Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ0154

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31-01-2013
Datum publicatie
31-01-2013
Zaaknummer
142883 / KG ZA 13-6
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Essentie: Vorderingen op grond van beweerderlijk onrechtmatige uitlatingen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

CVZ/AS

KG nummer: C/14/142883/KG ZA 13-6

datum: 31 januari 2013

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

1. de vennootschap onder firma [bedrijfsnaam],

gevestigd en kantoor houdende te Heerlen,

2. [naam vennoot],

vennoot van eiseres sub 1,

wonende te Stein,

EISERS IN KORT GEDING,

advocaat mr. L.N. Hermes te Noord-Scharwoude,

tegen:

Marcel [GEDAAGDE],

wonende te Oudkarspel, gemeente Langedijk,

GEDAAGDE IN KORT GEDING,

advocaat mr. E.A.M. Claassen te Zwolle.

Partijen zullen verder worden genoemd "[eiseres]" respectievelijk "[gedaagde]".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 22 januari 2013 zijn verschenen [eiseres], vergezeld van mr. Hermes voornoemd en [gedaagde] vergezeld van mr. Claassen voornoemd. Voorts zijn als informanten aan de zijde van [eiseres] verschenen de heren [naam 1] en de heer [naam 2].

[eiseres] heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

[gedaagde] heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van [eiseres] de originele dagvaarding en van de zijde van [gedaagde] pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 [eiseres] houdt zich bedrijfsmatig bezig met het vervangen en repareren van autoruiten. [eiseres] werkt voor verzekeringsmaatschappijen en verzorgt voor zijn klanten de financiële afwikkeling met de verzekeringsmaatschappijen.

2.2 [gedaagde] is als vennoot verbonden aan AR Expertise & Onderzoek. Deze onderneming houdt zich in opdracht van verzekeringsmaatschappijen onder meer bezig met het controleren van de juistheid van de ingediende facturen ter zake van de vervanging van autoruiten.

2.3 [eiseres] heeft in 2012 geconstateerd dat zijn rating in eXchange is gewijzigd van een 'C' rating naar een 'D" rating. In eXchange worden door alle aangesloten partijen bij Glasgarant scores bijgehouden voor de werkwijze en bejegening door de aangesloten reparatiebedrijven. Ook worden hierin de uitslagen verwerkt van klanttevredenheidsonderzoeken. Een lagere rating heeft gevolgen voor het aantal opdrachten dat door verzekeraars aan een bedrijf worden verstrekt en voor het eigen risico dat bedrijven verschuldigd worden.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [eiseres] vordert - verkort weergegeven - [gedaagde] te gebieden uitlatingen over [eiseres] te doen die inhouden dat hij door [eiseres] zou zijn bedreigd, te staken en gestaakt te houden. Voorts vordert [eiseres] dat [gedaagde] wordt veroordeeld zijn onrechtmatige uitlatingen naar de verzekeringsmaatschappijen te rectificeren. Een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

3.2 [eiseres] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde] onrechtmatig handelt jegens hem door in strijd met de waarheid te verklaren dat hij door [eiseres] is bedreigd. [eiseres] stelt dat hij wel eens heftige discussies voert en heeft gevoerd met [gedaagde] over door hem ingediende facturen, maar hij heeft betwist dat hij [gedaagde] heeft bedreigd.

3.3 [gedaagde] heeft verweer gevoerd. Hij heeft onder meer verklaard dat [eiseres] hem in 2007 telefonisch heeft bedreigd en dat hij hiervan melding heeft gemaakt bij de politie en bij de verzekeringsmaatschappij ASR. Hij betwist dat hij daarna nog melding heeft gedaan van bedreigingen door [eiseres]. Wel heeft hij in dat verband nog verklaard dat hij de contacten met [eiseres] regelmatig als intimiderend ervaart en dat zijn vennootschap om die reden vorig jaar een andere medewerker als vaste contactpersoon voor [eiseres] heeft aangewezen, zodat hij, [gedaagde], meer afstand kon nemen.

3.4 Voor zover voor de beslissing van belang zal hierna inhoudelijk op de verschillende standpunten worden ingegaan.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1 Als meest verstrekkend verweer heeft [gedaagde] aangevoerd dat [eiseres] geen spoedeisend belang heeft bij zijn vordering, omdat de bedreiging waarvan melding is gedaan al in 2007 heeft plaatsgevonden, derhalve 5,5 jaar geleden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter faalt dit verweer. Door [eiseres] is voldoende aannemelijk gemaakt dat hij vorig jaar een verlaging van zijn rating in eXchange heeft bemerkt, welke verlaging voor zijn bedrijf gevolgen had in die zin dat verzekeringsmaatschappijen minder schadegevallen naar hem hebben verwezen en dat hij een hoger eigen risico verschuldigd is geworden aan de verzekeraars. Deze verlaging is volgens [eiseres] het gevolg van de door hem gestelde onrechtmatige uitlatingen door [gedaagde]. Derhalve heeft [eiseres] voldoende spoedeisend belang bij zijn vordering.

4.2 Ten aanzien van het gevorderde gebod om de gestelde uitlatingen te staken en gestaakt te houden wordt het volgende overwogen. Door [eiseres] is betwist dat hij [gedaagde] bedreigd heeft. Door [gedaagde] is verklaard dat [eiseres] hem in 2007 telefonisch bedreigd heeft en dat hij daar in die tijd melding van heeft gemaakt bij de politie en bij ASR en Glasgarant. [gedaagde] heeft echter gemotiveerd betwist dat hij nadien meer meldingen van bedreigingen heeft gedaan. Voorts heeft hij benadrukt dat hem door Glasgarant is verzekerd dat een enkele mededeling van hem over een bedreiging ook niet tot gevolg kan hebben dat de rating van [eiseres] is verlaagd, maar dat dit samenhangt met meerdere factoren. Van de zijde van [gedaagde] is voorts een proces-verbaal van aangifte bij politie overgelegd van zijn compagnon, de heer [naam 3], die op 27 augustus 2012 aangifte heeft gedaan van bedreigingen door [eiseres] in de periode 1 januari 2010 tot 16 augustus 2012.

4.3 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiseres], in het licht van de overgelegde producties, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat door [gedaagde] onware mededelingen zijn gedaan omtrent bedreigingen door [eiseres]. Voorts is door [eiseres] onvoldoende aannemelijk gemaakt dat door [gedaagde] na 2007 mededelingen omtrent bedreigingen door [eiseres] zijn gedaan naar verzekeraars. De voorzieningenrechter kent in dit verband mede betekenis toe aan het feit dat [eiseres] weliswaar heeft betwist dat hij zich in dreigende taal heeft uitgelaten, maar wel heeft erkend dat er regelmatig sprake is van heftige discussies met AR omtrent de door hem gefactureerde bedragen. Ook wordt er betekenis aan toegekend dat binnen AR begin 2012 aanleiding is gezien om [gedaagde] niet langer te belasten met het onderhoud van de door deze als intimiderend ervaren contacten met [eiseres], maar dit aan zijn compagnon toe te vertrouwen, en dat deze compagnon inmiddels aangifte heeft gedaan van bedreigingen door [eiseres]. Dat geeft te denken omtrent de wijze van bejegening door [eiseres] van zijn zakelijke contacten.

4.4 De door [eiseres] meegebrachte informanten, de heren [naam 1] en

[naam 2]hebben uit eigen wetenschap geen mededelingen kunnen doen omtrent het wel of niet doen van bedreigingen door [eiseres]. Los van de vraag of de mededelingen van [gedaagde] in 2007 op waarheid berusten of niet, wordt geoordeeld dat in deze procedure onvoldoende aannemelijk geworden is dat [gedaagde] na 2007 mededelingen heeft gedaan tegen verzekeringsmaatschappijen over bedreigingen door [eiseres]. Reeds om die reden dient dit deel van de vordering van [eiseres] te worden afgewezen.

4.5 Door [eiseres] is ter ondersteuning van zijn standpunt dat [gedaagde] onwaarheden over hem rondverteld heeft nog gewezen op zijn gewijzigde rating in eXchange. Door [gedaagde] is ter zitting echter onweersproken uiteengezet dat dit een systeem betreft waarin Door Glasgarant scores worden gegeven op een groot aantal relevant geachte aspecten van de dienstverlening van de schaderherstelbedrijven waarmee zij werkt, waarvoor onder meer klantwaarderingen als input worden gebruikt. Doelsteling van het systeem is blijkens de door [gedaagde] overgelegde beschrijving daarvan het zichtbaar maken welke bedrijven een optimale bijdrage leveren aan de drie Glasgarant doelstellingen (verlaging van de schadelast, procesefficiency en optimalisering van de klanttevredenheid) en welke bedrijven zich op punten eventueel moeten verbeteren.

4.6 Blijkens de overgelegde scorelijst voor periode 2013 - Q1 heeft [eiseres] op het aspect "Attitude" 0 uit 25 punten gescoord. Gelet op de hiervoor vermelde beschrijving van het systeem acht de voorzieningenrechter echter niet aannemelijk dat er relevant verband bestaat tussen de beweerdelijk door [gedaagde] gedane uitlatingen en die score, zodat de ter zitting besproken invloed van die score op het totaal in het midden kan blijven. Wel acht de voorzieningenrechter die score een aanwijzing voor de juistheid van de opvatting van [gedaagde] dat [eiseres] een probleem met zijn bejegening heeft.

4.7 Ten aanzien van de gevorderde rectificatie wordt geoordeeld dat nu onvoldoende aannemelijk geworden is dat [gedaagde] onrechtmatige uitlatingen heeft gedaan over [eiseres], er geen grond bestaat om hem te veroordelen tot het plaatsen van een rectificatie.

4.8 [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- weigert de gevorderde voorzieningen;

- veroordeelt [eiseres] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op [euro] 274,-- aan verschotten en op [euro] 816,- aan salaris advocaat;

- verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mr. A.H. Schotman, voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 januari 2013 in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier.