Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ0141

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-01-2013
Datum publicatie
31-01-2013
Zaaknummer
AWB 12/5689
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Tot op heden heeft verzoekster nog niets aangevoerd op grond waarvan zou kunnen worden getwijfeld aan de inhoud van het proces-verbaal van de politie. Dit is op ambtseed opgemaakt en verweerder mag hieraan doorslaggevende betekenis toekennen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 12/5689

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter ter zitting van

22 januari 2013

in de zaak van:

[naam verzoekster]

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

gemachtigde mr. K.M.S. Bal

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem ,

verweerder.

Het verzoek heeft betrekking op het besluit van verweerder van 30 mei 2012. Bij dit besluit heeft verweerder de uitkering die verzoekster ontving in het kader van de Wet werk en bij-stand (Wwb) met ingang van 31 mei 2012 beëindigd en per 22 mei 2012 ingetrokken, omdat verzoekster zich niet heeft gehouden aan de inlichtingenplicht.

Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft voorts de voorzieningenrech-ter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Ter zitting is verzoekster verschenen , bijgestaan door haar gemachtigde, Verweerder is verschenen bij gemachtigde mr. S. Dijkman Dulkes-Wan. Verder was ter zitting aanwezig [naam dochter], dochter van verzoekster.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Gronden van de beslissing

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van de politie van 29 augustus 2012. Uit dit proces-verbaal komt naar voren dat bij een doorzoeking van de woning van verzoekster en haar echtgenoot documenten zijn aangetroffen waaruit zou kunnen worden opgemaakt dat verzoekster en haar echtgenoot in Turkije beschikken over onroerende zaken en over een substantieel geldbedrag.

3. Tot op heden heeft verzoekster niets aangevoerd op grond waarvan zou kunnen worden getwijfeld aan de inhoud van voormeld proces-verbaal. Het dossier in deze procedure is weliswaar summier, maar het proces-verbaal van de politie is wel opgemaakt op ambtseed. Hierdoor mag verweerder aan de inhoud van dit proces-verbaal doorslaggevende betekenis toekennen.

4. Nu verzoekster in de bezwaarprocedure tot op heden niets wezenlijks heeft aangevoerd, kan niet worden gezegd dat verzoeksters bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.

5. Bij deze stand van zaken wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

6. De voorzieningenrechter deelt mede dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.

Uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2013 te Haarlem door mr. M. Mateman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van P.M. van der Pol, griffier.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden: