Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ7875

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-04-2013
Datum publicatie
18-04-2013
Zaaknummer
144349 / KG ZA 13-79
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toewijzing beperkt straatverbod

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

Locatie Alkmaar

CVZ/MA

KG nummer: C/14/144349/KG ZA 13-79

datum: 18 april 2013

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

[NAAM MAN],

wonende te Hoogwoud,

EISER IN KORT GEDING,

advocaat mr. L. de Jong te Purmerend,

tegen:

toevoeging aangevraagd

[NAAM VROUW],

wonende te Abbekerk, gemeente Medemblik,

GEDAAGDE IN KORT GEDING,

advocaat mr. M. Strijbis-van der Raaij te Hoorn.

Partijen zullen verder worden genoemd "de man" respectievelijk "de vrouw".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 9 april 2013 zijn verschenen de man vergezeld van mr. De Jong voornoemd alsmede de vrouw vergezeld van mr. Strijbis voornoemd.

De man heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Ter zitting heeft hij zijn eis verminderd.

De vrouw heeft de vordering - zoals gewijzigd - bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van de man de originele dagvaarding en van de zijde van de vrouw een pleitnotitie, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 Tussen partijen heeft een affectieve relatie bestaan. Deze relatie is in 2009 beƫindigd.

2.2 Uit deze relatie zijn drie, thans nog minderjarige, kinderen geboren, te weten"

* [kind 1], geboren te Hoorn op [datum 1],

* [kind 2], geboren te Hoorn op [datum 2],

* [kind 3], geboren op [datum 3].

2.3 Partijen hebben gezamenlijk het gezag over de kinderen.

2.4 De hoofdverblijfplaats van [kind 1] wijzigt van tijd tot tijd. Soms verblijft [kind 1] bij de man, soms bij de vrouw. Partijen laten haar hierin vrij.

2.5 [kind 3] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de vrouw. Tussen de man en [kind 3] bestaat een omgangsregeling die goed verloopt.

2.6 [kind 2] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de man. Op 27 februari 2013 heeft de sectie Familie & Jeugd van deze rechtbank in een beschikking vastgelegd (na een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming) dat omgang tussen de vrouw en [kind 2] op dit moment niet in het belang van [kind 2] kan worden geacht. Deze beschikking houdt voor zover hier van belang het volgende in:

"(...) Aangenomen moet worden dat een gedwongen verandering in de huidige, voor [kind 2] stabiele, situatie zeer waarschijnlijk negatieve consequenties zal hebben voor zijn emotionele welbevinden en zijn schoolprestaties. [kind 2] is een gevoelige en emotionele jongen die slecht tegen spanningen kan, waardoor zijn draagkracht momenteel beperkt is. Een gedwongen contact met zijn moeder levert het gevaar op dat veel van de energie van [kind 2] zich zal richten op verzet in plaats van dat hij de ruimte ervaart zijn eigen afwegingen te kunnen maken. Gezien het feit dat de belemmeringen van [kind 2] zijn mogelijkheden op dit moment overstijgen, laat de draagkracht van [kind 2] naar het oordeel van de rechtbank contact met zijn moeder thans niet toe. Het is overigens denkbaar dat [kind 2] op het moment dat er rust voor hem komt en hij geen energie meer hoeft te steken in het zich verweren, op een andere manier naar de onderlinge verhoudingen zal gaan kijken."

2.7 In het weekend van 1 t/m 3 maart 2013 heeft zich bij de woning van de man een incident voorgedaan tussen de vrouw en [kind 2], waarvan [kind 1] en [kind 3] getuige geweest zijn. De man was op dat moment niet in de woning aanwezig.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 De man vordert (samengevat) - na vermindering van eis - dat het de vrouw verboden wordt zich gedurende twee jaar na betekening van het vonnis te begeven binnen een straal van 100 meter van zijn woning, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van de vrouw in de kosten van dit geding.

3.2 De man legt aan zijn vordering ten grondslag dat de vrouw onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem door, tijdens zijn afwezigheid, zijn woning waar [kind 2] toen verbleef te willen binnengaan. Hij stelt dat dit het zoveelste incident is in een reeks van incidenten, waarmee de vrouw het gevoel van veiligheid van hemzelf maar vooral van de kinderen in gevaar heeft gebracht. Hij voert aan dat hij dat weekend in het buitenland verbleef en voor de kinderen een oppas had geregeld, maar dat de vrouw vanaf het begin de mening is toegedaan dat de kinderen bij haar moeten zijn als de man niet zelf de zorg voor hen op zich kan nemen.

3.3 De vrouw heeft verweer gevoerd. Zij heeft betwist dat zij de woning is binnengegaan en heeft haar lezing gegeven van de gebeurtenissen die tot het incident hebben geleid. Zij heeft benadrukt dat zij heeft gehandeld uit haar gevoel als moeder dat haar kind aan zijn lot was overgelaten. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van een incident, zodat toewijzing van een straatverbod niet gerechtvaardigd is. Voorts heeft zij gevraagd bij toewijzing van de vordering de dwangsom niet op te leggen, dan wel te matigen. Tot slot heeft zij aangevoerd dat de man haar rauwelijks heeft gedagvaard na het incident waardoor zij opnieuw op kosten wordt gejaagd, zodat zij belang heeft bij een veroordeling in de werkelijk door haar gemaakte proceskosten.

3.4 Voor zover voor de beslissing van belang zal hierna inhoudelijk op de verschillende standpunten worden ingegaan.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1 Een straatverbod zoals gevorderd, betreft een dusdanige inbreuk op het aan een ieder toekomende recht om zich vrijelijk te verplaatsen, dat een dergelijke ingrijpende maatregel uitsluitend kan worden toegewezen indien er sprake is van zeer aannemelijke feiten en omstandigheden die een dergelijke inbreuk rechtvaardigen.

4.2 Door de man is in dit verband aangevoerd dat zich in het verleden, sinds de breuk tussen partijen, reeds meerdere incidenten hebben voorgedaan. Hij heeft daarbij verklaard dat de vrouw een vorige oppas zodanig onheus bejegend heeft dat deze heeft aangegeven niet langer als oppas te willen fungeren. Hij heeft verklaard dat hij om die reden dit keer niet met de vrouw heeft kort gesloten dat hij het weekend van 1 t/m 3 maart in het buitenland verbleef en [kind 2] bij een oppas achterliet, teneinde te voorkomen dat de vrouw opnieuw de oppas zou 'wegjagen'. Hij heeft benadrukt dat het incident zeer grote impact heeft gehad op het gevoel van veiligheid van [kind 2], maar ook op zijn eigen gevoel van rust en veiligheid in de woning. Verder heeft hij aangegeven dat hij het vooral onbegrijpelijk vindt dat de vrouw naar zijn woning is toegegaan om poolshoogte te nemen nadat tussen partijen sms-contact had plaatsgevonden, waarbij de vrouw haar zorg had uitgesproken en hij de vrouw had verteld dat hij [kind 2] gesproken had en dat alles in orde was. Hij heeft betoogd dat hij met zijn vordering beoogt te voorkomen dat de vrouw zijn erf nog kan betreden en bij of in de woning kan komen.

4.3 Door de vrouw is verklaard dat [kind 2] telefonisch contact zocht met [kind 1] die op dat moment bij haar was en zei dat hij geen eten meer had omdat de eieren waren stuk gevallen. De vrouw heeft verklaard dat zij toen [kind 1]t met een doosje eieren naar de woning van de man heeft gebracht en dat zij toen [kind 2] binnen alleen aan tafel zag zitten. Aangezien zij het gevoel had dat de man [kind 2] aan zijn lot had overgelaten, terwijl [kind 2] pas 13 is, wilde zij aan [kind 2] vragen of alles wel goed was. Toen zij echter door het tuinhekje liep, richting de voordeur, kwam [kind 2] boos naar buiten en begon haar te slaan en te stompen. Zij heeft desgevraagd verklaard dat haar gevoel dat [kind 2] alleen gelaten was ook voortkwam uit de omstandigheid dat [kind 1] haar geen antwoord wilde geven op de vraag wie de oppas was. Een en ander aldus de vrouw.

4.4 De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Hoewel uit de beschikking van de rechtbank van 27 februari 2013 blijkt dat partijen in die procedure hebben aangegeven dat hun onderlinge communicatie sterk verbeterd zou zijn en partijen dit ook tijdens de mondelinge behandeling in de onderhavige zaak nogmaals hebben bevestigd, is ter zitting vooral het beeld naar voren gekomen van wantrouwen naar elkaar toe. Duidelijk is dat partijen nog veel te veel vast zitten in hun rol van ex-partners en nog niet in staat zijn op het niveau van ouders van hun gezamenlijke kinderen met elkaar te praten. Partijen maken daarbij elkaar over en weer verwijten zonder er blijk van te geven in te zien dat zij zelf ook een aandeel in de gebeurtenissen hebben. De voorzieningenrechter spreekt de hoop uit dat partijen toch blijven werken aan het (verder) verbeteren van hun onderlinge communicatie, in het belang van hun kinderen.

4.5 Ten aanzien van het incident in het weekend van 2/3 maart jl. is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vrouw de grens van het toelaatbare heeft overschreden. [kind 2] verbleef op dat moment bij de man en indien de man ervoor kiest [kind 2] onder de hoede van een oppas achter te laten is hij daarin vrij. De vrouw heeft over de gang van zaken in de woning van de man niets te zeggen. Uiteraard kan van de vrouw niet verlangd worden dat zij haar moedergevoelens uitschakelt, maar zij had over haar zorgen reeds sms-contact met de man gehad en die had haar verzekerd dat alles in orde was. Het was niet aan haar om vervolgens te gaan controleren of dat wel klopte. Door die handelwijze heeft zij een escalatie veroorzaakt die zeker op [kind 2], maar ook op de andere kinderen, een grote impact heeft gehad. Zeker in het licht van de overwegingen in de beschikking van de rechtbank van 27 februari 2013, die nog maar enkele dagen daarvoor was afgegeven, en waarin is overwogen hoe kwetsbaar [kind 2] op dit moment is, had de vrouw [kind 2] met rust moeten laten en zich niet in de richting van de woning moeten begeven.

4.6 Aangezien de vrouw hiervan ter zitting niet doordrongen leek (zij handelde immers alleen uit haar gevoel als moeder) ziet de voorzieningenrechter aanleiding de vordering van de man toe te wijzen op de wijze als hierna te vermelden, teneinde gelijksoortige incidenten in de toekomst te voorkomen.

4.7 Nu het geschil voortkomt uit de omstandigheid dat tussen partijen een affectieve relatie heeft bestaan, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- verbiedt de vrouw om zich gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis zonder toestemming van de man het erf rond de woning en de woning van de man aan de Herenweg 48 te Hoogwoud te betreden, op straffe van een dwangsom van [euro] 100,-- per keer dat de vrouw zich niet aan dit verbod houdt, met een maximum aan de te verbeuren dwangsommen van [euro] 1.000,--;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- weigert de meer of anders gevorderde voorziening.

Gewezen door mr. M.E. Allegro, voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2013 in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier.