast dat [eiser] bemiddeling verleent bij de totstandkoming van sponsorovereenkomsten. Ook staat vast dat Circuit Park Zandvoort daarvoor een beloning voldoet in de vorm van commissie ter hoogte van een percentage van het bedrag waarvoor de sponsor zich verbindt.

9. Circuit Park Zandvoort heeft aangevoerd dat geen sprake zou zijn van een opdracht en/of van een vaste betrekking tussen partijen. Om die reden zou volgens Circuit Park Zandvoort geen sprake zijn van een agentuurovereenkomst.

10. De kantonrechter is van oordeel dat wel degelijk sprake is van een opdracht. Om te beginnen valt moeilijk in te zien hoe iemand zonder daartoe opdracht te hebben verkregen op eigen initiatief ertoe zou overgaan voor Circuit Park Zandvoort te gaan bemiddelen bij de totstandkoming van sponsorovereenkomsten. Daarbij komt dat de door H.C.J. Ernst ondertekende brief van 3 februari 1992 van [eiser] duidelijk als opdracht moet worden beschouwd. Daarnaast is gebleken dat [eiser] op uitdrukkelijk verzoek van Circuit Park Zandvoort de werkzaamheden heeft aangevuld door ook vanuit het kantoor van Circuit Park Zandvoort te gaan werken. Op grond van één en ander staat daarom vast dat door Circuit Park Zandvoort aan [eiser] opdracht is gegeven. Van de door Circuit Park Zandvoort gestelde vrijheid van [eiser] is daarom geen sprake.

11. Vervolgens kan ook het betoog van Circuit Park Zandvoort dat geen sprake is van een vaste betrekking geen stand houden. [eiser] verricht al vanaf 1992 de onderhavige bemiddelingswerkzaamheden. Die werkzaamheden hebben tot vele sponsorovereenkomsten geleid en Circuit Park Zandvoort heeft in het verleden telkens zonder protest de overeengekomen commissienota’s van [eiser] voldaan. Aldus kan niet gezegd worden dat slechts sprake is geweest van incidentele bemiddeling(en), maar is sprake van een duurzame relatie tussen partijen.

12. Het feit dat [eiser] niet bevoegd is om op naam van Circuit Park Zandvoort overeenkomsten te sluiten, staat aan het bestaan van een agentuurovereenkomst niet in de weg. De wet stelt die eis immers niet.

13. Het beroep van Circuit Park Zandvoort op de volgens haar stelling sociaalrechtelijk ingegeven bescherming van de handelsagent faalt reeds omdat de kantonrechter PR Advices niet-ontvankelijk acht in het verzoek.

14. Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat tussen [eiser] en Circuit Park Zandvoort sprake is van een agentuurovereenkomst. De kantonrechter is dus bevoegd van het verzoek kennis te nemen.

Niet-naleving procesreglement

15. Aan Circuit Park Zandvoort moet worden toegegeven dat het procesreglement op de door haar genoemde onderdelen niet is nageleefd. De kantonrechter verbindt daaraan echter geen gevolgen. Circuit Park Zandvoort is immers niet in haar verdediging geschaad. Niet gezegd kan worden dat door deze schending van het procesreglement de door Circuit Park Zandvoort genoemde onduidelijkheid over de aard en omvang van het verzoek is ontstaan en/of dat één en ander tot meer of extra werkzaamheden van (de gemachtigde van) Circuit Park Zandvoort heeft geleid.

Ontbinding van de agentuurovereenkomst

16. Voldoende gebleken is dat tussen partijen onoverbrugbare verschillen van inzicht bestaan over de financiële afrekening van commissienota’s van [eiser] over de jaren 2010 e.v.

17. Ook voldoende gebleken is dat in het bijzonder het gedurende een aantal jaren uitblijven van tijdige betaling van commissienota’s door Circuit Park Zandvoort de oorzaak is geweest van de onenigheid tussen partijen. Ter zitting is namens Circuit Park Zandvoort verklaard dat betalingen niet correct zijn verlopen. Dat sprake zou zijn van een op 15 juli 2012 gemaakte betalingsafspraak, is niet komen vast te staan. Immers [eiser] heeft bij brief van 19 juli 2012 uitdrukkelijk laten weten het niet eens te zijn met de voorgestelde betalingsregeling.

18. Dat het achterwege blijven van betalingen door Circuit Park Zandvoort voor [eiser] financiële problemen met zich bracht is duidelijk: de omzetbelasting diende wel te worden afgedragen, maar werd van Circuit Park Zandvoort niet of te laat ontvangen. Dat [eiser] deze belasting niet langer wenste te voorfinancieren is alleszins begrijpelijk.

19. Circuit Park Zandvoort heeft aangevoerd dat zij niet tot betaling overging omdat [eiser] nalatig was met het verstrekken van juiste informatie en/of creditnota’s. Wat daar verder ook van zij: één of ander ontslaat Circuit Park Zandvoort geenszins van haar betalingsverplichting. Het had eerder op haar weg gelegen voorschotten te betalen en over de verschillen bij een eventuele eindafrekening met [eiser] te spreken. Zij ging er echter ten onrechte toe over helemaal niets meer of onregelmatig te betalen.

20. De bovengenoemde omstandigheden leveren een verandering in de omstandigheden op als bedoeld in artikel 7:440 lid 1 aanhef en onder b. BW. Die omstandigheden zijn van dien aard dat de billijkheid eist dat aan de overeenkomst een einde wordt gemaakt.

21. De kantonrechter zal de agentuurovereenkomst tegen 1 mei 2013 ontbinden, zoals verzocht.

Vergoeding

22. Beoordeeld moet worden of aan [eiser] een vergoeding als bedoeld in artikel 7:440 lid 3 BW toekomt.

23. Circuit Park Zandvoort heeft in dat verband, met een beroep op artikel 7:444 BW, ter zitting naar voren gebracht dat de rechtsvordering is verjaard.

24. Artikel 7:444 BW heeft betrekking op de in de artikelen 7:439 lid 3 of artikel 7:440 lid 2 bedoelde schadevergoedingen wegens schadeplichtigheid. Voor de onderhavige vergoeding bij ontbinding wegens verandering in omstandigheden geldt deze verjaringstermijn niet. Deze verjaringstermijn verdraagt niet met het criterium van “verandering in omstandigheden”. Immers, niet vast te stellen is welke verandering dan als startpunt moet worden gezien voor de aanvang van de verjaringstermijn. Daarom verwerpt de kantonrechter dit beroep op verjaring.

25. Gelet op wat hierboven al over het betalingsgedrag van Circuit Park Zandvoort is overwogen, kan aan Circuit Park Zandvoort een verwijt worden gemaakt voor de verandering in de omstandigheden die tot ontbinding van de overeenkomst leiden. Daarom komt aan [eiser] een vergoeding toe.

26. [eiser] heeft voldoende uiteengezet dat hij voor een groot deel (60%) afhankelijk is van de inkomsten uit de agentuurovereenkomst met Circuit Park Zandvoort. Hij zal deze inkomsten nu moeten missen.

27. De wijze van berekening die door [eiser] wordt gehanteerd is alleszins te billijken. Er zal dus worden uitgegaan van het aantal jaren dat de overeenkomst heeft geduurd: 21 jaar, vanaf februari 1992 tot 1 mei 2013.

28. Daarnaast wordt uitgegaan van de gemiddelde commissie per jaar die [eiser] over de vijf jaren voorafgaande aan 1 mei 2013 heeft genoten. Daarbij zal de kantonrechter geen rekening houden met de omzetbelasting die over die commissie is berekend. Die belasting valt immers niet als inkomen te beschouwen. Wel houdt de kantonrechter rekening met de inkomsten die het gevolg zijn van de aanvullende afspraak om ook vanuit het kantoor van Circuit Park Zandvoort te werken, welke inkomsten thans ook wegvallen.

29. Met betrekking tot de inkomsten over de voorgaande vijf jaren gaat de kantonrechter uit van de door [eiser] vermelde bedragen zonder de omzetbelasting. De bedragen die Circuit Park Zandvoort naar voren heeft gebracht wijken in hoogte meer af dan het bedrag van de omzetbelasting, zodat zonder verdere toelichting, die ontbreekt, niet valt te beoordelen hoe Circuit Park Zandvoort die bedragen heeft berekend. Daarom geven de door [eiser] gestelde bedragen de doorslag.

De kantonrechter houdt geen rekening met eventuele over 2012 verstrekte creditnota’s. Deze creditnota’s zijn immers niet verstrekt omdat geen commissie verschuldigd zou zijn, maar om te voorkomen dat omzetbelasting door [eiser] moet worden afgedragen/voorgefinancierd.

30. De kantonrechter komt op grond van het vorenstaande tot de volgende berekening:

jaar commissie werkdagen op kantoor in Zandvoort totaal gemiddeld per jaar gemiddeld per maand vergoeding

2008 64.653,40 38.000,00

2008 32.500,00

2009 157.053,50

2010 132.859,81

2011 97.846,30

2012 124.812,50

609.725,51 38.000,00 647.725,51 129.545,10 10.795,43 226.703,93

31. De vergoeding zal worden vastgesteld op afgerond € 226.704,00.

32. [eiser] heeft om een hogere vergoeding verzocht, zodat de kantonrechter hem in de gelegenheid moet stellen het verzoek in te trekken.

33. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

34. Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

Verklaart PR Advices niet-ontvankelijk in het verzoek.

Stelt partijen ervan in kennis de agentuurovereenkomst tegen 1 mei 2013 te zullen ontbinden onder toekenning van de bovengenoemde vergoeding.

Bepaalt dat [eiser] de gelegenheid heeft het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op 26 april 2013 te 15.00 uur ter griffie ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de wederpartij.

voor het geval [eiser] het verzoek niet intrekt, wordt alvast als volgt beslist:

Ontbindt de agentuurovereenkomst tussen partijen tegen 1 mei 2013.

Kent aan [eiser] ten laste van Circuit Park Zandvoort een vergoeding toe van € 226.704,00.

Veroordeelt voor zover nodig Circuit Park Zandvoort tot betaling van die vergoeding.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

voor het geval [eiser] het verzoek wel intrekt:

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde uitspraakdatum.

Coll.