Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:8062

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-07-2013
Datum publicatie
09-09-2013
Zaaknummer
15/810116-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; onderzoek Avensis; uitvoer van verdovende middelen (metamfetamine) via de luchthaven Schiphol; medeplegen; bewezenverklaring; oplegging gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/810116-12 (onderzoek Avensis)

Uitspraakdatum: 23 juli 2013

Verstek

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 9 juli 2013 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Ghana),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 02 september 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, een hoeveelheid van een materiaal bevattende (met)amfetamine, zijnde

(met)amfetamine een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Inleiding

Onderzoek Avensis wordt opgestart na twee eerdere incidenten op de luchthaven Schiphol, waarbij jonge Polen met vermoedelijk verdovende middelen uitreizen naar Japan. Hierbij wordt gebruik gemaakt van vliegtickets gekocht bij hetzelfde reisbureau.2 Deze bevindingen leiden tot profiling van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 2 september 2011 door het Passengers Operation Centre van de luchthaven Schiphol.

Op 2 september 2011 wordt door verbalisanten gezien dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] door een vertrekhal van de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer lopen. Verbalisanten zien dat deze personen contact hebben met twee negroïde personen. Nadat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hun bagage hebben ingecheckt, lopen zij om de incheckbalies heen richting de paspoortcontrole. Verbalisanten zien dat een negroïde man en negroïde vrouw worden begroet door eerder genoemde personen. Hierna lopen deze vier personen naar buiten richting de auto van een vijfde negroïde persoon. Ter vaststelling van de identiteit van de personen volgt een douanecontrole, waarna alle personen hun weg vervolgen.3

Redengevende feiten en omstandigheden

Uit nader onderzoek van camerabeelden blijkt dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 2 september 2011 omstreeks 15:30:10 uur bij de elektronische check-in zuilen staan. [medeverdachte 3] en verdachte staan op enkele meters afstand met hun gezicht in hun richting. Nadat verdachte en [medeverdachte 3] enkele tientallen meters bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn weggelopen, komt verdachte om 15:33:21 uur naar [medeverdachte 2] toe. Verdachte buigt naar [medeverdachte 2] toe en communiceert vermoedelijk met haar. Omstreeks 15:35:23 uur communiceren [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] wederom met [medeverdachte 3] en verdachte. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] lopen om 15:35:36 uur naar de incheckbalies, [medeverdachte 3] en verdachte blijven staan op een positie waarbij zij zicht hebben op de incheckbalies. Omstreeks 15:49:29 uur voegen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] zich bij [medeverdachte 3] en verdachte. Zij kijken omstreeks 15:49:44 uur richting de incheckbalie, waarna [medeverdachte 3] wijst in de richting van de incheckbalies. Op dat moment lopen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] tussen incheckbalie 11 en 12 richting de paspoortcontrole. Omstreeks 15:54:17 uur bieden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hun paspoorten aan bij de paspoortcontrole, waarna [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] zich om 15:56:15 uur voegen bij [medeverdachte 3] en verdachte. Hierna verlaten zij gezamenlijk de vertrekhal.4

Omstreeks 16:20 uur worden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] onderworpen aan een douanecontrole en hierna aangehouden.5 [medeverdachte 1] heeft in totaal 64 slikkersbollen geslikt. In de slikkersbollen wordt in totaal netto 497,3 gram aan materiaal aangetroffen.6 Nader onderzoek van het Douane Laboratorium wijst uit dat het aangetroffen materiaal metamfetamine is.7 [medeverdachte 2] heeft in totaal 122 slikkersbollen geslikt. Het materiaal dat in deze slikkersbollen wordt aangetroffen heeft een nettogewicht van 951,6 gram.8 Nader onderzoek van het Douane Laboratorium wijst uit dat het aangetroffen materiaal eveneens metamfetamine is.9

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij, na vermeend mislukken van een eerder drugstransport van Zuid-Amerika naar Spanje, onder druk is gezet door een aantal Polen en negroïde personen. [medeverdachte 1] moest samen met [medeverdachte 2] een drugstransport uitvoeren. Op donderdagmiddag 1 september 2011 zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] door ‘John’ naar een parkeerplaats gebracht alwaar zij werden meegenomen door een negroïde man en vrouw. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] werden door deze negroïde man en vrouw naar een hotel gebracht. Dit was het Bastion hotel.

Op 2 september 2011 zijn [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en de negroïde man en vrouw naar een flatwoning gereden. In de flatwoning hebben Borkowksi en [medeverdachte 2] de slikkersbollen ingenomen. Vervolgens zijn [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en de negroïde man en vrouw met een auto met chauffeur naar een parkeerplaats gereden, waar de negroïde man en vrouw tickets zijn gaan halen. In de auto werden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] geïnformeerd door de negroïde man en vrouw over wat zij moesten doen in Japan. Op de luchthaven Schiphol werden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] begeleid door de negroïde man en vrouw.10 [medeverdachte 1] herkent verdachte op de hem getoonde fotoafdrukken van de bewakingsbeelden van de luchthaven Schiphol als zijnde de negroïde vrouw waarover hij heeft verklaard.11

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij samen met [medeverdachte 1] op vrijdagmorgen 2 september 2011 door twee negroïde mannen en een vrouw naar een flatgebouw is gebracht. Hier kregen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van een negroïde man een rode schaal gevuld met water, slikkersbollen en citroen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] moesten de slikkersbollen innemen. Op de luchthaven Schiphol waren de negroïde man en vrouw telkens bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Zij stonden te kijken en lieten hen zien waar zij moesten zijn.12 [medeverdachte 2] herkent verdachte op de haar getoonde fotoafdrukken van de bewakingsbeelden van de luchthaven Schiphol als zijnde de negroïde vrouw die in de flatwoning aanwezig was toen zij en [medeverdachte 1] de bollen slikten.13

Uit nader onderzoek blijkt dat er in de nacht van 1 september tot 2 september 2011 in het Bastion hotel in Amsterdam en gast met de naam [medeverdachte 1] heeft verbleven.14

[medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij op 2 september 2011 twee negroïde personen en twee blanke personen heeft opgehaald in een straat in de buurt van metrostation Strandvliet in Amsterdam-Zuidoost. [medeverdachte 6] zag dat de negroïde vrouw iets uit haar tas pakte en de blanke personen dit innamen. [medeverdachte 6] is bij winkelcentrum Ganzenhoef gestopt, waarna de blanke personen in de auto bleven en de negroïde personen de auto verlieten. Een uur later zijn de negroïde personen teruggekomen en is [medeverdachte 6] doorgereden naar de luchthaven Schiphol.15

Verdachte heeft bij de douanecontrole op 2 september 2011 verklaard dat zij woonachtig is op de Boris Pastoor [perceelnummer] te Amsterdam-Zuidoost.16 Verdachte blijkt het adres verkeerd te hebben opgegeven, zij is samen met [medeverdachte 3] regelmatig verblijvend aan de Boris Pasternakstraat [perceelnummer] te Amsterdam-Zuidoost in de woning van [getuige].17 Nader onderzoek wijst uit dat het zeer waarschijnlijk te noemen is dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in deze woning de slikkersbollen hebben ingenomen.18 [medeverdachte 1] verklaart na het zien van foto’s van de omgeving van de woning aan de Boris Pasternakstraat [perceelnummer] dat de omgeving hem bekend voorkomt.19

3.3. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

zij op 2 september 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht een

hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de straf

6.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden.

6.2. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de opzettelijke uitvoer van in totaal circa 1,5 kilogram metamfetamine. Verdachte heeft de koeriers [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] voorzien van slikkersbollen met verdovende middelen en heeft hen begeleid naar en op de luchthaven. Verdachte heeft aldus een actieve rol gespeeld bij de uitvoer van verdovende middelen. Met haar handelen heeft zij een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale drugscircuit. Metamfetamine is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De uitgevoerde hoeveelheid was van dien aard dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit komt naar het oordeel van de rechtbank slechts een gevangenisstraf als straf in aanmerking.

De rechtbank merkt op dat de door de officier van justitie gevorderde duur van de straf in overeenstemming is met de straf die ten aanzien van de vergelijkbare strafzaken inzake de organisatie van de opzettelijke uitvoer van verdovende middelen plegen te worden opgelegd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

47 van het Wetboek van Strafrecht;

2 en 10 van de Opiumwet.

8. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt haar daarvan vrij;

bepaalt dat het onder 3.3. bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde feit oplevert;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIERENTWINTIG (24) MAANDEN;

beveelt de gevangenneming van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.C.M. Rutten, voorzitter,

mr. C.A.M. van der Heijden en mr. G. Demmink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.J. de Vries,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van dinsdag 23 juli 2013.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal van relaas van 25 juli 2012 (dossiermap 1, dossierpagina’s 13-69).

3 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 september 2011 (dossiermap 3, dossierpagina’s 1008-1014).

4 Het proces-verbaal van uitkijken camerabeelden 9 september 2011 (dossiermap 3, dossierpagina’s 1015-1028).

5 Het proces-verbaal van aanhouding en bevindingen d.d. 2 september 2011 (dossiermap 3, dossierpagina’s 1080-1085).

6 Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 6 september 2011 (dossiermap 3, dossierpagina’s 1126-1134).

7 Een schriftelijk bescheid, te weten het rapport van het Douane Laboratorium d.d. 13 september 2011 (dossiermap 3, dossierpagina’s 1182-1183).

8 Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 14 september 2011 (dossiermap 3, dossierpagina’s 1171-1179).

9 Een schriftelijk bescheid, te weten het rapport van het Douane Laboratorium d.d. 13 september 2011 (dossiermap 3, dossierpagina’s 1184-1185).

10 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 4 september 2011 (dossiermap 4, dossierpagina’s 1101-1112).

11 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 1] d.d. 11 april 2013 (rc-nummer 12/565, los opgenomen).

12 Het proces-verbaal van verhoor van[medeverdachte 2] d.d. 7 september 2011 (dossiermap 3, dossierpagina’s 1147-1159).

13 Het proces-verbaal van verhoor van[medeverdachte 2] d.d. 11 februari 2013 (kenmerk Oz 922/12, los opgenomen).

14 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 april 2012 (dossiermap 4, dossierpagina 1250).

15 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 6] d.d. 12 maart 2012 (dossiermap 4, dossierpagina’s 1217-1220).

16 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 september 2011 (dossiermap 3, dossierpagina’s 1008-1014).

17 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] d.d. 7 maart 2012 (dossiermap 4, dossierpagina’s 1224-1227).

18 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 februari 2012 (dossiermap 4, dossierpagina’s 1231-1233).

19 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 1] d.d. 21 december 2011 (dossiermap 4, dossierpagina’s 1190-1207).