Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:9265

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-09-2013
Datum publicatie
08-10-2013
Zaaknummer
15/268672-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Promis; locaalvredebreuk en wederspannigheid; verwerping bewijsmiddelverweer; straftoemeting; redelijke termijn.

Verdachte heeft zich op 25 augustus 2011 incorrect gedragen in het pand van Buma/Stemra in Hoofddorp. Verdachte heeft geweigerd het pand te verlaten, nadat een met hem gevoerd gesprek onprettig was verlopen en heeft zich vervolgens verzet tegen de te hulp geroepen politieambtenaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector strafrecht

Locatie Haarlem

Politierechter

Parketnummer: 15/268672-11

Uitspraakdatum: 10 september 2013

Tegenspraak

Schriftelijk vonnis (art. 379 Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2013in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Zuid-Afrika),

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na toegestane wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

feit 1

hij op of omstreeks 25 augustus 2011 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, wederrechtelijk heeft vertoefd in een besloten lokaal gelegen aan de Siriusdreef 22-28 en in gebruik bij Buma Stemra, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, en zich niet op de vordering(en) van en/of vanwege en/of namens de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd;

feit 2
hij op of omstreeks 25 augustus 2011 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer toen de aldaar dienstdoende [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] respectievelijk brigadiers van politie Kennemerland verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 138 lid 1 Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had aangehouden en vastgegrepen, althans vast had teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten Hoofdweg 800 te Hoofddorp, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner en/of hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig met zijn armen slaande bewegingen om zich heen te maken en/of met kracht tussen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en) door te worstelen.

2. Voorvragen

De politierechter heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een geldboete van 460,00 euro subsidiair 9 dagen hechtenis.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden1

Op 25 augustus 2011 is verdachte het pand van Buma/Stemra aan de Siriusweg 22-28 in Hoofddorp, binnen gekomen. Verdachte heeft vervolgens een gesprek gehad met twee juristen van Buma/Stemra. Door zijn stemverheffingen, onrustige en agressieve houding tegenover de juristen heeft de directie besloten om het gesprek met verdachte te beëindigen. Vervolgens heeft verdachte in de centrale hal op een bank plaats genomen. Aangever [slachtoffer 3], medewerker beveiliging van Buma/Stemra, heeft samen een met collega verdachte aangesproken en zichzelf voorgesteld. [slachtoffer 3] heeft tegen verdachte gezegd dat zijn gedrag onacceptabel was en verdachte diverse keren mondeling verzocht het pand te verlaten. Verdachte weigerde dit en bleef op de bank in de centrale hal zitten. [slachtoffer 3] heeft vervolgens de politie verzocht te komen.2 In aanwezigheid van de politieambtenaren [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], beide brigadier bij het basisteam Haarlemmermeer Noord, Regiopolitie Kennemerland, heeft [slachtoffer 3] nog twee maal mondeling gevorderd dat verdachte het pand direct moest verlaten. Dit weigerde verdachte.3 Vervolgens hebben de politieambtenaren verdachte medegedeeld dat hij was aangehouden terzake huisvredebreuk. Ook is verdachte medegedeeld dat hij het gesprek dat hij voerde met zijn mobiele telefoon moest beëindigen. Een van de politieambtenaren voelde dat verdachte constant zijn arm en hand wegtrok en lichte slaande dan wel afwerende bewegingen maakte. De politieambtenaren hebben verdachte vervolgens ieder bij een arm vastgepakt om hem het pand uit te begeleiden. Verdachte stopte vervolgens zijn telefoon in zijn broekzak en trok zijn armen steeds weg. Op dat moment is besloten verdachte in de transportboeien te plaatsen. Op het moment dat de politieambtenaren ieder een arm van verdachte vast hielden en op zijn rug plaatsten om verdachte onder controle te houden om in de handboeien te plaatsen, trok verdachte zich heftig los. Vervolgens maakte verdachte met zijn armen slaande bewegingen om zich heen en probeerde met kracht tussen de politieambtenaren door te worstelen. Verdachte ging hierbij een andere richting op dan de politieambtenaren wilden. Een van de politieambtenaren probeerde verdachte met een nekklem vast te pakken en onder controle te houden. Verdachte rukte zich krachtig los. Verdachte bleef vervolgens om zich heen slaan. Uiteindelijk is verdachte naar de grond gebracht, in de handboeien geplaatst en naar de surveillanceauto gebracht,4 waarna verdachte naar het politiebureau aan de Hoofdweg 800 te Hoofddorp is vervoerd5.

4.2. Bewijsmiddelverweer

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan. De raadsman heeft hiertoe ten aanzien van feit 1 het volgende aangevoerd. Van wederrechtelijk vertoeven in een besloten lokaal is geen sprake geweest, althans verdachte heeft hiertoe niet de opzet gehad. Immers, verdachte had een dag tevoren, namelijk op 24 augustus 2011, een e-mail ontvangen van [directeur] van Buma/Stemra, waarin deze mededeelt dat hij verdachte niet de toegang tot het gebouw van Buma/Stemra weigert en voorts dat verdachte nog steeds welkom is in dat gebouw. Verdachte verkeerde op grond van die e-mail in de veronderstelling dat hij in het gebouw van Buma/Stemra kon verblijven, ondanks het verzoek van een andere medewerker van Buma/Stemra om het gebouw te verlaten, zodat van opzet geen sprake is geweest.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat de agenten verdachte hebben gedwongen om te stoppen met telefoneren en hem hebben vastgepakt, terwijl verdachte nog niet was aangehouden, zodat zij hiertoe niet bevoegd waren. Bovendien hebben de agenten verdachte na zijn aanhouding handboeien om gedaan, terwijl niet aan de criteria van artikel 22 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna: Ambtsinstructie) was voldaan, zodat geen sprake is geweest van een ‘rechtmatige uitoefening hunner bediening’ door de agenten. Dit brengt mee dat van wederspannigheid geen sprake kan zijn en verdachte dient te worden vrijgesproken, aldus nog steeds de raadsman.

De politierechter overweegt het volgende ten aanzien van feit 1. Uit de hiervoor genoemde aangifte van [slachtoffer 3] blijkt dat verdachte in het pand van Buma/Stemra een gesprek heeft gehad met twee medewerkers van Buma/Stemra. Omdat die twee medewerkers dat gesprek, kort gezegd, als onprettig ervaarden als gevolg van een onrustige en agressieve houding van verdachte, heeft de directie besloten om het gesprek met de heer [verdachte] te beëindigen. Aansluitend daarop heeft [slachtoffer 3] verdachte gezegd dat zijn gedrag onacceptabel was en heeft hij verdachte diverse keren mondeling verzocht het pand te verlaten. Dit heeft verdachte geweigerd. Verdachte heeft deze gang van zaken niet betwist. Nu verdachte duidelijk moet zijn geweest dat hem werd verzocht het pand te verlaten omdat zijn gedrag tijdens het gesprek met de twee medewerkers niet acceptabel werd gevonden, kon verdachte op dat moment niet (meer) in de veronderstelling zijn dat hij nog welkom was in het pand van Buma/Stemra. Dat hij een dag tevoren vorengenoemde e-mail van de directeur had ontvangen, maakt dit niet anders, te meer niet nu in die e-mail wordt medegedeeld: ‘Ik verwacht alleen wel van je dat je je aan de gedragsregels houdt. Indien je dit doet ben je nog steeds welkom.’ Het verweer dat van wederrechtelijk vertoeven, althans van de opzet daartoe, geen sprake is geweest, wordt dan ook verworpen.

Ten aanzien van feit 2 overweegt de politierechter het volgende. Uit het hiervoor genoemde proces-verbaal van bevindingen blijkt dat, nadat de politieambtenaren een aantal minuten hadden gewacht zodat verdachte het telefoongesprek dat hij voerde kon afronden, een van de politieambtenaren verdachte heeft gevorderd het pand te verlaten. Nadat verdachte had gezegd dat hij dat niet zou doen, is verdachte medegedeeld dat hij was aangehouden terzake huisvredebreuk. Vervolgens is verdachte gezegd dat hij aangehouden was en zijn telefoongesprek moest beëindigen. Verdacht heeft daarop gezegd dat hij dat niet zou doen. Daarop is verdachte (nogmaals) gezegd dat hij was aangehouden en zijn telefoongesprek moest beëindigen. Nadat verdachte (nogmaals) had gezegd dat hij dat niet zou doen, hebben de politieambtenaren geprobeerd de mobiele telefoon van verdachte af te nemen. Daarna is verdachte vastgepakt om hem het pand uit te leiden. Deze gang van zaken is door verdachte niet betwist. Anders dan de raadsman betoogt, hebben de politieambtenaren eerst nadat verdachte was medegedeeld dat hij was aangehouden, getracht het telefoongesprek dat verdachte voerde, te doen beëindigen en verdachte vastgepakt, zodat het verweer van de raadsman stoelt op een onjuiste lezing van de feitelijke gebeurtenissen. Nadat de politieambtenaren verdachte hadden aangehouden, waren zij bevoegd verdachte het telefoongesprek te doen beëindigen. Verdachte was op dat moment immers zijn vrijheid kwijt en diende met de politieambtenaren mee te gaan naar het politiebureau om voor de hulpofficier van justitie te worden geleid. Ten aanzien van de vraag of verdachte vervolgens handboeien mochten worden omgedaan het volgende.

Artikel 22 van de ambtsinstructie luidt als volgt:

1.De ambtenaar kan een persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, ten behoeve van het vervoer handboeien aanleggen.

2.De maatregel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden getroffen, indien de feiten of omstandigheden dit redelijkerwijs vereisen met het oog op gevaar voor ontvluchting, dan wel met het oog op gevaar voor de veiligheid of het leven van de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, van de ambtenaar of van derden.

3.De in het tweede lid bedoelde feiten of omstandigheden kunnen slechts gelegen zijn in:

a. de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, of

b. de aard van het strafbare feit op grond waarvan de vrijheidsbeneming heeft plaatsgevonden, één en ander in samenhang met de wijze waarop en de situatie waarin het vervoer plaatsvindt.

Uit het hiervoor genoemde proces-verbaal van bevindingen blijkt dat verdachte nadat hij was aangehouden, constant zijn arm en hand wegtrok en lichte slaande dan wel afwerende bewegingen maakte. Nadat de politieambtenaren verdachte vervolgens ieder bij een arm vast hadden gepakt om hem het pand uit te begeleiden, trok verdachte zijn armen steeds weg. Nu verdachte slaande en afwerende bewegingen maakte en zijn armen steeds wegtrok, was sprake van omstandigheden welke met het oog op gevaar voor ontvluchting en/of de veiligheid van de politieambtenaren vereisten dat handboeien bij verdachte werden aangelegd. Uit het voorgaande volgt dat de politieambtenaren handelden in de rechtmatige uitoefening van hun bediening. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

4.3. Bewezenverklaring

De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

feit 1

hij op 25 augustus 2011 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, wederrechtelijk heeft vertoefd in een besloten lokaal gelegen aan de Siriusdreef 22-28 en in gebruik bij Buma/Stemra en zich niet op de vorderingen van en vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd;

feit 2

hij op 25 augustus 2011 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer toen de aldaar dienstdoende [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] respectievelijk brigadiers van politie Kennemerland verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 138 lid 1 Strafrecht op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten Hoofdweg 800 te Hoofddorp, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner bediening, door opzettelijk met zijn armen slaande bewegingen om zich heen te maken en met kracht tussen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en) door te worstelen.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de politierechter de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

wederrechtelijk in het besloten lokaal vertoevende, zich niet op vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen;

feit 2

wederspannigheid.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de politierechter zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de politierechter het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich op 25 augustus 2011 incorrect gedragen in het pand van Buma/Stemra in Hoofddorp. Verdachte heeft geweigerd het pand te verlaten, nadat een met hem gevoerd gesprek onprettig was verlopen en heeft zich vervolgens verzet tegen de te hulp geroepen politieambtenaren. Verdachte heeft op de zitting uitgelegd dat hij al langer een verschil van mening heeft met Buma/Stemra en dat hij vaker lange tijd in de centrale hal van het pand van Buma/Stemra heeft doorgebracht teneinde een medewerker van Buma/Stemra te spreken te krijgen. De politierechter wil dit wel aannemen van verdachte, dit betekent echter nog niet dat verdachte zich zo mag gedragen zoals hij die dag heeft gedaan. Anderzijds houdt de politierechter rekening met het feit dat de zaak van verdachte niet binnen twee jaren nadat verdachte is aangehouden, met een eindvonnis is afgerond, zodat sprake is van schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De politierechter zal hiermee in sterkere mate rekening houden dan de officier van justitie in zijn eis heeft gedaan, die afgezien heeft van een verhoging met 20% van het bedrag van de strafbeschikking van € 460,-. De politierechter acht een geldboete van € 400,- gepast. Verdachte kan deze in termijnen betalen van € 50,- per maand.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 23, 24a, 24c, 63, 138 lid 1 en 180 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De politierechter:

vernietigt de strafbeschikking;

verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3 weergegeven;

bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde feiten opleveren;

verklaart deze feiten strafbaar;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 400,- ( vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, te betalen in acht maandelijkse termijnen van € 50,-.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.C. van den Bos, politierechter,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.F. van de Pol,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 september 2013.

1 De door de politierechter in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 26 augustus 2011, dossierpagina 23.

3 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 augustus 2011, dossierpagina’s 26 en 27.

4 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 augustus 2011, dossierpagina’s 27 en 28.

5 Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 25 augustus 2011, dossierpagina 11.