Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:9094

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26-09-2013
Datum publicatie
02-10-2013
Zaaknummer
15/756005-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; medeplegen woningoverval, medeplegen poging woninginbraak, medeplegen diefstal van een auto, medeplegen diefstallen; bewijsoverweging: verweer inhoudende alternatieve lezing verdachte strekkende tot vrijspraak verworpen; strafoverweging; maatregel hulp en steun ex artikel 77aa Wetboek van Strafrecht; vordering benadeelde partij toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/756005-13

Uitspraakdatum: 26 september 2013

Tegenspraak

Vonnis (P)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 september 2013 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. drs. G. Visser en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. S.S.H. Orsel, advocaat te Zaandam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1

hij op of omstreeks 01 februari 2013 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met ongeveer 40 euro) en/of gouden sieraden en/of een autosleutel en/of een bankpas en/of huissleutels en/of headsets van een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat dat hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- nadat die [slachtoffer 1] de voordeur had geopend (omdat er werd aangebeld) die [slachtoffer 1] naar binnen heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 1] met een groot mes heeft/hebben bedreigd en/of

- die [slachtoffer 1] een aantal tikken tegen de wang heeft/hebben gegeven;

feit 3

hij op of omstreeks 31 januari 2013 te Purmerend ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan het [adres 1]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen door het slot van de voordeur te forceren en/of een gat in een raam van de woonkamer te maken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ;

feit 4

hij op of omstreeks 19 januari 2013 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (Seat Ibiza, kenteken [AA-AA-00]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

feit 5

hij in of omstreeks de periode van 19 januari 2013 tot en met 22 januari 2013 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een) personenauto('s) (merk Opel Corsa, kenteken [AA-AA-01] en/of Suzuki Alto, kenteken [01-AA-AA]) heeft weggenomen een autoradio (merk Kenwood) en/of een Tomtom en/of een radio/cd speler (merk Pioneer), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) het slot van het portier van die Opel Corsa geforceerd en/of een deurrubber van die Suzuki Alto losgesneden;

feit 6

hij in of omstreeks de periode van 21 januari 2013 tot en met 24 januari 2013 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit (een) personenauto ('s) heeft weggenomen een frontje van een autoradio en/of een invalidenparkeerkaart en/of huissleutels en/of een autoradio/cd speler (merk Pioneer) en/of een life hammer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

3.2. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

ten aanzien van feit 1

Op vrijdag 1 februari 2013 tussen 19:30 uur en 20:00 uur wordt aangebeld bij mevrouw [slachtoffer 1], woonachtig aan de [adres 2] te Purmerend. Na het openen van de voordeur wordt [slachtoffer 1] door twee jongens naar binnen geduwd. Een van de jongens loopt direct door naar de woonkamer, de andere jongen blijft bij [slachtoffer 1] in de gang staan. Deze jongen grijpt [slachtoffer 1] vast en bedreigt haar met een groot mes dat hij naar haar gericht houdt. .Deze jongen geeft ook een aantal tikken tegen de wang van [slachtoffer 1].

De tweede jongen in de woonkamer doorzoekt het hele huis. Deze jongen is een stuk kleiner dan de andere jongen. Deze jongen roept dat hij in een portemonnee 40 euro heeft gevonden. Ook pakt hij gouden sierraden, een autosleutel, een bankpas, huissleutels en een headset van een telefoon van [slachtoffer 1] en neemt deze weg.2

De grotere jongen, die bij [slachtoffer 1] in de gang staat, lijkt de baas van de twee te zijn.

De jongens verlaten de woning.3 [slachtoffer 1] loopt naar haar buurman [getuige 1] en belt samen met deze buurman om 19:56 uur met de alarmcentrale 112.4 Verbalisanten ter plaatse constateren dat de woning van [slachtoffer 1] doorzocht is. Meerdere kasten staan open en de inhoud van deze kasten ligt op de grond.5

Medeverdachte [medeverdachte 1] wordt op 3 februari 2013 op heterdaad aangehouden na een vernieling. [medeverdachte 1] blijkt in het bezit van de bankpas van [slachtoffer 1] alsmede blijkt hij in het bezit van een aantal sieraden.6 Uit de gegevens van de ABN Amro bank aan het [adres 9] te Purmerend blijkt dat met deze bankpas op 1 februari 2013 om 19.55.56 uur en 19.56.09 uur geprobeerd is om geld op te nemen. Een verbalisant herkent op de camerabeelden van de ABN-Amro [medeverdachte 1] en ook verdachte als de twee personen die met de bankpas proberen geld op te nemen.7 Een tweede verbalisant, een wijkagent en specialist jeugdcriminaliteit, herkent eveneens [medeverdachte 1] en ook verdachte op de camerabeelden.8

Op zaterdag 2 februari 2013 omstreeks 10:14 uur betreden [medeverdachte 1] en verdachte juwelierszaak [juwelier] aan de [adres 3] in Hoorn. Verdachte doet het woord en is in gesprek met medewerker [getuige 2]. Verdachte legt gouden sieraden op de toonbank, krijgt geld overhandigd en verlaat vervolgens samen met [medeverdachte 1] de winkel. Omstreeks 12.08 uur komen verdachte en [medeverdachte 1] de winkel weer binnen en verdachte krijgt weer een geldbedrag van [getuige 2].9

In totaal wordt door [getuige 2] 1160 euro uitbetaald aan verdachte. [getuige 2] heeft een kopie gemaakt van zijn identiteitskaart. Deze jongen was de dominante van de twee .10

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij samen met verdachte de woningoverval heeft gepleegd. Het idee kwam van verdachte. [medeverdachte 1] sprak via ping op 1 februari 2013 in de avond af met verdachte.11 Verdachte had de sleutel van de woning. [medeverdachte 1] is samen met verdachte de woning van [slachtoffer 1] ingegaan. Verdachte worstelde met [slachtoffer 1], [medeverdachte 1] liep door naar de woonkamer. [medeverdachte 1] doorzocht vervolgens de woning. [medeverdachte 1] vond onder meer gouden sieraden. Vervolgens zijn verdachte en [medeverdachte 1] naar de pinautomaat gelopen en daarna zijn verdachte en [medeverdachte 1] naar de woning van verdachte gelopen.12

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij op zaterdagavond 2 februari 2013 met [medeverdachte 1] had afgesproken. Het viel [medeverdachte 2] op dat [medeverdachte 1] nieuwe kleding had. Ook liet [medeverdachte 1] hem 240 euro aan contanten zien. [medeverdachte 1] vertelt later die avond dat hij op vrijdagavond samen met verdachte naar een woning op de [adres 2] is gegaan en dat het ging om een bejaarde vrouw, en dat ze deze vrouw hebben overvallen. Ze hadden een vrij groot mes bij zich en ze hadden gebruik gemaakt van een sleutel.13

Er wordt onderzoek naar de telecomgegevens verricht. Hierbij wordt vastgesteld dat verdachte de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] is.14 Uit onderzoek naar de telecomgegevens blijkt dat er diverse ping-berichten worden verstuurd tussen het telefoontoestel van [medeverdachte 1] en het voornoemde telefoonnummer van verdachte in de periode van 28 tot 31 januari 2013. Er worden pings gestuurd met de teksten: ‘bivak’, ‘buit’, ‘die osso’ (hetgeen woning betekent), [adres 2]’, ‘gewn ddie flat toch’ (de woning van [slachtoffer 1] aan de [adres 2] te Purmerend is een flatwoning op de [adres 2]), ‘je hebt de keys toch’ en ‘we nemen bankpas gelijk’.15

Het telefoontoestel van [medeverdachte 1] belt op vrijdag 1 februari 2013 om 19:40:33 uur uit naar [getuige 3] en straalt daarbij de zendmast gelegen aan de [adres 4] te Purmerend aan. Deze zendmast bevindt zich op ongeveer 500 meter afstand van de [adres 2] te Purmerend.16

Het telefoontoestel van verdachte straalt op vrijdag 1 februari 2013 om 18:43 uur eveneens de zendmast aan de [adres 4] te Purmerend aan. Op zaterdag 2 februari 2013 omstreeks 10:13 uur straalt het telefoontoestel van verdachte de zendmast aan de [adres 5] in Hoorn aan.17 Omstreeks 12:21 uur bevinden zowel het telefoontoestel van verdachte als het telefoontoestel van [medeverdachte 1] zich in Hoorn.18

Op 16 januari 2013 was er tussen beide verdachten ook via ping al contact waarin het voornemen van een inbraak of overval wordt benoemd. Er worden pings gestuurd met de volgende teksten: “we moeten allen kijken waar we binne gaa;wats ht beste,oudtjes;zijn langzaam hebben goud enzo;en pinpassen met code pakken we ook”.19

ten aanzien van feit 3

Op 31 januari 2013 omstreeks 21:20 uur gaat het inbraakalarm van de woning aan het [adres 1] te Purmerend af. [slachtoffer 2], sleutelhouder van de woning, doet aangifte van poging tot woninginbraak. [slachtoffer 2] ziet dat het raam bij de woonkamer kapot is en het slot van de voordeur is geforceerd.20 Uit onderzoek van politie blijkt dat de daders vermoedelijk via het raam aan de voorzijde van de woning zijn binnengekomen. Er wordt sporenonderzoek gedaan.21 Op het kozijn van het raam wordt een bloedspoor van [medeverdachte 1] aangetroffen.22 Op het kozijn van het raam wordt aan de buitenzijde een bloedspoor van [medeverdachte 2] aangetroffen.23

[medeverdachte 1] verklaart dat hij samen met [medeverdachte 2] en verdachte naar de woning aan het [adres 1] is gegaan. Verdachte heeft een gat in het raam van de woonkamer gemaakt met een lifehammer. [medeverdachte 2] ging als eerste de woning binnen. [medeverdachte 1] is vervolgens ook de woning binnengegaan. Hierna ging het inbraakalarm af. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn naar buiten gerend, waar verdachte bij de bosjes was. [medeverdachte 2] ging een tweede keer naar binnen, toen het alarm weer afging. [medeverdachte 1] is door de inbraak gewond geraakt aan zijn pink. [medeverdachte 2] was gewond geraakt aan zijn knie.24

[medeverdachte 2] verklaart dat hij samen met [medeverdachte 1] en verdachte naar de woning is gegaan. Daar heeft [medeverdachte 1] eerst op de ramen gebonkt om te zien of het inbraakalarm af zou gaan. [medeverdachte 1] pakte vervolgens een lifehammer. Verdachte heeft met de lifehammer een raam kapot geslagen. [medeverdachte 1] klom via de vensterbank naar binnen. Verdachte gaf [medeverdachte 1] een sporttas aan. Toen [medeverdachte 1] binnen liep ging het inbraakalarm af. Er werd niets weggenomen.25

[getuige 4] verklaart dat hij op 31 januari 2013 [medeverdachte 2], verdachte en [medeverdachte 1] bij het [adres 6] zag. [getuige 4] zag hen aan de zijkant van een huis staan. Na vijf minuten zag [getuige 4] hen niet meer. Ongeveer vijf minuten later hoorde [getuige 4] een steen door een ruit gaan.26

Uit onderzoek naar de telecomgegevens van verdachte blijkt dat het telefoontoestel van verdachte op 31 januari 2013 om 21:56:23 uur de zendmast aan de [adres 7] te Purmerend aanstraalt. De [adres 7] ligt op ongeveer veertig meter afstand vanaf het [adres 1].27 Er worden ook ping-berichten verstuurd tussen [medeverdachte 1] en verdachte op 31 januari 2013 aangetroffen. In deze berichten wordt gesproken over lifehammers. [medeverdachte 1] stuurt het ping-bericht: ‘eey me handen bloeden dood’. Verdachte stuurt het ping-bericht: ‘mijn pink ook en [medeverdachte 2] (rechtbank: [medeverdachte 2]) ze leg ook’.28

ten aanzien van feit 4

Op 19 januari 2013 omstreeks 15:00 uur parkeert [slachtoffer 3] haar Seat Ibiza voorzien van kenteken [AA-AA-00] voor haar woning in Purmerend. [slachtoffer 3] vergeet haar autosleutel uit het contact te halen. Op 20 januari 2013 om 10:30 uur ontdekt [slachtoffer 3] dat de auto verdwenen is.29

[medeverdachte 2] verklaart dat verdachte en [medeverdachte 1] bij hem bleven slapen. [medeverdachte 2] werd ’s nachts wakker gemaakt. Verdachte vroeg aan [medeverdachte 2] of hij mee wilde gaan. [medeverdachte 2], verdachte en [medeverdachte 1] zijn vervolgens naar de Seat Ibiza gelopen. [medeverdachte 1] ging in de auto zitten. [medeverdachte 1] startte de Seat Ibiza en reed een stukje met de auto. Verdachte liep een stukje door. [medeverdachte 1] reed vervolgens naar [medeverdachte 2] toe, waarna [medeverdachte 2] in de auto stapte. Vervolgens zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar het huis van [medeverdachte 2] gereden, waar verdachte in de auto is gestapt. Verdachte filmde vanaf de achterbank met zijn Blackberry. [medeverdachte 1] reed met de Seat Ibiza naar het parkeerterrein van voetbalvereniging [voetbalvereniging] en parkeerde de auto hier.30

ten aanzien van feit 5 en 6

Op 19 januari 2013 omstreeks 16:00 uur parkeert [slachtoffer 4] haar Opel Corsa, voorzien van kenteken [AA-AA-01] voor haar woning in Purmerend. Op 20 januari 2013 omstreeks 11:30 uur ziet [slachtoffer 4] dat in haar auto is ingebroken. Het slot van het portier van haar auto is geforceerd. Uit de auto is een autoradio (merk Kenwood) weggenomen.31 Op 19 januari 2013 omstreeks 20:00 uur parkeert [slachtoffer 5] haar Suzuki Alto, voorzien van kenteken [01-AA-AA] voor haar woning in Purmerend. Op 22 januari 2013 ziet [slachtoffer 5] dat er in haar auto is ingebroken. [slachtoffer 5] ziet dat het deurrubber van de auto is losgesneden. Uit de auto is een Tomtom en een radio/cd speler (merk Pioneer) weggenomen.32

Op zondag 20 januari 2013 om 14.45 uur parkeert [slachtoffer 6] zijn Nissan Primera op de [adres 8] te Purmerend. [slachtoffer 6] sluit zijn auto niet af. Op 21 januari 2013 om 10:00 uur constateert [slachtoffer 6] dat het dashboardkastje doorzocht is.33 Uit de auto is een autoradio/cd-speler (merk Pioneer) en een lifehammer weggenomen.34

Op donderdag 24 januari 2013 in de middag constateert [slachtoffer 1] dat er is ingebroken in haar Peugeot 106. Daarbij zijn weggenomen het frontje van de autoradio, een invalidenparkeerkaart en huissleutels.35

[medeverdachte 2] verklaart dat hij in een weekend in januari 2013 in twee nachten door verdachte en [medeverdachte 1] werd wakker gemaakt. [medeverdachte 1] had een plan om airbags uit auto’s te stelen. [medeverdachte 2] is samen met [medeverdachte 1] naar Purmer-Zuid gelopen. [medeverdachte 2] moest op de uitkijk staan. Verdachte en [medeverdachte 1] zaten aan portieren en kofferbakken om te voelen of deze open waren. Verdachte droeg een zwarte Hugo Boss tas bij zich en deed hier de buitgemaakte spullen in. [medeverdachte 2] verklaart dat er uit een Suzuki Alto een autoradio en een navigatiesysteem is weggenomen.36

[medeverdachte 1] verklaart dat hij samen met verdachte bij [medeverdachte 2] sliep. In twee nachten in januari 2013 zijn [medeverdachte 1], verdachte en [medeverdachte 2] naar buiten gegaan en langs de auto’s gelopen om te kijken of er autodeuren of kofferbakken open stonden. [medeverdachte 2] is bij de Nissan Primera via de achterbak naar binnen gegaan. Uit de Nissan Primera werd onder meer een autoradio weggenomen. De Peugeot 106 was niet goed afgesloten. [medeverdachte 2] trok de deur open en [medeverdachte 1] zag sleutels liggen. [medeverdachte 1] nam de sleutels mee.37

[medeverdachte 1] verklaart verder dat zij ook hebben ingebroken in een Opel Corsa, waaruit zij een autoradio hebben weggenomen. Ook werd uit een auto een Tomtom weggenomen. De Hugo Boss tas was gevuld met verschillende autoradio’s en andere goederen.38

3.5. Bewijsoverweging

ten aanzien van feit 1

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat verdachte ter zake van dit feit moet worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat verdachte het feit niet kan hebben gepleegd, nu verdachte niet aan het signalement voldoet maar ook ten tijde van de woningoverval in zijn eigen woning was zoals blijkt uit de verklaring van zijn moeder alsmede uit de verklaring van getuige [getuige 5]. Daar komt bij dat verdachte op vrijdag 1 februari 2013 om 20:20 uur staande is gehouden door medewerkers van het Team Buurttoezicht en uit het relaas blijkt dat verdachte toen een driekwart gewatteerde jas droeg in de kleur beige, terwijl uit de aangifte van [slachtoffer 1] en ook uit de getuigenverklaring van [getuige 6] blijkt dat de daders zwarte danwel donkerkleurige jassen droegen. Tenslotte heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] als onbetrouwbaar opzij dienen te worden gezet, nu zij belang hebben bij het belasten van verdachte.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat de verklaringen van de moeder van verdachte en de huisvriend [getuige 5] verdachte géén alibi verschaffen ten tijde van de woningoverval. Immers, de woningoverval op [slachtoffer 1] werd gepleegd op vrijdag 1 februari 2013 tussen 19:30 uur en 19:56 uur. De moeder van verdachte verklaart slechts dat verdachte omstreeks 20:15 uur de woning heeft verlaten. [getuige 5] verklaart dat hij rond 20:15 uur geld heeft gegeven aan verdachte om een spelletje te kopen bij Bart Smit. De kassabon waarop te zien is dat er een spel is gekocht bij Bart Smit vermeldt het tijdstip 21:00 uur..De verklaringen geven geen exacte weergave van de tijden en geven de ruimte dat verdachte niet thuis was op het tijdstip van de overval.

Voorts laten deze verklaringen ook de ruimte open om tussentijds te wisselen van jas.

De alternatieve lezing van verdachte ten aanzien van de telecomgegevens, inhoudende dat niet hij maar [medeverdachte 1] in die periode verdachtes simkaart gebruikte, kan gelet op de onderzoeksbevindingen evenmin stand houden. Immers, daargelaten dat de onderzoeksbevindingen van verbalisanten zonder meer aantonen dat verdachte de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] (zoals verwoord op dossierpagina 966) is het technisch ook niet mogelijk om te pingen met jezelf, hetgeen de verklaring van verdachte wel impliceert. Ook zijn het telefoonnummer van [medeverdachte 1] en het telefoonnummer [telefoonnummer 1] op 2 februari 2013 allebei actief in Hoorn, terwijl uit de verklaringen van verdachte en [medeverdachte 1] en de camerabeelden blijkt dat zij beiden naar de juwelier in Hoorn zijn geweest. Daar komt bij dat het ook erg onwaarschijnlijk is dat [medeverdachte 1] in een relatief korte periode veelvuldig contact zou onderhouden met de moeder en de vader van verdachte, gelet op de inhoud van hun verklaringen waaruit blijkt dat de moeder en vader van verdachte [medeverdachte 1] niet goed kennen.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de belastende verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] niet als onbetrouwbaar moeten worden beschouwd. De verklaringen zijn consistent en komen grotendeels met elkaar overeen. Op een aantal punten worden zij bovendien ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals bijvoorbeeld telecomgegevens of herkenning door verbalisanten. Daarbij komt voorts dat zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] verdachte niet een bijzonder grotere rol toe dicht dan aan zichzelf. Evenmin is aannemelijk geworden dat zij enig belang hebben bij de verklaringen zoals zij bij de politie hebben afgelegd.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich als dader schuldig heeft gemaakt aan de woningoverval aan de [adres 2] te Purmerend.

Bovenstaande overwegingen ten aanzien van de telecomgegevens en de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] maken dat ook het verweer van de raadsman op die punten ten aanzien van de feiten 3, 4, 5 en 6 moet worden verworpen. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank dan ook van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de poging woninginbraak aan het [adres 1] in Purmerend alsmede het medeplegen van een aantal diefstallen van/uit auto’s in Purmerend.

3.6. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Ten aanzien van feit 1

hij op 1 februari 2013 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met 40 euro) en gouden sieraden en een autosleutel en een bankpas en huissleutels en een headset van een telefoon, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij verdachte en/of zijn mededader

- nadat die [slachtoffer 1] de voordeur had geopend (omdat er werd aangebeld) die [slachtoffer 1] naar binnen hebben geduwd en

- die [slachtoffer 1] met een groot mes hebben bedreigd en

- die [slachtoffer 1] een aantal tikken tegen de wang hebben gegeven;

ten aanzien van feit 3

hij op 31 januari 2013 te Purmerend ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan het [adres 1]) weg te nemen geld en/of goederen van hun gading, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, met een of meer van zijn mededaders, door het slot van de voordeur te forceren en een gat in een raam van de woonkamer te maken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ten aanzien van feit 4

hij omstreeks 19 januari 2013 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (Seat Ibiza, kenteken [AA-AA-00]), toebehorende aan [slachtoffer 3];

ten aanzien van feit 5

hij in de periode van 19 januari 2013 tot en met 22 januari 2013 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit personenauto's (merk Opel Corsa, kenteken [AA-AA-01] en Suzuki Alto, kenteken [01-AA-AA]) heeft weggenomen een autoradio (merk Kenwood) en een Tomtom en een radio/cd speler (merk Pioneer), toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, immers hebben verdachte en zijn mededaders het slot van het portier van die Opel Corsa geforceerd en een deurrubber van die Suzuki Alto losgesneden;

ten aanzien van feit 6

hij in de periode van 21 januari 2013 tot en met 24 januari 2013 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit personenauto's heeft weggenomen een frontje van een autoradio en een invalidenparkeerkaart en huissleutels en een autoradio/cd speler (merk Pioneer) en een life hammer, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 6];

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1

diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

ten aanzien van feit 3

poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 4

diefstal door twee of meer verenigde personen;

ten aanzien van feit 5

diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

ten aanzien van feit 6

diefstal door twee of meer verenigde personen;

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de straf

6.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot achttien (18) maanden jeugddetentie met aftrek, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van twee (2) jaren.

6.2. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en de hieronder opgesomde rapporten is gebleken:

- de adviesrapportage Jeugdreclassering d.d. 11 september 2013, opgesteld door K. Troost, als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Leger des Heils te Alkmaar;

- de adviesrapportages Jeugdreclassering d.d.14 februari en 11 maart 2013, opgesteld door K. Troost, als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Leger des Heils te Alkmaar;

-het rapport van de Raad voor dc Kinderbescherming d.d. 7 februari 2013.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Het slachtoffer is vroeg op de avond overvallen in haar eigen woning en daarbij is het slachtoffer geduwd, bedreigd met een groot mes en heeft zij een aantal tikken tegen haar wang gekregen. Door het plegen van dit feit hebben verdachte en zijn mededader de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer zeer ernstig geschonden en daarmee tevens een grote inbreuk gemaakt op het gevoel van veiligheid dat men in de eigen woning behoort te hebben, nu een woning bij uitstek een plek is waar men zich veilig en beschermd moet kunnen voelen. Verdachte en zijn mededader zijn geheel aan deze gevolgen voorbij gegaan en hebben alleen oog gehad voor hun eigen financieel gewin. De rechtbank rekent het verdachte daarbij aan dat hij een leidende rol heeft gespeeld bij deze woningoverval.

Voorts heeft verdachte zich met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een poging tot woninginbraak. Door woninginbraken wordt materiële schade toegebracht aan de benadeelde. Ook worden daarbij vaak goederen gestolen, waaraan de benadeelde op gevoelsgronden sterk is gehecht. Bovendien wordt door een woninginbraak een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de burgers, hetgeen maatschappelijke onrust veroorzaakt en bij veel mensen een groot gevoel van onveiligheid.

Verdachte heeft zich daarnaast samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan diverse inbraken in auto’s en diefstal van een auto. Daarbij hebben verdachte en zijn mededaders schade veroorzaakt bij de benadeelden en daarnaast gevoelens van onveiligheid veroorzaakt in de samenleving.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

De adviesrapportage Jeugdreclassering van Reclassering Leger des Heils d.d. 14 februari 2013 en het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d.7 februari 2013:

Uit deze rapporten blijkt dat ten tijde van het opstellen van de rapporten betrokkene bij zijn moeder woont en zijn vader, die om de hoek woont, regelmatig kan bezoeken. Er lijken weinig grenzen en regels te worden gesteld in huis. De ouders zijn betrokken, maar lijken betrokkene teveel te verwennen en nauwelijks te corrigeren. Er zijn zorgen (geweest)over de schoolgang van betrokkene. Er is contact geweest met de Raad vanwege een leerplichtzaak maar de problemen rond de school lijken sinds het begin van het schooljaar 2012/2013 verminderd. Betrokkene gaat naar school en de school is positief over de inzet van betrokkene.

Er is geen zicht op de vriendenkring van betrokkene. Er is geen sprake van een georganiseerde vrijetijdsbesteding of bijbaan.

De Raad heeft in juni 2012 een kinderbeschermingsonderzoek afgerond maar er is geen kinderbeschermingsmaatregel verzocht; ouders accepteerden geen jeugdreclassering en het contact tussen ouders en de school verliep problematisch.

Betrokkene zou in het verleden in elkaar zijn geslagen en zijn gepest. Hij zit veel thuis en heeft een goede band met zijn ouders.

De adviesrapportage Jeugdreclassering van Reclassering Leger des Heils d.d. 11 september 2013:

In het kader van de verkenningen ten aanzien van een maatregel Toezicht & Begeleiding van de Raad voor de Kinderbescherming heeft reclasseringswerkster Troost contact gezocht met de ouders en school van betrokkene. De moeder van betrokkene meldt dat betrokkene thans bij de vader woont en zij geen informatie kan verstrekken. De vader van betrokkene wil geen medewerking verlenen aan onderzoek door de reclassering. Een mentor van de school van betrokkene kan ook geen informatie geven, nu betrokkene is overgeplaatst naar een andere afdeling binnen de [scholengemeenschap] en de relatie tussen de school en vader ernstig is verstoord door juridische procedures. De jeugdreclassering meldt verder dat het onder de huidige omstandigheden moeilijk is om zicht te krijgen op betrokkene, mede vanwege het niet meewerken van de ouders en de distantiëring van de school van betrokkene.

De rechtbank acht voornoemde situatie zorgelijk en ziet daarin aanleiding (alsmede in de omstandigheid dat verdachte geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag) om aan verdachte in het kader van bijzondere voorwaarden verplicht contact met de jeugdreclassering en de maatregel van hulp en steun ex artikel 77aa Wetboek van Strafrecht op te leggen. Deze maatregel stelt de jeugdreclassering in staat om zicht te krijgen en houden op het handelen van verdachte en kan hem waar nodig ondersteunen.

Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte zowel een onvoorwaardelijke jeugddetentie - gelijk aan de duur van het voorarrest - als een voorwaardelijke jeugddetentie van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal aan deze voorwaardelijke jeugddetentie een proeftijd verbinden van twee jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan. Zoals hiervoor genoemd acht de rechtbank verplicht contact met de Jeugdreclassering gedurende de proeftijd noodzakelijk. Een voorwaarde van die strekking zal aan de voorwaardelijk op te leggen straf worden verbonden. De rechtbank is voorts van oordeel dat de ernst van de feiten een langere onvoorwaardelijke jeugddetentie zou rechtvaardigen maar ziet in de persoonlijke omstandigheden aanleiding om in plaats daarvan een forse taakstraf van na te noemen aantal uren op te leggen. Op deze wijze kan verdachte in ieder geval zijn opleiding voortzetten en afronden.

7. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel (feit 1)

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van

€ 1.139,02 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1. ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De gestelde materiële schade bestaat uit reiskosten.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1. bewezen verklaarde feit. Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 februari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 1. bewezen verklaarde handelen (diefstal met geweld en bedreiging met geweld)aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

36f, 77a, 77c, 77g, 77m, 77n, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 45, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.6. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde feiten opleveren;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van HONDERDVIERENZESTIG (164) DAGEN;

beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot HONDERDTWINTIG (120) DAGEN niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van TWEE (2) JAREN aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van vaststelling identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleegd;

stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen van de Jeugdreclasseerder namens reclassering Leger des Heils te Alkmaar;

geeft in het kader van deze bijzondere voorwaarde tevens aan bovengenoemde instelling de opdracht tot het verlenen van hulp en steun ex artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht;

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

veroordeelt verdachte tot het verrichten van TWEEHONDERDVEERTIG (240) UREN taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet (naar behoren) verrichten daarvan te vervangen door HONDERDTWINTIG (120) DAGEN jeugddetentie;

wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 1.139,02, bestaande uit € 9,02 voor de materiële en
€ 1.130,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 februari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door of namens de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd;

legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.139,02, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 februari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door DRIEËNTWINTIG (23) DAGEN jeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

heft op het reeds geschorste bevel tot bewaring.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.P.J. Ruijpers, voorzitter,

mr. M.R. Cox, kinderrechter en mr. A.C. Terwiel-Kuneman, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. S.J. de Vries, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van donderdag 26 september 2013.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 2 februari 2013 (zaaksdossier 1, dossierpagina’s 392-396).

3 Het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 12 februari 2013 (zaaksdossier 1, dossierpagina 458).

4 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 april 2013 (zaaksdossier 1, dossierpagina’s 387-391).

5 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 februari 2013 (zaaksdossier 1, dossierpagina’s 397-400).

6 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 februari 2013 (zaaksdossier 1, dossierpagina’s 439-441) en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2013 (zaaksdossier 1, dossierpagina 442).

7 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 februari 2013 (zaaksdossier 1, dossierpagina’s 401-409).

8 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 februari 2013 (zaaksdossier 1, dossierpagina’s 410-411).

9 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 februari 2013 (zaaksdossier 1, dossierpagina’s 418-419).

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 14 februari 2013 (zaaksdossier 1, dossierpagina’s 426-429) en het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 7] d.d. 12 februari 2013 (zaaksdossier 1, dossierpagina’s 435-438).

11 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 18 april 2013 (persoonsdossier 1, dossierpagina’s 140-141).

12 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 5 maart 2013 (persoonsdossier 1, dossierpagina’s 116-117).

13 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] d.d. 7 februari 2013 (persoonsdossier 3, dossierpagina’s 273-midden).

14 Het proces-verbaal van telecom-onderzoek d.d. 23 mei 2013 (digitaal dossier, dossierpagina 966-midden).

15 Het proces-verbaal van telecom-onderzoek d.d. 23 mei 2013 (digitaal dossier, dossierpagina 946-onder).

16 Het proces-verbaal van telecom-onderzoek d.d. 23 mei 2013 (digitaal dossier, dossierpagina 946-boven).

17 Het proces-verbaal van telecom-onderzoek d.d. 23 mei 2013 (digitaal dossier, dossierpagina 966-onder).

18 Het proces-verbaal van telecom-onderzoek d.d. 23 mei 2013 (digitaal dossier, dossierpagina 947-boven).

19 Het proces-verbaal van telecom-onderzoek d.d. 23 mei 2013 (digitaal dossier, dossierpagina 946-onder).

20 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 31 januari 2013 (zaaksdossier 4, dossierpagina’s 653-654).

21 Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 4 februari 2013 (zaaksdossier 4, dossierpagina’s 656-658).

22 Het proces-verbaal van identificatie n.a.v. DNA-sporen d.d. 14 mei 2013 (zaaksdossier 4, dossierpagina’s 674-675).

23 Het proces-verbaal van identificatie n.a.v. DNA-sporen d.d. 18 juni 2013 (zaaksdossier 4, dossierpagina’s 700-701).

24 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 22 mei 2013 (persoonsdossier 1, dossierpagina’s 150-151).

25 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] d.d. 7 februari 2013 (persoonsdossier 3, dossierpagina’s 272).

26 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 4] d.d. 16 mei 2013 (persoonsdossier 4, dossierpagina’s 358-360).

27 Het proces-verbaal van telecom-onderzoek d.d. 23 mei 2013 (digitaal dossier, dossierpagina 967-onder).

28 Het proces-verbaal van telecom-onderzoek d.d. 23 mei 2013 (digitaal dossier, dossierpagina 968-midden).

29 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 20 januari 2013 (zaaksdossier 5, dossierpagina’s 718-723).

30 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] d.d. 7 februari 2013 (persoonsdossier 3, dossierpagina 269-onder en 270) en het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 22 mei 2013 (persoonsdossier 1, dossierpagina 153).

31 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] d.d 20 januari 2013 (zaaksdossier 5, dossierpagina’s 729-734).

32 Een afschrift van het proces-verbaal van digitale aangifte van [slachtoffer 5] d.d. 25 januari 2013 (zaaksdossier 5, dossierpagina’s 736-738).

33 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] d.d. 21 januari 2013 (zaaksdossier 5, dossierpagina’s 741-743).

34 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 6] d.d. 3 april 2013 (zaaksdossier 5, dossierpagina’s 744-745) en het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 6] d.d. 23 mei 2013 (zaaksdossier 5, dossierpagina’s 746-747).

35 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 2 februari 2013 (zaaksdossier 1, dossierpagina 394-boven).

36 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] d.d. 7 februari 2013 (persoonsdossier 3, dossierpagina 268-midden/onder, 269-onder, ).

37 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 22 mei 2013 (persoonsdossier 1, dossierpagina’s 154-midden en 156-boven).

38 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 22 mei 2013 (persoonsdossier 1, dossierpagina’s 154- boven en 155-midden).