Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:7007

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-06-2013
Datum publicatie
12-08-2013
Zaaknummer
AWB-13_847
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Toepassing 8:55d van de Awb. Hoogte dwangsom.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 13/847

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juni 2012in de zaak tussen

[naam], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: V. Quacken),

en

de minister van Veiligheid en Justitie, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

De rechtbank heeft verweerder verzocht om de op de zaak betrekking hebbende stukken toe te zenden en een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft geen van beide gedaan.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.

Bij brief van 2 augustus 2012 heeft eiseres een verzoek als bedoeld in artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur gedaan. Op dit verzoek heeft verweerder bij besluit van 17 oktober 2012 – afwijzend – beslist. Bij brief van 24 oktober 2012 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Bij besluit van 26 oktober heeft verweerder het verzoek van eiseres alsnog toegewezen. Bij brief van 19 november 2012 heeft verweerder de termijn om op het bezwaar te beslissen verlengd tot 21 februari 2013. Bij brief van 29 december 2012 heeft eiseres de gronden van het bezwaar aangevuld.

2.

Bij brief 24 februari 2013 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld omdat nog niet is beslist op haar bezwaarschrift. Het beroep van eiseres van 30 april 2013 richt zich tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar bezwaarschrift van 24 oktober 2012.

3.

Verweerder had, gelet op zijn brief van 19 november 2012, voor 21 februari 2013 op het bezwaarschrift van eiseres moeten beslissen. Niet is gebleken - en verweerder heeft niet te kennen gegeven - dat hij dat heeft gedaan. De rechtbank constateert voorts dat eiseres verweerder bij brief van 24 februari 2013in gebreke heeft gesteld, dat sindsdien - in dit geval na maandag 25 februari 2013 - twee weken zijn verstreken en dat tot de dag van deze uitspraak niet is gebleken dat verweerder alsnog heeft beslist op het bezwaarschrift van eiseres.

4.

Aldus is voldaan aan de in artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde vereisten om een beroepschrift te kunnen indienen. Het beroep is kennelijk gegrond. De rechtbank vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit.

5.

Gelet op het bepaalde in artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb draagt de rechtbank verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op het bezwaar te nemen. De rechtbank bepaalt voorts dat verweerder een dwangsom van € 50,- verbeurt voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, tot een maximumbedrag van € 2.000,-.

6.

Wat betreft het verzoek om een beslissing te nemen over de verschuldigdheid van de dwangsom op grond van artikel 4:17 van de Awb, moet de rechtbank vaststellen dat na 25 februari 2013 meer dan 42 dagen zijn verstreken, zodat verweerder inmiddels het maximale bedrag van € 1.260,- aan eiseres heeft verbeurd.

7.

Eiseres heeft voorts verzocht te bepalen dat verweerder de wettelijke rente over de verbeurde dwangsom vergoedt. De rechtbank overweegt dat artikel 4:100 van de Awb bepaalt dat indien het bestuursorgaan de beschikking tot betaling van een door hem verschuldigde geldsom niet tijdig geeft, de wettelijke rente verschuldigd is vanaf het tijdstip waarop het bestuursorgaan in verzuim is geweest, indien de beschikking op de laatste dag van de daarvoor geldende termijn zou zijn gegeven. Het bestuursorgaan is in verzuim in de zin van artikel 4:97 als hij niet binnen de voorgeschreven betalingstermijn heeft betaald. Artikel 4:18 van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststelt binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd is. Eiseres heeft verweerder op 24 februari 2013 in gebreke gesteld. De eerste dag waarover een dwangsom is verschuldigd is 12 maart 2013 en de laatste dag is 22 april 2013. Verweerder had de dwangsombeschikking uiterlijk op 6 mei 2013 moeten vaststellen. Gelet op de in artikel 4:87, eerste lid, van de Awb bepaalde betalingstermijn van zes weken, zou 17 juni 2013 de laatste dag van de betalingstermijn zijn. Vanaf 18 juni 2013 is verweerder dus in verzuim en is hij de wettelijke rente verschuldigd.

8.

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 118,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 472,- en een wegingsfactor 0,25). Voorts dient verweerder het door eiseres betaalde griffierecht aan haar te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaarschrift van 24 oktober 2012;

  • -

    draagt verweerder op alsnog een besluit op het bezwaar te nemen binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 50,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, tot een maximum van € 2.000,;

  • -

    stelt vast dat verweerder aan eiseres een dwangsom heeft verbeurd van € 1.260,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2013;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 160,- aan eiseres te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 118,-.

Deze uitspraak is gedaan op 17 juni 2013 door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van C.H. Kuiper, griffier.

griffier rechter

afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden - in elk geval de eisende partij - en verweerder verzet doen bij de rechtbank. Verzet wordt gedaan door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een brief (verzetschrift) en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de rechtbank Noord-Holland, sector Bestuursrecht, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar.

Als u het verzet mondeling op een zitting wilt toelichten, moet u daarom vragen in uw verzetschrift. Op deze zitting gaat het uitsluitend over het door u ingediende verzet en niet over het door u ingediende beroep.