Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:9058

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30-09-2013
Datum publicatie
01-10-2013
Zaaknummer
RK 13/123
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Sepotmededeling gedaan, zaak geëindigd. Op grond van art. 591a Sv. wordt vergoeding van de eigen bijdrage verzocht. Artikel 44 lid 2 van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) bepaalt dat de eigen bijdrage is niet verschuldigd, indien een zaak eindigt zonder de toepassing van een straf of maatregel. De rechtsbijstandverlener restitueert de eigen bijdrage aan de rechtzoekende.

Dat geval doet zich hier voor.

Nadat de zaak is geëindigd, kan een toegevoegde advocaat de declaratie indienen bij de Raad voor de Rechtsbijstand. Normaal gesproken wordt de eigen bijdrage van de cliënt (die de advocaat inmiddels heeft ontvangen) op de uitkering door de Raad voor de rechtsbijstand in mindering gebracht (artikel 37 lid 3 Wrb). In een situatie als waarvan in dit geval sprake is, verzoekt de advocaat in verband met het bepaalde in artikel 44 Wrb bij de declaratie om de eigen bijdrage niet op de vergoeding in mindering te brengen. Na vaststelling van de vergoeding en nihilstelling van de eigen bijdrage dient de advocaat de eigen bijdrage terug te betalen aan de rechtzoekende.

Het is dus de advocaat en niet de staat die de eigen bijdrage aan haar cliënte diende te restitueren

Wetsverwijzingen
Wet op de rechtsbijstand 37
Wet op de rechtsbijstand 44
Wetboek van Strafvordering 591a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2013/261
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Enkelvoudige raadkamer

Registratienummer: 13/123

Parketnummer: 14/272672-11

Uitspraakdatum: 30 september 2013

Beschikking (art. 591a Sv.)

1 Ontstaan en loop van de procedure

Op 18 april 2013 is ter griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, ingekomen een door mr. M.C.A. Stoop, advocaat, ingediend verzoekschrift, gedateerd 16 april 2013, van

[verzoekster] ,

geboren op [datum],

wonende te [plaats],

domicilie kiezende te (1700 AG), Heerhugowaard, (postbus 280) J. Duikerweg 8A,

ten kantore van mr. Stoop, voornoemd.

Het verzoekschrift strekt tot toekenning aan verzoekster van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 419,45,

  • -

    € 150,- wegens de eigen bijdrage van de door de Raad voor de Rechtsbijstand met betrekking tot de strafzaak met bovengenoemd parketnummer te verlenen rechtsbijstand;

  • -

    € 269,45 gemaakte kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het onderhavige verzoekschrift.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot inwilliging van het verzoek.

2 Beoordeling

De strafzaak tegen verzoekster is geëindigd door een brief van de officier van justitie van 28 januari 2013 aan verzoekster waarin deze meedeelt dat de strafzaak is geseponeerd.

Het door verzoekster ingediende verzoekschrift is tijdig ingediend.

Op de voet van het bepaalde in artikel 591a jo artikel 90 van het Wetboek van Strafvordering kan de gewezen verdachte – indien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – in beginsel aanspraak maken op vergoeding van de te haren laste gekomen kosten van een raadsman.

De raadsvrouw van verzoekster heeft op 1 november 2012 voor haar cliënt een toevoeging aangevraagd bij de Raad voor de Rechtsbijstand. Die toevoeging is vervolgens verleend, onder bepaling dat verzoekster een eigen bijdrage van € 150,- aan haar raadsvrouw diende te voldoen.

Artikel 44 lid 2 van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) bepaalt het volgende:

“De eigen bijdrage is niet verschuldigd, indien een zaak eindigt zonder de toepassing van een straf of maatregel dan wel zonder toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht. De rechtsbijstandverlener restitueert de eigen bijdrage aan de rechtzoekende.”

Dat geval doet zich hier voor.

Nadat de zaak is geëindigd, kan een toegevoegde advocaat de declaratie indienen bij de Raad voor de Rechtsbijstand. Normaal gesproken wordt de eigen bijdrage van de cliënt (die de advocaat inmiddels heeft ontvangen) op de uitkering door de Raad voor de rechtsbijstand in mindering gebracht (artikel 37 lid 3 Wrb). In een situatie als waarvan in dit geval sprake is, verzoekt de advocaat in verband met het bepaalde in artikel 44 Wrb bij de declaratie om de eigen bijdrage niet op de vergoeding in mindering te brengen. Na vaststelling van de vergoeding en nihilstelling van de eigen bijdrage dient de advocaat de eigen bijdrage terug te betalen aan de rechtzoekende.

Het is dus mr. Stoop die de eigen bijdrage aan haar cliënte diende te restitueren.

De rechtbank acht daarom geen gronden aanwezig die de toekenning van een vergoeding rechtvaardigen. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.

3 Beslissing

De rechtbank:

Wijst het verzoek af.

4 Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. I. Hermans, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2013.