Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:9532

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-10-2013
Datum publicatie
16-10-2013
Zaaknummer
15/800778-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; invoer van een aanzienlijk geldbedrag, witwassen; bewezenverklaring; straftoemeting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800778-13

Uitspraakdatum: 11 oktober 2013

Verstek

Vonnis (P)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 september 2013 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Burundi),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. F.A.C. Kooper-Gerritsen.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 24 juni 2013, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld (ter waarde van circa 57.100,- USD), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemd hoeveelheid geld, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2 Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 24 juni 2013 vond een douanecontrole plaats op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, op de passagiers die wilden uitreizen naar Panama. Door de Douane is daarbij een gate-stop gezet op verdachte en zijn ruimbagage om deze aan een douanecontrole te onderwerpen. Bij de douanecontrole aan de gate haalde verdachte uit zijn ene broekzak een stapel USD biljetten, in totaal 7.100 USD, en uit zijn andere broekzak een stapel eurobiljetten, in totaal € 50. In zijn portemonnee zat 35 Britse ponden. Verdachte verklaarde dat hij drie dagen in Turkije is geweest en gisteren in Amsterdam is aangekomen. Hij was in Turkije voor zaken. In Amsterdam heeft hij de avond doorgebracht in nachtclubs met zijn vriend [voornaam 1]. Verdachte wil samen met een vriend een bedrijf starten in Panama. Hij wil auto-onderdelen kopen in Panama en die dan naar Burundi verschepen. Verdachte heeft verklaard dat er 50.000 USD in coupures van 100 USD in zijn ruimbagage zit.2

In de ruimbagage van verdachte waren in de broekzakken van korte broeken vijf pakketten met geld aangetroffen. De pakketten waren omwikkeld in transparant folie en bevatten biljetten van 100 USD.3 Het totale bedrag dat bij verdachte in beslag is genomen is 57.100 USD, bestaande uit 569 biljetten van 100 USD en 4 biljetten 50 USD.4 Verdachte geeft tijdens zijn verhoor, gevraagd of de herkomst van het geldbedrag met schriftelijke bewijsmiddelen kan worden gestaafd, aan dat deze papieren in Engeland zijn en dat hij alles kan aantonen.5

3.3 Bewijsoverweging

De rechtbank stelt voorop dat het een feit van algemene bekendheid is dat via Schiphol bedragen in contanten, die een illegale herkomst hebben, worden in- of uitgevoerd. Verdachte is aangehouden met een geldbedrag van 57.100 USD, waarvan het grootste deel was weggestopt in de zakken van korte broeken in zijn ruimbagage. Het is hoogst ongebruikelijk om een dergelijk bedrag op deze wijze te vervoeren, mede gelet op de risico’s waarmee dit gepaard gaat. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat dergelijke coupures van 100 USD, zeker in dergelijke hoeveelheden als verdachte bij zich had, nagenoeg uitsluitend in het criminele circuit plegen te worden gebruikt. Tenslotte duidt het negeren van de aangifteverplichting die geldt voor personen die de EG binnenkomen en of verlaten en liquide middelen vervoeren van euro 10.000 of meer op een uitvoeringshandeling van geld dat verkregen is door misdrijf. Nu op grond van alle bovengenoemde feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van witwassen is gerezen, mag van verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring geeft voor de legale herkomst van het geld.

Verdachte heeft op 25 juni 2013 bij de FIOD verklaard dat hij een minibusje heeft waarin hij mensen en spullen verhuist in Engeland. Het busje staat op naam van het bedrijf [rechtspersoon]. Verdachte staat met dat bedrijf als eenmanszaak bij het Engelse Kamer van Koophandel ingeschreven. Hij verdient tussen de 9.000 en 10.000 pond. Tevens verzamelt hij tweedehands spullen die hij verzendt naar Afrikaanse landen, zoals Tanzania en Burundi. Het verschepen van containers doet hij onder de naam [bedrijfsnaam]. Het aangetroffen geld is wat hij met zijn handel heeft verdiend en heeft hij in drie jaar bij elkaar gespaard. Hij heeft het geld in Britse ponden ontvangen. Verdachte heeft verklaard dat hij het geld deels in Turkije en deels in Engeland in Amerikaanse dollars heeft omgewisseld. Hij heeft 25.000 USD van [voornaam 1] gekregen. Dat betrof een terugbetaling van een lening. Voorts heeft [voornaam 1] geholpen met het inpakken van het geld. Verdachte heeft verklaard dat het zijn geld is en dat hij alle papieren omtrent de herkomst van het geld in Engeland heeft.

Op 27 juni 2013 heeft verdachte bij de FIOD verklaard dat hij ongeveer twee weken geleden het geld van [voornaam 1] in Britse ponden in Engeland heeft gekregen en vervolgens heeft omgewisseld naar dollars. Van deze lening staat niets op papier. De reçu’s van het wisselkantoor is verdachte kwijt. Verdachte is niet de eigenaar van het bedrijf [rechtspersoon], maar dat bedrijf least auto's aan zijn werknemers. Hij betaalt elke maand een bedrag en na een bepaalde tijd zou de auto zijn eigendom worden. Verdachte is in loondienst bij [rechtspersoon] en heeft salarisstroken.

Verdachte wilde naar Panama om onderdelen van het merk Scania te kopen en die naar Afrika te verschepen. Hij had zich niet van tevoren voorbereid naar welke bedrijven hij zou moeten gaan om dergelijke onderdelen te vinden.

Verdachte heeft wisselend verklaard over zijn contacten met en de rol van [voornaam 1], en over het omwisselen van het geld. Daar komt bij dat verdachte ook heeft verklaard dat hij geen contacten heeft in Nederland en dat hij de simkaart die in zijn telefoon is aangetroffen pas op Schiphol heeft gekocht. Dit strookt niet met de printgegevens van zijn telefoon, die aangeven dat er met de telefoon van verdachte op de avond dat hij in Nederland verbleef meerdere malen naar Nederlandse telefoonnummers is gebeld. Verdachtes verhaal is dan ook niet aannemelijk. Bovendien is zijn verhaal niet gestaafd met schriftelijke stukken. Aldus heeft hij nagelaten om een concrete, verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijke aan te merken verklaring over de herkomst van het geld te geven.

De rechtbank is op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, in onderling verband bezien, van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het bij verdachte aangetroffen geld onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig moet zijn en dat verdachte dat wist. Verdachte heeft zich derhalve opzettelijk schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van in totaal 57.100 USD.

3.4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 24 juni 2013, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld (ter waarde van circa 57.100,- USD), voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

witwassen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sancties

6.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, alsmede de verbeurdverklaring van het in beslag genomen geldbedrag van 57.100 USD.

6.2 Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

6.3 Hoofdstraf

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een aanzienlijk geldbedrag, te weten 57.100 USD. Door dergelijke witwaspraktijken wordt het plegen van criminele activiteiten in stand gehouden en indirect ook bevorderd, want zonder personen als verdachte is het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Verdachte heeft zich bij haar handelen kennelijk slechts laten leiden door financieel gewin en heeft geen oog gehad voor de schadelijke gevolgen hiervan voor de samenleving.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

6.4 Bijkomende straf

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een geldbedrag van 57.100 USD, dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het bewezen verklaarde feit met betrekking tot dat voorwerp, dat aan verdachte toebehoort, is begaan.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 33, 33a, 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

een geldbedrag van 57.100 USD.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.J. van Andel, voorzitter,

mr. D.G.M. van den Hoogen en mr. M.S. de Vries, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.W. van der Hoek,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 oktober 2013.

Mr. D.G.M. van den Hoogen en mr. M.S. de Vries zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van bevindingen en overdracht d.d. 24 juni 2013, AH-001.

3 Proces-verbaal van bevindingen en overdracht d.d. 24 juni 2013, AH-001a.

4 Proces-verbaal van bevindingen en overdracht d.d. 24 juni 2013, AH-001.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 juni 2013, V1-02.