Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:9266

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-04-2013
Datum publicatie
08-10-2013
Zaaknummer
423318 CV EXPL 12-4703
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vordering afgewezen omdat de Stichting geen zaken deed met X persoonlijk maar met een vof. X heeft gesteld slechts namens zichzelf op te treden en ook overigens is gesteld noch gebleken dat hij optreedt namens de vof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Hoorn

Zaaknr/rolnr.: 423318 CV EXPL 12-4703

Uitspraakdatum: 15 april 2013

Vonnis in de zaak van:

[naam],

wonende te [plaats],

eisende partij,

verder ook te noemen: [X],

gemachtigde: mr. P.G. Salvadori, verbonden aan ARAG SE te Amsterdam,

tegen

de stichting Stichting Rondom,

gevestigd en kantoorhoudende te 1671 AA Medemblik aan de Oosterhaven 10,

gedaagde partij,

verder ook te noemen: Stichting Rondom,

gemachtigde: mr. J.J. de Boer, advocaat te Hoorn.

Het procesverloop

Voor het procesverloop verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken:

- de dagvaarding van 22 november 2012 met producties;

- de conclusie van antwoord;

- het tussenvonnis van de kantonrechter van 21 januari 2013;

- de aantekeningen van hetgeen is besproken tijdens de terechtzitting op 14 maart 2013 en de ter terechtzitting door [X] overgelegde pleitaantekeningen.

Vervolgens is op vandaag uitspraak bepaald.

De feiten

1.

De kantonrechter neemt de volgende feiten als vaststaand aan, omdat deze door de ene partij zijn gesteld en door de andere partij niet of niet voldoende zijn betwist.

a. Jaarlijks vindt in Medemblik een harddraverij plaats. In het weekend voor de harddraverij wordt (jaarlijks) een feesttent geopend. De organisatie van de harddraverij en de festiviteiten daarom heen zijn in handen van Stichting Rondom.

b. Vanaf 1995 werd de exploitatie van de feesttent gedaan door een drietal lokale horecaondernemers, te weten de heren [X], [Y] en [Z]. Zij gebruiken voor die exploitatie de naam [A]. [X] exploiteert in Medemblik café [B].

c. In 2003 heeft [Z] het samenwerkingsverband verlaten. [Y] en [X] hebben hem een uittredingsvergoeding van € 10.000,00 betaald.

d. In 2009 heeft de politie een inval gedaan in café [B] in verband met de verdenking van drugshandel. Daarop is het café een jaar gesloten geweest. Het café is thans ook gesloten.

e. De politie-inval is voor Stichting Rondom reden geweest de samenwerking met [X] te stoppen. Dat heeft Stichting Rondom op 10 februari 2010 aan [X] meegedeeld.

f. Bij brief d.d. 23 februari 2012 heeft (de gemachtigde van) [X] Stichting Rondom aangeschreven en aansprakelijk gesteld voor de schade die [X] heeft geleden doordat Stichting Rondom niet langer de exploitatie van de feesttent (mede) aan [X] gunt.

Het geschil

2.

[X] vordert bij vonnis

(i) een verklaring voor recht dat Stichting Rondom niet bevoegd was de duurovereenkomst met [X] met onmiddellijke ingang te beëindigen; en

(ii) uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Stichting Rondom tot betaling van een bedrag van € 6.550,66;

(iii) kosten rechtens.

3.

[X] stelt hiertoe, zakelijk weergegeven, dat tussen [X] en Stichting Rondom sprake was van een duurovereenkomst betreffende de exploitatie van de feesttent. [X] mocht er daarom van uitgaan dat hij nog een aantal jaren zou deelnemen aan de festiviteiten in de feesttent en daarmee inkomsten zou genereren. [X] heeft bovendien in 2001 investeringen gedaan in de aanleg van stroomkabels, extra waterleidingen en rioleringen. Deze investeringen voor een bedrag van € 4.426,00 hebben nog steeds waarde en worden gebruikt door nieuwe exploitanten en hebben een levensduur van 30 jaar. De opzegging van de duurovereenkomst met onmiddellijke ingang is daarom onrechtmatig en naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Stichting Rondom diende een opzegtermijn van minimaal twee jaar te hanteren. Daarvan uitgaande en uitgaande van de gemiddelde winst voor [X] van € 3.275,33 per jaar, bedraagt zijn schade € 6.550,66.

4.

Stichting Rondom heeft verweer gevoerd waarop, voor zover van belang, hierna zal worden teruggekomen.

5.

Bij de beoordeling zal zo nodig nog nader op de standpunten van partijen worden ingegaan.

De beoordeling

6.

Het meest verstrekkende verweer van Stichting Rondom is dat zij geen zaken deed met [X] persoonlijk maar met een vennootschap onder firma. Dat is juist. Gebleken is dat [X], [Y] en [Z] (en daarna [X] en [Y]) afspraken hebben gemaakt over hun samenwerking en onder een gemeenschappelijke naam ([A]) activiteiten hebben ontplooid en aldus een bedrijf hebben uitgeoefend. Aldus is vast komen te staan dat [A] moet worden beschouwd als (thans) een vennootschap onder firma tussen [X] en [Y]. Anders dan [X] aanvoert, is voor het aangaan van een vennootschap onder firma niet vereist dat dit gebeurt bij (authentieke of onderhandse) akte. Voor zover [X] doelt op artikel 22 Wetboek van Koophandel, verliest hij uit het oog dat deze bepaling niet meer is dan een bewijsregel. Nu [X] heeft gesteld slechts namens zichzelf op te treden en ook overigens is gesteld noch gebleken dat hij optreedt namens de vennootschap onder firma [A], dient reeds daarom de vordering te worden afgewezen.

7.

De kantonrechter voegt daar ten overvloede aan toe dat niet is gebleken dat tussen [X] en Stichting Rondom een duurovereenkomst is gesloten. Weliswaar heeft Stichting Rondom de organisatie en exploitatie van de feesttent uitbesteed aan dezelfde personen, maar daaruit blijkt het duurkarakter van die uitbesteding niet. Ook niet uit de door de betreffende personen gedane investeringen in voorzieningen. Weliswaar hebben [X] c.s. dan wel heeft [A] die voorzieningen aangelegd met het oog op toekomstige evenementen, maar daaruit blijkt niet de toezegging van Stichting Rondom dat zij de daarop volgende jaren de exploitatie gegund zouden krijgen. [X] kon dat ook niet redelijkerwijs uit het handelen of nalaten van Stichting Rondom afleiden.

8.

Zo er al sprake zou zijn van een duurovereenkomst, is overigens niet gebleken dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de exploitatie niet langer (mede) aan [X] wordt gegund en dat Stichting Rondom daarbij een opzegtermijn in acht moest nemen. Uit de jaarafrekeningen van [A] blijkt immers dat de gedane investeringen reeds zijn afgeschreven. Dat de getroffen voorzieningen thans nog enige waarde vertegenwoordigen, maakt dat niet anders. Tenslotte weegt mee dat de opbrengst van de jaarlijkse exploitatie relatief beperkt was en is, zodat niet valt in te zien waarom [X] daarvan geheel of grotendeels afhankelijk zou zijn.

9.

[X] dient als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt [X] in de proceskosten, die tot heden voor Stichting Rondom worden vastgesteld op € 500,- voor salaris van de gemachtigde van Stichting Rondom.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 15 april 2013 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter