Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:8633

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-09-2013
Datum publicatie
25-09-2013
Zaaknummer
15/710324-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto onvoorzichtig en onoplettend gehandeld door met een veel hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid te rijden over de Aalsmeerderdijk terwijl verdachte – die bekend is met de feitelijke situatie ter plaatse – wist dat hij een flauwe bocht naar links naderde. Verdachte heeft hierbij een voetganger aangereden, waarbij het slachtoffer diverse letsels heeft opgelopen en zijn werkzaamheden niet heeft kunnen uitvoeren. De rechtbank rekent het verdachte daarbij aan dat hij, onder meer door het slachtoffer, eerder is gewaarschuwd voor zijn rijgedrag, met name de forse snelheidsovertredingen die hij beging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/710324-12

Uitspraakdatum: 18 september 2013

Tegenspraak

Promisvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
4 september 2013 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J. van der Putte en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. E.M. Bosscher, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1, primair

hij op of omstreeks 13 december 2011 te Aalsmeerderbrug, gemeente Haarlemmermeer, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (te weten: een personenauto), daarmee rijdende over de weg, de Aalsmeerderdijk, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, te rijden, immers heeft verdachte

terwijl ter plaatse een inhaalverbod, aangegeven middels een of meer in zijn rijrichting geplaatste borden F1 van Bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (met onderbord met daarop de tekst "uitgezonderd landbouw voertuigen"), van kracht was en/of

terwijl het nacht, als bedoel in artikel 1aa van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, was,

gereden met een snelheid gelegen tussen de 77 km/uur en 79 km/uur, in elk geval met een een hogere dan de terplaatse toegestane snelheid van 50km/uur, en/of

(vervolgens) een voor hem op die weg rijdend motorrijtuig (te weten: een personenauto)

links ingehaald, en/of

(vervolgens) niet zijn voertuig tot stilstand gebracht binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien of waarover deze vrij was,

waarna of mede waardoor een aanrijding of botsing ontstond tussen het door hem bestuurde motorrijtuig en een die weg overstekende voetganger, waardoor die voetganger (genaamd [slachtoffer]), alhans een ander, zwaar lichamelijk letsel (te weten: tijdelijk geheugenverlies, aanhoudende hevige hoofdpijnen en aanhoudende concentratieproblemen) werd toegebracht, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

feit 1, subsidiair

hij op of omstreeks 13 december 2011 te Aalsmeerderbrug, gemeente Haarlemmermeer, als bestuurder van een voertuig (te weten: een personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Aalsmeerderdijk,

terwijl ter plaatse een inhaalverbod, aangegeven middels een of meer in zijn rijrichting geplaatste borden F1 van Bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (met onderbord met daarop de tekst "uitgezonderd landbouw voertuigen"), van kracht was en/of

terwijl het nacht, als bedoel in artikel 1aa van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, was,

heeft gereden met een snelheid gelegen tussen de 77 km/uur en 79 km/uur in elk geval met een een hogere dan de terplaatse toegestane snelheid van 50km/uur, en/of

(vervolgens) een voor hem op die weg rijdend motorrijtuig (een personenauto) links heeft ingehaald, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit.

3.2. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 13 december 2011 rijdt verdachte als bestuurder van een personenauto, een zwarte Volkswagen Polo, over de Aalsmeerderdijk in Aalsmeerderbrug, gemeente Haarlemmermeer. Verdachte rijdt komend vanuit de richting Rijsenhout en gaande in de richting van Aalsmeerderbrug.2 De ter plaatse toegestane maximumsnelheid bedraagt 50 km/uur.3 Verdachte nadert een flauwe bocht naar links en nam snelheid terug om de bocht in te kunnen sturen. De auto, rijdend voor verdachte, wijkt uit naar links, waarna verdachte ziet dat een voetganger bezig is over te steken en die zich aldus op de rijbaan bevindt.4 Vervolgens vindt er een aanrijding plaats tussen de personenauto van verdachte en voornoemde voetganger genaamd [slachtoffer].5

Het verkeersongeval vond plaats omstreeks 19:20 uur, zijnde nacht als bedoel in artikel 1aa van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. Ten tijde van het ongeval was het droog, echter de weersgesteldheid was regenachtig en het wegdek was nat.6 Uit de VerkeersOngevallenAnalyse blijkt dat de personenauto van verdachte bij het begin van aftekening van de rem-/blokkeersporen een snelheid heeft gehad van tussen de 77 km/uur en 79 km/uur.7

Het slachtoffer [slachtoffer] heeft lichamelijk letsel opgelopen als gevolg van de aanrijding. [slachtoffer] heeft meerdere bloeduitstortingen in het gezicht en een commotio cerebri (hersenschudding)8 opgelopen. Voorts had [slachtoffer] na twee weken nog diverse neurologische klachten, zoals voortdurende inprentingsstoornissen en desoriëntatie in tijd en plaats.9 Na controle, ongeveer twee maanden na de aanrijding, is gebleken dat [slachtoffer] nog altijd lijdt aan diverse neurologische klachten, zoals zeurende hoofdpijnen, stemmingswisselingen en concentratieproblemen. Voorts is tijdens dit consult gebleken dat [slachtoffer] nog niet in staat is zijn werkzaamheden te hervatten.10

3.3. Bewijsoverweging

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat ten eerste onvoldoende duidelijkheid bestaat over de feitelijke toedracht van het ongeval en ten tweede geen causaal verband bestaat tussen de inhaalmanoeuvre, het te hard rijden en het ongeval. Derhalve is er geen sprake van schuld in de zin artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 en dient verdachte van het primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

Voor het vaststellen van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 zijn verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de gedragingen van verdachte en de overige omstandigheden van het geval. De rechtbank overweegt in dat kader het volgende.

De rechtbank constateert allereerst dat de inhaalmanoeuvre van verdachte, zo blijkt uit de verklaring van verdachte, het proces-verbaal VerkeersOngevalAnalyse en de getuigenverklaring van [getuige], reeds was voltooid op het moment dat verdachte het slachtoffer [slachtoffer] in beeld krijgt. Van een causaal verband tussen het inhalen in strijd met het ter plaatse geldende inhaalverbod en het ongeval kan dan ook niet worden gesproken.

Dat laat echter onverlet dat verdachte de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 km/uur fors heeft overschreden. Verdachte heeft verklaard voor de aanrijding al te hebben afgeremd om de flauwe bocht in de weg in te kunnen sturen.

Uit de VerkeersOngevAlanalyse blijkt dat verdachte bij het begin van de noodstop na het zien van [slachtoffer] heeft gereden met een snelheid gelegen tussen de 77 km/uur en 79 km/uur. Hiervóór moet de snelheid van verdachte dus nog hoger zijn geweest. Bovendien was het ten tijde van het ongeval donker en was het wegdek nat.

Met de raadsvrouw is de rechtbank van mening dat het dossier enige onduidelijkheid laat bestaan over de vraag of het slachtoffer [slachtoffer] vanaf de waterkant richting de huizen overstak, of in tegenovergestelde richting. Ook al is zulks niet komen vast te staan, dan nog dienen de gevolgen van het ongeval aan verdachte te worden toegerekend. Vast staat dat [slachtoffer] de verkeersituatie zo heeft ingeschat dat het voor hem veilig was over te steken, er kennelijk van uitgaande dat de hem naderende voertuigen zich aan de snelheidsbeperking hielden. Door de maximumsnelheid in ernstige mate te overtreden, terwijl het donker was, is verdachte niet in staat geweest om een overstekende voetganger te ontzien.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden, waardoor een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, tengevolge waarvan het slachtoffer zodanig lichamelijk letsel heeft bekomen dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat.

3.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1, primair

hij op 13 december 2011 te Aalsmeerderbrug, gemeente Haarlemmermeer, als bestuurder van een personenauto, daarmee rijdende over de weg, de Aalsmeerderdijk, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend, te rijden, immers heeft verdachte

terwijl het nacht, als bedoel in artikel 1aa van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, was,

gereden met een snelheid gelegen tussen de 77 km/uur en 79 km/uur, een hogere dan de terplaatse toegestane snelheid van 50km/uur, en

vervolgens niet zijn voertuig tot stilstand gebracht binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien of waarover deze vrij was,

waarna een aanrijding ontstond tussen het door hem bestuurde motorrijtuig en een die weg overstekende voetganger, waardoor die voetganger (genaamd [slachtoffer]), zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zodanig lichamelijk letsel wordt toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de straf

6.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van honderdtwintig (120) uren, bij niet (naar behoren) te verrichten daarvan te vervangen door zestig (60) dagen hechtenis en voorts de ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van twaalf (12) maanden.

6.2. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en het aldaar besproken reclasseringsadvies gedateerd 18 februari 2013 is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto onvoorzichtig en onoplettend gehandeld door met een veel hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid te rijden over de Aalsmeerderdijk terwijl verdachte – die bekend is met de feitelijke situatie ter plaatse – wist dat hij een flauwe bocht naar links naderde. Verdachte heeft hierbij een voetganger aangereden, waarbij het slachtoffer diverse letsels heeft opgelopen en zijn werkzaamheden niet heeft kunnen uitvoeren. De rechtbank rekent het verdachte daarbij aan dat hij, onder meer door het slachtoffer, eerder is gewaarschuwd voor zijn rijgedrag, met name de forse snelheidsovertredingen die hij beging.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank ten voordele van verdachte meegewogen dat verdachte blijkens het op zijn naam staand uittreksel Justitiële Documentatie niet eerder veroordeeld is voor enig strafbaar feit. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van het reclasseringsadvies, kort gezegd dat er geen aanwijzingen bestaan die wijzen op een noodzaak tot hulp of interventie.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd.

6.3. Bijkomende straf

De rechtbank is van oordeel dat verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen dient te worden ontzegd voor na te noemen duur. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte van deze straf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee (2) jaren opdat verdachte er voor het einde van die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en

6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde feit oplevert;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot het verrichten van HONDERDTWINTIG (120) UREN taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet (naar behoren) verrichten daarvan te vervangen door ZESTIG (60) DAGEN hechtenis.

veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van NEGEN (9) MAANDEN, met aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

beveelt dat een gedeelte van deze straf, groot ZES (6) MAANDEN, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee (2) jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.J. van Andel, voorzitter,

mr. I.J.B. Corbey en mr. M.W. Groenendijk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.J. de Vries, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 18 september 2013.

Mr. I.J.B. Corbey is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 13 december 2011 (dossierpagina’s 14-15).

3 Het proces-verbaal VerkeersOngevalAnalyse d.d. 3 januari 2012 (proces-verbaalnummer K2011136435, dossierpagina 26-beneden).

4 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 23 april 2012 (dossierpagina 19-midden), het proces-verbaal van verhoor van benadeelde [slachtoffer] d.d. 19 februari 2012 (dossierpagina’s 10-11).

5 Het proces-verbaal van relaas van [verbalisant], brigadier van de regiopolitie Kennemerland (dossierpagina 4)

6 Het proces-verbaal VerkeersOngevalAnalyse d.d. 3 januari 2013 (proces-verbaalnummer K2011136435, dossierpagina 26-boven, 27-beneden en 28-boven).

7 Het proces-verbaal VerkeersOngevalAnalyse d.d. 3 januari 2013 (proces-verbaalnummer K2011136435, dossierpagina 31-midden).

8 Een schriftelijk bescheid, te weten een aanvraagformulier medische informatie, ingevuld door dr. M.C. Visser, neuroloog, d.d. 30 mei 2012 (los opgenomen).

9 Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van drs. T. van Mierlo, arts-assistent neurologie en dr. M.C. Visser, neuroloog, beiden verbonden aan het VU medisch centrum d.d. 27 december 2011 (los opgenomen).

10 Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van M. de Groot, arts-assistent in opleiding neurologie en prof. dr. J.J. Heimans, neuroloog, allebei verbonden aan het VU medisch centrum d.d. 31 januari 2012 (los opgenomen).