Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ8543

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-04-2013
Datum publicatie
24-04-2013
Zaaknummer
539399 / CV EXPL 11-16905 (hoofdzaak) en 561495 / CV EXPL 12-7757 (vrijwaringszaak)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nakoming pensioenregeling. Eiseres vordert dat de voormalige werkgever van haar in 2010 overleden partner zal worden veroordeeld tot nakoming van de pensioenregeling die van kracht was, voordat haar partner een nieuwe pensioenovereenkomst sloot. Die nieuwe regeling geeft geen recht op een uitkering aan de nabestaanden bij overlijden van de verzekerde voor de pensioendatum. Eiseres legt aan de vordering dwaling dan wel tekortkoming ten grondslag. Geen van beide grondslagen kan de vordering dragen.

1. Dwaling

De vraag of eiseres een beroep op dwaling toekomt, behoeft niet te worden beantwoord, nu eiseres geen vordering tot vernietiging van de nieuwe pensioenregeling heeft ingesteld en evenmin buiten rechte een tot vernietiging van de nieuwe pensioenregeling strekkende verklaring heeft uitgebracht. Voor zover sprake zou zijn van dwaling, valt bovendien zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien waarom de vernietiging van de nieuwe pensioenovereenkomst tot gevolg heeft dat de oude, al beëindigde overeenkomst herleeft.

2. Tekortkoming

Een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis (bijvoorbeeld een zorgplicht) kan op grond van artikel 6:74 BW verplichten tot schadevergoeding. Eiseres vordert geen schadevergoeding, maar nakoming van de oude pensioenregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0350
PJ 2013/110
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 539399 / CV EXPL 11-16905 (hoofdzaak) en

561495 / CV EXPL 12-7757 (vrijwaringszaak)

datum uitspraak: 17 april 2013

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiseres in de hoofdzaak

te [woonplaats]

eiseres in de hoofdzaak

hierna te noemen [eiseres in de hoofdzaak]

gemachtigde mr. G.M. Groenhuijzen

tegen

de besloten vennootschap Hemlock B.V.

te Vogelenzang

gedaagde in de hoofdzaak

hierna te noemen Hemlock

gemachtigde mr. E.M. Bettman

en inzake

de besloten vennootschap Hemlock B.V.

te Vogelenzang

eiseres in de vrijwaringszaak

hierna te noemen: Hemlock

gemachtigde: mr. E.M. Bettman

tegen

1. de naamloze vennootschap SRLEV N.V.,

te Alkmaar

gedaagde in de vrijwaringszaak

hierna te noemen: SRLEV

gemachtigde: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer

2. de besloten vennootschap Zicht B.V.

te ’s-Hertogenbosch

gedaagde in de vrijwaringszaak

hierna te noemen: Zicht

gemachtigde: mr. O.B. Zwijnenberg

Het verdere verloop van de procedure in de hoofdzaak en in de vrijwaring

Bij vonnis van 11 april 2012 in het incident tot vrijwaring is Hemlock toegestaan SRLEV

en Zicht in vrijwaring op te roepen. In afwachting daarvan is de hoofdzaak aangehouden.

Hemlock heeft - met toestemming van de kantonrechter - SRLEV en Zicht op 5 juni 2012 in vrijwaring gedagvaard tegen de rolzitting van 13 juni 2012. SRLEV en Zicht hebben geantwoord in de vrijwaring.

Bij rolbeschikking van 5 september 2012 heeft de kantonrechter beslist dat de hoofdzaak en de vrijwaringszaak zich niet lenen voor een comparitie van partijen na antwoord. In die rolbeschikking is het beroep van SRLEV op niet-ontvankelijkheid van Hemlock verworpen.

Vervolgens hebben in de hoofdzaak [eiseres in de hoofdzaak] en Hemlock achtereenvolgens gerepliceerd en gedupliceerd en hebben in de vrijwaring Hemlock, SRLEV en Zicht achtereenvolgens gerepliceerd en gedupliceerd.

De feiten

1. [eiseres in de hoofdzaak] was geregistreerd partner va[XXX] (hierna: [XXX]), die op 1 januari 2003 bij Hemlock in loondienst is getreden.

2. Op 1 mei 2003 is [XXX] met Hemlock een pensioenregeling overeengekomen, die (onder andere) een levenslang partnerpensioen ten behoeve van [eiseres in de hoofdzaak] inhield, ingaande bij overlijden van [XXX] voor zijn pensioendatum.

3. In 2009 heeft Hemlock besloten de pensioenregeling voor haar werknemers om te zetten in een collectieve regeling. Zij heeft de uitvoering van de nieuwe regeling opgedragen aan SRLEV, mede h.o.d.n. Reaal Levensverzekeringen.

4. Op 26 juni 2009 heeft [YYY], pensioenadviseur bij Zicht en de tussenpersoon van Reaal, aan de medewerkers van Hemlock, onder wie [XXX], een presentatie gegeven over de nieuwe pensioenregeling. [XXX] en [eiseres in de hoofdzaak] zijn bij deze presentatie aanwezig geweest.

5. Op 1 december 2009 hebben [XXX] en [eiseres in de hoofdzaak] hun handtekening gezet onder een formulier strekkende tot het aangaan van een pensioenverzekering met Reaal. Blijkens de tekst van de overeenkomst (onder het kopje DEKKINGEN) voorziet de pensioenverzekering in: “een uitkering bij uw in leven zijn op de pensioendatum. Deze uitkering wordt aangewend voor de aankoop van een levenslang ouderdomspensioen en – voor zover van toepassing – een partnerpensioen na pensioendatum”. Onder hetzelfde kopje is de volgende tekst opgenomen: “Ten laste van de waarde van de pensioenverzekering kunnen naar uw eigen keuze de volgende overlijdensrisicodekking(en) worden meeverzekerd. Maak door aankruisen uw keuze:

? Bij overlijden van de verzekerde tijdens dienstverband maar vóór de pensioendatum wordt levenslang een partnerpensioen aan de partner uitgekeerd […].

? Bij overlijden van de verzekerde tijdens dienstverband maar vóór de pensioendatum wordt tot een bepaalde leeftijd van het kind een wezenpensioen uitgekeerd […].

? Als alternatief op bovenstaande overlijdensrisicodekking(en) komt er bij overlijden van de verzekerde vóór de pensioendatum een bedrag tot uitkering ter grootte van 90% van de beleggingswaarde van uw pensioenverzekering. […]”

[XXX] heeft de derde keuzemogelijkheid aangekruist en door middel van een kruisje in het desbetreffende vak aangegeven ervoor te kiezen dat Reaal de verantwoordelijkheid voor het beleggen van de premie draagt.

6. Onder het kopje “Verklaring van de verzekerde” is onder meer het volgende vermeld:

“De verzekerde verklaart door ondertekening van dit formulier tegenover REAAL het navolgende:

3. De verzekerde aanvaardt het risico dat de inleg voor de pensioenverzekering verloren kan gaan […]

en weet derhalve dat de verzekerde en/of begunstigde van de pensioenverzekering altijd beleggingsrisico lopen.”

7. Direct boven de door [XXX] en [eiseres in de hoofdzaak] geplaatste handtekeningen is op het formulier de volgende tekst opgenomen: “De partner verklaart door ondertekening van dit formulier volledig en zonder voorbehoud in te stemmen met de inhoud van de pensioenverzekering.”

8. Op 13 januari 2010 heeft Reaal een zogenoemde startbrief en een mutatieoverzicht aan [XXX] gestuurd. In de startbrief is onder meer de volgende tekst opgenomen:

“Uw pensioenregeling bestaat uit: Ouderdomspensioen en/of partnerpensioen vanaf uw pensioendatum […] Naast het ouderdomspensioen en/of partnerpensioen vanaf uw pensioendatum kent uw pensioenregeling ook pensioenvormen tot de pensioendatum, […] U mag kiezen voor het meeverzekeren van het volgende nabestaandenpensioen:

• In plaats van de hierboven omschreven uitkering, van 90% van de waarde van de beleggingsverzekering, bij uw overlijden vóór de pensioendatum, een levenslang partner pensioen voor uw partner. […]”

9. In het mutatieoverzicht is onder meer de volgende tekst opgenomen:

“Welk kapitaal kunt u opbouwen? […]

Voorbeeldkapitaal op 65-jarige leeftijd.

Als u uw huidige dienstverband voortzet tot 65-jarige leeftijd € 103.937,17.

[…] Als uw huidige dienstverband zou zijn beëindigd per 01-06-2009 € 0,00

[…]

Bij uw overlijden vóór uw pensioendatum

Met het voorbeeldkapitaal bij overlijden tijdens uw dienstverband van € 0,00 kunnen uw eventuele partner en/of kinderen […] onderstaande uitkering ontvangen. […]

Uw partner ontvangt […] € 0,00 per jaar.”

10. Op 13 juni 2010 is [XXX] overleden. [XXX] had met [eiseres in de hoofdzaak] twee kinderen die op de datum van zijn overlijden minderjarig waren.

11. Bij brief van 30 juni 2010 heeft Zicht onder meer het volgende aan [eiseres in de hoofdzaak] meegedeeld:

“In verband met het overlijden van uw partner de heer [XXX] wordt 90% van de beleggingswaarde van bovengenoemde pensioenpolissen uitgekeerd […] In totaal komt er […] ca € 5.400,00 beschikbaar wat contant uitgekeerd mag worden aan de nabestaanden.”

12. Bij e-mail van 21 december 2010 heeft de toenmalige gemachtigde van [eiseres in de hoofdzaak] onder meer het volgende aan SRLEV geschreven: “Mevrouw [eiseres in de hoofdzaak] leeft echter in de veronderstelling dat er een volwaardig partner- en wezenpensioen verzekerd is. Zij ontleent deze veronderstelling uit […] de laatst bij haar bekende pensioenbrief, ondertekend op 2 mei 2003. […] Uit de aan ons beschikbaar gestelde documenten blijkt niet dat de eerder genoemde pensioenbrief van 2 mei 2003 is vervangen door een andere pensioentoezegging. Tevens blijkt niet of de heer [XXX] en mevrouw [eiseres in de hoofdzaak] op de juiste wijze over een voorgenomen wijziging van de pensioenregeling en de daaruit voortvloeiende consequenties voor het partner- en wezenpensioen bij overlijden van de heer [XXX] voor de pensioendatum, zijn geïnformeerd. […] Op basis van de ons nu ter beschikking staande gegeven zijn wij van mening dat de pensioentoezegging zoals vastgelegd in de pensioenbrief van 2 mei 2003 onverkort van kracht is.”

De beoordeling van de vordering in de hoofdzaak

1. Voor hetgeen [eiseres in de hoofdzaak] vordert en de grondslag van de vordering verwijst de kantonrechter naar het vonnis van 11 april 2012.

2. [eiseres in de hoofdzaak] stelt dat Hemlock is tekortgeschoten in de op haar als werkgeefster rustende zorgplicht voor haar werknemers. Hemlock had er volgens [eiseres in de hoofdzaak] voor moeten zorgen dat de verzekeringsmaatschappij en/of tussenpersoon uitvoerig en ondubbelzinnig aan [eiseres in de hoofdzaak] en [XXX] hadden uitgelegd wat de verschillen tussen de diverse pensioenregelingen zijn en wat de gevolgen van de door [eiseres in de hoofdzaak] en [XXX] gekozen regeling zouden zijn, indien [XXX] vroegtijdig zou overlijden. Die zorgplicht drukte des te zwaarder op Hemlock,

nu [XXX] een gezin met kinderen achterlaat, aldus [eiseres in de hoofdzaak]. Aan [eiseres in de hoofdzaak] en [XXX] is nooit

goed uitgelegd wat de risico’s van de nieuwe verzekering waren bij vroegtijdig overlijden van [XXX]. Indien [eiseres in de hoofdzaak] en [XXX] die risico’s hadden gekend, dan hadden zij gekozen voor de zekerheid van de oude pensioenregeling. Het is nooit hun bedoeling geweest het partnerpensioen te laten vallen. Nu [eiseres in de hoofdzaak] en [XXX] hebben gedwaald over de inhoud van de nieuwe pensioenovereenkomst, dient deze te worden vernietigd. In dat geval zijn de oorspronkelijke aanspraken, zoals overeengekomen in 2003, nog steeds van kracht en behoort Hemlock deze na te komen, aldus nog steeds [eiseres in de hoofdzaak].

3. Hemlock heeft gemotiveerd betwist dat zij is tekortgeschoten in haar zorgplicht.

4. [eiseres in de hoofdzaak] stelt dat zij en [XXX] hebben gedwaald over de inhoud van de nieuwe pensioenregeling. Hierover wordt het volgende overwogen. Een onder invloed van dwaling tot stand gekomen overeenkomst is in beginsel vernietigbaar. [eiseres in de hoofdzaak] heeft echter geen vordering tot vernietiging van de nieuwe pensioenregeling ingesteld. Zij heeft evenmin buiten rechte een tot vernietiging van de nieuwe pensioenregeling strekkende verklaring uitgebracht. Dit leidt ertoe dat de kantonrechter niet toekomt aan de vraag of [eiseres in de hoofdzaak] een beroep op dwaling toekomt (vgl. gerechtshof Leeuwarden, 12 januari 2010, LJN: BK9354) en derhalve ook niet toekomt aan een inhoudelijke bespreking van de vorderingen, voor zover deze zouden zijn gebaseerd op dwaling.

5. Echter, ook indien de e-mail van 21 december 2010 van [AAA] aan [BBB] (productie 6 bij dagvaarding) en/of (wellicht) de eerste alinea onder het kopje “Eis” in de dagvaarding zouden moeten worden gelezen als (een) tot de vernietiging van de nieuwe pensioenovereenkomst strekkende verklaring(en), èn in deze procedure zou komen vast te staan, dat [eiseres in de hoofdzaak] een beroep op dwaling toekomt, dan kan dat nog niet leiden tot toewijzing van de vordering tot nakoming, als vermeld onder het eerste aandachtstreepje in het petitum van de dagvaarding. Immers, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom de vernietiging van de nieuwe pensioenovereenkomst tot gevolg heeft dat de oude, al beëindigde overeenkomst herleeft.

6. Omtrent het door [eiseres in de hoofdzaak] gestelde tekortschieten door Hemlock in haar zorgplicht wordt

het volgende overwogen. Een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis (bijvoorbeeld een zorgplicht) kan op grond van artikel 6:74 BW verplichten tot schadevergoeding. [eiseres in de hoofdzaak] vordert echter geen schadevergoeding. Zij vordert nakoming van de oude pensioenregeling. De kantonrechter ziet echter niet in welke juridische grondslag er is om Hemlock wegens een (beweerde) tekortkoming in haar zorgplicht te veroordelen tot nakoming van een (reeds beëindigde) pensioenregeling.

7. De vordering tot nakoming van de oude pensioenregeling is op grond van het bovenstaande niet toewijsbaar.

8. De vordering tot betaling van € 1.000,00 wegens door [eiseres in de hoofdzaak] gemaakte kosten voor de verzorging van haar gezin kwalificeert wel als een vordering tot schadevergoeding in de zin van artikel 6:74 BW. Hemlock betwist het door [eiseres in de hoofdzaak] gevorderde bedrag, nu [eiseres in de hoofdzaak] dat niet heeft onderbouwd. Het had op de weg van [eiseres in de hoofdzaak] gelegen bij repliek het gevorderde bedrag nader te specificeren. [eiseres in de hoofdzaak] heeft dit nagelaten; de door haar overgelegde productie 7 heeft alleen betrekking op de buitengerechtelijke kosten. Daarom zal de vordering tot betaling van € 1.000,00 als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

8. Nu de hoofdvorderingen zullen worden afgewezen, treffen de nevenvorderingen ex artikel 7:625 BW, 6:96 lid 2 sub c BW en 6:119 BW hetzelfde lot.

De beoordeling van de vorderingen in de vrijwaring

9. Nu de vordering van [eiseres in de hoofdzaak] in de hoofdzaak wordt afgewezen dienen de vorderingen van Hemlock in de vrijwaring tegen SRLEV en Zicht eveneens te worden afgewezen.

De proceskosten in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak

10. In navolging van het arrest van de Hoge Raad van 28 oktober 201(LJN: BQ6079) zal [eiseres in de hoofdzaak] als de in het ongelijk te stellen partij in de hoofdzaak worden veroordeeld in de kosten van Hemlock en zal Hemlock als de in het ongelijk te stellen partij in de vrijwaring worden veroordeeld in de kosten van SRLEV en Zicht.

De beslissing

De kantonrechter:

In de hoofdzaak

- wijst de vordering af.

- veroordeelt [eiseres in de hoofdzaak] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Hemlock tot en met vandaag worden begroot op € 300,00 aan salaris van de gemachtigde, en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.

In de vrijwaringszaak

- wijst de vordering af.

- veroordeelt Hemlock tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag worden begroot op € 300,00 aan salaris van de gemachtigde van Zicht en € 300,00 aan salaris van de gemachtigde van SRLEV, en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.