Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:8629

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-09-2013
Datum publicatie
25-09-2013
Zaaknummer
15/703043-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oplegging van gevangenisstraf van 88 dagen en voorwaardelijke taakstraf van 80 uren met bijzondere voorwaarden wegens medeplichtigheid aan medeplegen gewapende woningoverval. Opzet van de medeplichtige slechts gericht op woninginbraak/-insluiping.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/703043-13

Uitspraakdatum: 23 september 2013

Tegenspraak

verkort strafvonnis (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 24 juni 2013 en 9 september 2013 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres],

De rechtbank heeft kennisgenomen van

- het standpunt van de officier van justitie, mr. M.E. van der Plas, dat ertoe strekt dat de rechtbank verdachte van het primair ten laste gelegde zal vrijspreken, het subsidiair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem hiervoor zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 88 dagen, met aftrek van voorarrest, een werkstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, met een proeftijd van twee jaren en daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering, verplicht reclasseringstoezicht, het volgen van de COVA+ training, een cursus Budgetteren en zo nodig een Leefstijltraining;

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze hoofdelijk dienen te worden toegewezen als verzocht, te vermeerderen met de wettelijke rente en met daaraan verbonden de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;

- hetgeen door verdachte en mr. K. Dirlik, advocaat te Alkmaar en raadsman van verdachte, naar voren is gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 17 oktober 2012 in de gemeente Heerhugowaard

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

omstreeks 05.00 uur, althans gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,

in de woning[a-straat], althans in een woning,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening heeft weggenomen

een of meer (auto)sleutels en/of

een zwarte doos (met zilveren rand) en/of

een (sieraden)doos (inhoudende een aantal gouden en/of zilveren sieraden) en/of

een (trouw)ring met 5 diamanten en/of

een gouden ring met (grote) diamant en/of

een zilveren damesring (met witte parel) en/of

een gouden (dames)horloge en/of

een aantal parfumflesjes en/of een

Sony fotocamera (type HD100) en/of

een zwarte cameratas en/of

één of twee accu's en/of

een (16 GB) SD-kaart en/of

een (2 GB) SD-kaart en/of

een (1 GB) SD-kaart en/of een

witte USB-stick en/of

een portemonnee (inhoudende een hoeveelheid Egyptische, althans buitenlandse, valuta) en/of

een (grote) zwarte portemonnee (inhoudende één of meer [bank]pasjes en/of een aantal foto's en/of een rode enveloppe [inhoudende een geldbedrag van 55,- euro] en/of een [ander] geldbedrag van [ongeveer] 43,- euro),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 1] en/of genoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (één van) zijn mededader(s)

* een (op een) pistool (gelijkend voorwerp) en/of een mes en/of een schroevendraaier, in elk geval één of meer wapen(s)/(steek)voorwerp(en), op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, in elk geval zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgehouden en/of

* één of meermalen (met kracht) (met een [hard] voorwerp) die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam en/of

* één of meermalen (met kracht) (met een [hard] voorwerp) die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam en/of

* die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] dreigend en/of dwingend heeft/hebben toegeroepen/toegeschreeuwd: "Waar is de kluis, waar is de kluis" en/of "Waar is het geld", althans woorden van een dergelijke dreigende en of dwingende aard of strekking en/of

* de polsen van die [slachtoffer 1] met (grijze) (duck)tape heeft/hebben vastgebonden,

en/of

hij op of omstreeks 17 oktober 2012 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening heeft weggenomen een personenauto, merk Mercdedes (kenteken: [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

subsidiair:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer ander(en) op of omstreeks 17 oktober 2012 in de gemeente Heerhugowaard

tezamen en in vereniging met elkaar of met een ander of anderen, althans een van hen, omstreeks 05.00 uur, althans gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,

in de woning[a-straat], althans in een woning,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening heeft/hebben weggenomen

een of meer (auto)sleutels en/of

een zwarte doos (met zilveren rand) en/of

een (sieraden)doos (inhoudende een aantal gouden en/of zilveren sieraden) en/of

een (trouw)ring met 5 diamanten en/of

een gouden ring met (grote) diamant en/of

een zilveren damesring (met witte parel) en/of

een gouden (dames)horloge en/of

een aantal parfumflesjes en/of

een Sony fotocamera (type HD100) en/of

een zwarte cameratas en/of

één of twee accu's en/of

een (16 GB) SD-kaart en/of

een (2 GB) SD-kaart en/of

een (1 GB) SD-kaart en/of

een witte USB-stick en/of

een portemonnee (inhoudende een hoeveelheid Egyptische, althans buitenlandse, valuta) en/of een (grote) zwarte portemonnee (inhoudende één of meer [bank]pasjes en/of een aantal foto's en/of een rode enveloppe [inhoudende een geldbedrag van 55,- euro] en/of een [ander] geldbedrag van [ongeveer] 43,- euro),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die ander(en) en/of aan verdachte, waarbij die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die ander(en) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 1] en/of genoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn/hun mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die ander(en)

* een (op een) pistool (gelijkend voorwerp) en/of een mes en/of een schroevendraaier, in elk geval één of meer wapen(s)/(steek)voorwerp(en), op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, in elk geval zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgehouden en/of

* één of meermalen (met kracht) (met een [hard] voorwerp) die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam en/of

* één of meermalen (met kracht) (met een [hard] voorwerp) die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam en/of

* die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] dreigend en/of dwingend heeft/hebben toegeroepen/toegeschreeuwd: "Waar is de kluis, waar is de kluis" en/of "Waar is het geld", althans woorden van een dergelijke dreigende en of dwingende aard of strekking en/of

* de polsen van die [slachtoffer 1] met (grijze) (duck)tape heeft/hebben vastgebonden

en/of

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer ander(en) op of omstreeks 17 oktober 2012 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met elkaar of met een ander of anderen, althans een van hen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening heeft/hebben weggenomen een personenauto, merk Mercdedes (kenteken: [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die ander(en) en/of verdachte, waarbij die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die ander(en) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf/welke misdrijven verdachte op of omstreeks 17 oktober 2012 in de gemeente Heerhugowaard en/of in de gemeente Langedijk en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door

* die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die ander(en) één of meermalen in een auto naar (de nabijheid van) de woning[a-straat] te Heerhugowaard te brengen en/of

* een (gestolen) ladder in een auto naar (de nabijheid van) de woning[a-straat] te Heerhugowaard te brengen.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Vrijspraak

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich als medepleger heeft schuldig gemaakt aan de hem primair ten laste gelegde woningoverval en daarop volgende diefstal van een personenauto door middel van een valse sleutel. Vast staat dat verdachte niet in de woning is geweest. Ook overigens kan uit het dossier niet worden afgeleid dat er tussen verdachte en zijn medeverdachten sprake is geweest van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking dat verdachte als medepleger moet worden aangemerkt. Verdachte wordt daarom van het primair ten laste gelegde vrijgesproken.

4.1

Bewijs

De rechtbank grondt de beslissing dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten aanvulling worden opgenomen.

4.2

Bewijsmotivering

De raadsman heeft vrijspraak van de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid bepleit, op de grond dat verdachte geen opzet heeft gehad op het plegen van enig strafbaar feit.

Dit verweer vindt naar het oordeel van de rechtbank zijn weerlegging reeds in de eigen verklaring van verdachte. Hij verklaart immers dat hij al op het moment waarop hij met medeverdachte [medeverdachte 2] en de ladder in de auto onderweg was, er vanuit ging dat door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een inbraak gepleegd zou gaan worden (dossierpagina Z01, 503.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat in geval van een bewezenverklaring slechts sprake kan zijn van medeplichtigheid aan een insluiping en niet aan diefstal met geweld. De raadsman heeft de rechtbank verzocht verdachte vrij te spreken van de medeplichtigheid aan diefstal met geweld.

De rechtbank verwerpt ook dit verweer.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest bij het plegen van misdrijven, te weten – kort gezegd – diefstal met geweld en diefstal met behulp van valse sleutels. Daartoe is vereist dat niet alleen bewezen wordt dat verdachtes opzet gericht was op het behulpzaam zijn als bedoeld in artikel 48, aanhef en onder 10 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) maar ook dat verdachtes opzet al dan niet in voorwaardelijke vorm was gericht op de misdrijven. Gelet op de eigen verklaring van verdachte (dossierpagina Z01, 503) staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte er vanuit ging dat de medeverdachten een inbraak gingen plegen. Daartoe strekte zijn opzet zich dan ook uit. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (vergelijk bijvoorbeeld Hoge Raad 2 oktober 2007, LJN BA7932) volgt echter uit de artikelen 47, 48 en 49 Sr, gelezen in onderling verband en samenhang, dat ten aanzien van de medeplichtige bij de bewezenverklaring en kwalificatie moet worden uitgegaan van de door de dader(s) verrichte handelingen, ook

indien het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank niet van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het gepleegde geweld. De rechtbank gaat uit van de verklaring van verdachte dat hij dacht – en naar het oordeel van de rechtbank ook kon denken – dat de ladder gebruikt zou worden voor een inbraak dan wel een insluiping. Weliswaar bestaat bij een nachtelijke woninginbraak zeker een kans op enig gebruik van geweld door daders of slachtoffers maar de rechtbank heeft in de persoon van de verdachten en in de omstandigheden van deze zaak onvoldoende aanknopingspunten gevonden om de slotsom te wettigen dat die kans in dit geval aanmerkelijk zou zijn geweest, laat staan dat verdachte die aanmerkelijke kans zou hebben aanvaard.

4.3

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 17 oktober 2012 in de gemeente Heerhugowaard

tezamen en in vereniging met elkaar,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,

in de woning[a-straat],

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen

autosleutels en

een sieradendoos, inhoudende een aantal gouden en/of zilveren sieraden en

een trouwring met 5 diamanten en

een gouden ring met grote diamant en

een zilveren damesring met witte parel en

een gouden dameshorloge en

een aantal parfumflesjes en

een Sony fotocamera (type HD100) en

een zwarte cameratas en

twee accu's en

een 16 GB SD-kaart en

een 2 GB SD-kaart en

een 1 GB SD-kaart en

een witte USB-stick en

een portemonnee, inhoudende een hoeveelheid Egyptische valuta en

een grote zwarte portemonnee, inhoudende bankpasjes en een aantal foto's en een rode enveloppe (inhoudende een geldbedrag van 55,- euro) en een geldbedrag van ongeveer 43,- euro,

toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2],

waarbij die [medeverdachte 1] en die [medeverdachte 2] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming en

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 1] en/of genoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat die [medeverdachte 1] en die [medeverdachte 2]

* een op een pistool gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] hebben gericht en gericht gehouden en

* meermalen met kracht met een hard voorwerp die [slachtoffer 1] hebben geslagen tegen het hoofd en

* meermalen met kracht die [slachtoffer 2] hebben geslagen tegen het hoofd en

* die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] dreigend hebben toegeschreeuwd: "Waar is de kluis, waar is de kluis" en/of "Waar is het geld", en

* de polsen van die [slachtoffer 1] met grijze ducttape hebben vastgebonden

en

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 17 oktober 2012 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met elkaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen een personenauto, merk Mercdedes, kenteken: [kenteken], toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], waarbij die [medeverdachte 1] en die [medeverdachte 2] dat goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel,

bij het plegen van welke misdrijven verdachte op 17 oktober 2012 in de gemeente Heerhugowaard en in de gemeente Langedijk opzettelijk behulpzaam is geweest door

* die [medeverdachte 1] en die [medeverdachte 2] in een auto naar de nabijheid van de woning[a-straat] te Heerhugowaard te brengen en

* een gestolen ladder in een auto naar de nabijheid van de woning[a-straat] te Heerhugowaard te brengen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplichtigheid aan

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

en

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7 Motivering van de straffen

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een gewelddadige woningoverval. Zijn medeverdachten zijn een woning binnengedrongen en hebben de bewoners ernstig mishandeld en met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bedreigd. Uiteindelijk zijn zij er in de auto van de slachtoffers vandoor te gaan, met medeneming van diverse goederen, waaronder persoonlijke bezittingen zoals sieraden en foto’s die een grote emotionele waarde hebben voor de slachtoffers.

Het laat zich raden dat deze gebeurtenis grote indruk heeft gemaakt op de slachtoffers. Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen komt deze impact op indringende wijze naar voren. De slachtoffers kampen nog steeds met angstgevoelens, achterdocht, slaapproblemen en herbelevingen. Beide slachtoffers hebben zich onder behandeling van een psycholoog moeten stellen om de verwerking van deze traumatische gebeurtenis in goede banen te leiden.

Daarnaast is door dit feit de rechtsorde geschokt en worden gevoelens van onveiligheid in de samenleving aangewakkerd.

Verdachte is bij deze feiten behulpzaam geweest door met zijn auto een gestolen ladder op te halen en weg te brengen naar de nabijheid van de betreffende woning en vervolgens de medeverdachten af te zetten in de nabijheid van die woning.

In geval van medeplichtigheid aan een misdrijf komen ingevolge art. 49, vierde lid, Sr bij het bepalen van de straf alleen die handelingen in aanmerking die de medeplichtige opzettelijk heeft gemakkelijk gemaakt of bevorderd, benevens hun gevolgen. Daarbij verdient opmerking dat uit de artikelen 47, 48 en 49 Sr, gelezen in onderling verband en samenhang, volgt dat het maximum van de aan de medeplichtige op te leggen straf een derde minder bedraagt dan het maximum van de straf, gesteld op het misdrijf dat de medeplichtige voor ogen stond.

Zoals hiervoor in de rubriek ‘bewijsmotivering’ reeds aangegeven, gaat de rechtbank er vanuit dat verdachte geen opzet, ook niet in voorwaardelijke vorm, heeft gehad op het gepleegde geweld, c.q. de bedreiging met geweld. Het opzet van verdachte was gericht op een woninginbraak. Dit is voor de rechtbank dan ook, overeenkomstig genoemde wettelijke bepalingen, het uitgangspunt bij het bepalen van de strafmaat.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 31 januari 2013, waaruit blijkt dat verdachte in 2010 is veroordeeld ter zake van opzetheling en overtreding van de Wet wapens en munitie.

- het reclasseringsadvies, gedateerd 27 februari 2013, van J.H. Kooij, als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, adviesunit Haarlem.

De conclusie van de reclassering luidt dat in de persoonlijke omstandigheden van verdachte veel risicofactoren aanwezig blijken, waarvan een aantal (‘foute vrienden’, beïnvloedbaarheid, gebrekkige sociale vaardigheden) een bepalende rol heeft gespeeld bij het onderhavige delict. Verdachte is laagopgeleid en moeilijk bemiddelbaar op de arbeidsmarkt. Hij is gediagnosticeerd met een licht verstandelijke beperking. Betrokkene heeft wel enigszins zelfinzicht maar toont zich onmachtig structurele veranderingen aan te brengen. Pluspunt is dat betrokkene schoon schip wil maken en de kwaliteit van zijn leven wil verbeteren. Hij heeft een positieve opstelling ten aanzien van hulpverlening. Het recidiverisico wordt als hooggemiddeld ingeschat.

De reclassering acht reclasseringstoezicht geïndiceerd met daarbij de volgende (gedrags)interventies: een training Cognitieve Vaardigheden (CoVa+), een Leefstijltraining, Arbeidstoeleiding en een training Budgetteren.

Mevrouw N. Lammers van Reclassering Nederland heeft ter zitting als getuige verklaard dat zij twijfels heeft over de noodzaak van de Leefstijltraining, omdat het op dit moment goed gaat met het blowgedrag van verdachte. Voorts is ter terechtzitting gebleken dat verdachte sinds kort een baan heeft.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd van een duur die gelijk is aan de periode die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een geheel voorwaardelijke straf moet worden opgelegd in de vorm van een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid. De rechtbank zal hieraan een proeftijd verbinden van twee jaren, als ernstige waarschuwing aan verdachte om voor het einde van die proeftijd geen strafbare feiten te plegen. Aan deze proeftijd zal de rechtbank bovendien bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering, met uitzondering van de Leefstijltraining en de arbeidstoeleiding.

8 Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

8.1

De benadeelde partij de heer [slachtoffer 1], wonende [adres bp], heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.059,56 ingediend wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 1. ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De gestelde materiële schade bestaat uit reiskosten, het eigen risico voor de zorgverzekering en de eigen bijdrage voor behandeling door een psycholoog.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1. bewezen verklaarde feit.

Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting.

De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een van de medeverdachten dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 1. bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: medeplichtigheid aan een woningoverval] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voornoemd de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8.2

De benadeelde partij mevrouw [slachtoffer 2], wonende [adres bp], heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.261,13 ingediend wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1. ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De gestelde materiële schade bestaat uit reiskosten, de aanschaf van zalf, het eigen risico voor de zorgverzekering en de eigen bijdrage voor behandeling door een psycholoog.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1. bewezen verklaarde feit.

Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting.

De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een van de medeverdachten dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.

schadevergoedingsmaatrege l

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 1. bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: medeplichtigheid aan een woningoverval] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (e.v. [slachtoffer 1]) voornoemd de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 48, 49, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 Beslissing

De rechtbank:

 Verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

 Verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

 Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 88 (achtentachtig) dagen.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

 Veroordeelt verdachte tot het verrichten van 80 (tachtig) uren taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis, met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- meldplicht

dat veroordeelde zich zo spoedig mogelijk na 23 september 2013 meldt bij de reclassering op het adres Rubenslaan 2-6, 1816 MB Alkmaar, telefoon: 072-5146464 en zich hierna zal blijven melden, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

- gedragsinterventies

dat veroordeelde deelneemt aan de Cognitieve Vaardigheidstraining (CoVa+) en aan de module Budgetteren,

waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie in het arrondissement Noord-Holland, noodzakelijk oordeelt.

 Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende [adres bp], geleden schade tot een bedrag van € 3.059,56 (drieduizend negenenvijftig euro en zesenvijftig cent), bestaande uit € 559,56 voor de materiële en € 2.500,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

 Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] voornoemd de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.059,56 (drieduizend negenenvijftig euro en zesenvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

 Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] (e.v. [slachtoffer 1]), wonende [adres bp], geleden schade tot een bedrag van € 3.261,13 (drieduizend tweehonderdéénenzestig euro en dertien cent), bestaande uit € 761,13 voor de materiële en € 2.500,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

 Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] voornoemd de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.261,13 (drieduizend tweehonderdéénenzestig euro en dertien cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 42 (tweeënveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

 Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.C. Oosterbroek, voorzitter,

mr. P.H.B. Littooy en mr. D.D.M. Hazeu, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier A. Helder,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 september 2013.