Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ5435

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-01-2013
Datum publicatie
25-03-2013
Zaaknummer
11/4905, 11/4906, 11/4907
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De gebreken in de administratie van de coffeeshop leiden tot omkering en verzwaring van de bewijslast. De schatting van verweerder van de winst op basis van het BOOM-rapport is niet onredelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2013/804
FutD 2013-0878
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Zaaknummers: AWB 11/4905, 11/4906 en 11/4907

Uitspraakdatum: 14 januari 2013

Uitspraak in de gedingen tussen

[X], wonende te [Z], eiser,

gemachtigde: drs. M. Mieremet,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/[P], verweerder.

1. Ontstaan en loop van de gedingen

1.1.1. Verweerder heeft met dagtekening 26 januari 2010 aan eiser voor het jaar 2005 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 36.066, bij beschikking een bedrag van € 1.505 heffingsrente in rekening gebracht, alsmede bij beschikking een vergrijpboete opgelegd van € 3.359.

1.1.2. Verweerder heeft met dagtekening 5 augustus 2009 aan eiser voor het jaar 2006 een aanslag ib/pvv opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van

€ 58.606 en bij beschikking een bedrag van € 2.444 heffingsrente in rekening gebracht.

1.1.3. Verweerder heeft met dagtekening 12 februari 2010 aan eiser voor het jaar 2007 een aanslag ib/pvv opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van

€ 64.868 en bij beschikking een bedrag van € 2.199 heffingsrente in rekening gebracht.

1.2. Naar aanleiding van de ingediende bezwaarschriften heeft op 12 juli 2011 een hoorgesprek plaatsgevonden tussen de gemachtigde van eiser en verweerder. Hiervan is een verslag opgemaakt.

1.3.1. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 15 augustus 2011 de navorderingsaanslag ib/pvv 2005 en de beschikking heffingsrente gehandhaafd en de boete verminderd tot € 2.500.

1.3.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 15 augustus 2011 de aanslag ib/pvv 2006 en de beschikking heffingsrente over dat jaar gehandhaafd.

1.3.3. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 15 augustus 2011 de aanslag ib/pvv 2007 en de beschikking heffingsrente over dat jaar gehandhaafd.

1.4. Eiser heeft tegen deze uitspraken beroep ingesteld.

1.5. Verweerder heeft op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 januari 2012. Eiser is daar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens verweerder zijn verschenen mr. R.G.A. de Jong en A.B.J. Kooiker. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst teneinde partijen in de gelegenheid te stellen tot overeenstemming te komen.

De rechtbank heeft op 17 januari 2012 een brief van eiser ontvangen en doorgezonden naar verweerder. Bij brief van 19 januari 2012 heeft verweerder op deze brief gereageerd.

Op 13 december 2012 heeft een tweede onderzoek ter zitting plaatsgevonden.

Namens eiser is verschenen zijn gemachtigde. Namens verweerder zijn verschenen mr. R.G.A. de Jong, A.B.J. Kooiker en mr. H.G. Kooiker. Tegelijkertijd zijn behandeld de beroepen geregistreerd onder zaaknummers 11/4908, 11/4909, 11/4910 en 11/4911 van [A].

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Eiser is geboren in 1977 en gehuwd met mevrouw [B].

2.2. Eiser drijft sinds juli 2005 in de vorm van een eenmanszaak een coffeeshop genaamd [C]. Deze is gevestigd op het adres [adres]. Hij heeft de onderneming overgenomen van de heer [D].

De activiteiten van de onderneming bestaan uit het exploiteren van een coffeeshop met verkoop van softdrugs, alcoholvrije dranken, snoep, vloeitjes en aanstekers.

2.3. Eiser heeft voor het jaar 2005 aangifte ib/pvv gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 15.324. In deze aangifte heeft eiser een belastbare winst uit onderneming van € 4.580 aangegeven.

Verweerder heeft met dagtekening 12 oktober 2007 de definitieve aanslag ib/pvv 2005 opgelegd conform de aangifte.

2.4. Eiser heeft voor het jaar 2006 aangifte ib/pvv gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 20.335. In deze aangifte heeft eiser een belastbare winst uit onderneming van € 20.823 aangegeven.

2.5. Eiser heeft voor het jaar 2007 aangifte ib/pvv gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 22.124. In deze aangifte heeft eiser een belastbare winst uit onderneming van € 22.647 aangegeven.

2.6. Verweerder heeft op 16 april 2009 een boekenonderzoek bij eiser ingesteld naar de aanvaardbaarheid van de aangiften ib/pvv 2005 tot en met 2007 en omzetbelasting over het tijdvak 7 juli 2005 tot en met 31 december 2008. De bevindingen hiervan zijn neergelegd in een rapport van 7 januari 2010. Naar aanleiding daarvan zijn de onder 1.1.1 tot en met 1.1.3 vermelde (navorderings)aanslagen opgelegd. Voor zover hier van belang is in dit rapport het volgende opgenomen:

“(…) De coffeeshop is het gehele jaar open. De openingstijden zijn van 09.00 uur tot 01.00 uur. (…) De heer [X] heeft thans 2 medewerkers in dienst. Dit was ook het geval in de controlejaren. De heer [X] draaide zelf ook diensten in de coffeeshop.

(…)

4.1 Dagelijkse vastleggingen

(…) Een kassa is aanwezig in de coffeeshop.

De heer [X] zorgt dat bij aanvang van de eerste dienst een voorraadstaat van de softdrugs aanwezig is. Dit is een in Excel gemaakte lijst waarop staat afgedrukt de soorten softdrugs en joints. Verder staan de volgende kolommen erop afgedrukt:

? Rest voor

Dit is de beginstand van de verschillende soorten sofdrugs en joints. De heer [X] vult deze kolom met pen in. (…)

? Inkoop

Dit is de uit de handelsvoorraad door de heer [X] zelf geleverde bijvul naar de shop. De heer [X] vult tevens de bijvul met pen in.

? Prijs

In deze kolom staan de inkoopprijzen vermeld. Deze zijn reeds afgedrukt op de voorraadstaat en over alle jaren gelijk.

? Totaal

Dit is het bedrag van de in het kasboek verantwoorde inkoop. Deze kolom is leeg en wordt later door de heer [X] in Excel verwerkt. Zie verder inkoop.

? Rest+Inkoop

Dit is het totaal van beide kolommen. Deze kolom is leeg en wordt later door de heer [X] in Excel verwerkt.

? Verkoop

Dit zijn de aantallen van de verkoop. Deze kolom is leeg en wordt later door de heer [X] in Excel verwerkt.

? Prijs

In deze kolom staan de verkoopprijzen vermeld. Deze zijn reeds afgedrukt op de voorraadstaat en over alle jaren gelijk.

? Totaal

Dit is het bedrag van de omzet (aantal X prijs). Deze kolom is leeg en wordt later door de heer [X] in Excel verwerkt.

? Rest na

Dit is de eindvoorraad (grammen en getallen) van de shop. Deze kolom is leeg en wordt later door de heer [X] in Excel verwerkt.

Onder aan de voorrraadstaat worden de totale in- en verkopen vermeld.

(…)

Naast de voorraadstaat is in de coffeeshop ook een turfstaat aanwezig. Dit is een in Excel gemaakte staat waarop staan afgedrukt de kassa (€ 150), de soorten softdrugs en joints, de grammen van de verkoop (b.v. zero zero 1, 2 en 3 gram) en de verkoopprijzen. Hierop wordt door het personeel geturfd met pen de aantallen verkopen van de verschillende soorten softdrugs en joints.

Bij wisseling van de wacht, waarbij ook de heer [X] vaak aanwezig is, wordt het geld van de omzet gecontroleerd met de turflijst van het personeel. Het bedrag van de omzet wordt op een bonnetje geschreven en samen met het geld, behoudens het startbedrag van € 150, in een zakje gedeponeerd. Het personeelslid van de 2e dienst gaat meestal met dezelfde turfstaat door. Aan het einde van de avond, waar ook de heer [X] vaak aanwezig is, controleert het personeelslid het geld van de 2e dienst met de turflijst, noteert het bedrag van de omzet op een bonnetje en deponeert het bedrag met het bonnetje in een zakje. Kasverschillen zouden er nauwelijks zijn.

(…)

De heer [X] neemt het Z-rapport, de zakjes met het geld en de omzetbonnetjes, de (klad)voorraadlijst en de turfstaat mee naar huis. Over 2006 en 2007 wordt wederom in Excel een voorraadlijst opgemaakt. De met pen ingevulde gegevens worden overgenomen en de ontbrekende kolommen worden nu ingetoetst. In 2005 werden de dagelijkse (klad)voorraadlijsten door de heer [X] per dag op “net” voorraadlijsten verwerkt. (…) De in- en verkoop wordt getotaliseerd. In 2005 werden de inkopen per soort bepaald door de verkochte aantallen te vermenigvuldigen met de inkoopprijs.

De volgende gegevens zijn niet bewaard gebleven:

- De oorspronkelijke (klad)voorraadstaten aan de hand waarvan de latere voorraadstaten zijn ingevuld.

- De dagelijkse turfstaten met de aantallen verkochte softdrugs

- De door het personeel op het bonnetje genoteerde omzet per dienst.

- Controlerol kassa

Van de softdrugs zijn geen inkoopfacturen aanwezig. Daarom zijn bovenstaande bescheiden voor de Belastingdienst van essentieel belang om de door de heer [X] verantwoorde winst op juistheid te kunnen controleren. Er kan geen vergelijking worden gemaakt met bovenstaande primaire kladgegevens (personeel) en de door de heer [X] verwerkte gegevens in Excel.

(…)

4.2 Inkoopadministratie softdrugs

In de controlejaren werd door de heer [X] ingekocht bij één leverancier. Dit zijn er thans twee. Er werd één keer per week of om de 3 dagen ingekocht. De heer [X] rekende altijd direct contant af. Op een kladpapiertje noteerde de heer [X] de soorten softdrugs, de grammen/aantallen, het inkoopbedrag en de datum. De softdrugs Zero Zero en Super Polm werden in grammen ingekocht, in eigen beheer versneden en in zakjes van 1,2 en 3 gram verpakt. De overige softdrugs werden in kant en klare zakjes ingekocht.

De joints werden zelf gedraaid.

De kladjes van de inkoop heeft de heer [X] niet bewaard.

(…)

4.3 Kasadministratie

De heer [X] houdt een kasboek in Excel bij. Hierin wordt de totale dagelijkse omzet softdrugs en totale omzet overige genoteerd. Tevens worden de contante uitgaven, de privé-opnamen en de stortingen naar de bank vermeld. Ook worden de inkopen softdrugs vermeld. Echter niet op de juiste datum. Zoals de heer [X] heeft verklaard worden de softdrugs één keer per week of om de 3 dagen ingekocht. Op deze data dienen de inkopen te worden verantwoord in het kasboek. De heer [X] noteert de berekende inkoop van de voorraadstaten in het kasboek. In 2005 aan de hand van de verkochte aantallen en in 2006 en 2007 aan de hand van de bijvul naar de shop. Dit betekent dat dagelijks een inkoop wordt vermeld in het kasboek. (…)

5.2. Geconstateerde gebreken in de administratie

1/ Geen juiste inkoopadministratie van softdrugs. Zie punt 4.2.

De kladjes van de inkopen softdrugs zijn niet bewaard gebleven. De inkopen dienen te worden vastgelegd in soort, aantal grammen/zakjes en inkoopprijs. Tevens dient te worden vastgelegd op welke data de inkopen hebben plaatsgevonden. De kas- en voorraadadministratie dienen hierop aan te sluiten.

2/ Geen juiste kasadministratie. Zie punt 4.3.

De inkopen softdrugs worden niet geboekt op de werkelijke datum van betaling. Kascontrole, het vergelijken van het boeksaldo met het werkelijke aanwezige kasgeld is derhalve niet mogelijk. (…)

3/ Geen juiste voorraadadministratie van de softdrugs. Zie punt 4.4.

De kladjes van de totale voorraadadministratie (winkel- en stashvoorraad) zijn niet bewaard gebleven. (…)

4/ Het niet bewaren van de oorspronkelijke voorraadstaten, de dagelijkse turfstaten van het personeel en het door het personeel op het bonnetje genoteerde omzet per dienst.

De door de heer [X] verantwoorde winst is door de Belastingdienst niet meer te controleren met deze primaire gegevens.

5/ Geen voorraadlijst van de softdrugs per balansdatum Zie punt 4.4.

6/ Het niet bewaren van de controlerol van de kassa.

Hierop worden alle handelingen inclusief correctieboekingen vastgelegd en deze dient bewaard te blijven.

Gebleken is dat de administratie niet voldoet aan de eisen van artikel 52 AWR, artikel 31 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting en artikel 34 Wet op de omzetbelasting.

(…)

5.3 Brutowinst

Uit de administratie blijken de volgende brutowinstpercentages, uitgedrukt in een percentage van de inkoopwaarde:

(…)

2005 2006 2007

BRUTOWINST % v.d. INKOPEN 52 57 54

(…)

5.4 Verwerping administratie; omkering bewijslast

De administratie wordt verworpen op grond van :

1- gebreken in de administratie

2- het lage brutowinstpercentage

De gevoerde administratie kan niet dienen als basis voor de fiscale winstberekening.

De bewijslast wordt nu omgekeerd. Dit houdt in dat in een bezwaar- en/of beroepsprocedure (artikel 25, lid 6 respectievelijk 27e Algemene wet inzake rijksbelastingen) belastingplichtige op overtuigende wijze moet doen blijken dat de aanslag tot een te hoog bedrag is opgelegd.

5.5 Winstcorrectie

2005 Ven W Berekend Correctie OMZET SOFTDRUGS € 122.133 € 122.133

INKOOPWAARDE € 80.437 € 61.067 € 19.371

BRUTO WINST € 41.696 € 61.067

BRUTOWINST % v.d. INKOPEN 52 100

2006 Ven W Berekend Correctie OMZET SOFTDRUGS € 261.217 € 261.217

INKOOPWAARDE € 166.382 € 130.609 € 35.774

BRUTO WINST € 94.835 € 130.609

BRUTOWINST % v.d. INKOPEN 57 100

2007 Ven W Berekend Correctie OMZET SOFTDRUGS € 295.309 € 295.309

INKOOPWAARDE € 192.029 € 147.655 € 44.375

BRUTO WINST € 103.280 € 147.655

BRUTOWINST % v.d. INKOPEN 54 100

(…)

7.4 Inkomstenbelasting 2005

2005

Aangegeven belastbaar inkomen Box 1 € 15.324

Totale correctie € 20.742

-----------

Gecorrigeerd belastbaar inkomen Box 1 (navordering) € 36.066

(…)

7.5 Inkomstenbelasting 2006

2006

Aangegeven belastbaar inkomen Box 1 € 20.335

Totale correctie € 38.271

----------

Gecorrigeerd belastbaar inkomen Box 1 € 58.606

(…)

7.6 Inkomstenbelasting 2007

2007

Aangegeven belastbaar inkomen Box 1 € 22.647

Totale correctie € 42.221

----------

Gecorrigeerd belastbaar inkomen Box 1 € 64.868

9 Boeten

9.1 Kennisgeving artikel 67k AWR

De kennisgeving is de heer [X] en zijn adviseur meegedeeld in het voorlopig rapport van 11 augustus 2009. De tekst zullen wij integraal hieronder opnemen.

Over de navorderingsaanslag inkomstenbelasting zal een vergrijpboete worden opgelegd. Deze boete is gebaseerd op artikel 67e van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen en paragraaf 25 en 27 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst. Omdat naar onze mening sprake is van (voorwaardelijke) opzet, bedraagt de vergrijpboete op grond van paragraaf 25 in principe 50%. De feiten en omstandigheden op grond waarvan deze vergrijpboete wordt opgelegd betreffen:

De heer [X] heeft essentiële bescheiden niet bewaard. De inkopen van de softdrugs zijn niet op de juiste datum verantwoord in het kasboek waardoor kascontrole niet kon plaatsvinden. De heer [X] heeft bewust het risico aanvaard dat een onjuiste aangifte werd ingediend en dat deze aangifte zou leiden tot het heffen van te weinig belasting. Dit is de heer [X] aan te rekenen. Derhalve zijn wij van mening dat de heer [X] zich willens en wetens schuldig heeft gemaakt aan de niet te verwaarlozen kans dat (aanzienlijk) te weinig belasting is geheven. De correcties gerelateerd aan de aangegeven winst en het aangegeven belastbaar inkomen is naar verhouding groot.

9.2 Mededeling ingevolge artikel 67g AWR

Ingevolge artikel 67g AWR zal over de navorderingsaanslag inkomstenbelasting een vergrijpboete worden opgelegd.

Daar de correctie mede tot stand is gekomen door toepassing van de omkering van de bewijslast, is er voor ons reden de boete te matigen.

Verder zijn ons geen andere strafverminderende omstandigheden bekend.

Wij zullen de vergrijpboete matigen naar 40%.

(…)”

3. Geschil en standpunten van partijen

3.1. In geschil is of verweerder over de jaren 2005, 2006 en 2007 terecht en tot de juiste bedragen de winst heeft gecorrigeerd.

3.2. Eiser betwist dat de administratie gebreken vertoont. Het enige dat eiser op dit punt kan worden verweten is dat primaire bescheiden niet zijn bewaard. In de jaren waarin die wel bewaard zijn gebleven, is echter geen ander winstpatroon te zien.

Ten aanzien van de hoogte van de correcties beroept eiser zich, indien er al aanleiding is voor enige correctie, op de berekening van het Trimbos-instituut (opgenomen in het rapport ‘THC-concentraties in wiet, nederwiet en hasj in Nederlandse coffeeshops (2006-2007)’). In die berekening wordt uitgegaan van zowel gemiddelde inkoopprijzen als ook gemiddelde verkoopprijzen. Het is niet juist dat verweerder de verkoopprijzen van eiser tot uitgangspunt neemt en daarop gemiddelde inkoopprijzen loslaat, aldus eiser. Bovendien verkoopt eiser vooral geïmporteerde hasjiesj, waarvoor hogere inkoopprijzen gelden dan de door verweerder gehanteerde bedragen die betrekking hebben op de verkoop door Nederlandse hennepkwekerijen.

3.3. Verweerder neemt het standpunt in dat de administratie zodanige gebreken vertoont dat deze moet worden verworpen, hetgeen leidt tot omkering en verzwaring van de bewijslast.

Naar de mening van verweerder is de gemaakte schatting, ter onderbouwing van de correcties, redelijk. Verweerder voert daartoe onder verwijzing naar het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie van april 2005 (hierna: het BOOM-rapport) aan dat in deze branche een brutowinstpercentage van 100 als percentage van de inkoopprijs gebruikelijk is, welk uitgangspunt in de jurisprudentie wordt bevestigd.

Ten aanzien van de boete is verweerder van mening dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet. Ter zitting van 9 januari 2012 heeft verweerder subsidiair grove schuld gesteld.

Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen.

4. Beoordeling van het geschil

Omkering en verzwaring van de bewijslast

4.1.1. Artikel 27e, aanhef en letter b, alsmede de een na laatste volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de AWR) regelt, voor zover van belang, dat het beroep van de belastingplichtige ongegrond moet worden verklaard indien deze niet volledig heeft voldaan aan de verplichtingen van artikel 52 van de AWR, tenzij de belastingplichtige overtuigend kan aantonen dat en in hoeverre de uitspraak op het bezwaar onjuist is.

4.1.2. In artikel 52 van de AWR is, voor zover hier van belang, bepaald dat administratieplichtigen, zoals eiser, gehouden zijn van hun vermogenstoestand en van alles betreffende hun bedrijf naar de eisen van dat bedrijf op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken.

4.1.3. Op grond van artikel 52a van de AWR dient de inspecteur vanaf 1 juli 2011 een informatiebeschikking te nemen alvorens de omkering en verzwaring kan worden toegepast op basis van onder meer gebreken in de administratie. In casu ontbreekt een dergelijke informatiebeschikking. De rechtbank overweegt dat de in geding zijnde aanslagen reeds vóór 1 juli 2011 zijn opgelegd met toepassing van de omkering en verzwaring van de bewijslast in verband met het niet voldoen aan de administratieplicht van artikel 52 van de AWR. Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat, hoewel de uitspraak op bezwaar dateert van na 1 juli 2011, verweerder niet gehouden was om, alvorens uitspraak op bezwaar te doen, alsnog een informatiebeschikking te nemen.

4.1.4. Verweerder betoogt dat de administratie van belanghebbende niet kan dienen als betrouwbare basis voor de belastingheffing, zodat er reden is voor toepassing van de omkering en verzwaring van de bewijslast van artikel 27e van de AWR. Daarbij heeft verweerder met name gewezen op het ontbreken van alle relevante primaire bescheiden.

4.1.5. Naar het oordeel van de rechtbank mag van een exploitant van een coffeeshop, gelet op de aard van de branche, niet worden verwacht dat hij ter zake van de inkopen van softdrugs over inkoopfacturen beschikt (vgl. Hoge Raad 27 september 2002, nr. 36 676, LJN: BI7922). Dit neemt evenwel niet weg dat op de voet van het bepaalde in artikel 52 van de AWR mag worden verwacht dat hij op een systematische wijze de inkoop van softdrugs in zijn administratie vastlegt. Dit houdt onder meer in dat hij nauwgezet in hoeveelheden, soort softdrugs en geld bijhoudt op welke data inkopen zijn verricht en dat hij een hierop aansluitende kas- en voorraadadministratie voert. Dat betekent dat hij de uitgaven die hij ter zake van de inkoop van softdrugs doet per afzonderlijke mutatie in de kas- of bankadministratie tot uiting brengt, dat deze administratie aansluit op een voorraadadministratie van de tot het ondernemingsvermogen behorende drugs en dat de aan deze administratie ten grondslag liggende primaire bescheiden worden bewaard.

4.1.6. In de eerste plaats heeft eiser geen relevante primaire bescheiden (de voorraadstaten, de turfstaten, de omzetbonnetjes per dienst van het personeel en de controlerol van de kassa) bewaard. Weliswaar zette eiser alle gegevens dagelijks aan het einde van de dag over in een excel-bestand, maar door het ontbreken van de onderliggende stukken is dit bestand op geen enkele wijze te controleren. Daarnaast zijn de inkopen softdrugs in het kasboek dikwijls niet verantwoord op de juiste datum. De uitgaven in de kasadministratie ter zake van de inkopen werden met regelmaat geboekt op een andere datum dan waarop die uitgaven daadwerkelijk werden gedaan. Met betrekking tot het jaar 2005 werden de uitgaven in de kasadministratie niet geboekt aan de hand van de inkopen en de betalingen ter zake, maar aan de hand van de verkopen. Een kasboek dient echter de constante geldstroom correct weer te geven, anders is kascontrole niet mogelijk.

De gebreken zijn van zodanige aard en omvang dat het op grond van de thans beschikbare administratie niet mogelijk is tot een voldoende betrouwbaar en controleerbaar oordeel te komen omtrent de kostprijs van de inkopen van de door eiser verkochte drugs, de hoeveelheid verkochte softdrugs en de uit dien hoofde verantwoorde winst en daarmee de bepaling van de belastingverplichtingen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom grond voor toepassing van artikel 27e van de AWR. Dit betekent dat het aan eiser is om overtuigend de onjuistheid van de correcties aan te tonen.

4.2. Eiser heeft de correcties betwist met het overleggen van berekeningen gebaseerd op gegevens van het Trimbosrapport. In dit rapport worden echter alleen de verkoopprijzen van de coffeeshops genoemd en niet de inkoopprijzen. Eiser is bij zijn berekening uitgegaan van de gemiddelde verkoopprijzen genoemd in het rapport van het Trimbos-instituut - derhalve niet van de door hem zelf gerealiseerde verkoopprijzen - en heeft als inkoopprijs 50% daarvan genomen. Die inkoopprijs heeft eiser onderbouwd met de stelling dat de inkoopprijs doorgaans 50% van de verkoopprijs is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser hiermee niet op overtuigende wijze de onjuistheid van de correcties aangetoond, waarbij in aanmerking wordt genomen dat verweerder bij de berekening van de correcties nu juist de door eiser zelf gerealiseerde verkoopcijfers tot uitgangspunt heeft genomen en, afgezet tegen de inkoopprijzen, uitgaat van een brutowinstmarge van 100%, zoals de facto ook door eiser zelf is gedaan.

4.3. De zogenoemde omkering en verzwaring van de bewijslast ontslaat verweerder evenwel niet van zijn verplichting de door hem aangebrachte correcties niet naar willekeur vast te stellen. De aanslagen dienen te berusten op een redelijke schatting. Verweerder heeft de winstcorrecties gebaseerd op de gemiddelde inkoopprijzen van softdrugs in de markt zoals deze blijken uit het door hem ingebrachte BOOM-rapport en is ten aanzien van de opbrengst uitgegaan van de door eiser zelf genoemde bedragen. Verweerder heeft de winst vervolgens berekend op basis van een brutowinst, uitgedrukt als percentage van de inkopen, van 100%.

De in het BOOM-rapport genoemde verkoopprijzen die worden gehanteerd door hennepkwekerijen leiden volgens de berekening van verweerder tot een gemiddelde brutowinstmarge van 165% voor de drie soorten meest verkochte drugs. Voor alle door eiser verkochte drugs varieert de brutowinstmarge van 102% als minimum (voor drie gram Super Polm) tot 238% (voor één gram Zero Zero). Niet gezegd kan worden dat verweerder door de winstcorrecties te baseren op een brutowinstmarge van 100% de correcties onredelijk of willekeurig heeft vastgesteld. De stelling van eiser dat hij niet inkoopt bij Nederlandse hennepkwekerijen maar met name geïmporteerde hasjiesj verkoopt, hetgeen bij de redelijke schatting aanleiding zou zijn een lager brutowinstpercentage te hanteren dan het door verweerder voorzichtig percentage van 100, heeft eiser op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. De rechtbank gaat dan ook aan deze stelling voorbij.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de in geding zijnde (navorderings)aanslagen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd.

Boete

4.4.1. Verweerder heeft over het jaar 2005 een vergrijpboete opgelegd van 40% van de navorderingsaanslag. Daarbij neemt verweerder het standpunt in dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet. Ingevolge artikel 67e, eerste en tweede lid, van de AWR kan de inspecteur een boete van ten hoogste 100% van het bedrag van de navorderingsaanslag opleggen indien het aan opzet of grove schuld van de belastingschuldige te wijten is dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld. Volgens paragraaf 25, derde lid, Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (hierna: het Besluit) legt de inspecteur in het geval van opzet een vergrijpboete op van 50%. De grondslag van de boete wordt, gezien het bepaalde in artikel 67e, tweede lid, van de AWR in verband met artikel 26, tweede lid, van het Besluit gevormd door het belastingbedrag dat aan het opzettelijk te weinig aangegeven inkomen is toe te rekenen.

Op grond van paragraaf 25, eerste lid, van het Besluit wordt onder opzet mede verstaan voorwaardelijk opzet, hetgeen moet worden uitgelegd als de situatie waarin de belastingplichtige bij het doen van de onjuiste aangifte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat hij een als onjuist aan te merken aangifte deed.

De rechtbank overweegt dat de vastgestelde gebreken aan de administratie aan eiser zijn te wijten. Blijkens de door eiser gehanteerde administratie was sprake van brutowinstpercentages variërend van 52% tot 57%. Verweerder heeft stukken overgelegd waaruit ten aanzien van de door eiser meest verkochte softdrugs blijkt van gemiddelde brutowinstmarges van 165%. Ondanks het feit dat verweerder bij het berekenen van de correcties is uitgegaan van een brutowinstmarge van ‘slechts’ 100%, heeft deze berekening geleid tot winstcorrecties in de jaren 2005 tot en met 2007 van € 19.371 respectievelijk

€ 35.774 en € 44.375. Volgens de gegevens in de jaarstukken had eiser in die jaren

€ 14.345 respectievelijk € 29.617 en € 34.099 aan winst genoten. De verschuldigde belasting over de niet aangegeven winst en de correctie op de zelfstandigenaftrek is derhalve zowel absoluut als relatief aanzienlijk. De rechtbank acht genoemde verschillen en de gebreken in de administratie van een dusdanige aard en omvang dat het niet anders kan dan dat eiser zich ervan bewust is geweest dat als gevolg van zijn handelwijze te weinig belasting zou worden geheven. Op grond van vorengenoemde omstandigheden acht de rechtbank verweerder geslaagd in de op hem rustende bewijslast dat eiser met zijn aangifte willens en wetens heeft aanvaard dat te weinig belasting zou worden geheven.

Verweerder heeft bij het opleggen van de boete reeds rekening gehouden met het feit dat de navorderingsaanslag is komen vast te staan met toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast. De rechtbank acht de opgelegde boete passend en geboden.

4.4.2. De rechtbank dient voorts te onderzoeken of er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Op grond van de uitgangspunten zoals geformuleerd door de Hoge Raad in zijn arrest van 22 april 2005, nr. 37 984 (LJN: AO9006) heeft voor de berechting van de zaak in eerste aanleg als uitgangspunt te gelden dat deze niet binnen een redelijke termijn geschiedt indien niet binnen twee jaar nadat die termijn is aangevangen uitspraak wordt gedaan, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.

De boete is aangekondigd in het voorlopige controlerapport met dagtekening 11 augustus 2009. Dit betekent dat er vanaf dat moment tot aan het moment waarop de rechtbank uitspraak doet een periode van drie jaar en vijf maanden is verstreken, aldus een overschrijding van de redelijke termijn van één jaar en vijf maanden. Dat leidt in beginsel tot een vermindering van de boete met 15%. Aangezien verweerder de boetes in de bezwaarfase reeds heeft verminderd tot € 2.500, hetgeen een vermindering is van meer dan 15%, ziet de rechtbank geen aanleiding de boete verder te verminderen op grond van overschrijding van de redelijke termijn.

Heffingsrente

4.5. De beroepen voor zover betrekking hebbend op de beschikkingen heffingsrente heeft eiser niet afzonderlijk onderbouwd. Omdat de beroepsgronden tegen de belastingaanslagen geen doel treffen, zullen de beroepen tegen de beschikkingen heffingsrente eveneens ongegrond worden verklaard.

Slotsom

4.6. Uit het voorgaande volgt dat de beroepen ongegrond zullen worden verklaard.

5. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aan¬lei¬ding voor een proceskostenveroordeling.

6. Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. de Hek, voorzitter, mr. A.A. Fase en mr. S.K.A. Efstratiades, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Anema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2013.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.