Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:BY8845

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-01-2013
Datum publicatie
18-01-2013
Zaaknummer
AWB 12/4964 & AWB 12/5572
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Handhaving erotische massagesalon

Niet in geschil is dat er sprake is van gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders is niet bereid mee te werken aan het verlenen van een omgevingsvergunning ten behoeve de exploitatie van een erotische massagesalon. Geen sprake van concreet zicht op legalisatie. Ook overigens is er geen sprake van bijozndere omstandigheden die verweerder nopen af te zien van handhavend optreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 12-4964 en 12-5572

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 januari 2013 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,

en

de burgemeester van Purmerend, verweerder

(gemachtigde: H.H. Goede en C.C.M. Haring).

Procesverloop

Bij besluit van 15 oktober 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder [naam ] gelast de overtreding van artikel 54 van de Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2003 (Apv) met ingang van een week na de verzenddatum te beëindigen en beëindigd te houden op het perceel [adres] op straffe van een eenmalige dwangsom van

€ 1.000,--.

Bij besluit van 27 november 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 december 2012. Verzoeker is verschenen, vergezeld van zijn moeder, [naam moeder]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:86, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het beroep bij de rechtbank is gedaan en hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.

De in het onderhavige geval verkregen informatie is van dien aard dat nader onderzoek geen relevante nieuwe gegevens zal opleveren. Ook overigens bestaat geen beletsel om met toepassing van voormeld wettelijk voorschrift onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak te doen.

2. Naar aanleiding van een aantal constatering van de politie Zaanstreek-Waterland heeft verweerder geconstateerd dat op het perceel [adres] een erotische massagesalon is gevestigd zonder vergunning als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Apv.

Het betreffende gebruik is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan, alsmede met het in de Nota Prostitutiebeleid opgenomen maximumstelsel. Gelet hierop is, aldus verweerder, legalisatie niet mogelijk.

4. Ingevolge artikel 52, aanhef en onder c, wordt onder seksinrichting verstaan: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

Ingevolge artikel 54, eerste lid van de Apv is het verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

Ingevolge artikel 61, eerste lid, onder b, van de Apv wordt de vergunning, bedoeld in artikel 54, eerste lid, geweigerd indien de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

3. De betreffende gronden hebben op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan “De Purmer VI 1955”, de bestemming “Handel en Nijverheid III”. Ingevolge artikel 5, eerste lid van de planvoorschriften zijn de op de kaart als zodanig aangewezen gronden – kort weergegeven – bestemd voor handel, industrie, nijverheid en tuincentra alsmede de daarbij behorende dienstwoningen, wegen, open terreinen, parkeer- en groenvoorzieningen, water, waterkering, bruggen, duikers en verhardingen, alsmede de daarbij behorende bouwwerken.

4. In het Convenant prostitutiebeleid Zaanstreek-Waterland”(13 okt 2000) is onder 3.2 een maximumstelsel opgenomen inhoudende dat in de gemeente Purmerend de vestiging van nooit meer dan twee seksinrichtingen, geen prostitutiebedrijven zijnde, en één prostitutiebedrijf kan worden toegestaan.

In het handhavingsarrangement is – voor zover hier van belang – vastgelegd dat, in geval exploitatie zonder vergunning, de politie of de toezichthouder een rapport opmaakt ten behoeve van de gemeente. Voorts dat de gemeente handhavend optreedt op grond van de Apv.

5. Verzoeker voert aan dat de makelaar een woonvergunning voor het betreffende pand had geregeld en voorts had aangegeven dat de door verzoeker gewenste bedrijfsvoering daar toegestaan was. Ook de eigenaar van het pand heeft geen bezwaren tegen het gebruik van het pand als erotische massagesalon, aldus verzoeker. Hij benadrukt dat hij geen overlast veroorzaakt voor de omgeving. Het door verweerder voorgestelde alternatief 250 meter verderop op [locatie] is niet haalbaar, aldus verzoeker. Er moet daar een volledig nieuw pand gebouwd worden, waar verzoeker de financiële middelen niet voor heeft. Voorts is wonen daar niet toegestaan. Verzoeker wenst een gedoogbeslissing voor zijn bedrijf op de huidige locatie.

6. Niet in geschil is dat verzoeker niet beschikt over een exploitatievergunning op grond van de Apv. Gelet hierop was verweerder bevoegd handhavend op te treden.

7. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

8. Niet in geschil is dat er sprake is van gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Verweerder heeft voorts aangegeven niet bereid te zijn mee te werken aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik ten behoeve van de exploitatie van een erotische massagesalon, alsmede gebruik als woning, op de betreffende locatie. Zoals verweerder in een eerder besluitvormingsproces al eens heeft overwogen, vindt hij de verderop gelegen locatie aan [locatie], gelet op onder meer de ligging, wel geschikt voor de vestiging van een erotische massagesalon.

Gelet hierop kan niet gesproken worden van een concreet zicht op legalisatie.

9. De toezegging van de makelaar dat ter plaatse een erotische massagesalon mocht worden geëxploiteerd, is gelet op het vorenoverwogene niet gebaseerd op de geldende planologische bepalingen. Reeds hierom kan verzoeker hieraan geen rechten ontlenen. Ook overigens is er geen sprake van bijzondere omstandigheden die verweerder nopen af te zien van handhavend optreden.

10. De voorzieningenrechter ziet voorts geen grond gezien voor het oordeel dat handhavend optreden onevenredig moet worden geacht. De omstandigheden dat de verhuurder van het pand geen bezwaar heeft tegen het gebruik van het pand als erotische massagesalon, vormt daartoe onvoldoende aanleiding.

11. Het beroep is ongegrond. Gelet hierop dient het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening te worden afgewezen.

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y.R. Boonstra-van Herwijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2012.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.