Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2013:6947

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-06-2013
Datum publicatie
07-08-2013
Zaaknummer
C/15/203346 / KG ZA 13-255
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbestedingszaak. Eisende partij heeft geen belang bij haar vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2013/158
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

zaaknummer / rolnummer: C/15/203346 / KG ZA 13-255

Vonnis in kort geding van 25 juni 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZIUT B.V.,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

advocaat mr. Z.D. van Heesen-Laclé te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

HOOGHEEMRAADSCHAP HOLLANDS NOORDERKWARTIER,

zetelend te Heerhugowaard,

gedaagde,

advocaat mr. F.G. Horsting te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Ziut en het Hoogheemraadschap genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Ziut

  • -

    de pleitnota van het Hoogheemraadschap.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 12 december 2012 heeft het Hoogheemraadschap de openbare Europese aanbesteding aangekondigd van het “Servicebestek Openbare Verlichting 2013”. De opdracht betreft onder meer het controleren en onderhouden van verlichtingsinstallaties en het herstellen van storingen en schades aan die installaties. Bij brief van 7 februari 2013 heeft het Hoogheemraadschap de inschrijvers bericht dat zij voornemens was de opdracht te gunnen aan Pilkes Verlichting BV.

2.2.

Ziut en een derde partij hebben deze beslissing aangevochten in kort geding. Bij vonnis in kort geding van 9 april 2013 heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank het Hoogheemraadschap verboden de opdracht Servicebestek Openbare Verlichting 2013 op basis van de gevoerde aanbestedingsprocedure te gunnen en veroordeeld om, voor zover het de opdracht nog wenste te laten uitvoeren, tot heraanbesteding daarvan over te gaan.

2.3.

Bij brief van 18 april 2013 heeft het Hoogheemraadschap de partijen die voor de opdracht hadden ingeschreven onder meer het volgende medegedeeld.

(…)

We hebben besloten om het onderhoud aan onze OVL niet opnieuw als een totaal servicecontract in te kopen. Wat we wel zullen doen is de werkzaamheden aan onze OVL per werksoort of beperkte bundeling van werksoorten, afzonderlijk inkopen.

We willen daarbij gebruik maken van een (ad-random) selectie uit de zes inschrijvers bij de aanbesteding van 5 februari.

Deze situatie wordt toegepast voor een periode van zes tot negen maanden omdat wij gelijktijdig het proces starten om te komen tot een prestatiecontract, waarvoor een openbare inkoopprocedure gebruikt zal worden.

(…)

2.4.

Bij brief van 24 april 2013 heeft het Hoogheemraadschap Ziut bericht dat zij was geselecteerd voor de meervoudige onderhandse aanbesteding van de opdracht Inspectie Openbare Verlichting.

2.5.

Ziut heeft het Hoogheemraadschap bij brief van 13 mei 2013 medegedeeld dat zij wel wilde deelnemen aan de randomiser procedure, maar dat zij zich op het standpunt stelde dat de door het Hoogheemraadschap voorgestane, onder 2.3 vermelde werkwijze op grond van de desbetreffende bepalingen van de Aanbestedingswet 2012 en het vonnis in kort geding van 9 april 2013 niet was toegestaan.

2.6.

Bij brief van diezelfde datum heeft ook de advocaat van Ziut het Hoogheemraadschap kenbaar gemaakt dat Ziut de handelwijze van het Hoogheemraadschap in strijd achtte met het vonnis van 9 april 2013 en met de bepalingen van de Aanbestedingswet 2012. Het Hoogheemraadschap werd verzocht binnen 5 dagen na dagtekening van de brief te bevestigen dat het het onderhoud van de openbare verlichting of onderdelen daarvan niet zonder aanbesteding aan een derde zou opdragen en de verdere uitvoering van een eventueel verleende opdracht of onderdelen daarvan door een derde zou doen staken.`

2.7.

Op 8 mei 2013 heeft het Hoogheemraadschap de opdracht Inspectie Openbare Verlichting aangekondigd. Ziut en een vijftal andere gegadigden hebben voor de opdracht ingeschreven.

2.8.

Bij brief van 5 juni 2013 heeft het Hoogheemraadschap Ziut bericht dat de opdracht aan haar zou worden gegund.

3 Het geschil

3.1.

Ziut vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

3.1.1. (

i) indien het Hoogheemraadschap de opdracht Inspectie Openbare Verlichting en eventuele andere deelopdrachten nog niet heeft gegund, het Hoogheemraadschap zal verbieden tot gunning van de verscheidene deelopdrachten over te gaan en het Hoogheemraadschap zal veroordelen over te gaan tot heraanbesteding voor zover het de opdracht nog wenst te laten uitvoeren, en

(ii) indien het Hoogheemraadschap de opdracht Inspectie Openbare Verlichting en eventuele andere deelopdrachten reeds aan een ander dan Ziut heeft gegund, het Hoogheemraadschap zal verbieden verdere uitvoering te geven aan die opdrachten,

(iii) althans een zodanige voorziening zal treffen als de voorzieningenrechter juist zal achten,

één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom, met veroordeling van het Hoogheemraadschap in de kosten van het geding, alsmede de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

Het Hoogheemraadschap voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ziut legt aan haar vordering ten grondslag dat de door het Hoogheemraadschap voorgestane splitsing van de onderhoudsopdrachten aan de openbare verlichting niet voldoet aan de eisen van de Aanbestedingswet 2012 en dat het Hoogheemraadschap door de opdracht in deelopdrachten op te splitsen in strijd handelt met het vonnis in kort geding van 9 april 2013. Verkorting van de looptijd van de opdracht kwalificeert, aldus Ziut, niet als wijziging van de oorspronkelijke opdracht. Voorts stelt Ziut dat de afzonderlijke deelopdrachten aanbestedingsplichtig zijn, omdat de geraamde waarde ervan boven de drempelwaarde ligt. De omstandigheid dat het Hoogheemraadschap een nieuwe aanbesteding voorbereidt voor het prestatiecontract ontslaat haar niet van de verplichting om thans voor de deelopdrachten de juiste procedure te volgen.

4.2.

Tenslotte stelt Ziut dat de aanbesteding van de Inspectie Openbare Verlichting onregelmatig is verlopen, omdat het Hoogheemraadschap niet aan de publicatieverplichtingen van de Aanbestedingswet 2012 heeft voldaan en niet heeft gemotiveerd waarom is gekozen voor het gunningscriterium laagste prijs.

4.3.

Het Hoogheemraadschap voert in de eerste plaats aan dat de deelopdracht Inspectie Openbare Verlichting op 5 juni 2013 aan Ziut is gegund en dat van andere deelopdrachten geen sprake is. De vorderingen onder 3.1 sub i en ii missen daardoor feitelijke grondslag, zodat Ziut geen belang heeft bij die onderdelen van haar vordering. De vordering onder 3.1 sub iii is volgens het Hoogheemraadschap te onbepaald geformuleerd om te kunnen worden toegewezen.

4.4.

Voorts betwist het Hoogheemraadschap dat het het Servicebestek kunstmatig heeft opgesplitst. Het Hoogheemraadschap voert aan dat het op objectieve gronden heeft besloten haar inkoopstrategie te wijzigen. Het is de bedoeling dat begin 2014 een prestatiecontract Europees wordt aanbesteed waarin niet alleen het onderhoud van de openbare verlichting, maar ook diverse andere werkzaamheden zullen worden ondergebracht. Een deel van de werkzaamheden met betrekking tot de openbare verlichting zal voorts worden overgedragen aan gemeenten.

4.5.

Ook betwist het Hoogheemraadschap dat sprake is van deelopdrachten met een gezamenlijke waarde die de drempelwaarde van € 200.000,00 overschrijdt. Voorts voert het Hoogheemraadschap aan dat de meervoudige onderhandse aanbesteding van het inspectiebestek wat betreft de publicatieplicht en de motivering van de keuze voor het gunningscriterium laagste prijs volgens de regels is verlopen.

4.6.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Het Hoogheemraadschap heeft in eerste termijn aangevoerd dat de opdracht Inspectie Openbare Verlichting op 5 juni 2013 is gegund aan Ziut en dat van andere deelopdrachten geen sprake is. Ziut is hierop in tweede termijn niet ingegaan. Daarom moet worden geconcludeerd dat de situaties waarvan Ziut in haar vorderingen onder 3.1 sub i en ii uitgaat niet aan de orde zijn. Bij die stand van zaken heeft Ziut geen belang bij deze vorderingen. De vordering onder 3.1 sub iii is dermate onbepaald geformuleerd dat het Hoogheemraadschap daartegen geen adequaat verweer heeft kunnen voorbereiden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zou het daarom in strijd zijn met de goede procesorde om aan die vordering zelfstandige betekenis toe te kennen. Reeds hierop stuiten de vorderingen van Ziut af. De overige door het Hoogheemraadschap gevoerde verweren, waarvoor overigens zeker steekhoudende argumenten zijn aangevoerd, behoeven daardoor geen bespreking meer.

4.7.

Ziut zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van het Hoogheemraadschap worden begroot op:

  • -

    griffierecht €  589,00

  • -

    salaris advocaat 816,00

Totaal €  1.405,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt Ziut in de proceskosten, aan de zijde van het Hoogheemraadschap tot op heden begroot op € 1.405,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 25 juni 2013.